Zoeken

zondag 7 oktober 2018

Waarom kijk ik zélf eigenlijk niet #aflossingsblij?

Een week geleden ging een campagne van start die bedoeld is om mensen met een aflossingsvrije hypotheek wakker te schudden. Veel consumenten reageren niet op e-mails van de bank of gooien post ongeopend in de papierbak, dus wellicht slaan ze wél aan op een vrolijke commercial vol mensen met blije gezichten. Je moet je verhaal immers een beetje ongedwongen brengen, ook al is de bijbehorende boodschap soms helemaal niet zo grappig en leuk. Grote vraag is dus waarom dat spotje mij niet aanzette tot een ongedwongen rondedansje door de woonkamer.


Toen ik de commercial op maandagmorgen voor het eerst zag - stomtoevallig want mijn oudste zoon had de tv even aangezet terwijl ik de krant zat te lezen en hij zijn ontbijt naar binnen werkte - viel ik van verbazing van de tweezitsbank. Ik wist dat de banken zaten te broeden op de vraag hoe ze alle mensen met een aflossingsvrije hypotheek het beste konden benaderen, maar deze insteek was in meerdere opzichten een verrassing. Het was ook een totaal surrealistische ervaring, alsof ik opeens in een soort timeloop terecht was gekomen waarin alles compleet op zijn kop stond.

Op de eerste editie van mijn boek Hypotheekvrij! werd expliciet verteld dat je hier eindelijk kon lezen 'wat banken je niet vertellen'. Het is dan op z'n minst een tikje ironisch als diezelfde banken zes jaar later wél met die boodschap over de brug komen. Je kunt deze campagne dus beschouwen als mosterd na de maaltijd of als bakzeil halen, maar meer nog is het een boetedoening voor het bedenken van het misleidende woord 'aflossingsvrij'. Ik vrees dat er nog steeds mensen zijn die oprecht denken dat je een dergelijke hypotheek niet hoeft af te lossen, terwijl het juist gaat om een lening waarbij je alle vrijheid hebt om in je eigen tempo af te lossen.


Verder dan dat wil ik niet gaan, want ik ben het volstrekt oneens met huiseigenaren die beweren dat banken deze hypotheekvorm hebben opgedrongen. Ik moest erg lachen om dat filmpje van Pieter Derks, maar inhoudelijk rammelt het een beetje. Het is uitgesproken jammer dat hij precies tien jaar geleden een huis heeft gekocht (want vlak voor de kredietcrisis en de bijbehorende daling van de prijzen, maar je kunt moeilijk volhouden dat de bank hem die hypotheek heeft aangesmeerd of in de maag heeft gesplitst. Als huizenkopers in die hoogtijdagen van de huizenmarkt een adviseur troffen die tot behoedzaamheid maande en hen wees op de risico's, zochten ze gewoon een andere tussenpersoon die wél bereid was hen het maximale bedrag te lenen.

De aflossingsvrije hypotheek kwam banken goed uit (omdat ze geld konden blijven uitlenen ondanks de hoge huizenprijzen), maar burgers profiteerden er net zo goed van omdat hun droomhuis op deze manier binnen bereik bleef. Je kunt deze hypotheekvorm ook heel goed benutten door de eerste paar jaar helemaal niks af te lossen en daarna - als je inkomen is gestegen - alsnog te beginnen met extra stortingen. Je kunt echter moeilijk volhouden dat je als consument in 2008 totaal niet wist waar je je handtekening precies onder zette als je bedenkt dat ik in datzelfde jaar uit mezelf ben begonnen met aflossen.


Het meest bevreemdende aspect van deze hele campagne is echter de slogan 'aflossingsblij'. Die term kwam me zo bekend dat ik mijn eigen boeken er nog eens heb bij gepakt om te zien of (beter gezegd: wanneer) ik die woordspeling zelf al eens had gebruikt. Dat bleek niet in Hypotheekvrij! te zijn, maar wel in Het nieuwe nietsdoen dat twee jaar later verscheen en dat zich zou ontpoppen tot mijn bestverkochte boek. Vier jaar voordat het duurbetaald reclamebureau van de banken de domeinnaam www.aflossingsblij.nl lanceerde, had ik hem dus al in een boek opgenomen. Iemand anders maakte me er zelfs nog op attent dat ik mijn lezers op 1 januari al eens 'een aflossingsblij 2016' had toegewenst.

Los van het feit dat deze campagne dus niet bepaald de originaliteitsprijs verdient, vraag ik me af waar al die vrolijke gezichten en blije danspasjes precies naar verwijzen. Natuurlijk kan het een hele opluchting zijn als je ontdekt dat je je geen zorgen hoeft te maken en dat er in jouw specifieke geval geen noodzaak is om ook maar één cent extra af te lossen omdat je hypotheekakte geen einddatum kent en je de maandlasten makkelijk kunt ophoesten. Tegelijk denk ik dat je pas echt aflossingsblij bent - en ook gewoon erg blij - wanneer je net de allerlaatste extra storting hebt gedaan en je midden in de zomer een vreugdevuur ontsteekt in je hypotheekvrije achtertuin.


zaterdag 29 september 2018

Kun je een filmboek schrijven zonder het over #MeToo te hebben?

Half januari verschijnt mijn nieuwe boek waarin ik verslag doe van dit filmjaar. De insteek is tweeledig: wat doet het met je leven als je gemiddeld elke werkdag één keer naar de bioscoop gaat? En: wat vertellen al die films ons over de wereld waarin we leven en de mensheid? De maand september zal daarbij geheel in het teken staan van #MeToo, niet alleen omdat die beweging in Hollywood begon, maar ook omdat we sindsdien feitelijk niet veel zijn opgeschoten en weinig hebben geleerd.


Het zal overigens nog een hele klus worden om die bewuste hoofdstukken te schrijven, want aan ruw materiaal heb ik zo'n 15.000 woorden terwijl een compleet boek ongeveer 60.000 woorden telt. Met mijn mijmeringen en observaties zou ik dus gemakkelijk een kwart boek kunnen vullen, terwijl ik me met het oog op variatie en leesbaarheid moet beperken tot twee hoofdstukken. Dat knaagt, zeker omdat uit de zaak Kavanaugh nog eens blijkt hoezeer dit onderwerp is gepolitiseerd en hoe de discussie al is vastgelopen voordat hij goed en wel is begonnen.

De afgelopen dagen plaatste ik op twitter al een paar voorzichtige kanttekeningen bij die kwestie en dat valt niet bij iedereen in goede aarde. Zelf denk ik dat je als politicoloog en schrijver - dus niet als persoonlijk betrokkene - best een paar zinnige dingen kunt zeggen over de gang van zaken rond de benoeming van deze opperrechter zonder dat dat verder ook maar iets zegt over je eigen politieke voorkeur of je kijk op de gewenste omgang met vrouwen.


Laat ik een paar voorbeelden noemen, zonder van de inhoud van mijn boek verder iets weg te geven. Zo hoorde ik op televisie een paar keer zeggen dat Christine Blasey Ford zo geloofwaardig overkomt dat ze een Oscar zou hebben verdiend als ze dit allemaal uit de duim had gezogen. Nou, zoiets doms zeg je niet als je dit jaar al meer dan 195 bioscoopfilms hebt gezien. Ik vind dat Charlize Theron een Oscarnominatie heeft verdiend voor haar rol in Tully en Maria Kraakman een Gouden Kalf voor In Blue, maar bij Blasey Ford werd ik al na een minuut helemaal gek van dat huilerige toontje in haar stem. Als het inderdaad geacteerd zou zijn, dan is het slecht geacteerd.

Nu we het toch over films hebben (en dat laat meteen zien dat een filmboek nooit alleen maar over films kan gaan): het incident dat ze beschrijft bij het verhoor onder ede is iets wat je in de bioscoop héél vaak ziet. Er is een feest aan de gang van scholieren of studenten, iedereen is aangeschoten en dronken, en in elke slaapkamer, badkamer of gangkast zijn stelletjes aan het frunniken en friemelen. Dat rechtvaardigt niks en zegt verder ook totaal niks over vrijwilligheid en onveiligheid, maar het is iets wat niet alleen in films heel veel voorkomt. Feestje zijn op die leeftijd vaak juist een excuus voor halfdronken vrijpartijen buiten het blikveld van ouders en opvoeders.


Zijn jullie er nog? Mooi, want ik kan zo nog wel even doorgaan. Zo ging het er op televisie voornamelijk over wie het meest authentiek, betrouwbaar en geloofwaardig overkwam. Dat zijn goede criteria voor het uitkiezen van een partner of het selecteren van de beste sollicitant, maar het lijkt me een nogal wankele basis voor een stemming of een gerechtelijke uitspraak. Zelf vind ik Kavanaugh een beetje gluiperig, maar ook Blasey Ford is niet alleen maar oprecht. Sympathie en antipathie doen er echter helemaal niet toe, al zullen alle vrouwen die ooit iets vervelends hebben meegemaakt met een man automatisch hun gevoelens en ervaringen projecteren op Blasey Ford en alleen al om die reden blindelings haar kant kiezen.

Dat is niet gek, want als Kavanaugh onder vuur ligt voel je je als man ook een beetje aangesproken, zelfs als je nooit op Trump zou hebben gestemd en je oprecht vindt dat mannen respectvol met vrouwen zouden moeten omgaan. Maar toch valt er nog wel iets interessants over haar verklaring te zeggen, bijvoorbeeld hoe listig ze haar verhaal opschaalt door woorden te gebruiken als 'poging tot verkrachting' en 'moord'. In een eventuele rechtszaak zou Kavanaugh hooguit aangeklaagd worden voor aanranding, maar het consequente gebruik van die andere woorden suggereert iets veel ernstigers en zwaarders (ook al zeg je feitelijk alleen maar dat je 'bang was dat hij je per ongeluk zou vermoorden').


En zo zitten er nog veel meer interessante aspecten aan deze zaak. Want hoe betrouwbaar is je geheugen nog na 36 jaar? Herinnert Blasey Ford (en datzelfde geldt natuurlijk voor Kavanaugh) zich de gebeurtenis of vertelt ze slechts de laatste versie die ze in haar hoofd heeft opgeslagen? Een vrouw van 51 is zo'n ander schepsel dan een kind van 15 dat het feitelijk een totaal ander persoon is en in zekere zin zelfs een vreemde. Misschien was dat meisje van 15 op dat feestje niet alleen een beetje dronken , maar ook een beetje opgewonden, overmoedig en nieuwsgierig. Dat kan allemaal, net zoals het mogelijk is dat ze van A tot Z de waarheid vertelt en zelfs dat het nog veel erger en pijnlijker was dan ze schetst.

Ook vaak gehoord op televisie de afgelopen week: waarom zou iemand zoiets verzinnen? Wel, heb je even? Geef mij een kladblok en een pen en ik schrijf vier totaal verschillende verhalen waarin ik het volstrekt aannemelijk maak dat ze dit verzint of zo heeft ingekleurd dat ze zich heeft gereduceerd tot weerloos en willoos slachtoffer. Het kan aandachttrekkerij zijn of een manier om jezelf belangrijker te maken dan je bent. In een van die verhalen zou ik haar zelfs heimelijk jaloers laten zijn op de vrouw van Kavanaugh en de status van zijn nieuwe functie. Je kunt deze zaak nou eenmaal niet bekijken zonder er door de ogen van een psycholoog (of een romanschrijver) naar te kijken.

Hier laat ik het voorlopig bij, al moet het me nog wel van het hart dat ik nog steeds niet goed weet of je iemand wel zomaar kunt beschuldigen van iets wat hij hij op zijn zeventiende heeft gedaan. Los nog van de leeftijd, kun je vaststellen dat hij er destijds niet op is aangesproken of voor is aangeklaagd. Vraag is of je dat vervolgens een leven lang als een soort troefkaart achter de hand mag houden om op het geschikte moment te trekken. Doet ze dat louter uit edele motieven of om zijn carrière te frustreren en zo indirect de plannen van president Trump te dwarsbomen?

Daarmee is het laatste woord over deze kwestie nog niet gezegd, maar ik denk persoonlijk dat het interessante vragen zijn waar we in alle openheid over verder zouden moeten discussiëren. Dat gebeurt nu nog veel te weinig, want op Adriaan van Dis na heb ik op televisie vooral veel jaknikkers gezien die meehuilen met de wolven in het bos en verder niets interessants aan de discussie hebben bij te dragen. Grote vraag blijft namelijk hoe we ons het post-MeToo-tijdperk precies voorstellen. Beter gezegd: het kan terecht zijn om iemand te veroordelen voor iets wat hij 35 jaar geleden heeft misdaan, maar hoe stellen we ons de wereld voor over 35 jaar? Dat lijkt me interessanter en leerzamer dan bij elke gelegenheid kritiekloos en klakkeloos de kant van het slachtoffer te kiezen zonder op z'n minst een paar kanttekeningen te plaatsen.

zondag 23 september 2018

Waarom zou je (M/V) eigenlijk per se carrière willen maken?

De laatste tijd wordt er weer met alle macht op vrouwen ingepraat en aan hen getrokken om vooral méér uren te gaan draaien. Daarbij hoor je steevast dezelfde versleten argumenten: het brengt meer geld in het laatje voor de overheid, je bent het aan de maatschappij verschuldigd en je hoeft niet de bijstand in als je relatie onverhoopt strandt. Bovendien kun je in deeltijd nooit de top bereiken. Vraag is echter hoe erg dat laatste is, want zelf heb ik ook nooit mijn best gedaan om hogerop te komen.


Laat ik voorop stellen dat iedereen zo veel en zo hard en zo lang mogelijk mag werken als hij/zij zelf wil. Wie mijn boeken heeft gelezen, weet dat ik me sterk maak voor zelfbeschikking, persoonlijke vrijheid en eigen keuzes. De heersende trend is echter dat er van alle kanten aan mensen getrokken wordt om de handen uit de mouwen te steken en liefst fulltime aan de slag te gaan. Mannen doen dat meestal al uit zichzelf, dus vooral vrouwen zijn het doelwit van overheidscampagnes, peer-pressure en persoonlijke columns die inspelen op hun angst of schuldgevoel.

Daarbij krijgen 'deeltijdprinsesjes' die 'teren op de zak van hun partner' (niet mijn woorden), regelmatig te horen dat ze een carrière wel kunnen vergeten als ze parttime werken en op deze manier ook nooit de top zullen bereiken. Het verklaart de moeite die het vaak kost om voor leidinggevende functies en raden van bestuur voldoende geschikte vrouwelijke kandidaten te vinden, maar het gaat geheel voorbij aan de vraag waarom je met alle geweld steeds hogerop zou willen komen (zeker als geld en status je koud laten).


Zelf ben ik zo'n dertig jaar journalist geweest zonder ook maar één tel de ambitie te hebben om eindredacteur of hoofdredacteur te worden. Ik hield van het ambacht en de afwisseling en had er weinig zin in om de baas te spelen, te vergaderen met de directie of  eindverantwoordelijk te zijn voor de inhoud. Ik kon vrij nemen wanneer ik wilde en had als razende reporter precies die vrijheid waar ik behoefte aan had. Op dezelfde manier werkt mijn vrouw al sinds 1982 (parttime) in het onderwijs zonder dat ze ooit de wens heeft gekoesterd om directeur te zijn. Je kunt je werk decennia lang met veel plezier doen zonder ook maar één tree hogerop te komen.

Niet zo lang geleden was ik op een verjaardag en daar werd me op fluistertoon meegedeeld dat een van de vrouwelijke leraren in het gezelschap onlangs was benoemd tot rector. Die fluistertoon had waarschijnlijk met discretie te maken maar vooral met ontzag, terwijl ik de mededeling schouderophalend in ontvangst nam en ondertussen bedacht dat ze eigenlijk ook wel de leeftijd had om zo zoetjesaan te stoppen met werken. Wie belang hecht aan status, moet dus wel beseffen dat andere mensen niet zo snel onder de indruk zijn van wat er nou precies op je visitekaartje staat.


De laatste vier jaar van mijn loopbaan (die je in mijn geval dus als een rechte lijn moet zien in plaats van een ladder of een curve) kwam ik noodgedwongen in de situatie terecht dat ik chef moest spelen en freelancers moest aansturen. Het waren vier interessante jaren omdat ik eindelijk het tijdschrift kon maken dat me voor ogen stond, maar dat werd goeddeels teniet gedaan door de werkdruk, de tegenvallende advertentie-inkomsten, het overleg en de verkoopcijfers die na een veelbelovend begin langzaam begonnen af te kalven. Nu werk ik af en toe nog wat aan de keukentafel en is van een carrière in de klassieke zin in het geheel geen sprake meer.

Ook opvallend in deze discussie - maar dat is eigenlijk een apart onderwerp - is dat er in al die berichten over werkende vrouwen gesproken wordt over kinderopvang, terwijl dat maar een tijdelijke fase is. Een vrouw die op haar 28ste voor het eerst moeder wordt, heeft op haar veertigste een kind dat op de middelbare school zit en moet met een beetje pech nog dertig jaar wachten op de eerste AOW-uitkering. Juist in die wat minder hectische fase is het belangrijk om te kiezen voor wat je écht belangrijk vindt in het leven en je niets aan te trekken van wat de maatschappij van je verwacht of wat toevallig op dat moment in de mode is.

vrijdag 14 september 2018

Een jaar lang elke werkdag naar de bioscoop

Nog een paar maanden en dan verschijnt mijn nieuwe boek, waarin ik verslag doe van mijn fanatieke bioscoopbezoek in 2018. Er zijn nogal wat mensen die dat beschouwen als een stijlbreuk of als een stom onderwerp, terwijl ik het zelf juist zie als een vet uitroepteken achter de serie die in 2012 begon met het boek Hypotheekvrij! Het gaat immers in de eerste plaats over het incasseren van een welverdiende beloning na al die jaren van aflossen en afbouwen.


De werktitel van Een jaar in het donker maakt al iets beter duidelijk wat ik met dit boek - en eigenlijk met dit hele experiment - voor ogen had. Het was namelijk niet alleen mijn bedoeling om in een jaar tijd 250 films te zien in de bioscoop, maar ook om dat te doen onder wérktijd. Dus had ik het bijbehorende mapje op mijn computer 'Naar de film in kantoortijd' gedoopt, nadat ik een artikel had gelezen met een soortgelijke kop. Het getal 250 is ook niet toevallig gekozen, want dat betekent dat ik - met tussendoor twee weekjes zomervakantie - omgerekend elke werkdag precies één film heb gezien.

Nu is dat natuurlijk niet normaal (hoewel het nog lang geen wereldrecord is), maar het is dan ook nadrukkelijk bedoeld als een eenmalig experiment. Volgend jaar zal ik vast en zeker regelmatig naar de bioscoop gaan, maar wel veel minder frequent en ook niet langer met dat ene afgeronde getal in mijn achterhoofd. Met dit boek wil ik eigenlijk alleen maar laten zien wat er - door jezelf een tijdje op rantsoen te zetten en fanatiek te gaan aflossen en sparen - aan het einde van de rit allemaal op je wacht als uitgestelde beloning. Want dan is er ruim voor je echte pensioendatum ineens alle tijd voor jouw eigen hobby's, dromen en plannen.


Door het kijken naar al die films - en vooral ook door elke week zonder onderscheid naar álle nieuwe films te kijken die uitkomen - is mijn kijk op de wereld een heel andere dan aan het begin van het jaar. Het lijkt een flauwe woordgrap, maar ik kan je verzekeren dat zo'n stroom bewegende beelden uit alle uithoeken van de wereld je horizon verbreedt en je blik verandert. Ik ga op deze plek niet verklappen tot welke conclusies ik allemaal ben gekomen, maar ik ben in sommige opzichten een heel ander mens dan aan het begin van dit experiment.

Zo ben ik nu pas goed gaan beseffen hoe belangrijk het is waar dat hypotheekvrije huis eigenlijk precies staat, want ik kan met mijn Cinevillepas kiezen uit vier - en als ik Schiedam meereken zelfs vijf - theaters op fietsafstand. Ik voel me niet alleen de koning te rijk doordat ik zeer binnenkort een hypotheek heb van nul euro, maar ook omdat ik kan kiezen uit een enorm aanbod aan films. Daar komt bij dat ik onder de rook woon van zo'n wakkere stad dat ik in sommige theaters al om tien uur 's ochtends terecht kan en ik in alle vroegte langs de file op de A16 fiets op weg naar de bios.


Een jaar in het donker - dat nog niet eens af is want het jaar telt nog ruim drie maanden - wordt natuurlijk geen droge opsomming of een bundel met 250 recensies. In het boek beschrijf ik mijn bevindingen en observaties, vertel ik welke levenslessen je uit dit experiment kunt trekken en vraag ik me af wat er nog voor zinnigs te zeggen valt over #MeToo nu het stof een beetje is neergedaald. Daarmee is dit waarschijnlijk het meest beschouwende en filosofische boek tot nu toe, want aflostips ontbreken en ik heb het alleen maar over geld als ik uitreken hoeveel elke bioscoopkaartje me dankzij het vaste abonnementstarief van 20 euro per maand met terugwerkende kracht heeft gekost.

Niet iedere lezer zal het leuk vinden als ik hen een spiegel voorhoud of ga zitten graven in hun psyche. Maar op één vraag zal iedereen voor zichzelf toch een antwoord moeten proberen te formuleren. Wanneer ik op donderdag al om tien uur in de bioscoop zit en drie films achter elkaar bezoek, breng ik daar in feite een hele werkdag door en heb ik het gevoel dat ik - al dan niet in het gezelschap van mijn vrouw - te gast ben op mijn eigen kinderfeestje. De gemiddelde werknemer moet dan wel met héél sterke en vindingrijke argumenten op de proppen komen om mij ervan te overtuigen dat een hele dag op kantoor leuker of bevredigender is dan een dagje Kino...




woensdag 29 augustus 2018

Na de zomervakantie gaat de vakantie gewoon door

Op de laatste dag van de zomervakantie vroeg de eigenaar van het appartement aan de voet van het Zwarte Woud met oprecht medeleven of ik de dag na thuiskomst weer naar mijn werk moest. Het enige juiste - en eerlijke - antwoord op die vraag is dat de keukentafel mijn werkplek is en dat ik als schrijver en columnist mijn werktijden helemaal zelf kan bepalen. In die zin gaat de vakantie na thuiskomst dus gewoon door, want ik probeer het meestal zo te plannen dat ik zit te tikken met druilerig weer en alleen maar leuke dingen doe als het droog is en de zon schijnt. Vandaar dat ik met meer dan gemiddelde aandacht begon aan een artikel uit De Volkskrant waarin wordt betoogd dat we niet zonder werk kunnen.


Grappig genoeg is het bewuste artikel geschreven door een leeftijdsgenoot, want als ik de naam Sander van Walsum intik op google ontdek ik dat hij 58 jaar oud is, dus van precies dezelfde generatie als ik. Dat wakkert mijn nieuwsgierigheid alleen maar aan, want ik ben oprecht benieuwd naar de motieven van iemand die in die levensfase heel andere keuzes maakt en alles ook van een totaal andere kant belicht. Hoe is het mogelijk dat iemand van bijna 60 zich na een paar weken vakantie weer handenwrijvend op kantoor meldt?

Nu geef ik in mijn boeken altijd duidelijk aan dat (betaald) werk op heel veel verschillende manieren een belangrijke functie vervult in een mensenleven. Je kunt je hypotheek nou eenmaal niet aflossen door thuis op de bank duimen te gaan draaien en je kunt ook niet sparen zonder eerst geld te verdienen. Werk kun je beschouwen als een belangrijke maatschappelijke bijdrage, maar ook als een inkomstenbron voor je persoonlijke Plan B. Zelf schrijf ik óók nog steeds elke week een column, maar ik werk allang niet meer de hele week.


De dag na mijn vakantie heb ik voor het eerst in máánden het gras weer eens gemaaid en na het avondeten ben ik naar de bioscoop geweest in Dordrecht. De volgende ochtend heb ik vrijwilligerswerk gedaan (waar ik het later nog wel eens over zal hebben) en 's middags heb ik opnieuw een film gezien. Zo wist ik me twee dagen lang opperbest te vermaken zonder dat ik het gevoel had dat ik iets miste of de behoefte voelde om ergens te gaan solliciteren. Ik vind niet dat iedereen die in loondienst werkt een loser is (zoals iemand vorige week op Twitter suggereerde), maar ik vind het wel belangrijk om hardop de vraag te stellen waarom je als mens 40 jaar achter elkaar zou moeten werken of elke week precies 40 uur.

Merkwaardig genoeg haalt Van Walsum meteen al de econoom John Maynard Keynes erbij die ooit voorspelde dat we anno nu slechts 15 uur per week zouden werken. Dat voorbeeld wordt de laatste jaren vaak aangehaald (ook door mij in een van mijn recente boeken), maar ik kan me niet herinneren dat het daar in de jaren '80 ooit over ging. Het kan best dat Van Walsum - als historicus - toen al weet had van dat essay van Keynes, maar het kan ook dat hij zijn verleden met terugwerkende kracht en met de kennis van nu inkleurt. In de jaren 80 was er bijna geen werk, maar er werd ook heel anders gedacht over werk.


Ik heb het bewuste artikel twee keer gelezen, maar heel overtuigend vind ik het betoog niet. Volgens Van Walsum zijn we 'intrinsiek aan werk gehecht' en hechten we aan 'de sociale contacten' die het oplevert. Bovenal lijkt het alsof hij zichzelf moed aan het inpraten is na een fijne vakantie en van alles verzint om het leed wat te verzachten. Het verhaal geeft in elk geval geen sluitend antwoord op de vraag wat er zou gebeuren als de krant besloot om hem een jaartje met betaald verlof te sturen. Een paar weken vakantie is niet genoeg om af te kicken van je betaalde baan, maar wie een paar jaar heeft kunnen proeven van de vrijheid wil echt voor geen goud meer terug.

Aan het slot van zijn verhaal komt hij echter met een observatie waar ik me helemaal in kan vinden. Werk moet (al was het alleen maar omdat je die hypotheek nou eenmaal in 30 jaar moet aflossen), dus het 'moet' ook wel een toegevoegde waarde hebben. Niemand houdt het vol om zo lang met tegenzin aan de slag te gaan, dus verzinnen we er van alles bij en tuigen we een hele kerstboom op vol drogredenen. In die zin lijden we volgens hem allemaal aan een milde vorm van het Stockholmsyndroom, waarmee hij in elk geval laat zien dat hij mijn boek De omgekeerde werkweek kent óf in elk geval het Duits voldoende beheerst om het boek Arbeit van Joachim Bauer te hebben gelezen. :-)


zaterdag 4 augustus 2018

Néé, een vliegvakantie is geen mensenrecht

Enkele weken geleden schreef ik in mijn wekelijkse column op de economiepagina van het Reformatorisch Dagblad dat het geen enkele zin heeft om je huis energiezuinig te maken als je vervolgens een paar keer per jaar in het vliegtuig stapt naar Ibiza of Thailand. De bereidheid om echte offers te brengen is gering, zelfs bij mensen die het verband erkennen tussen onze manier van leven en de opwarming van de aarde. In plaats daarvan razen - of misschien moet hier wel staan: reizen - we richting de afgrond waarvan deze gortdroge zomer slechts een voorproefje is.


Zoals eerder vermeld ben ik voornemens om volgend jaar, of misschien zelfs wel met ingang van volgend jaar, alles op de fiets te gaan doen. Zelf beschouw ik het als een avontuur, net zoals versneld aflossen achter gezien eigenlijk ook één spannende ontdekkingstocht was met allemaal verrassende vergezichten. Tegelijk besef ik dat de CO2-uitstoot van een ongemotoriseerde manier van leven heel gering is, wat je dus bij voorbaat kunt beschouwen als een bijkomend voordeel.

Datzelfde gebeurde eerder al toen we superzuinig begonnen te leven om onze hypotheek versneld te kunnen aflossen. Niet alleen zorgde die levenswijze ervoor dat we jaarlijks tussen de 15.000 en 20.000 euro extra in onze hypotheek konden storten, ik besefte ook dat we op deze manier een veel kleinere ecologische voetafdruk hadden. Je kunt ook zeggen dat we door onze zuinige lifestyle zuiniger omsprongen met de planeet en geen hypotheek namen op de aarde.


Je kunt die redenering niet omdraaien (want we zijn alleen maar gaan aflossen om zelf het hoofd boven water te houden), maar het is wel een prettige bijkomstigheid dat ons gedrag tegenwoordig minder milieubelastend is. Dat blijft ook zo, want ik ben niet van plan om ineens weer met geld te gaan smijten als we in maart 2020 écht helemaal hypotheekvrij te zijn of bij die gelegenheid vuurwerk af te steken op Bali in plaats van in de eigen achtertuin.

Natuurlijk zijn er mensen die geen waarde hechten aan alle alarmerend verhalen over de opwarming van de aarde omdat het een linkse hobby is van 'klimaatgekkies', maar laten we er voor de aardigheid eens van uitgaan dat we met onze manier van leven inderdaad een soort omgekeerde zondvloed over ons afroepen en grote delen van de aarde onleefbaar maken. Kun je dan nog wel met goed fatsoen een paar keer per jaar heen en weer vliegen naar Ibiza of heeft de hierboven afgebeelde Jan Mertens misschien een punt?


In het interview krijgt Mertens de vraag voorgelegd of vliegen inmiddels niet een soort mensenrecht is geworden, waarmee we de kern van het probleem meteen te pakken hebben. In een van mijn boeken schrijf ik dat de luxe van vandaag de standaard van morgen is, waardoor het steeds meer moeite kost om een stapje terug te doen en we hebberig op een wankele ladder naar de bovenste vruchten tasten in de bijna kaalgevreten boom der wijsheid.

Want, nee, vliegen is geen mensenrecht en zelfs geen verworven recht. Goedkope vliegreizen vormen een perversie die ons op termijn duur zal komen te staan en die je alleen als een verworvenheid kunt beschouwen als je het afmeet aan je levensgeluk op de zeer korte termijn. Zelf verwacht ik echter niet dat er veel gaat veranderen in ons gedrag en onze manier van denken, zolang we Tadzjikistan in de krant een 'fietsparadijs' noemen, terwijl we in werkelijkheid zonder het te beseffen in het enige echte fietsparadijs van de wereld wonen.

woensdag 11 juli 2018

Zorgt al dat zonnige weer ook voor een zonnig humeur?

In het Volkskrant Magazine van afgelopen weekend werd hardop de vraag gesteld of er een verband bestaat tussen 'het weer' en 'geluk'. Dat lijkt me overduidelijk, maar toch blijkt dat volgens de auteur van het artikel maar lastig wetenschappelijk te bewijzen. In het artikel wordt zelfs een sociaal-psycholoog aangehaald die beweert dat zonnig weer helemaal niet leidt tot een zonnig humeur. Rara hoe kan dat?


Als mensen vragen hoe het met me gaat, luidt het antwoord doorgaans: 'Goed, maar vraag het me nog een keer in het voorjaar.' In de wintermaanden weet ik me doorgaans ook prima te vermaken, maar dan kom ik tegelijk zo weinig buiten dat ik net zo goed op twaalf hoog in de stad zou kunnen wonen. Zodra de lente aanbreekt, gaan de tuindeuren open en slenter ik vaak al om zeven uur in de ochtend met een krant onder mijn arm naar het terras.

Het aantal mogelijkheden om jezelf te vermaken (lees: de verschillende manieren om niets te doen) stijgt dan ook exponentieel. In de wintermaanden lees ik een boek op de bank, kijk ik een film in bed of ben ik te vinden in de bioscoop. In de lente en de zomer zit ik bijna elke dag op de fiets, lees ik een boek in de tuin, eten we aan de waterkant en ben ik buiten tot het donker wordt zodat de televisie niet eens aangaat. Je kunt dus ook zeggen dat ik dan een totaal ander leven leid.


Toch kun je daar volgens de krant niet zomaar conclusies aan verbinden. Nu snap ik wel dat er in deze tijden van nepnieuws en fake-accounts behoefte bestaat aan onweerlegbare feiten en wetenschappelijk onderbouwde conclusies, maar dit lijkt me een inkoppertje waar je als socioloog niet veel aan toe te voegen hebt met een paar vragenlijsten. Toevallig merkte ik een paar dagen geleden nog tegen iemand op dat een 'omgekeerde werkweek' net zo goed kan inhouden dat je van oktober tot april fulltime werkt om vervolgens zes maanden lang te genieten van de zon.

Om het verband tussen zonlicht en geluk te onderzoeken moet je dus niet klakkeloos naar landen kijken waar de zon altijd schijnt zoals de schrijfster van het artikel doet. Elke dag zon gaat al snel vervelen, net als elke dag biefstuk of elke dag seks. In ons land genieten we juist zo van mooi weer omdat het een zeldzaamheid is. De dip van afgelopen dinsdag, met donkere wolken en zowaar een beetje motregen, leek ook alleen maar ingelast om ons te herinneren aan het feit dat elke zomerse dag een cadeautje is dat je moet koesteren.


Dat laatste blijkt volgens weer een andere krant extra lastig te zijn voor mensen die gebukt gaan onder eenzaamheid. Die voelen zich op al die lange warme dagen waarop iedereen plezier lijkt te hebben en gezellig samen op vakantie gaat, juist extra ongelukkig. Iets vergelijkbaars gaat waarschijnlijk op voor mensen die op zomerse dagen moeten werken en tandenknarsend hun tijd op kantoor doorbrengen terwijl het buiten heerlijk weer is (of die, omgekeerd, juist buiten moeten werken in de brandende zon).

Crux is dat de zon je humeur versterkt. Wie zich goed voelt, zal zich op een zonnige dag iets beter voelen en nog meer genieten. Het is geen tovermiddel, en zeker geen anti-depressivum, maar meer een soort bonus. Je moet dus al een beetje blij van jezelf zijn en in de omstandigheid zijn optimaal van het mooie weer te genieten. De schrijfster van het artikel geeft zelf eigenlijk al aan waar bij de meeste mensen het probleem zit met haar vaststelling dat in deze 'moderne tijd' bijna niemand nog buiten komt.

Sterker nog, ze verpakt het als een soort retorische vraag want letterlijk staat er: hoe vaak zijn we nu eigenlijk nog buiten? Nou, wat dacht je van de hele f*cking dag? Van half zeven in de ochtend tot tien uur 's avonds? Ik zit nu even binnen aan de keukentafel te tikken (met de tuindeuren open en uitzicht op de tuin), maar als dit blog klaar is verhuis ik als de bliksem naar mijn luie stoel onder de eikenboom met weer een ander bibliotheekboek om daar de rest van de dag te genieten van de zoveelste zomerse dag van het jaar.