Zoeken

zondag 6 maart 2016

Als schrijver bouw je helemáál geen pensioen op

Er wordt weleens gezegd dat ik "makkelijk praten" heb omdat mijn boeken nu aardig beginnen te lopen, net zoals er ook weleens wordt opgemerkt dat ik makkelijk praten heb met een parttime werkende partner, een tuin op het zuiden, een bijna hypotheekvrij huis en een goedkope hobby (namelijk lezen). De timing is inderdaad navrant, maar je moet niet vergeten dat mijn kinderboek uit 2004 is gezonken als een baksteen en geen cent heeft opgeleverd. Ook heb ik wel eens drie uur in een boekhandel zitten wachten om boeken te signeren, zonder dat er ook maar iemand belangstelling toonde.


Gisteren stuurde iemand mij deze foto, genomen in de AKO op Utrecht CS. Ik vind het altijd leuk als mensen die moeite doen op weg naar hun werk of hun vakantiebestemming, want zo weet ik dat Het nieuwe nietsdoen tot voor kort nog steeds op 1 stond in de non-fictie top 10 van diezelfde boekwinkelketen. Daardoor denken sommige mensen dat ik mijn hypotheek heb kunnen aflossen door een boek te schrijven over aflossen, terwijl het in werkelijkheid precies andersom is gegaan: door het versnelde aflossen kwam ik op het idee van een boek, want eigenlijk was ik in 2008 al definitief gestopt met schrijven.

Ik had al eerder op het punt gestaan het bijltje erbij neer te gooien, want een succesvol schrijver word je niet zomaar. Om te beginnen zat er bijna vijf jaar tussen de eerste zin die ik op papier zette (op 4 september 1991) en mijn debuut als thrillerauteur in 1996. In totaal zou ik vier thrillers schrijven voor Luitingh, waarvan Terugslag de laatste was. Toen dat boek "uit" was, heb ik hoopvol een rondje Rotterdam gedaan om te ontdekken dat geen enkele boekhandel het had ingekocht. Op zo'n moment voel je je net een schilder wiens werk meteen in het depot verdwijnt.

Het heeft uiteindelijk zó lang geduurd voordat ik met schrijven enig succes had (namelijk met Hypotheekvrij! in 2012) dat je kunt stellen dat ik me vier jaar volledig heb gericht op deelname aan de Olympische Spelen zonder ook maar één keer mee te mogen. Het schrijven van boeken deed ik ook nog eens in de avonduren, naast een fulltime baan en na soms drie uur in de auto te hebben gezeten (en dan heb ik het alleen nog maar over de terugweg).

Eén van de hoofdstukken uit Het plakbandpensioen gaat in zijn geheel over dit onderwerp. Daarin noem ik nog niet eens alle hobbels die je op de weg naar succes allemaal kunt tegenkomen. Vaak kun je daar achteraf om lachen (zeker als je de afloop kent), maar destijds was het soms behoorlijk frustrerend. Zo hebben de makers van de film Stille Nacht mijn boek Dubbel Bedrog als basis gebruikt zonder me daarvoor te betalen of  mijn naam op de aftiteling te noemen. Mijn enige kinderboek ging roemloos ten onder omdat de betreffende uitgever net besloten had zich te gaan concentreren op gevestigde auteurs en ik heb ooit een paar uur tevergeefs in een lege boekwinkel zitten wachten zonder dat ook maar iemand De Duistering kocht.

Als je dat allemaal bij elkaar optelt (en hier heb ik het alleen nog maar over het topje van de ijsberg want ik ben ook wel eens voor niks blij gemaakt met het plan om De Plaag te verfilmen, inclusief een in het Engels vertaald script), zou ik zelf nooit zeggen dat ik alleen maar makkelijk praten heb. Ook in boekenland is het namelijk niet zo dat de aanhouder altijd wint, want je moet naast doorzettingsvermogen en geduld gewoon geluk hebben en hopen dat het lot je gunstig gezind is. Timing is belangrijk, maar ook zoiets stoms als een titel kan een boek maken of breken.

En dan nog: zelfs in mijn beste jaar als schrijver heb ik niet de helft verdiend van wat ik voorheen in loondienst kreeg. Daarnaast ben je niet verzekerd tegen ziekte of werkloosheid en bouw je geen cent aanvullend pensioen op. Ik had dus pas echt makkelijk praten gehad als ik nog steeds die weekbladjournalist van toen was die maar twee artikelen per week hoefde te schrijven en elke drie jaar een nieuwe lease-auto kreeg.