Zoeken

maandag 14 januari 2019

Eerst de hypotheek naar nul, dan de energierekening

In mijn boek Hypotheekvrij! uit 2012 vertel ik hoe wij in oktober 2008 als een gek zijn gaan aflossen om de hypotheek terug te brengen naar nul. Nog steeds beschouw ik dat als een van de slimste financiële stappen die ik in mijn leven heb gezet, niet in de laatste plaats omdat alles in mijn leven daardoor in een stroomversnelling is geraakt. Toch is het een interessante vraag of ik tien jaar later precies hetzelfde zou hebben gedaan. Zou ik nu ook als eerste mijn hypotheek aanpakken of zou ik me in plaats daarvan focussen op het omlaag brengen van de energierekening?


Natuurlijk sluit het één het ander niet uit, maar er zijn interessante raakvlakken tussen beide onderwerpen die maar weinig worden belicht. Zo ben je in beide gevallen aan het investeren in je eigen woning, met zowel een besparing als een waardevermeerdering tot gevolg. Bij aflossen gaat het om het terugbrengen van de hypotheek naar nul, terwijl je bij het energieneutraal maken van de woning in het gunstigste geval uitkomt bij nul op de meter.

Om versneld af te lossen, zijn wij vanaf eind 2008 extra zuinig gaan leven. Het hoe en wat valt allemaal terug te lezen in mijn boeken, maar het resultaat was dat we elk kalenderjaar tussen de 15.000 en 20.000 euro overhielden om in de hypotheek te pompen. Dat lijkt op het eerste gezicht veel, maar in de praktijk losten we simpelweg af met het deeltijdsalaris van mijn vrouw, aangevuld met vakantiegeld, spaarloon en hypotheekrenteaftrek.


Zouden we nu precies hetzelfde doen, dan konden we elk jaar een fors bedrag investeren in het isoleren en energiezuinig maken van de woning. Binnen een paar jaar zouden we niet alleen ruimschoots voldoen aan het klimaatakkoord, maar ook nooit meer voor rare verrassingen komen te staan als het gaat om de energierekening. Wie zijn hypotheek aflost, betaalt in feite al zijn toekomstige woonlasten vooruit, wie zijn huis energieneutraal maakt doet precies hetzelfde met de stroomrekening.

Feit is dat alle rekensommetjes er anno 2018 heel anders uitzien. Toen wij gingen aflossen, moesten we een vergelijking maken tussen 7% hypotheekrente en iets van 3 % spaarrente, nu betalen veel mensen amper 2% over hun woningschuld, en ontvangen ze vaak maar 0,03 % rente van de bank. Wie na 2013 iets heeft gekocht, lost sowieso elke maand iets af en kan dus ook rustig de rit in 25 of 30 jaar uitzitten zonder ooit in financiële problemen te raken (los van baanverlies, ziekte, scheiding of andere vormen van tegenslag en rampspoed).


Er zijn dus opvallend veel overeenkomsten tussen beide onderwerpen, maar er is ook één levensgroot verschil. Zo ben ik gaan aflossen alsof de duivel me op de hielen zat, omdat dat in zekere zin ook zo was. Nadat ik begin 2009 een grote reorganisatie had overleefd, wist ik dat het slechts een kwestie van tijd was voordat ik mijn baan zou verliezen. In die zin was het een race tegen de klok, want ik wilde mijn aflossingsvrije hypotheek tot de laatste cent hebben terugbetaald op het moment dat ik op straat kwam te staan.

Het láátste wat ik in die situatie zou hebben gedaan, was overal dubbel glas laten plaatsen en het dak isoleren. Doordat we jarenlang zuinig leefden, wist ik de energierekening zelfs omlaag te brengen zonder één extra investering te doen, terwijl dat met een hypotheek natuurlijk niet mogelijk is. Ik was supergemotiveerd om af te lossen, omdat ik met elke extra storting mijn woonlasten omlaag zag gaan en ik er vanaf dag één dus maximaal van profiteerde. Je kunt ook zeggen dat het vanaf het eerste moment een tastbaar resultaat opleverde.

Investeren in energiebesparende maatregelen is een heel ander verhaal, zeker wanneer je het doet voor zoiets volstrekt ongrijpbaars als 'het klimaat'. Niet alleen voelt dat op mondiaal niveau als dweilen met de kraan open, het eindresultaat even abstract als onmeetbaar. De enige manier om jezelf te motiveren, is door je te focussen op wooncomfort en het stapje voor stapje omlaag brengen van de energienota. Zolang investeringen in isolatie en energiezuinigheid zichzelf terugbetalen in een lagere stroomrekening, is het net zo'n bevrijdende en bevredigende ervaring als extra aflossen.

vrijdag 4 januari 2019

En wat vond ik zelf nou eigenlijk de beste films van 2018?

Gisteren publiceerde De Volkskrant een overzicht van de beste films van 2018, waarbij voor het eerst ook gestemd kon worden voor de beste series. Het leverde een interessante dwarsdoorsnede op met weinig echte verrassingen en een gedoodverfde winnaar. Voor het eerst van mijn leven had ik bijna alle prijswinnende films daadwerkelijk gezien, dus ik kon écht een gefundeerde keuze maken. Want welke bioscoopfilms staken nu met kop en schouders boven de rest uit? En bij welke series kon ik niet stoppen met kijken?


Laat ik beginnen met de vaststelling dat ik het uitgesproken jammer vond dat in de krant zelf slechts een lijstje afgedrukt stond met de tien beste films, want ik had me er erg op verheugd om bij vrijwel alle titels een vinkje te kunnen zetten met een balpen. Nu moest ik naar de website om de hele lijst na te lopen en kon ik alleen in gedachten alle films aankruisen die ik daadwerkelijk had gezien. Pas bij nummer 25 kwam ik voor het eerst een titel tegen die ik nog moest zien, maar dat is dan ook een Netflixfilm die nooit in de bioscoop heeft gedraaid.

Van de honderd films in de lijst, bleek ik er uiteindelijk acht te hebben gemist. Dat laat zien dat het vrijwel onmogelijk is om echt alles te zien wat uitkomt, hoewel dat in het geval van Mamma Mia! Here We Go Again (plaats 44) een bewuste keuze was waar ik nog steeds geen spijt van heb. Grappig genoeg stond Three Billboards Outside Ebbing, Missouri ook in mijn lijstje op één, maar verder waren er nogal wat discrepanties en bleek ik zelfs op titels te hebben gestemd die niet eens terug te vinden zijn  bij de eerste honderd.


Bizar genoeg stond A Star is Born in mijn lijstje ook op de achtste plaats, terwijl Beautiful Boy het nét niet haalde. Zo kwam ik tot de volgende eindscore:

1. Three Billboards Outside Ebbing, Missouri
2. Tully
3. A Quiet Place
4. Billy
5. The King
6. Darkest Hour
7. 6 Balloons
8. A Star is Born
9. Hostiles
10. Katie Says Goodbye

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd, hoewel ik ter toelichting wel kan aangeven dat ik Billy zo grappig vond dat ik hem twéé keer heb gezien en A Quiet Place zo eng dat ik me steeds dieper onderuit liet zakken op mijn bioscoopstoel. Hostiles vond ik - ondanks The Sister Brothers - de beste western en The King trof me vol tussen mijn ogen omdat ik een muziekgek ben met een diploma politicologie die dol is op metaforen.

Darkest Hour was ook een voorspelbare kandidaat, terwijl ik vind dat Tully en Katie Says Goodbye veel meer aandacht hadden verdiend. Tot mijn schaamte bleek ik in 9 van de 10 gevallen voor een film te hebben gekozen met een mannelijke regisseur, hoewel het bij de twee hoogst genoteerde films een vrouw is die de show steelt en je dat ook kunt zeggen van de nummers zeven, acht en tien. 6 Balloons is misschien een vreemde eend in de bijt, maar die zag ik onlangs op Netflix en die had dus ook gewoon een bioscooprelease verdiend.


Verder kan ik nog vertellen dat ik niet warm of koud word van een film als Cold War en wel vaker merk dat ik schouderophalend zit te kijken naar films waar recensenten helemaal lyrisch over zijn (Shoplifters, Zama, Transit). Ik vond 2018 ook niet zo'n geweldig filmjaar vergeleken met een jaar eerder, want ik zag geen tweede Dunkirk, geen tweede Manifesto, geen tweede Brigsby Bear en geen tweede King of the Belgians. Misschien is dat een kwestie van afstomping of gewenning (want ik zag in 12 maanden net zoveel films als een normaal mens in 120 jaar), maar voor mijn gevoel werd ik minder vaak omver geblazen.

Zo ben ik erg benieuwd naar 2019 en vrees ik tegelijk in toenemende mate braafheid en politiek correcte voorspelbaarheid. Ronduit ergerniswekkend (en onjuist) is het hierboven afgebeelde citaat van actrice Carey Mulligan naar aanleiding van haar rol in de uitstekende film Wildlife. De gemiddelde bioscoopbezoeker die 2,1 films per jaar ziet, slikt haar woorden waarschijnlijk voor zoete koek, maar ik heb het afgelopen jaar echt héél veel films gezien over vrouwen die het zwaar hebben. Het risico bestaat dus dat mensen het idee blijven houden dat vrouwen er in films nog steeds bekaaid vanaf komen, alleen maar omdat dat zinnetje tot vervelens toe wordt herhaald.


In zijn column van een paar dagen terug, formuleerde Rutger Lemm al aardig het hoe en waarom van mijn nieuwe boek, want de meeste mensen met kleine kinderen en een drukke baan mogen al blij zijn als ze elk kwartaal één keer een bioscoop van binnen zien. Nadat ik me eerder vol overgave had gestort op 'inhaallezen', kun je 2017 en 2018 beschouwen als een soort inhaalrace op het gebied van films. Natuurlijk blijf ik daar in 2019 gewoon mee doorgaan, hoewel ik nu niet meer per se 250 films hoef te turven en ik ook niet per se alles wil zien.

Gisteren heb ik de laatste correcties van mijn boek doorgegeven, dus voor deze maand voorbij is rolt Een jaar in het donker van de persen. Daarin permitteer ik me een grapje dat ik dit jaar ook echt in de praktijk hoop te brengen, want ergens in mijn nieuwe boek schrijf ik dat Blue Monday voor mij voortaan een excuus is om ook eens op maandagmiddag naar de bioscoop te gaan. Op de meest deprimerende dag van het jaar - en die valt in 2019 op 21 januari - zit ik dus prinsheerlijk in de bioscoop en heb ik nergens last van.

En de beste series? Dat zijn wat mij betreft, in willekeurige volgorde, Wanderlust, Norsemen, Bodyguard, Better Call Saul, Ozark en The Kominsky Method. Veel kijkplezier!

maandag 31 december 2018

Breek in 2019 eindelijk eens uit die filterbubbel!

In films gebeurt het soms dat mensen door een magische truc of een mysterieus toeval terechtkomen in het lichaam van iemand anders. Vaak beseffen ze dan pas dat je kijk op het leven wordt bepaald door je leeftijd, je geslacht, je milieu, je leefomstandigheden, je uiterlijk en ga zo maar door. Leuk en leerzaam, maar niet eenvoudig na te bootsen in het dagelijkse leven. Al zou het wel een hoop schelen als alle krantenbezorgers vanaf morgen de krant van de buren bij jou door de brievenbus zouden proppen.


Sinds 2006 heb ik een heleboel discussies moeten voeren over mijn autokeuze of mijn beslissing om versneld te gaan aflossen. Dat is onvermijdelijk wanneer je voor de troepen uitloopt en in 2008 al met iets begint wat pas in 2012 'in' is en een paar jaar later een volkomen geaccepteerd verschijnsel. Mij zul je daar verder ook niet over horen klagen, want wie tegen de stroom in roeit moet nou eenmaal harder peddelen. Wel begin ik een beetje moe te worden van al die mensen die steeds maar weer menen te moeten benadrukken dat De Telegraaf een foute krant is met vette chocoladeletters die aan een van de foutste journalisten van Nederland onderdak biedt (Wierd Duk).

Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar ik zou het veel interessanter vinden als diezelfde mensen een jaar lang De Telegraaf thuisbezorgd zouden krijgen in plaats van het dagblad waar ze nu op geabonneerd zijn (als ze überhaupt al een krant lezen). Dat geldt natuurlijk ook omgekeerd, want in deze maatschappij is anno 2019 vooral behoefte aan een ander geluid in de eigen zelfvoldane filterbubbel. Zelf lees ik al sinds 1988 - dus precies dertig jaar - elke ochtend zowel De Volkskrant als De Telegraaf en dat is heel verfrissend. De waarheid blijkt namelijk opvallend vaak in het spreekwoordelijke midden te liggen.


Het afgelopen jaar heb ik welgeteld 251 films gezien (één meer dan de omslag van mijn nieuwe boek belooft) en dat was ook meer dan alleen maar een leuke en unieke ervaring. Na zoveel films ontkom je namelijk niet aan de conclusie dat goed en kwaad geen netjes afgebakende begrippen zijn, maar slechts de uiteinden van een enorm uitgestrekt grijs gebied. Je kunt ook zeggen dat ik een jaar lang door een mijnenveld van meningen ben gehuppeld met aan beide zijden mensen die zich hebben ingegraven in de loopgraven van hun eigen gelijk.

Ook vandaag ontkwam ik niet aan de conclusie dat er vooral in De Telegraaf dingen staan die je aan het denken zetten. Mensen staren zich vaak blind op wat de voorpagina je toeschreeuwt, maar het 'echte' nieuws staat juist in de ingezonden brieven, de columns, de commentaren en de achtergrondartikelen. Toen iemand mij onlangs vanuit het niets vroeg wat mijn favoriete columnist
is, noemde ik als eerste Jeffrey Wijnberg. Die schrijft elke maandag in De Telegraaf over relaties en dat is elke keer weer even raak.


De meeste mensen zijn voortdurend op zoek naar bevestiging en naar bewijzen van het eigen gelijk. Daar maak ik me natuurlijk net zo goed schuldig aan, maar ik word het meest blij van inzichten of uitspraken die me weten te verrassen en aan het denken zetten. Zo heb ik vandaag met heel veel aandacht de column zitten lezen van Annemarie van Gaal waarin zij op verfrissende wijze de keerzijde aangeeft van de modieuze gedachte dat je vooral 'in het nu' moet leven. Wie zich teveel fixeert op vandaag, vergeet misschien wel waar we vandaan komen en is blind voor het overkoepelende verhaal.

Je kunt de hele dag vertwijfeld naar een frustrerend puzzelstukje in je hand staren dat nergens lijkt te passen, maar je kunt ook eens even opstaan en rustig kijken naar de afbeelding die al op tafel ligt. Van Gaal legt zelfs het verband met zelfmoord, omdat dat vaak een momentopname is, een uitvergroting van een uitzichtloze situatie waaruit geen andere uitweg mogelijk lijkt. Op dezelfde manier kun je de huidige welvaart niet beoordelen, zonder af en toe achterom te kijken en te beseffen dat al die vermaledijde babyboomers ook gewoon in een flatje zijn begonnen met een studieschuld op zak en sinaasappelkistjes als salontafel.

Los daarvan is het natuurlijk ook gewoon leuk om in deze tijd van het jaar al die lijstjes te bekijken van zaken die in 2019 'uit' zijn, al was het maar omdat ik het als journalist zelf ontzettend leuk vond om die samen te stellen. Ook wat dat betreft wist De Telegraaf me vandaag te verrassen, want als je niet beter wist zou je bijna denken dat het morgen 1 januari 1969 is in plaats van vijftig jaar later. Er zal best wat wensdenken aan te pas komen, maar de komende twaalf maanden zijn naast cowboylaarzen ook plateauzolen, wandelvakanties, tie dye, vinyl en eetbare bloemen in de mode. Ook Oosterse prints en consuminderen zijn weer helemaal hot, maar vliegvakanties kunnen anno 2019 natuurlijk écht niet meer.

donderdag 27 december 2018

Wie fanatiek gaat aflossen, gaat vanzelf duurzaam leven

In mijn boek Hypotheekvrij! uit 2012 beschrijf ik hoe wij eind 2008, vlak na het uitbreken van de kredietcrisis min of meer per ongeluk duurzaam zijn gaan leven. Wie superzuinig leeft om geld over te houden voor weer een extra aflossing, springt automatisch zuiniger om met de planeet en de overgebleven natuurlijke hulpbronnen. Hoewel ik steeds benadruk dat je die redenering niet om kunt draaien, kun je er wel een paar belangrijke lessen uit trekken.


In feite begon de omslag al twee jaar eerder, toen ik mijn lease-auto moest inleveren tijdens de zoveelste bezuinigingsronde op mijn werk en ik plots voor de keus stond welk merk en model ik zou kopen als gezinsauto. Let wel: we praten over 2006, lang voordat de overheid besloot om kleine, zuinige (diesel)auto's fiscaal te gaan stimuleren. Economisch gezien was er geen vuiltje aan de lucht en niemand had het over warmtepompen of zonnepanelen.

Mijn keus viel op een gele Fiat Panda diesel uit 2004, een voormalige testauto die ik via de importeur kon kopen. Als autojournalist reed ik elke week in een andere auto, dus ik wist hoe hoe voelde om achter het stuur te zitten van een SUV of een Phaeton van een ton. Dit leek mij echter de meest praktische keuze, want groot genoeg voor vier volwassen én zuinig. Gemiddeld reed hij 1 op 22,5, maar ik slaagde er soms ook in om op bepaalde trajecten 1 op 30 te halen.


In 2009 overleefde ik nipt een grote reorganisatie op mijn werk, met als gevolg dat ik ben gaan aflossen alsof mijn leven ervan afhing. Je kunt ook zeggen dat ik zuinig ben gaan leven alsof de toekomst van de wereld op het spel stond en de zeespiegelstijging louter afhing van de vraag wanneer ik weer een nieuwe spijkerbroek zou kopen. In Hypotheekvrij! beschrijf ik uitgebreid waar wij allemaal op zijn gaan bezuinigen, met als vaststelling dat wij door al dat aflossen ook geen hypotheek meer namen op de aarde.

Niet alleen reed ik in een kleine zuinige auto, ik kocht járen achtereen geen nieuwe kleren, schafte ook geen overbodige spullen aan en kwam alleen nog maar in een restaurant als we echt iets te vieren hadden of weer eens een mooi bedrag hadden afgelost. Daarnaast zijn we nooit meer op wintersport geweest en hebben we zelfs een keer de zomervakantie helemaal overgeslagen. Vliegen deed ik alleen voor mijn werk, met als gevolg dat mijn vrouw voor het laatst op Schiphol is geweest toen het hele internet nog niet eens bestond.


Begrijp me goed: ik beschouw mezelf nauwelijks als modelburger, want ik reed voor mijn werk minstens 50.000 kilometer per jaar en vloog om de haverklap naar een ander land voor weer een volgende perspresentatie van een nieuw model auto. Aflossen deed ik heel consequent en doelbewust, maar duurzaam leven was iets in de slipstream waar ik me slechts langzaam bewust van werd. Als het eindresultaat niet zo positief was, zou je het haast collateral damage moeten noemen.

De grap is dat dat duurzame gedrag is ingesleten en standhoudt tot de dag van vandaag. We zijn gestopt met aflossen toen de aflossingsvrije hypotheek was weggewerkt, maar ik rijd nog steeds in een piepklein autootje en leg daarin minder kilometers af dan op de fiets. De kachel staat in huis nooit hoger dan 18 graden en in de zomervakantie komen we niet verder dan Zuid-Duitsland. Dit voorjaar heb ik toevallig drie nieuwe spijkerbroeken gekocht, maar daar kan ik vervolgens weer járen mee vooruit.

De grap is ook dat wij al tamelijk duurzaam zijn gaan leven voordat daar van hogerhand op werd aangedrongen. Nog grappiger is dat wij daarvoor geen enorme investeringen hebben gedaan, maar juist veel minder geld zijn gaan uitgeven. Elke extra investering die we daarnaast nog zouden doen in het verduurzamen van de eigen woning is mooi meegenomen, al wil ik op deze plek nog wel even benadrukken dat het in een iets andere betekenis van het woord óók heel duurzaam is om helemaal  geen schulden meer te hebben.

maandag 24 december 2018

Fixatie op warmtepomp is merkwaardig en een tikje verdacht

De afgelopen week kreeg ik vanuit diverse kanten het verzoek om eens een blog te wijden aan het 'klimaatakkoord'. Dat wil ik best doen, maar dan wel met de aantekening dat ik een heleboel verschillende blogs nodig heb om alle aspecten te belichten die daarmee samenhangen. Zo schrijf ik aanstaande vrijdag in mijn wekelijkse column op de economiepagina van het RD iets over het draagvlak van alle voorgestelde maatregelen, terwijl ik me hieronder vooral bezighoud met de vraag waarom er de hele tijd maar één alternatief genoemd wordt voor de traditionele CV-ketel.


Bovenstaande foto is genomen op Striks Erve, een kleinschalig vakantiepark in de kop van Overijssel dat waarschijnlijk de geschiedenisboeken in kan als een van de eerste gasloze vakantieparken van Nederland. De grap is echter dat het dat al was toen dat begrip nog niet eens bestond en niemand vraagtekens zette bij het gebruik van aardgas om te koken en woningen te verwarmen. De term 'gasloos' betekent op zich dus helemaal niets en kan ook niet zomaar gebruikt worden als synoniem voor 'groen' of 'klimaatvriendelijk'.

Wel is het belangrijk om aan te geven - zoals je op deze foto eigenlijk ook al wel kunt zien - dat er op dit park volwaardige, uit steen opgetrokken woningen staan met drie slaapkamers. In een vakantiehuis mag je officieel niet wonen, maar de huisjes zijn groot genoeg om er met een heel gezin in te wonen. Dat doet vanzelf de vragen rijzen hoe ze worden verwarmd als ze niet zijn aangesloten op het aardgasnet (en in feite dus al decennia vooruitlopen op de in het klimaatakkoord opgenomen ambities). Staat er een primitieve warmtepomp in de berging of hebben al die huisjes misschien een houtkachel in de woonkamer?


In het klimaatakkoord wordt maar één alternatief geboden voor de reguliere CV-ketel en dat is een (hybride) warmtepomp, al dan niet in combinatie met een zonneboiler. Dat wekt bevreemding en maakt me bij voorbaat argwanend, bijna alsof je als bank aan alle mensen met een aflossingsvrije hypotheek adviseert om deze om te zetten naar een annuïteitenhypotheek. Dat kan inderdaad een oplossing zijn, maar je kunt ook zelf extra gaan aflossen of de hypotheek gewoon door laten lopen tot je je laatste adem uitblaast of het huis verkoopt.

Financieel advies is per definitie maatwerk en de uitkomst verschilt per geval. Datzelfde geldt - of zou moeten gelden - voor de energievoorziening van woningen. Zelf ben ik een absolute leek op dit gebied, maar er moeten talloze technische oplossingen en aanpassingen te bedenken zijn die wellicht minder kostbaar zijn of minder ingrijpend. Want hoe zit het nou precies met die 44 huisjes op dat gasloze park? Houd houden die het warm in de winter, hoe koken en douchen ze en hoe hoog is de maandelijkse energienota?


Voor de warmwatervoorziening is in de berging een elektrische boiler geplaatste en in de woonkamer hangen twee simpele elektrische radiatoren die moeiteloos in staat zijn een ruimte van ongeveer 37 vierkante meter op temperatuur te brengen. Niet alleen is het een heel simpel systeem waarvoor je alleen maar een stopcontact nodig hebt, het is ook nog eens relatief voordelig in aanschaf en geheel onderhoudsvrij. Nadeel is alleen dat je in één klap de hele installatiebranche werkloos maakt, want in theorie kan iedereen die een lamp kan ophangen dit systeem zelf installeren.

Is dat misschien de ware reden waarom de warmtepomp zo wordt gepromoot? Omdat het voor decennia aan werkgelegenheid garandeert? Er moeten in Nederland nog veel meer relatief kleine en misschien niet optimaal geïsoleerde woningen zijn die prima uit de voeten zouden kunnen met elektrische radiatoren, een elektrische kookplaat en een elektrische (huur)boiler, zeker in combinatie met zonnepanelen. Dit systeem is ook al bijna twee decennia oud, dus er zullen inmiddels verbeterde versies, andere varianten of soortgelijke oplossingen op de markt zijn

Bij fulltime bezetting betaal je met een dergelijk systeem een voorschot aan de energieleverancier van ongeveer 140 euro, nauwelijks meer dan je in een woning van gelijke grootte kwijt bent met een reguliere cv-ketel. Dat is dus de grote valkuil van het klimaatakkoord: dat je de hele tijd het gevoel hebt om de tuin te worden geleid met het halve verhaal, dat er onrealistische verwachtingen worden gewekt en dat je onder valse voorwendselen maatregelen krijgt opgedrongen. En dát heeft dus weer alles te maken het met het draagvlak waar mijn column van vrijdag over gaat.

woensdag 19 december 2018

Dus nu staan er weer te weinig vrouwen in de top 2000?

Deze week kreeg ik een opiniestuk onder ogen van Aafke Romeijn waarin wordt vastgesteld dat er te weinig vrouwelijke artiesten staan in de Top 2000. Die constatering is een kwestie van turven en zegt verder helemaal niets over de achterliggende oorzaken en motieven. Om daar dus meteen weer het zoveelste voorbeeld van te maken over ongelijkheid en seksisme, getuigt van enorme geestelijke luiheid en gemakzucht. Je kunt immers net zo goed vaststellen dat er te weinig zwarte muziek in de lijst staat, te weinig Nederlandstalige muziek, te weinig recente muziek of te weinig death metal.


Laten we dat dus eerst maar eens aankaarten: je hoeft als jonge, aan de weg timmerende vrouw niet te beschikken over ook maar één originele gedachte om op de proppen te komen met de eeuwige jammerklacht dat vrouwen stelselmatig worden achtergesteld en onderdrukt. Het is slechts een kwestie van inhaken in de polonaise en in alles wat voorbij komt een voorbeeld zien van seksisme, ongelijke behandeling, achterstelling en discriminatie. Schrijven dat mannen de Top 2000 'domineren' wekt meteen al de situatie dat het gaat om een apenrots waar je alleen op nummer 1 kunt komen door je ellebogen te gebruiken en vrouwen te marginaliseren.

In mijn nieuwe boek haal ik een vrouwelijke recensent van dagblad Trouw aan die serieus suggereerde dat mannelijke bioscoopbezoekers tandenknarsend naar Wonder Woman zaten te kijken, omdat de hoofdrol werd gespeeld door een vrouw. Wie op zo'n manier naar de wereld kijkt, ziet niet alleen overal misstanden maar ziet ook dingen die er helemaal niet zijn. In dat universum heeft Hillary Clinton automatisch de verkiezingen verloren omdat ze 'een vrouw' is en niet omdat het misschien ook een elitair, wereldvreemd ijskonijn is van een partij die identiteitspolitiek belangrijker vindt dan een fatsoenlijk inkomen.


Op dezelfde manier kun je vaststellen dat er relatief weinig zwarte muziek in de lijst staat, zonder dat je daar klakkeloos allerlei verregaande conclusies aan kunt verbinden over discriminatie en racisme. En heeft iemand eigenlijk al eens geturfd hoe weinig artiesten van eigen bodem er in de lijst staan en hoe weinig Nederlandstalige muziek? In het stuk van Aafke Romeijn lees ik geen enkele interessante of verfrissende observatie en kom ik ook geen enkel nieuw inzicht tegen. Helaas vind je in deze wereld eerder weerklank wanneer je schrijft dat er te weinig vrouwen in de Top 2000 staan dan wanneer je na 250 bioscoopfilms vaststelt dat vrouwen er in de bioscoop helemaal niet zo bekaaid vanaf komen als vaak gesteld.

Wat Aafke Romeijn bijvoorbeeld vergeet, is dat het een lijst is met overwegend oude muziek. Wie zijn favorieten kiest, grijpt daarbij terug op zijn vormende jaren. In mijn geval liggen die tussen mijn 8ste en mijn 25ste, zodat ik steeds weer op de proppen kom met dezelfde namen. Ik koop regelmatig nieuwe muziek en heb letterlijk een hele plank in de kast met vrouwelijke singer/songwriters, maar daar zitten geen artiesten tussen waar ik in mijn jeugd naar luisterde en ook geen platen die ik mee zou nemen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland. Op mijn lijstje met favorieten staan wel twee vrouwen (Jerney Kaagman en Mariska Veres) maar het zijn al jaren dezelfde twee en ook al jaren dezelfde twee nummers.


Uit het stuk van Aafke Romeijn blijkt niet dat ze veel weet van muziekgeschiedenis en al helemaal niet dat ze zelf erg van muziek houdt. Zo zou ze in haar betoog eigenlijk ook iets moeten doen met de vaststelling dat je op platenbeurzen voornamelijk mannen tussen het vinyl ziet grasduinen en het ook vooral mannen zijn die hun lp-collectie koesteren. Luisteren mannen anders naar muziek dan vrouwen en zijn ze fanatieker als het om hun smaak en hun voorkeuren gaat? En moet je niet gewoon vaststellen dat de vrouw van Kurt Cobain weliswaar een eigen band had, maar dat de echte smaakmakers van de grunge toch vooral mannen waren met bands als Nirvana en Pearl Jam?

Ik heb ooit ergens gelezen dat het stemgeluid van vrouwen bij mannen een zekere irritatie opwekt door het schelle karakter en de toonhoogte. Stel nou dat dat waar is en dat het als aangenamer wordt ervaren om naar een mannenstem te luisteren, is er dan sprake van ongelijkheid of van iets totaal anders? Zelf heb ik in mijn kast wel een paar vrouwelijke rappers staan, maar de woede van artiesten als Jedi Mind Tricks en Brand Nubian zou nooit zo hard binnenkomen met een vrouw achter de microfoon. Is dat dan nog steeds seksisme? Of is het misschien écht alleen maar een kwestie van persoonlijke voorkeur en smaak als je meer mannelijke artiesten in je kast hebt staan of op je lijstje met toppers?

Desondanks heb ik me voorgenomen om volgend jaar nog eens kritisch naar mijn lijst te kijken en in elk geval dit nummer van Arch Enemy toe te voegen. Dat zou een unicum zijn, want het is van ruim na de eeuwwisseling, maar in zekere zin beschouw ik dit - door de aanstekelijke mix van brute power en melodie - als misschien wel de ultieme metalsong. Ook een goede kans maakt de single I am woman van Helen Reddy uit 1971. Het is geen muziek uit mijn jeugd, maar wel uit mijn jeugdjaren. De muziek van Reddy stond heel oneerbiedig te boek als 'huisvrouwenpop' en dat maakt de tekst van dit nummer alleen maar krachtiger en stukken veelzeggender dan de platgetreden paden waar Aafke Romeijn in haar opiniestuk met een boos gezicht doorheen banjert.

maandag 10 december 2018

Hoe zit het nou eigenlijk met mijn eigen basisinkomen?

Op de kop af 2,5 jaar geleden, op 1 mei 2016, begon mijn privé-experiment met een soort zelfgefinancierd basisinkomen. Door 60.000 euro opzij te zetten in een apart spaarpotje, was ik in staat mezelf vijf jaar lang 1000 euro netto per maand uit te keren. Inmiddels ben ik alweer halverwege dit experiment en rijst de vraag hoe een dergelijk gegarandeerd inkomen je gedrag beïnvloedt. Daarnaast (maar dat is iets voor de volgende keer) is het interessant om te zien hoeveel er nu nog in dat spaarpotje zit.


Natuurlijk is mijn basisinkomen meer een 'basisinkomen', omdat ik dat bedrag elke maand aan mezelf uitkeer. Je zou zelfs oneerbiedig kunnen stellen dat ik al tweeënhalf jaar inteer op mijn spaargeld of dat ik - gezien mijn leeftijd - elke maand een soort vroegpensioen incasseer. Feit is wel dat ik vanaf mijn 55ste écht kon vaststellen wat het met je doet als je elke maand gratis geld krijgt, ook al krijg je het in feite van jezelf.

Uiteraard heb ik de uitzending van Tegenlicht van twee weken geleden aandachtig bekeken, hoewel ik op zich niet veel nieuws hoorde. Voor het schrijven van Leven van de lucht heb ik dit onderwerp van alle kanten bekeken en helemaal binnenstebuiten gekeerd. In die zin weet ik aardig wat er zoal over het basisinkomen is geschreven en gezegd, en ook wat de eerste voorzichtige resultaten zijn van al die vaak redelijke bescheiden experimenten op verschillende plaatsen in de wereld.


Zelf wilde ik bewust een stapje verder zetten door te kijken wat het écht met je doet als je op een dag wakker wordt in het besef dat je de komende 60 maanden elke maand 1000 euro op je rekening bijgeschreven krijgt. Je kunt namelijk honderd jaar lang filosoferen over hoe een dergelijk systeem in theorie uitpakt, maar ik wilde dat cadeautje maar al te graag zélf uitpakken. Daarbij moet je wel goed de bijsluiter lezen, want er zitten een paar specifieke elementen in mijn situatie die de einduitslag beïnvloeden.

Zo maakt het nogal wat uit of je dat geld krijgt van jezelf of van de overheid. Zelfs als een basisinkomen onvoorwaardelijk is, zul je als burger een soort morele druk voelen om iets terug te doen. Dat element ontbrak bij mij, want het ging om 'eigen geld' (hoewel soms gezegd wordt dat het spaargeld van de één, de schuld is van de ander). Daarnaast maakt het nogal wat uit of je een basisinkomen geeft aan iemand van 35 die nog vol plannen zit of aan een 55-jarige schrijver die zijn ei feitelijk al heeft gelegd en de VUT-gerechtigde leeftijd inmiddels heeft bereikt.


In die zin stond het al min of meer vast dat ik mijn 'nest-egg' zou gaan gebruiken als een soort basispensioen (of als een achterlijk vroege AOW). Schreef ik vroeger boeken in de avonduren naast een betaalde baan, nu wérd dat opeens mijn enige baan. Het bleek ook veel makkelijker om 'nee' te zeggen tegen bepaalde betaalde klussen, omdat er geen financiële noodzaak meer was om opdrachten aan te nemen voor het geld. Je gaat dus niet de hele dag nietsdoen, maar je doet ook niets meer tegen je zin.

Nog steeds werk ik net zo ijverig aan mijn boeken als voorheen (want ik heb er net weer eentje ingeleverd bij mijn uitgever), maar het afgelopen jaar heb ik niet één journalistiek artikel meer geschreven. In die zin zijn de rollen opeens omgekeerd: ik krijg gratis geld en doe alleen nog dingen waar ik voorheen maar weinig mee verdiende. Dat betekent ook dat ik veel minder belasting afdraag dan toen ik nog in loondienst was, waarmee meteen de betaalbaarheid van een dergelijk stelsel op de tocht komt te staan.

In de uitzending van Tegenlicht opperde Rutger Bregman om een basisinkomen voor iedereen te financieren uit een soort CO2-heffing op vervuilende producten en diensten. Dat klinkt net zo sympathiek als al die andere ideeën rondom dit onderwerp, maar zorgde bij mij voor een diepe frons. Een basisinkomen financieren met een dergelijke heffing, klinkt toch een beetje als benzine kopen van de kinderbijslag. Een basisinkomen wérkt, maar het werkt voorlopig alleen als je er zelf werk van maakt.