Zoeken

donderdag 24 maart 2016

Zong Bram Vermeulen soms ook over mijn toekomst?

Het was een merkwaardige, bijna surrealistische ervaring. Gisteren bezorgde de postbode een plaat van Bram Vermeulen uit 1980 die ik voor 2 euro 50 op de kop had getikt op Marktplaats. Ik zette hem op en bleek een van de nummers nog helemaal, echt van A tot Z, mee te kunnen zingen. Op zich is dat misschien niet eens zo uitzonderlijk, maar je kunt je afvragen welke associaties ik als eerstejaars politicologie van 19 precies had met pendelaars van middelbare leeftijd die zich dag na dag naar kantoor slepen en 's avonds in slaap sukkelen voor de buis. "Vader is moe, slaapt voor de televisie. Komt aan bijna niets meer toe."


Laat ik eerst even toelichten waarom ik überhaupt op het idee kwam iets van hem te kopen (of eigenlijk twee platen, want naast het titelloze debuut van zijn band De Toekomst bestelde ik ook een NM exemplaar van het album Tegen de tijd). Nog niet zo lang geleden zat Freek de Jonge aan tafel bij DWDD waar hij vertelde over de jaren zeventig en de actie tegen het WK in Argentinië. Ik heb Neerlands Hoop in dat kader minstens twee keer zien optreden, met in de gelederen van deze gelegenheidsband een piepjonge Thé Lau.

Naar school droeg ik een T-shirt met daarop de leus "Boycot WK 78" en daar sta ik nog steeds vierkant achter (al had ik natuurlijk makkelijk praten, want ik hou meer van fietsen dan van voetballen). Thuis hadden we de bijbehorende plaat, waarvan een deel van de aanschafprijs naar een goed doel ging. Dat zal niet gelden voor de 5 euro die ik ervoor heb betaald, al ben ik erg blij dat ik deze aankoop heb gedaan. Wie wil snappen waar ik vandaan kom en waar het engagement van mijn generatie zijn grondslag vindt, moet deze plaat maar eens opzetten.


Wat je verder ook van Freek de Jonge vindt, dit is een mijlpaal in de muziekgeschiedenis en in zekere zin ook in die van mijn leven. Het optreden mag dan zijn opgehangen aan het WK voetbal, het slotlied (Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat) is nog steeds uiterst inspirerend. Bram en Freek  waren in de ogen van sommige mensen misschien wat pedant en gelijkhebberig (en werden om die reden wel eens Dram en Preek genoemd), maar ze stonden tenminste ergens voor en waren bereid hun nek uit te steken.

De echte schok kwam echter pas toen ik beide platen beluisterde van Bram Vermeulen uit respectievelijk 1980 en 1982. De tragiek van een leven lang hard werken wordt prachtig bezongen in Pendelaars, terwijl Pauline (over een sleutelkind van dertien dat met haar drukbezette ouders communiceert via briefjes) nog steeds even actueel is als ontroerend. Hij kraakte al een beetje toen ik hem opzette, maar ik ben van plan hem vanaf nu helemaal grijs te draaien.


Vermeulen was toen zelf een jaar of 35, dus met een beetje goede wil kun je hem van middelbare leeftijd noemen. In werkelijkheid is hij niet ouder geworden dan 58 en die wetenschap maakt alles wat hij zingt nog pregnanter. In veel nummers op de plaat Tegen de tijd is het net of hij het tegen mij heeft, alsof hij mij op twintigjarige leeftijd al wilde waarschuwen voor de valkuilen van het volwassen leven.

Veel nummers op deze plaat gaan over tijdgebrek, over foute keuzes, over de ratrace als rattenval. Ik heb ze destijds heel vaak gehoord als student, járen voordat ik mijn eerste vaste arbeidscontract zou ondertekenen, en ergens diep in mijn brein moet hij toen een paar zaadjes hebben geplant. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor, net zoals ik heel blij ben dat ik zijn muziek op deze manier heb herontdekt.