Zoeken

maandag 19 december 2022

Eindelijk begin ik te begrijpen wat energiearmoede inhoudt

Toen ik nog werkzaam was als journalist, had ik een map waarin ik knipsels bewaarde over het onderwerp elektriciteit en energievoorziening. Daar zaten ook berichten tussen over de situatie in Engeland, waarin gesproken werd over het fenomeen 'energiearmoede'. Die map ligt, net als de rest van mijn archief, allang bij het oud papier, maar pas nu kan ik me eindelijk een voorstelling maken bij dat fenomeen. Op een tweet over ons huidige gasverbruik kreeg ik afgelopen weekend zoveel reacties, dat je verwarming oprecht een hot item kunt noemen.

Het begon allemaal met een simpele handeling, hoewel het tegelijk iets was wat wat ik in al die jaren nog nooit had gedaan. Nu de temperaturen dagenlang onder of rond het vriespunt schommelden en we de centrale verwarming overdag niet hoger zetten dan 11 graden, was ik benieuwd naar het actuele gasverbruik per dag. Dat bleek grofweg 3 kubieke meter te zijn, hoewel ik pas na twee keer ook het getal achter de komma noteerde voor een nog preciezer inzicht en ontdekte dat het soms ook 4 kubieke meter was. 

Vervolgens zocht ik nog eens na wat het huidige tarief is bij onze elektriciteitsmaatschappij, want zulke getallen heb ik, ondanks al dat fanatieke aflossen en die eeuwige rekensommetjes, niet per se paraat. Toen bleek dat we op koude dagen alleen al tussen de 10 en 14 euro kwijt zijn aan aardgas, omgerekend zo'n 300 tot 400 euro per maand. Natuurlijk is dat slechts een momentopname want in de zomer staat de centrale verwarming uit en gebruik je alleen aardgas voor warm water, maar het gaat tegelijk om behoorlijke bedragen.

Vervolgens plaatste ik dit rekensommetje op Twitter, ook omdat ik benieuwd was naar de ervaringen van andere mensen. Het leidde tot meer dan 600 reacties, wat laat zien dat dit onderwerp bij menigeen helemaal bovenaan het lijstje staat van kopzorgen, prioriteiten en persoonlijke frustraties. Los van allemaal goedbedoelde en verstandige adviezen over het nut van zonnepanelen en isolatie, kreeg ik op deze manier ook inzicht in de huishoudportemonnee van veel Nederlanders. 

Een verbruik van 3 m3 op een van de koudste dagen van het jaar is namelijk een lachertje en helemaal niet slecht, want zelfs met 365 van zulke winterse dagen zou je onder het prijsplafond van 2023 blijven. Ons jaarverbruik aan gas is doorgaans ongeveer 900 m3, ruimschoots onder het gemiddelde voor een huishouden van 3 personen, zeker wanneer je bedenkt dat we in een vrijstaand huis van voor 1960 wonen zonder buren die hun huis verwarmen. 

Van verschillende mensen kreeg ik screenshots toegestuurd van hun huidige energieverbruik die je de adem benemen. Opeens snap je waar het paniekvoetbal van dit kabinet vandaan komt, want met zulke maandbedragen dreigen ontelbaar veel mensen in betalingsproblemen te komen. Sowieso blijft er dan geen geld meer over om uit te geven aan 'leuke dingen', zodat een recessie onontkoombaar wordt en er een kettingreactie ontstaat van faillissementen, ontslagen en nóg meer mensen die het hoofd niet meer boven water kunnen houden.

Toen ik in 2008 extra ging aflossen, kon ik niet voorzien dat er anno 2022 mensen zouden zijn die het equivalent van onze hypothecaire maandlasten uit zouden geven aan gas en stroom. Omgekeerd betekent het natuurlijk ook dat ik in de huidige situatie waarschijnlijk eerder alles op alles zou zetten om de energierekening naar nul te brengen dan de hypotheek. Omdat wij inmiddels al een paar jaar hypotheekvrij zijn, speelt dat dilemma echter niet én heb je de nodige ruimte om onverwachte tegenvallers op te vangen. 

Wat opviel, en wat me ook enigszins verontrustte, is dat veel mensen zoiets hebben van: ik zet de kachel lekker hoog, want ik ga écht niet in de kou zitten. Dat kan natuurlijk grootspraak zijn, want achter een toetsenbord is iedereen opeens stoer en kun je makkelijk bluffen dat je de kachel aanmaakt met aanmaningen van het energiebedrijf. Wie geen slimme meter heeft en er deze winter driftig op los stookt kan, ondanks de energiecompensatie, nog wel een van een koude kermis thuiskomen. Bij dit soort duizelingwekkende bedragen is die 190 euro namelijk slechts een druppel op een gloeiende plaat.





maandag 14 november 2022

Iemand wijzen op hypocrisie is niet vals of dom maar terecht

Vandaag wrongen de veelvliegers van de Volkskrant zich in allerlei bochten om maar niet van 'hypocrisie' te worden beschuldigd. Volgens Sander Schimmelpennick is het zelfs onvermijdelijk dat je inconsequent bent wanneer je het goede uitdraagt en nastreeft. Wie daar anders over denkt is sowieso 'domrechts' of een 'kleinburger'. Misschien gek van mij, of heel erg ouderwets, maar ik wil nu eenmaal niet graag in de kerk zitten bij een dominee die meteen na de zondagspreek in de auto springt op weg naar het bordeel of het casino.

In mijn boek Hypotheekvrij! uit 2012 stel ik vast dat onze sobere levensstijl (weinig spullen kopen, kachel op 17 graden, kleine zuinige auto, veel fietsen, dichtbij op vakantie, niet op wintersport en niet vliegen) ook heel duurzaam is. Ik zeg er altijd nadrukkelijk bij dat dat bijvangst is en niet in eerste instantie de bedoeling, maar dat doet verder niets af aan die vaststelling. Het opvallende is dat mensen vaak heel geprikkeld en defensief reageerden als ik dat hardop uitsprak, zodat ik besefte dat ik een open zenuw raakte of in elk geval een gevoelig punt.

In het verlengde daarvan ligt de vaststelling dat Schiphol prompt de deuren kon sluiten als iedereen zo zou gaan leven als wij. Ook dat is slechts een zakelijke vaststelling, maar ik word heel vaak 'moreel superieur' genoemd, terwijl ik alleen maar probeer om een beetje consequent te zijn. Leven zonder hypotheek is in ons geval ook leven zonder hypotheek op de aarde en daar horen vliegreizen niet bij. Ik zeg vaak naar waarheid dat mijn vrouw voor het laatst in een vliegtuig zat toen het internet nog niet eens bestond.

Vanmorgen reageerde Sander Schimmelpennick in zijn column op het artikel dat afgelopen zaterdag in De Telegraaf verscheen. Ik vond niet elk voorbeeld uit dat artikel even sterk, maar kan me vinden in de strekking. Politici van GroenLinks die zelf in de zomervakantie met hun gezin in het vliegtuig stappen, worden daarmee in één klap ongeloofwaardig. Het zal wel ouderwets zijn, maar je moet toch een beetje proberen te leven naar je idealen en je principes. Want wat zijn politici zonder overtuigingen anders dan politiemensen die in hun vrije tijd blowen en lachgas gebruiken?

In zijn column slaat Sander Schimmelpennick om zich heen als een kleuter die met zijn knuistje in de koektrommel is betrapt en vervolgens met allemaal kutsmoezen op de proppen komt. Hij noemt hypocrisie zelfs 'onvermijdelijk' als je idealen maar hooggestemd genoeg zijn. Beter was geweest als hij over een heel ander onderwerp had geschreven, want zijn verweer is even opportunistisch als gênant. Schimmelpennick redeneert als de vegetariër die gehakt koopt omdat dat beest in de vitrine toch al dood is en verschuilt zich achter de overheid. Verandering begint bij hem niet bij het individu maar bij instanties.

Aan column twee van zijn collega ben ik maar niet eens meer begonnen, al was het maar vanwege de valse tegenstelling in de kop. Zit er werkelijkheid niets tussen die twee uitersten in? Ben je automtisch een 'zak' - of een klootzak - als je cynisch wordt van bepaalde observaties? Het hypocrisie-verwijt is niet dom of vals, maar terecht. Idealisme is blijkbaar alleen maar leuk tot het om offers vraagt. Het zijn meningen die het goed doen in je bubbel en bonuspunten opleveren, maar hol en leeg blijken als het erop aankomt. Wat zijn je idealen waard als ze niets meer betekenen bij de incheckbalie? Je kunt proberen recht te praten wat krom is, maar nu lijkt het er bijna wel op dat hypocrisie iets belangrijks onderstreept of iets is om trots op te zijn.

Wij hebben destijds het roer omgegooid uit financiële noodzaak en dat maakte het makkelijker om - ik noem maar wat - zeven jaar lang geen nieuwe spijkerbroek te kopen of het gezin in een piepklein zuinig autootje te proppen.. De meeste mensen zijn nou eenmaal niet in staat zichzelf beperkingen op te leggen vanwege hun idealen en draaien het thermostaat pas omlaag als de energierekening dreigt te exploderen. Het is precies zoals ze zeggen: de geest is gewillig maar het vlees is zwak, net zo zwak als al die halfslachtige, kromme verweren tegen het hypocrisie-verwijt.

maandag 7 november 2022

Zo spaar je zelf je eigen jubelton bij elkaar!

Aan de vooravond van het afbouwen van de veelbesproken #jubelton, rekende ik op Twitter uit de losse pols voor hoe je als thuiswonende jongere een dergelijk bedrag zélf bij elkaar zou kunnen sparen. Vrijwel meteen regende het boze reacties, tot en met kritiek op het gebruik van een archaïsch, bijna uitgestorven boomer-woord als 'welnu'. Dat laat zien dat mensen liever boos zijn en zich ook liever als slachtoffer presenteren dan dat ze zelf hard aan de slag gaan. 

Trouwe lezers zullen meteen hebben opgemerkt dat dit niet de officiële omslag is van het boek Eindelijk hypotheekvrij! maar een eerste versie. Het is een proefvoorbeeld dat uiteindelijk leidde tot de definitieve cover. Zo gaat het in mijn geval met alles: je noteert een ingeving in je notebook en werkt die gedachte later uit. Sociale media dienen daarbij als reminder, als korte samenvatting of als een soort testpubliek voor nieuwe denkbeelden. Sommige reacties helpen je weer een stapje verder, nuanceren je oorspronkelijke gedachte of voegen er juist iets belangrijks aan toe.

In mijn boeken laat ik zien hoe het mogelijk is in korte tijd een flink bedrag bij elkaar te sparen en onderstreep ik telkens dat er veel meer mogelijk is dan je vooraf denkt. Toen wij in 2008 besloten versneld te gaan aflossen, slaagden we er als anderhalfverdieners in om elk jaar 20.000 euro extra over te boeken naar de bank. Belangrijk daarbij is dat we voordien dat bedrag niet zomaar overhielden en zelf ook versteld stonden hoeveel je kunt bezuinigen en besparen.

Op basis van die ervaring rekende ik uit de losse pols voor hoe je als thuiswonende jongere een ton bij elkaar zou kunnen sparen. Het is een snelle rekensom, gemaakt op de achterkant van het spreekwoordelijke bierviltje. Toch werd ik meteen door iemand geattendeerd op het feit dat je op deze wijze niet 100.000 euro bij elkaar spaart maar slechts 96.0000 euro. Die reactie zette de toon, want vervolgens kreeg ik alleen maar te horen waarom dit niet kon. Jongeren hebben ook vaste lasten, niet iedere jongere verdient zo'n netto bedrag, je moet als jongere ook nog leuke dingen kunnen doen en ga zo maar door.

Die tegenwerpingen kwamen me allemaal buitengewoon bekend voor, want precies zo reageerden mensen als ik vertelde dat ik al zeven jaar geen nieuwe spijkerbroek had gekocht, zelden of nooit nog uit eten ging, rondreed in een 15 jaar oude Alto, niet langer en verder op vakantie ging dan een weekje in een huisje in Duitsland en ook wel eens een zomervakantie was thuisgebleven. Meest gehoorde woorden daarbij waren: 'ja maar' en 'leuke dingen'. Je kunt ook zeggen dat mensen op het puntje van hun stoel zaten als je vertelde dat je bijna hypotheekvrij was en teleurgesteld afhaakten als je opsomde wat je daarvoor tijdelijk allemaal zou moeten laten.

Belangrijk om te onthouden bij alles wat ik schrijf, is dat je het niet te letterlijk moet nemen. Je kunt in mijn rekenvoorbeeld namelijk ook heel andere bedragen invullen, met telkens weer een andere uitkomst. Het gaat om het overkoepelende besef dat je los moet zien te komen van het gemopper op leeftijdgenoten met 'rijke ouders' en zelf aan het rekenen moet slaan. Huizen zijn nu inderdaad belachelijk duur, maar dat heeft meer te maken met de tot voor kort belachelijk lage hypotheekrente dan met royale schenkingen van pa en ma of opa en oma. Het is ook nog maar relatief kort zo dat jongeren al op hun twintigste op zoek gaan naar een koophuis, want in onze jonge jaren was dat onbestaanbaar.

Je hoeft jezelf als thuiswonende jongere met bijvoorbeeld 1700 netto ook niet vreselijk veel te ontzeggen als je maandelijks 1000 euro opzijzet. Heb je een vriend of vriendin die precies hetzelfde doet, dan spaar je in vier jaar tijd sámen een ton bij elkaar. Je kunt dan hoofdschuddend wijzen op de huidige hoge inflatie, maar feit is dat je er over vier jaar veel beter voorstaat met 100.000 euro in je binnenzak dan leeftijdgenoten die alles hebben uitgegeven. Als de huizenmarkt ondertussen verder inzakt, wordt dat bedrag op de huizenmarkt zelfs alleen maar meer waard en sta je straks vooraan om toe te slaan als de markt zijn dieptepunt heeft bereikt.

dinsdag 1 november 2022

Overbevolking is niet langer een onbespreekbaar onderwerp

Nu het immigratieoverschot in 2022 een recordhoogte lijkt te bereiken, begint schoorvoetend iets van een discussie van de grond te komen over bevolkingsgroei en overbevolking. De cijfers liegen er dan ook niet om, want zonder nieuwkomers zou de bevolking amper nog groeien. Nu stevenen we in rap tempo af op 18 miljoen inwoners en komt zelfs het magische getal van 20 miljoen in zicht. Dat geldt echter nog niet voor een oplossing waarin alle partijen zich kunnen vinden, want immigratiebeperking blijft een 'fout' standpunt.

Eigenlijk is het te treurig voor woorden, maar afgelopen zaterdag schoot ik onwillekeurig in de lach toen ik De Volkskrant opensloeg, Daar, ergens rechtsonder op pagina 3, stond bovenstaande grafiek afgedrukt. In het recente verleden kreeg ik er regelmatig van langs als ik het waagde om te schrijven dat de bevolking alleen nog groeide door immigratie, maar hier was dat in één oogopslag te zien. Schokkend is dat het dit jaar om maar liefst 200.000 nieuwkomers zou gaan, een ongekende én onhoudbare toename.

De krant rechtvaardigde dit bericht met de mededeling dat dit een gesprek is dat we liever niet voeren. Dat is een even interessante als veelzeggende vaststelling, al was het maar omdat ik me door dat 'we' in de verste verte niet aangesproken voel. Is dat de 'we' van 'weldenkend'? De 'we' van Volkskrant-abonnees? De 'we' van de redactie? De 'we' van alles en iedereen links van de PVV? Of is het gewoon een omslachtige formulering om aan te geven dat de discussie nog steeds taboe is?

In de aanhef van het artikel wordt verwezen naar Pim Fortuyn, die het zo rond de eeuwwisseling waagde om te zeggen dat het in Nederland 'behoorlijk druk' was. Volgens de krant was dat destijds een zeer omstreden vaststelling, blijkbaar voldoende om Fortuyn uit te maken voor Mussolini, Nederlandse Haider, minderwaardig mens en pleefiguur. Jaren eerder was Hans Janmaat al eens door de rechter teruggefloten vanwege de leus 'vol is vol, op is op'. 

De Volkskrant spreekt dus de waarheid, maar verzuimt te vermelden dat het onderwerp alleen maar 'omstreden' was omdat progressief Nederland het taboe had verklaard. Wie op rationele gronden pleitte voor het beheersbaar maken van de instroom, werd al gauw in de hoek gezet als 'xenofoob' of erger. In Denemarken heeft men gekozen voor een zakelijke aanpak vanuit de gedachte dat dit niet een 'links' of 'rechts' onderwerp is, maar hier durft alleen 'extreemrechts' - let op de aanhalingstekens - er zijn vingers aan te branden.

Voor de aardigheid heb ik uit mijn archief nog even bovenstaand opiniestuk opgeduikeld dat verscheen op 9 juli 1999. Het was een reactie op een eerder opiniestuk van een econoom die vond dat het allemaal reuze meeviel met die overbevolking, waarop een collega vroeg of ik niet eens mijn gedachten op papier wilde zetten over dit onderwerp. Dat wilde ik best, want tijdens mijn studie had ik me uitgebreid verdiept in het onderwerp demografie. Het stuk werd geplaatst in het AD en even later mocht ik mijn toen nog 'zeer omstreden' standpunt zelfs verdedigen op de radio. 

Af en toe vraag ik me nog wel eens hardop af hoe je het woningtekort ooit denkt te kunnen oplossen als je de instroom van nieuwkomers ongemoeid laat, maar verder wacht ik gewoon geduldig tot de wal het schip keert. Mijn geduld wordt daarbij natuurlijk wel ernstig op de proef gesteld, want inmiddels is er een kwart eeuw verstreken. Je kunt ook zeggen dat ik nog in het land leefde van de spreekwoordelijke 15 miljoen mensen toen ik dat opiniestuk schreef terwijl we nu hard op weg zijn naar de 18 miljoen.

Je kunt ook zeggen dat zogenaamd 'weldenkende' mensen er soms wel erg lang over doen voordat ze over sommige onderwerpen willen nadenken. Feitelijk is het dan vaak al aan de late kant of zelfs veel te laat. Alles wat ik over dat onderwerp schreef in 1999 staat nog steeds fier overeind, alleen is het onderwerp nog veel dringender geworden. Dus nogmaals: er is geen 'asielcrisis' omdat er te weinig opvangplaatsen zijn, maar omdat er te veel aanmeldingen zijn.

donderdag 13 oktober 2022

In de krant staat soms inderdaad alleen maar oud nieuws

Elke ochtend vallen er bij ons drie kranten op de mat. Dat was al zo toen ik nog fulltime journalist was en dat is zo gebleven, ook al kost het ons inmiddels zo'n 150 euro per maand aan abonnementskosten. Zonde van het geld zou je zeggen, zeker omdat sociale media veel sneller zijn en nu.nl het nieuws per definitie eerder brengt. Voor mij is 'de krant' echter een onmisbare informatiebron vanwege de columns, de ingezonden brieven, de achtergrondartikelen, de redactionele commentaren en alles wat verder nog tussen de regels door te lezen valt. Maar soms, zoals afgelopen zaterdag, is de krant inderdaad één groot déjà vu.

Om te weten hoe ik me soms voel, zou je eigenlijk De Telegraaf van afgelopen zaterdag erbij moeten pakken en hem open moeten slaan op pagina 30. Het begint al met een groot artikel over wat 'bizar hoge energierekeningen' worden genoemd. Zonder prijsplafond zouden veel huishoudens maandelijks meer dan duizend euro moeten afrekenen voor gas en licht, waardoor er acute betalingsproblemen zouden ontstaan. Iemand suggereerde al dat de overheid alleen maar met miljarden strooit om sociale onrust te voorkomen.

In dit specifieke artikel gaat het over studenten die een woning delen, waarbij mijn oog vooral op de afgebeelde foto viel. Daarop is een studente te zien die onder een dikke deken op de bank zit met een sjaal om en een wollen muts op. Niet alleen is het daar buiten eigenlijk nog iets te warm voor, het deed me denken aan die ene fotograaf die hier ooit over de vloer kwam. Omdat de kachel sinds ons aflosavontuur begon zelden hoger dan 16 graden staat, leek het hem leuk om mij te fotograferen met een dikke trui aan en een sjaal om. 

Voor de grap vroeg ik nog of ik soms ook een muts op moest zetten, maar verder voerde ik met plezier (en voor de zoveelste keer) het gevraagde toneelstukje op. Zo ver bezijden de waarheid was het trouwens niet eens, want in de wintermaanden draag ik binnenshuis altijd een sjaal en ik zit 's ochtends vaak ook onder een fleecedeken de drie genoemde kranten te lezen. Het grote verschil is dat ik nog niet zo lang geleden werd uitgelachen, terwijl het nu als serieuze tip in de krant staat.

Toen ik de pagina omsloeg en de kop van het volgende artikel las, dacht ik zelfs even dat ik gek aan het worden was. Opeens werd ik een jaar of vijftien terug gekatapulteerd in de tijd, toen ik nog thrillers schreef en als journalist bij Audax werkte. Als schrijver heb ik eigenlijk twee carrières gehad: eerst zeven thrillers, een boek over tweede huizen en een jeugdboek, daarna - met een tussenpauze van vier jaar - de serie van negen boeken die begon met Hypotheekvrij!

Op een dag werd ik benaderd door een televisieprogramma dat op een originele manier aandacht wilde besteden aan onopgeloste misdrijven. Omdat misdaadschrijvers over bovengemiddeld veel fantasie beschikken, hadden ze bedacht dat we misschien ook een plausibel scenario konden bedenken bij onopgeloste moordzaken en verdwijningen. In totaal hebben ze me thuis drie keer gefilmd, waarvan één bijdrage daadwerkelijk is uitgezonden.

Hoe het programma heette en welke omroep het uitzond weet ik niet eens meer, maar ik weet nog wel dat ik met een bloedserieus gezicht heb zitten vertellen dat de in 1993 spoorloos verdwenen Tanja Groen mogelijk in handen is gevallen van seriemoordenaar Marc Dutroux. En nu las ik in de krant niet alleen dat dna-onderzoek binnenkort gaat uitwijzen of dat verband inderdaad bestaat, maar ook dat die mogelijkheid tot nu toe nooit serieus is onderzocht.

Ik schrijf dit niet omdat ik zo graag mijn gelijk bevestigd wil zien, maar om te laten zien waarom ik soms denk dat ik gek word. In mijn laatste boek staat ergens dat ik niet zelden het gevoel heb dat ik me schor aan het schreeuwen ben in de stuurhut van de Titanic, maar ook dat geeft niet goed weer wat er allemaal in je hoofd gebeurt bij het lezen van zo'n artikel. Stiekem hoop ik zelfs dat dit opnieuw een dood spoor is, want het zou te bizar zijn voor woorden als iets wat ik een op een namiddag uit mijn duim heb gezogen precies blijkt te kloppen.

Bij het volgende artikel, op de volgende pagina, kon ik een brede glimlach niet onderdrukken omdat de kop bijna letterlijk dezelfde was als de ondertitel van een negen jaar oud boek van mijn hand. Nu heb ik natuurlijk geen patent op het onderwerp 'eerder stoppen met werken' en ben ik niet bepaald de eerste die over dat onderwerp schreef, maar nu leek het wel of de koppenmaker zijn werk had gedaan met een schuin oog op mijn boekenkast.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik een beetje van slag was door deze opeenvolging van overeenkomsten, ook al omdat het voor mij lastig is om mijn eigen fantasie te scheiden van de werkelijkheid. Zo dacht ik aan het begin van de pandemie écht dat ik in de eerste vijf minuten van de film Contagion zat, of anders toch minimaal in mijn eigen virusthriller De Plaag uit 1997. Dat bleek gelukkig mee te vallen, maar leverde onnodig veel stress op en maakt ook dat ik soms niet goed weet of we nu daadwerkelijk op een financieel armageddon afstevenen of dat ik gewoon te veel enge films heb gezien.

maandag 23 mei 2022

Elke grote verandering begint met kleine stapjes

Soms lijkt het of grote veranderingen en radicale koerswijzigingen zomaar uit de lucht komen vallen. Wanneer je echter goed kijk, ontdek je al snel een kruimelspoor van aanwijzingen die vooraf gingen aan dat ene moment waarop het roer werd omgegooid. Voordat ik in 2008 vrij impulsief besloot de hypotheek versneld te gaan aflossen, liep ik al even rond met het idee om een boek te schrijven waarin ik mijn vage verlangen beschreef mijn leven te versimpelen en te versoberen. Het zou 'back to basics' gaan heten en verschijnen op het moment dat de bomen nog tot in de hemel groeiden.


Heel origineel is die titel inmiddels niet meer, maar het beschrijft nog steeds het onbestemde gevoel dat me rond die periode - twee jaar voor de kredietcrisis - besloop. Ik knipte in december in de Volkskrant een column uit van Martin Bril waarin hij het heeft over 'soberheid' en waarin hij in feite de synopsis schreef van de serie waar ik in 2012 alsnog mee zou starten. Je kunt ook zeggen dat hij met zijn woorden een zaadje in mijn hoofd heeft geplant dat zes jaar later tot volle wasdom kwam.

In de column schrijft hij: 'Op het gevaar af als een dominee te klinken (helemaal niet erg trouwens in deze donkere dagen) zou ik willen oproepen meer waarde aan soberheid te hechten. Niet dat we op een houtje moeten gaan bijten, met z'n allen, maar we kunnen wel langer toe met wat we al hebben, en we zouden ook kunnen leven met een langzame economie en minder groei. Dat is beter voor het milieu, beter voor de kinderen, beter voor onze moraal. Er is gewoonweg te veel rotzooi in omloop, te veel bagger te koop. Daar moeten we ons tegen teweerstellen. Soberheid, dat is het antwoord.'


Dat is dus het gekke van geschiedschrijving: dat hij bekend staat als de bedenker van het woord 'rokjesdag' (ten onrechte, want hij heeft het alleen maar gepopulariseerd en het minder plat gemaakt), terwijl hij in feite een pionier was als pleitbezorger van een eenvoudiger leven met een hang naar consuminderen. Het kan ook geen kwaad je eens af te vragen hoe de wereld er nu voor zou staan als we zestien jaar geleden zijn boodschap ter harte hadden genomen, want sindsdien is veel kostbare tijd verspild en lijken we niet veel te hebben geleerd.

2006 is tevens het jaar waarin ik mijn lease-auto in moest leveren en in plaats daarvan koos voor een superzuinige Fiat Panda met een dieselmotor die het mogelijk maakte 1 op 30 te rijden. Doordat hij was uitgerust met een boordcomputer werd het al snel een sport om na elke tankbeurt te kijken of ik misschien nog iets zuiniger zou kunnen rijden. Ook leerde ik al snel dat er een verband bestond tussen rijgedrag en brandstofverbruik, want ook in een zuinige auto kun je heel onzuinig rijden als je het gaspedaal maar diep genoeg indrukt. 


Op dezelfde manier kun je je erover verbazen dat ik nu opeens de hele tijd naar jazz luister, terwijl ik het in mijn boeken steeds maar heb over punkrock en heavy metal. Het lijkt dan bijna of ik zomaar impulsief een bepaalde kant opsla, terwijl het altijd een optelsom is en een kwestie van langzaam opschuiven en ergens naartoe groeien. Zo kwam de deur al op een kier te staan toen ik in de jaren 90 naar de jazzrap van Gang Starr en Guru luisterde, helemaal toen ik ook nog de cd 3D Lifestyles van Greg Osby ontdekte.

Via de jazzy lounge van De-Phazz, de knip-en-plak-jazz van Skalpel en blueszangers als Jimmy Witherspoon en Jimmy Rushing kom je dan vanzelf uit bij de echte jazz, net zoals je uiteindelijk een keer in Rome belandt als je maar lang genoeg naar het zuidoosten blijft rijden. Voor muziek geldt in die zin hetzelfde als voor aflossen: er is geen weg terug. Na een superzuinige Panda stap je nooit meer in een benzineslurper en wie eenmaal alles heeft afgelost is voortaan allergisch voor leningen en het akelige begrip 'overwaarde verzilveren'. 

donderdag 7 april 2022

Het voorjaar begint met een nieuwe houten vlonder

Wat aan het einde van de zomer van 2021 begon met het schoonmaken van een meer dan twintig jaar oude houten vlonder, kreeg dit voorjaar een vervolg in de gedaante van een totale renovatie. Directe aanleiding was een gepeperde offerte van een hovenier die de indruk wekte dat de hyperinflatie al in volle hevigheid had toegeslagen. Nu is hout nooit goedkoop geweest, maar dan doen we het liever zelf en besparen we in elk geval op arbeidskosten. 

Hoe oud die oudste vlonder precies is, wist ik uit mijn hoofd niet meer, maar hij stamt uit de tijd dat we achter ons huis nog een postzegeltuin hadden en moesten woekeren met de ruimte. Wel kon ik me herinneren dat hij destijds is aangelegd door een hovenier en afgerekend in guldens. Dat geeft dus al een aardige indicatie, net zoals de vaststelling dat mijn in het jaar 2000 geboren zoon niet beter weet of dit houten terras is er altijd al geweest. 

Wel weet ik dat we er maar wát blij mee waren, zeker omdat hij precies groot genoeg was voor een ronde tafel met vier stoelen. Bij mooi weer aten we elke avond op deze plek met uitzicht over - toen nog - de weilanden. Er staat me nog heel goed bij dat ik ooit tegen een van mijn broers zei dat ik me 'miljonair voelde' als ik daar aan de waterkant zat. Dat was lang voor Hypotheekvrij!, maar blijkbaar kwam het gedachtegoed uit dat boek niet zomaar uit de lucht vallen.

Inmiddels hebben we een tuin van meer dan 600 vierkante meter, met als gevolg dat diezelfde vlonder alleen nog gebruikt wordt door de katten. Toch besloot ik vorig jaar aan het einde van de zomer om hem eens goed schoon te boenen en van algen en mos te ontdoen. Dat was een succesvolle operatie, maar legde wel bloot dat sommige planken aardig verrot waren en eigenlijk vervangen zouden moeten worden. 

Navraag bij een hovenier leverde een offerte op van meer dan 10.000 euro, wat nogal exorbitant is voor een vlonder die zijn functie feitelijk heeft verloren. Dus besloot ik om dan zelf maar een paar planken te vervangen, niet beseffend dat ik er natuurlijk niet zo makkelijk vanaf zou komen. Een verbouwing duurt altijd langer dan gepland, valt steevast duurder uit en gaandeweg stuit je onvermijdelijk op nog veel meer verborgen gebreken.

Zo bleek er niet zoiets te bestaan als een paar 'slechte planken', want feitelijk waren ze alle zestien aan vervanging toe. Nadat ik die allemaal had verwijderd, bleken sommige palen compleet doorgerot en boven de grond te zweven of zelfs al helemaal losgeraakt. Aan het einde van het liedje, sloeg ik meer dan vijftien nieuwe palen in de grond, zodat je kunt stellen dat ik - op de vijf steunbalken na - een geheel nieuwe vlonder heb aangelegd. 

Ondertussen heb ik ook nog een nieuwe boormachine gekocht, want de oude was nog ouder dan de vlonder en bleek niet opgewassen tegen het harde hout. Uiteindelijk kostte deze operatie al met al twee weken tijd en een kleine tweeduizend euro, maar het eindresultaat mag er zijn en geeft veel voldoening. Wat je niet weet (bijvoorbeeld: moet een vlonder netjes waterpas zijn of juist iets aflopen?) kun je tegenwoordig opzoeken op YouTube, want daar wordt alles voorgedaan.

Vandaag heb ik de laatste schroeven in het houdt gedraaid, met bovenstaand beeld als eindresultaat. Geen gekke prestatie voor een alfa met twee linkerhanden, al moet natuurlijk nog blijken of deze vlonder 2.0 het ook een kwart eeuw weet uit te zingen. In elk geval zijn we zo helemaal klaar voor het mooie weer dat ons beloofd is voor volgende week en kan er weer een streep door een van de klusjes op de to do lijst. Al moeten we nog wél even op ligstoelen uit, want deze zijn intussen zo intensief gebruikt dat je er bijna doorheen zakt.

donderdag 31 maart 2022

Tweede leven voor een tweedehands racefiets

Jaren geleden, tijdens het schrijven van Het Nieuwe Nietsdoen, kocht ik via Marktplaats voor ongeveer 150 euro een tweedehands racefiets van het merk Herman Braun bij een fietsenzaak in het zuiden van het land. Nadat ik hem een tijdje gebruikt had als reservefiets, verdween hij met een lekke achterband in de schuur tot mijn jongste zoon opperde dat hij wel zin had om weer eens op de fiets te stappen. En dus kreeg deze handgemaakte stalen fiets uit 1992 een complete make-over bij de makers zelf.

Trouwe lezers weten dat ik zelf al sinds 1984 op een Herman Braun rijd. Eigenlijk dacht ik toen meer aan een mooi Italiaans model van het merk Chesini, tot iemand me attendeerde op deze framebouwer uit mijn eigen woonplaats. Zo lang deed hij dat werk overigens nog niet, want toen hij niet lang daarna een geheel op maat gemaakte racefiets afleverde, stond daarin het framenummer 38. Die eerste racefiets (niet mijn allereerste want dat was een WBR en daarna een Gitane) heb ik nog steeds in bezit en als ik zou willen rijd ik er zo op weg.

Daarnaast heb ik ook nog een zwarte tweedehands Davy Braun (genoemd naar zijn inmiddels volwassen zoon Dave die tegenwoordig in het bedrijf werkt en vakkundig de frames in elkaar last) en een twee jaar oude Braun die er nog als nieuw uitziet. Die laatste was een cadeautje voor mezelf om te markeren en te bezegelen dat we eindelijk hypotheekvrij waren. Om die reden besloot ik hem ook pas in gebruik te nemen op 1 maart 2020, hoewel ik er door de pandemie pas echt vaak en ver op ben gaan rijden in de zomer van 2021.

Ondertussen stond die groene Herman Braun te verpieteren in de schuur, als een verweesd exemplaar zonder eigenaar. Via de inscriptie had ik weten te achterhalen dat hij ooit op maat was gemaakt voor financieel adviseur Theo van den Boer uit Eindhoven. Dat vond ik wel een grappig - en frappant - detail, omdat ik in mijn boeken juist schrijf dat ik op eigen houtje aan het aflossen was en niets meer aannam van financieel adviseurs (behalve dan hun afgedankte rijwiel). Eigenlijk stond hij op de nominatie om wederom van eigenaar te veranderen via Marktplaats tot mijn jongste zoon opperde dat hij hem wel wilde gaan gebruiken.

En dus reed ik met deze fiets op de achterbank naar Braun Cycling in Spijkenisse om hem daar een grondige onderhoudsbeurt te laten geven. Zelf dacht ik aan nieuwe binnen- en buitenbanden, maar uit de restvoorraad in het magazijn doken de laatste voor dit model geschikte shifters op, plus een set nieuwe tandwielen. Uiteindelijk werd bijna alles vervangen, behalve het frame zelf: nieuwe remblokken en -houders, stuurlint, tandwielen, ketting, binnenbanden, buitenbanden. Omdat er op de originele fiets  een wit zadel zat, werd er ook nog een splinternieuw hagelwit exemplaar van Italiaanse makelij tevoorschijn getoverd.


En zo kreeg deze precies dertig jaar oude fiets, die afgemonteerd werd in de tijd dat de muziekwereld in de ban was van grunge en ik nog moest debuteren als schrijver, een totale make-over van de makers zelf. Je kunt ook zeggen dat Braun Cycling voor deze gelegenheid even Braun Recycling heette, want het eindresultaat is een drie decennia oude racefiets die van een afstandje oogt als nieuw en weer járen meekan. Zelfs als mijn jongste zoon er na een paar rondjes weer genoeg van heeft, dan nog heeft deze tweedehands racefiets door zijn toedoen een tweede leven gekregen.

Voor het bedrag dat deze operatie uiteindelijk heeft gekost (want reparatie dekt de lading niet) had ik ook een splinternieuwe racefiets met schijfremmen kunnen kopen bij Decathlon van het merk Tiban, maar dan praat je over een totaal ander segment en een heel ander soort kwaliteit, en houd je ook geen enkele rekening met zaken als hergebruik en duurzaamheid. Los daarvan heb je op deze manier een unieke, vintage fiets waar er letterlijk maar één van is, met een geschiedenis en een bijbehorend verhaal dat nog lang niet ten einde is.

donderdag 10 maart 2022

Eigenlijk zijn we nu pas echt helemaal hypotheekvrij

Op zondag 1 maart 2020 zaten we met het hele gezin plus aanhang aan een gereserveerd tafeltje in een pizzeria om te vieren dat we, na twaalf jaar fanatiek aflossen, eindelijk de eindstreep hadden gehaald. Wat we toen nog niet konden vermoeden, was dat corona een dikke streep door de rekening zou zetten en een heel andere invulling zou geven aan hoe we ons hypotheekvrije leven in gedachten al hadden ingevuld. Je kunt ook zeggen dat de pandemie ons leven tijdelijk op pauze heeft gezet tot op 1 maart 2022 eindelijk de vlag uit kon. 


In Coronaproof! uit 2021, een boek dat eigenlijk helemaal niet gepland was maar dat zich laat lezen als een interessant addendum, vertel ik in geuren en kleuren hoe we die laatste week van februari 2020 hebben doorgebracht. Het eerste woord dat je daarbij te binnen schiet, is dat van 'zalige onwetendheid'. Je kunt ook zeggen dat ik zo gefixeerd was op de eindstreep, dat ik alle signalen van wat op handen was negeerde. Aflossen doe je soms met oogkleppen op, met als gevolg dat de op handen zijnde pandemie pas mijn volledige aandacht kreeg op 2 maart.

Die laatste week hebben we twee concerten bezocht, één bioscoopfilm en één ver familielid. Verder hebben we veel gewandeld en met vrienden afgesproken. Tussendoor sloegen we aan het shoppen alsof Black Friday ineens middenin de voorjaarsvakantie viel. Nadat ik jarenlang had rondgelopen in een iets te grote oude winterjas, kocht ik meteen maar twee nieuwe exemplaren in de uitverkoop. Daarnaast deed ik mezelf twee paar nieuwe cowboylaarzen cadeau, zodat ik de eerste uitgespaarde maandbetaling meteen alweer had uitgegeven.

Vaak heb ik teruggedacht aan dat laatste concert in Theater Walhalla, vooral omdat we geen tel beseften dat dit voorlopig inderdaad het allerlaatste concert zou zijn. Op mijn bureau lag een flinke stapel entreekaartjes, inclusief een mooie plek op de vierde rij voor een optreden van Frazey Ford dat precies op mijn verjaardag viel. In werkelijkheid bleken we een trouwerij in de zomer te hebben gepland op de dag dat er een windhoos opstak, want het openbare leven kwam geheel stil te liggen, net als de promotie en verkoop van mijn boek. 

Ik las in de krant dat veel mensen de pandemie hebben opgevat als een soort persoonlijke belediging, juist omdat hij ieders leven compleet overhoop haalde. Dat is onzin natuurlijk, want het universum trekt zich niets aan van de uiterst onbelangrijke, piepkleine radertjes die we zijn. Toch kan ik er nog steeds niet helemaal over uit dat we in 2008 zijn gaan aflossen toen de kredietcrisis in volle hevigheid losbarstte om daar precies 12,5 jaar later mee klaar te zijn toen de eerstvolgende crisis zich aandiende. Wat er op wereldschaal gebeurt staat geheel los van mij, maar mijn timing is zo navrant dat ik in een roman niet mee weg zou komen.

Het eerste concert dat op de lange baan werd geschoven, was dat van Dayna Kurtz, waarna een lange reeks volgde van uitgestelde tournees en gecancelde optredens. Tussen de lockdowns door bezocht ik nog wel eens een concert, maar het was mondjesmaat en zelden helemaal ontspannen. Tot de laatste februariweek van 2022 zich aandiende, waarin we die van twee jaar geleden nog eens dunnetjes over deden. Meteen op vrijdag 25 februari zagen we de Franse jazztrompettist Erik Truffaz in Rotterdam optreden, gevolgd door nog eens drie concerten, één film en één restaurantbezoek. 

Halverwege die week bedacht ik opeens dat dit niet alleen een herhaling van zetten was, maar ook een uitgelezen kans om in gedachten die hele pandemie te deleten. Je kunt de geschiedenis natuurlijk niet uitwissen, maar je kunt in je hoofd wel een knip zetten in de bijbehorende film of proberen de data te overschrijven. Ook nu hebben we de nodige concerten in het verschiet en als we Lynne Hanson straks op precies dezelfde locatie zien optreden als in 2020 gepland, zal het net zijn of corona niks meer was dan een boze droom.

Dat is een heel bewuste keuze, want je zou net zo goed kunnen stellen dat uitgerekend op dit moment de oorlog in Oekraïne roet in het eten gooit. Om dat te voorkomen gedraag ik me willens en wetens als een struisvogel die zijn kop zo diep in het zand heeft gestoken dat alleen zijn achterpoten nog te zien zijn. Je kunt en mag daar van vinden wat je wilt (en misschien wijd ik daar binnenkort nog wel eens een heel blog aan), maar voorlopig ben ik van plan om de komende maanden te gaan te gaan leven - en vooral: te gaan béleven - zoals ik op 1 maart 2020 van plan was. 

woensdag 2 maart 2022

Hoe de pandemie mijn muzieksmaak voorgoed heeft veranderd

In mijn laatste boek beschrijf ik hoe de pandemie mijn muzieksmaak heeft veranderd. Niet alleen was er tijdens lockdowns weinig anders te doen dan intensief naar muziek luisteren, de omstandigheden vroegen ook om een heel andere soundtrack. Het effect dat ik beschrijf, is niet gestopt op de publicatiedatum, maar eerder in een soort stroomversnelling terechtgekomen. Na een positieve test en een paar dagen met koorts onder de wol, smaakte alles alleen nog maar zout en wilde ik ook nog maar één ding horen.

Aan het einde van het desbetreffende hoofdstuk laat ik de lezer achter met de vaststelling dat ik nu pas goed naar Rod Stewart heb leren luisteren en via hem The Faces heb ontdekt. Ook ben ik er na maart 2020 pas achter gekomen dat de loopbaan van Mark Knopfler niet is gestopt toen de Dire Straits uiteenvielen. Sterker nog: een paar van zijn allermooiste nummers staan misschien wel op de solo-cd's die hij daarna maakte. Dat was allemaal nieuw voor me, maar het was tegelijk ook weinig wereldschokkend. Het is immers maar een klein stapje van de Stones naar de Faces, zeker als je bedenkt dat Ron Wood precies hetzelfde in omgekeerde richting heeft gedaan.

De echte grote omschakeling vond dan ook pas na het verschijnen van mijn boek plaats, dus in zekere zin buiten het blikveld van de lezer. Maar ook nu ging het geheel ongemerkt, telkens met volkomen logische maar tegelijk piepkleine muizenstapjes. Zo completeerde ik mijn collectie van bluesgitarist Muddy Waters, inclusief een album waarop ook repertoire stond van ene Memphis Slim. Pas toen besefte ik dat ik pianoblues al die tijd ten onrechte links had laten liggen en stuitte ik op artiesten als Sammy Price, Otis Spann en Champion Jack Dupree.

Vaak vergelijk ik het besluit om versneld te gaan aflossen met het instinctief nemen van een onverhard zijpaadje. Kenmerk van die bochtige, onoverzichtelijke weg is niet alleen dat hij je voert langs onverwachte vergezichten, de weg zelf is ook zo smal dar je nergens kunt keren. Op het moment dat ik begon te luisteren naar al deze artiesten - en via hen weer terecht kwam bij instrumentale boogiewoogie en stride - was er feitelijk óók geen weg meer terug. Sterker: alle richtingaanwijzers langs de weg leidden naar dezelfde eindbestemming.

Want hoe gaat dat? Op dit punt van de reis is het nog maar een klein stapje naar muzikanten als Fats Waller, Count Basie, Duke Ellington en Oscar Peterson, dus voor je het weet vervaagt de scheidslijn tussen blues en jazz. Je kunt ook zeggen dat je na een lange reis ineens in voormalig Oost-Duitsland bent aangekomen, zonder dat je onderweg nog de restanten hebt opgemerkt van het IJzeren Gordijn. Zelf heb ik het gevoel dat ik de afgelopen halve eeuw zo'n beetje alle uithoeken van de popmuziek heb verkend en nu de deur heb geopend naar de volgende schatkamer.

In zekere zin heb ik mezelf door een smalle opening in de rotsen geperst en nu bevind ik me in een enorm onderaards gewelf met allemaal fonkelende edelstenen. In die zin was de pandemie dus ook een soort perswee die me ergens heeft gebracht waar ik nooit verwacht had te zullen uitkomen. Tegelijk is jazz - net als klassieke muziek - niet zelden het eindstation voor fanatieke muziekliefhebbers. Het is onontgonnen gebied en tegelijk ook de bron waaruit veel moderne muziek is voortgekomen. Frappant in dit verband is dat de vorige pandemie (die van de Spaanse Griep in 1918) heeft geleid tot de 'roaring twenties' waarin big band en jazz een dominante rol speelden.

Na een kortstondige flirt met jazz in het voorjaar van 2021 was ik al snel weer terug bij de vertrouwde seventies rock, southern rock en de Stones. Maar helemaal verdween het genre niet uit mijn systeem, want ik bezocht in de zomer een paar jazzconcerten en zag in augustus in de bioscoop de concertfilm Jazz on a Summer's Day. Toen raakte ik - op de valreep zou je bijna kunnen zeggen - eind januari van dit jaar besmet met corona en belandde ik in bed met hoofdpijn en koorts. De dagen ervoor had ik veel naar Neil Young geluisterd, maar nu had ik alleen nog puf voor Netflix.

Eenmaal weer op de been, bleek alles wat ik op mijn brood smeerde alleen maar zout te smaken, zodat ik dagen achtereen lunchte met brood met stroop. Ook muziek trok me ineens niet meer, zodat ik voor het eerst van mijn leven besluiteloos met mijn handen op mijn rug voor de cd-kast stond. Uiteindelijk zette ik een live-album op van Oscar Peterson en toen viel het kwartje in mijn hoofd en ging de deur weer wagenwijd open. Afgelopen weekend heb ik drie jazz-concerten bezocht, ik heb een flink aantal cd's van Dexter Gordon, Ben Webster en Coleman Hawkins aangeschaft en een dezer dagen verwacht ik zelfs een paar jazzboeken in de brievenbus. Voor mij zijn de roaring twenties dus allang begonnen, maar dan wel met de stille hoop dat ze op andere terreinen niet al te roerig en rumoerig zullen gaan verlopen.