Zoeken

woensdag 6 november 2019

Je kunt geen milieubeleid voeren zonder migratiebeleid.

Bij het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! waarschuwde mijn uitgever ervoor dat ik op moest passen dat ik niet in de hoek terechtkwam van de vrekken en consuminderaars. Beter had hij me erop kunnen wijzen dat ik me als schoenmaker beter bij mijn leest zou moeten houden. Zo zijn er genoeg mensen die alles beamen wat ik schrijf over aflossen en eerder stoppen met werken, maar geschrokken achteruit deinzen als ik kritische kanttekeningen plaats bij de multiculturele samenleving.


Afgelopen dagen werd ik op mijn vingers getikt vanwege het feit dat ik opmerkte dat het bij de steekpartijen in Rotterdam-Zuid, Rozenburg en Spijkenisse om donkergetinte daders gaat. Daarmee gaf ik volgens de één blijk van 'vooroordelen', terwijl de ander me juist voor de voeten wierp dat ik als journalist niet zulke ongefundeerde uitspraken mocht doen. Grappig genoeg vat ik mijn taak als verslaggever altijd zeer serieus op en ben ik pas tevreden als alle feiten boven water zijn.

In mijn boeken schrijf ik over aflossen, maar ook over het misleidende karakter van een begrip als 'aflossingsvrij'. Zo had ik ooit een aandelenspaarplan dat veel minder opleverde dan voorgespiegeld (en dat met 'sparen' helemaal niks vandoen had) en een aan een hypotheek gekoppelde levensverzekering (lees: woekerpolis) die op de einddatum 30% minder geld opbracht dan voorgespiegeld. Logisch dus dat ik allergisch ben geworden voor misleidende bewoordingen en omfloerst taalgebruik.


Nu wil het feit dat de overheid - en die term gebruik ik in de meest brede zin van het woord, want het slaat ook op sommige media - haar best doet om bij berichtgeving een rookgordijn op te werpen. Dat gebeurt doorgaans met de beste bedoelingen, maar resulteert erin dat bepaalde zaken niet aangestipt of benoemd mogen worden. Zo sprak de burgemeester van mijn eigen woonplaats recent nog vergoelijkend over 'jongeren met alle kleuren van de regenboog', toen er overal berichten in de media verschenen over zwembadterreur.

Nu moet je uitkijken met vooroordelen, oppassen voor stigmatiseren en verre blijven van racisme. Daar staat tegenover dat je bepaalde problemen niet oplost door om de hete brei heen te draaien (net zoals in de jaren tachtig eigenlijk niet de link mocht worden gelegd tussen HIV en homoseksualiteit). Bij straatintimidatie in grote steden gaat het om een tamelijk specifieke groep en datzelfde geldt voor die steekpartijen in grote (en steeds minder grote) steden. Specifieke problemen vragen om een gerichte aanpak, niet om politiek correcte containerbegrippen als 'tieners'.


Dat ik dit onderwerp überhaupt aankaartte, komt doordat ik ben opgegroeid in datzelfde Spijkenisse - al is dat tegelijk een eeuwigheid geleden en een totaal andere wereld. Uit mijn bericht spreekt spijt over de teloorgang van het decor uit mijn jeugd en teleurstelling over het feit dat het al verdacht is om bepaalde zaken aan te kaarten. Wie naar Londen kijkt, weet niet alleen dat we dit probleem in de kiem moeten smoren, maar kan ook vaststellen dat het een probleem betreft dat zowel met chronische armoede als met etnische achtergrond te maken heeft.

Op precies dezelfde manier ben ik van mening dat we als samenleving zouden moeten kiezen voor een streng milieubeleid én een streng migratiebeleid. Er zijn grenzen aan de groei, maar ook grenzen aan de bevolkingsgroei. Voor mij is dat zo klaar als een klontje, want beide thema's hebben elk op hun eigen manier te maken met duurzaamheid en leefbaarheid. Maar op sociale media kom je dan opeens terecht in het mijnenveld tussen links en rechts en bevind je je in zo'n rare spagaat dat veel mensen je niet meer kunnen volgen (en je soms letterlijk ontvolgen).


Ik beschouw mezelf als nuchter en realistisch en ga zo al 11,5 jaar met mijn financiën om. Op dezelfde manier vind ik dat we vluchtelingen en immigranten die hun beste beentje voorzetten met open armen moeten ontvangen en in het zonnetje moeten zetten. Tegelijk zouden uitgeprocedeerde asielzoekers, of mensen die al tijdens hun aanvraag met justitie in aanraking komen, zonder pardon en zonder tijd te verspillen moeten worden uitgezet. Wil je op de lange duur draagvlak behouden voor de opvang van vluchtelingen, dan is dat de enige weg. Dat laatste zeg ik niet alleen, maar geeft ook Geert Mak inmiddels aarzelend toe.

Wegkijken helpt niet en maakt het probleem (lees: elk probleem) op termijn alleen maar groter. Zo vind ik de strafmaat van de 20-jarige 'busverkrachter' nog steeds bijzonder lastig te rijmen met het verlengde voorarrest van die vader uit Ruinerwold van wie nog moet worden vastgesteld dat hij iets ernstigs of echt strafbaars heeft gedaan. Dat het huis uit het Spijkenisse van mijn jeugd nu in een soort getto staat, is helaas niet meer terug te draaien. Laten we echter met z'n allen proberen te voorkomen dat dit hele land onleefbaar wordt.

donderdag 3 oktober 2019

Van de bank mag ik geen dag eerder hypotheekvrij zijn.

Toen ik na de maandelijkse afschrijving op de eerste dag van de maand het schoolbord in de keuken aanpaste, vroeg mijn jongste zoon waarom ik alles eigenlijk niet in één keer afloste. Nadat ik hem het hoe en wat van een spaarhypotheek had uitgelegd, bedacht ik dat ik die laatste vier maandpremies gemakkelijk in één keer kon ophoesten. Na eerst gechat te hebben met Jeffrey en Monique op de website van Aegon, kreeg ik telefonisch te horen dat dat helaas niet mogelijk was. Ik zal dus nog tandenknarsend moeten wachten tot 1 maart 2020.


Laat ik vooropstellen dat dit een uitgesproken luxeprobleem is. De meeste mensen zouden maar wat graag willen ruilen met iemand die nog maar vier maandbetalingen verwijderd is van een hypotheekvrij leven. Tegelijk voel ik me soms een marathonloper op de laatste meters van een lange, vermoeiende race die niet kan wachten tot hij eindelijk kan neerploffen op de stoeprand met een handdoek om zijn nek en een flesje koud water in zijn hand.

Een paar jaar geleden hadden we de looptijd van diezelfde hypotheek al eens met vijf jaar ingekort door het storten van een eenmalig bedrag van ruim 6000 euro én het verhogen van de maandpremie. Had ik dat toen niet gedaan, dan was ik de bank op dit moment nog meer dan 60 maandelijkse betalingen verschuldigd. In plaats daarvan hebben we de marathon ingekort tot een kilometer of 34 zonder te beseffen dat de laatste loodjes dan nog steeds zwaar zouden wegen.


Het besluit om de looptijd in te korten had meer te maken met de lage rente dan met haast of ongeduld. Op dit moment betalen we nog een ouderwetse 6,9% rente, met als gevolg dat het spaardeel aangroeit met hetzelfde percentage. Na 1 maart 2020 zou de rente omlaag duikelen tot misschien wel 2% of zelfs nog lager. Bij elke andere hypotheekvorm hang je na zo'n duikeling de vlag uit, maar bij een spaarhypotheek ben je elke maand netto misschien wel duurder uit.

We hebben dus al vijf jaar gewonnen, maar ik had niet voorzien dat die laatste maanden zoveel irritatie zouden opwekken. Aan de ene kant zit ik me met mijn armen over elkaar te verheugen op het moment dat we hypotheekvrij zijn, aan de andere kant erger ik me groen en geel als de bank aan het begin van de maand een greep doet uit de kas. Om er meteen maar vanaf te zijn, was ik helemaal klaar om dat bedrag in één keer te voldoen.


Toevallig was deze week de aflossingsblij-campagne van de banken weer van start gegaan, dus het was een uitgelezen moment om mezelf een hypotheekvrij huis cadeau te doen. De beste manier om aflossingsblij te worden is namelijk door alles af te lossen, al hoeft een ander scenario helemaal niet tot financiële problemen te leiden. Helaas werkte de bank niet mee, waarschijnlijk omdat het teveel gedoe is en elke extra storting handmatig moet worden verwerkt.

Toch leverde deze middag nog wel iets op, want ik bleek een domme rekenfout te hebben gemaakt. Pas nu we bijna van de hypotheek verlost zijn, ontdekte ik dat het maandbedrag dat op de eerste dag van de maand wordt afgeschreven, betrekking heeft op de vooráfgaande maand. In plaats van vier maandbetalingen waren we er dus nog steeds vijf verschuldigd. Er moet dus weer een streepje bij, maar dan zetten we er op 1 maart 2020 ook écht een heel dikke vette streep onder.

dinsdag 1 oktober 2019

Stop nu maar eens met dat eeuwige gezeur over boze witte mannen

Afgelopen zaterdag schreef Saskia Noort een column over de commotie rondom Greta Thunberg, waarbij het opnieuw dezelfde groep was die alles blijkbaar fout doet. In haar column turfde ik - inclusief de schreeuwerige kop - twee keer de zinsnede 'boze witte mannen' en drie keer 'oude(re) witte mannen'. Die zouden volgens haar ook nog eens onknap zijn en beschikken over kleine balletjes. Gaat natuurlijk niet per se over mij, maar ondertussen begin ik het wel een beetje zat te worden en borrelt ook bij mij de boosheid op.


Het idee van de 'boze witte man' is komen overwaaien uit de VS en maakt deel uit van het moderne jargon dat daar aan de universiteiten inmiddels gemeengoed is geworden. In die kringen kun je de hele wereldorde verklaren en samenvatten in termen als toxic masculinity, white privilige, angry white men, male fragility, en ga zo nog maar even door. In die zin is dat beeld van de boze witte man een gemakzuchtig vertaalde term, afkomstig uit een al even gemakzuchtige ideologie waarin alles zwart of wit is en goed of fout.

Het is ook een manier om elke discussie te smoren of meteen in je eigen voordeel te beslechten. Het maakt immers niet uit wat die boze witte man precies te melden heeft (en zelfs niet of hij eigenlijk wel boos is), omdat het per definitie een minpuntje is wanneer je in deze wereld wit bent, van het mannelijk geslacht en van middelbare leeftijd (al wordt dat begrip inmiddels zo ver opgerekt dat het volstrekt belachelijk is geworden, want zelfs de 72-jarige Arnold Schwarzenegger valt binnen die categorie).


Over Greta Thunberg wil ik het hier verder niet hebben, want dat is een geheel andere kwestie. Wel kun je vaststellen dat je best bezorgd kunt zijn om het klimaat én om de blinde verering die haar ten deel valt gezien haar psychische gesteldheid. Zoals zo vaak sluit het één het ander niet uit. Het is ook onzin om net te doen alsof alleen witte mannen daar een bepaalde mening over zouden hebben, want mijn vrouw en ik lazen afgelopen zomer allebei het boek over het gezin Thunberg en denken er ongeveer hetzelfde over.

Ik moet zeggen dat ik het heel sportief vond van Saskia Noort dat ze de moeite nam om te reageren op een van mijn tweets. Wel wekt ze de indruk wat gefrustreerd te zijn over mannen in het algemeen en mannen van middelbare leeftijd in het bijzonder (en dat is toch de vijver waar ze zelf in moet vissen). Omgekeerd kun je ook vaststellen dat boze witte mannen blijkbaar een geaccepteerde schietschijf vormen, terwijl het minder gangbaar is om in krantencolumns vol minachting te spreken over 'vrouwen in de overgang' of  'vrouwen die over hun houdbaarheidsdatum heen zijn'.


Nu is het zo dat boosheid van nature wel degelijk bij mannen hoort, van welke huidskleur dan ook. Tegenwoordig mag graag de indruk worden gewekt dat alle verschillen tussen man en vrouw door Intertoys worden gecreëerd, maar de echte boosdoener (haha) is natuurlijk 'testosteron'. Ik zou mijzelf dan ook willen omschrijven als licht ontvlambaar, hoewel dat met het klimmen der jaren juist steeds minder is geworden. Sinds ik mijn van nature aanwezige agressie heb vertaald in afloswoede en spaardrift, ben ik een veel redelijker en rustiger mens geworden en dat geldt helemaal sinds ik mezelf een 'basisinkomen' uitkeer.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig in Utrecht bij een prijsuitreiking in het kader van het Nederlands Film Festival. Daar sprak ik een oudere vrouw (zeker tien jaar ouder dan ik) die ik nog kende uit mijn journalistieke tijd en die ongevraagd haar afkeer liet blijken van toenemende politieke correctheid in de filmwereld. Film gaat over creatieve vrijheid, terwijl die nu juist aan alle kanten wordt bedreigd door het wensdenken van het cultureel marxisme en drammerige identiteitspolitiek. Ook regisseur Nouchka van Brakel (1940) hield een ferme toespraak over wat zij de 'verpreutsing' noemt van de filmwereld.

Nu hoort Van Brakel natuurlijk weer bij een andere groep waar je straffeloos tegenaan kunt schoppen (namelijk de babyboomers), maar ik luisterde instemmend naar de wijze woorden van deze 79-jarige vrouw en bedacht aan de hand van de oude filmbeelden die ze vertoonde dat er - ironisch genoeg - beduidend minder schaamte was toen vrouwen nog gewoon schaamhaar hadden. Het is dus zeker niet zo dat boze witte mannen iets tegen vrouwen (of tegen sociaal bewogen meisjes van zestien) zouden hebben, wel tegen schreeuwerige koppen, vrijblijvende grachtengordelpraat en gemakzuchtige analyses.

vrijdag 27 september 2019

Niet elke jongere wordt even hard getroffen door de wooncrisis

Op dit moment ben ik bezig in het boek Homesick van Catrina Davies, het persoonlijke verhaal van een jonge vrouw die haar intrek neemt in een oude schuur. Daarmee is het zowel een hedendaagse variant van het boek Walden als een aanklacht tegen de wooncrisis. Ook in Engeland zijn de huizenprijzen zo sterk gestegen dat jongeren er niet meer aan te pas komen. Al lezende kun je je echter niet aan de indruk onttrekken dat dit niet zomaar een verhaal is van winnaars en verliezers of van een onacceptabele generatiekloof.


Laat ik vooropstellen dat ik dit boek aanbeveel aan iedereen die droomt van een simpeler leven, die - net als ik - dat beroemde boek van Henry David Thoreau in de kast heeft staan of die geïnteresseerd is in filosofische bespiegelingen over de consumptiemaatschappij en de heilloze weg naar een nog hoger welvaartsniveau. Ik heb dit boek - betaald met een boekenbon - zorgvuldig uitgekozen, lees het met extra veel aandacht om er zo lang mogelijk van te genieten en heb tot nu toe ook alles gelezen in de achtertuin van mijn eigen bescheiden optrekje.

Op de achterflap wordt gesproken over een persoonlijke wooncrisis én een landelijke. Catrina Davies is begin dertig als ze het drukke Bristol (en het overvolle huurhuis waar ze resideert) achterlaat voor een terugkeer naar haar geboortestreek. Omdat de huizen daar onbetaalbaar zijn en vaak in het bezit van welgestelden die dik verdienen aan de vakantieverhuur, neemt ze haar intrek in een vervallen, metalen 'schuur' die ooit dienst deed als kantoorruimte voor het inmiddels allang weer failliete architectenbureau van haar vader.


Tot zover is het een duidelijk verhaal, al begin je je na verloop van tijd van alles af te vragen over haar financiële situatie en de keuzes die ze in het verleden heeft gemaakt. Zo woonde ze ooit samen met een jongen in een stacaravan, maar maakte ze het uit omdat ze niet samen met hem in een stacaravan wilde leven. Dat is haar goed recht, maar je vraagt je meteen af of dat wel het hele verhaal was en of het dan wel ging om echte liefde. Met mijn eigen vrouw had ik destijds letterlijk overál wel willen wonen, zolang het maar betekende dat we samen waren.

Even later vertelt ze dat ze in haar tienerjaren een bescheiden erfenis ontving van haar grootouders. Terwijl haar zus dat bedrag opzij zette en later zou gebruiken als aanbetaling van haar eerste koophuis, financierde Catrina met dat geld onder meer haar rijlessen en haar eerste auto. Zo zie je dat elk mensenleven een optelsom is van allemaal grote en kleine (financiële) beslissingen, veel meer dan de simpele, vaststaande uitkomst van één enkel geboortejaar.


Ik stuitte op dit boek dankzij een interessant artikel in NRC waarin meerdere boeken besproken werden die iets met wonen te maken hebben. Ook daarin wordt haar verhaal opgevoerd als voorbeeld van een jonge vrouw die op de huizenmarkt nét achter het net vist, terwijl je haar net zo goed kunt afschilderen als een verwende dertiger die na haar universitaire studie liever muziek wilde maken en fotograferen dan een baan op niveau te zoeken. Sterker nog: ze haalt haar neus op voor bijna élke vorm van betaald werk, bijna vanuit het idee dat ze recht heeft op gratis geld en een vrij bestaan.

Ze voert daarbij ook nog het argument aan dat een dubbeltje in de praktijk zelden een kwartje wordt en verwijst naar haar ouders die zakelijk gezien niet altijd slimme keuzes maakten en uiteindelijk hun relatie stuk zagen lopen. Tegelijk heeft ze puur geluk gehad door het feit dat dit uit golfplaten opgetrokken gebouw eigendom was van haar vader, anders had ze helemaal geen poot gehad om op te staan en geen plek om te slapen. Dat maakt van Homesick een goed verhaal, terwijl ze zelf eigenlijk een levensverhaal heeft dat aan alle kanten rammelt, al was het maar omdat ze met haar 40 jaar eigenlijk allang geen jongere meer is.

woensdag 25 september 2019

Overbevolking is een kikker in een overkokende pan met heet water

Enig idee hoeveel inwoners ons land telde in 1999? Dat is interessant om te weten, want op 9 juli van dat jaar publiceerde ik een opiniestuk in het Algemeen Dagblad waarin ik vaststelde dat ons land 'vol aanvoelde'. Dat is wellicht geen vreselijk wetenschappelijke benadering, maar sindsdien zijn er nog eens een kleine twee miljoen mensen bijgekomen. Niet alleen begeven we ons met de huidige exponentiële bevolkingsgroei op aarde op onbekend terrein, het onderwerp hangt nauw samen met tal van hedendaagse problemen waarvan de opwarming van de aarde de meest in het oog springende is.


Zoals eerder gezegd werd mij gevraagd dit onderwerp op 'wetenschappelijke wijze' te benaderen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat er dan maar één uitkomst mogelijk is. Ik kwam ergens inderdaad een tabel tegen waarin te lezen viel dat ons land probleemloos 25 miljoen inwoners zou kunnen herbergen en daar zitten we met 17,4 miljoen mensen nog ruim onder. En anders biedt de wetenschap wel de geruststellende gedachte dat je met slimme snufjes en technologische innovaties alle eventuele problemen die samenhangen met bevolkingsgroei kunt pareren.

Nu snap ik de charme van boeken die ons vooruitgang beloven en de geruststellende gedachte uitdragen dat de meeste mensen deugen, maar in de aanloop naar dat opiniestuk las ik destijds The Population Explosion van de bioloog Paul Ehrlich en zijn vrouw Anne dat een veel somberder toekomstbeeld schetst. Datzelfde geldt voor het recent verschenen boek Tien Miljard van de Britse wetenschapper Stephen Emmott. Je kunt aanvoeren dat Emmott niet weet waar hij over praat omdat hij psycholoog is, maar misschien is dit onderwerp juist wel voer voor psychologen.


Ik zou op deze plek ook kunnen schrijven dat ik het helemaal eens ben met W. Klinkhamer uit Eijsden van wie deze morgen een ingezonden brief in De Telegraaf werd gepubliceerd. Twintig jaar geleden (ja, daar schrik ik zelf ook elke keer weer van) schreef ik de toegenomen agressie in de samenleving deels toe aan het feit dat we met z'n allen op een kluitje leven. Mijn opiniestuk was aanleiding om als 'deskundige' mijn zegje te komen doen op de radio. Weliswaar was ik beroepsmatig werkzaam als journalist, maar als afgestudeerd planoloog had ik voldoende kennis in huis over het onderwerp demografie.

In de studio waren ook twee overheidsambtenaren aanwezig, die oprecht verbaasd waren over het gesuggereerde verband tussen geestelijk welzijn en bevolkingsdichtheid. Na afloop stonden we met z'n drieën in de lift en wisselden zij visitekaartjes uit, daarbij mij verder negerend. Zo snap je meteen waarom bepaalde ideeën op overheidsniveau tot in het oneindige worden herhaald, als de echo van een diepe wenspunt, zodat er op het laatst nog maar één waarheid (of eigenlijk: 'waarheid') over is. Voor dissidente geluiden is verder geen belangstelling en geen plaats.


Ik zou op deze plek ook kunnen schrijven dat ik het helemaal eens ben met Bregje Hofstede die een mooi, persoonlijk boek schreef over haar burn-out. Omgekeerd is het helemaal niet zo'n gekke gedachte om aan het rijtje overproductie, overprestatie en overprikkeling ook nog overbevolking toe te voegen. Helaas is dat laatste een taboeonderwerp vanwege de raakvlakken die het heeft met het vluchtelingenprobleem. Omdat de bevolkingsgroei in ons land vrijwel geheel toe te schrijven is aan immigratie in de meest brede zin, heet je al snel een 'racist' of krijg je te horen dat je dan zelf maar lekker moet ophoepelen.

Van die discussie wil ik me verre houden, dus ik besluit met een voorbeeld dat aangeeft waarom overbevolking volgens mij een probleem is en een sluipend probleem bovendien. In mijn boeken geef ik regelmatig aan dat sommige maatschappelijke ontwikkelingen ons massaal tot waanzin zouden drijven als ze plaats hadden gevonden in een tijdsbestek van 24 uur in plaats van 24 jáár. Dat is een zin waar je gemakkelijk overheen leest, terwijl het juist belangrijk is om daar even stil bij te staan en je dat heel levendig voor te stellen.

Toen ik mijn rijbewijs haalde, waren er in ons land ongeveer 5,5 miljoen auto's, begin dit jaar turfde het CBS 12,7 miljoen 'wegvoertuigen'. Probeer je maar eens voor te stellen dat je gaat slapen met dat felbegeerde roze papiertje op je nachtkastje en de volgende dag wakker wordt in een wereld waarin het wegverkeer ruimschoots is verdubbeld en de filedruk extreem is geworden. Ik vermoed dat de meeste mensen zich spontaan ziek zouden melden bij hun werkgever of zich huilend zouden melden bij de balie van de dichtstbijzijnde psychiatrische kliniek. Overbevolking is in die zin een bijna onderhuids probleem dat je op een dag compleet overvalt.

woensdag 18 september 2019

Overbevolking kun je helaas niet nameten en ook niet uitrekenen

In reactie op mijn vorige blog kreeg ik het verzoek om het onderwerp 'overbevolking' te benaderen vanuit wetenschappelijke hoek en niet als voormalig journalist van een luchtig mannenblad. Dat zou ik graag doen, maar dat is onmogelijk. Wie mijn boek Hypotheekvrij! leest, herkent daarin de vlotte pen van de journalist, de maatschappelijke blik van de politicoloog en de spanningsopbouw van de thrillerauteur. Alles wat je doet, gaat deel uitmaken van je identiteit en je kijk op de wereld. Zo vind ik Nederland bijvoorbeeld veel te vol, omdat er sinds mijn geboorte nog eens 6 miljoen mensen zijn bijgekomen.


Tussen mijn 26ste en mijn 52ste heb ik gewerkt bij een middelgrote uitgeverij, voor het grootste deel in loondienst. Je kunt dus met recht zeggen dat ik mijn hele werkzame leven voor hetzelfde tijdschrift heb gewerkt, al veranderde het regelmatig van koers en was het aan het einde van de rit geen weekblad meer maar een maandblad. Die jaren hebben mij gevormd, soms op manieren die ik pas later doorkreeg. Omdat het ook mijn kijk op de wereld heeft veranderd, zal ik dat nog wat verder uitdiepen voordat we het in een volgend blog over het eigenlijke onderwerp gaan hebben.

Bij Aktueel (later Aktueel Sportief en AktueelMAN) werkten slimme, eigenwijze en creatieve mensen waarvan de helft op de universiteit had gezeten. Links en rechts liepen op de redactie dwars door elkaar en waren van ondergeschikt belang: het ging nooit om ideologie maar altijd om goede ideeën. Taboes waren er ook niet, zodat je je straffeloos kon laten leiden door je nieuwsgierigheid, je achterdocht en je onderbuik. Toegegeven: dat klinkt niet erg wetenschappelijk, maar het werkte wel en leidde tot tal van inzichten.


Zo interviewde ik Pim Fortuyn al in 1998, toen de wereld hem alleen nog maar kende als columnist van Elsevier en als schrijver. Als ik de bijbehorende foto zie en de tekst nog eens nalees, overvalt me een diep gevoel van droefheid en zinloosheid. Fortuyn kaartte serieuze problemen aan, maar signaleerde 21 (!) jaar geleden al dat je dan meteen wordt weggezet als 'racist' en als 'vreemdelingenhater'. Net zoals ik zelf graag een nuchtere discussie zou willen voeren over het onderwerp overbevolking, zo wenste hij een 'zakelijk debat' over de islam.

Daarna heb ik hem nooit meer ontmoet of gesproken, al kruisten onze paden elkaar een jaar later nog eens op een totaal onverwachte wijze. Zo publiceerde ik op 21 april 1999 een opiniestuk in de Haagsche Courant waarin ik voorspel dat we in de toekomst meer etnische spanningen zullen zien in West-Europa. Precies een dag later schreef Pim Fortuyn in Elsevier een column met exact dezelfde strekking. Als ik mijn bijdrage een dag later had ingeleverd, had men mij zelfs van plagiaat kunnen beschuldigen.


Waarom is dit van belang? Bijvoorbeeld om aan te geven dat er geen verschil is tussen de journalist Gerhard Hormann en de politicoloog. Ik zie soms maatschappelijke ontwikkelingen en ik zie ze ook meteen heel levendig voor me omdat ik nou eenmaal romanschrijver ben. Als ik mijn bijdrage over de lessen van Kosovo na twintig jaar nog eens teruglees (of de column van Pim Fortuyn), dan stuit ik op een huiveringwekkend gelijk en een nog huiveringwekkender toekomstbeeld. Fortuyn noemt al het getal van 17 miljoen inwoners in 2015, terwijl het er toen nog 'maar' 15 miljoen waren.

Ook belangrijk om te beseffen is dat de redactie van Aktueel - misschien wel als enige nieuwsredactie van Nederland - totaal niet verrast was door de Fortuynrevolte van een paar jaar later. We wisten wat er leefde op straat, keken niet de andere kant uit, durfden bepaalde onderwerpen te benoemen en draaiden niet om de hete brei heen. Wat we toen echter niet hadden kunnen voorzien, is dat de politieke correctheid en de publieke kramp de daarop volgende decennia alleen nog maar groter zouden worden, waardoor een nuchtere discussie helemaal niet meer tot de mogelijkheden behoort.


                                                                                    (wordt vervolgd)




maandag 16 september 2019

Waarom staat overbevolking niet hoog op de politieke agenda?

Afgelopen weekend voelde ik me even een heavy metal-zangeres die al twintig jaar aan de weg timmert en dan ineens bekend wordt door mee te doen aan een veelbekeken televisieprogramma. Krijg ik op tweets over 'aflossen' doorgaans maar drie reacties (inclusief de vraag of ik zelf nou ook niet een beetje moe word van dat onderwerp), een bericht over overbevolking leverde een overrompelende hoeveelheid reacties, retweets en likes op. Hoog tijd om eens in te zoomen op zowel dit onderwerp als op de manier waarmee we ermee omgaan.


In mijn boeken hamer ik erop dat je moet proberen de regisseur te zijn van je eigen leven. Dat kan door sparen en aflossen en door het nastreven van een duidelijk doel, maar los daarvan is elk mens overgeleverd aan toeval, timing en de tijdgeest. Zo beschouwde ik bovenstaande foto als het belangrijkste nieuwsfeit, omdat het een iconisch beeld is. We rijden allemaal stug door in SUV's en roepen zo de zondvloed over onszelf af. Onze manier van leven zit in deze foto en ook de vermoedelijke afloop van het verhaal over hebzucht en hoogmoed.

Dat is mijn stokpaardje, net als overwaarde en overspannenheid. We putten de aarde uit en onszelf. Overbevolking heeft daar zijdelings mee te maken, maar krijgt in mijn boeken hooguit één hoofdstuk toebedeeld en is niet de hoofdzaak. Toen stelde ik hardop de vraag waarom er geen nuchtere discussie mogelijk is over het feit dat we er de komende decennia nog eens twee miljoen mensen bij krijgen in Nederland. Die discussie is interessant, want zonder immigratie zou de bevolking amper groeien of zelfs iets krimpen. Resultaat: ruim 1300 likes en meer dan 200 reacties, nooit eerder meegemaakt.


Interessant is de aard van de reacties. Behalve veel negativiteit over de multiculturele samenleving en onverholen racisme, werd er ook door menigeen getwijfeld aan het waarheidsgehalte van mijn observatie. Op vragen over de 'bron' kon ik geen duidelijk antwoord geven: afgelopen week ergens in de krant gelezen, niet eens als voorspelling maar als simpele vaststelling. Je kunt de discussie over overbevolking volgens mij ook niet voeren - of vooraf al winnen - door de cijfers te downplayen of door te gaan wapperen met veel positievere prognoses van het CBS voor het jaar 2040 of 2060.

De afgelopen drie jaar groeide de bevolking telkens met 100.000 per jaar. Sinds dat leuke liedje over 15 miljoen mensen uit 1996 zijn bijna 23 jaar verstreken en in diezelfde periode zijn er zo'n 2,5 miljoen mensen bijgekomen. In mijn geboortejaar (1961) waren het er zelfs maar 11,5 miljoen. Op welke manier je er ook naar kijkt, het gemiddelde komt altijd uit op 100.000 per jaar. Niets wijst op een trendbreuk, eerder op een toename van het aantal (klimaat)vluchtelingen. De vraag is dan ook legitiem wat het plafond is. Willen we in een land leven met 20 miljoen mensen of is dat een onleefbare situatie?


Na het downplayen volgt dan vanzelf het op de man spelen, ik zou bijna zeggen: het op de Mann spelen. Mijn voor- en achternaam suggereren namelijk dat ik pas vijf jaar geleden hier ben aangekomen met een koffertje vanuit Berlijn. Die grap kan ik wel hebben, want mijn eerste thriller stond in de speciaalzaak tussen de vertaalde romans. De werkelijkheid is dat mijn voorouders hier rond 1850 arriveerden, dus ik ben aardig ingeburgerd. Bijkomend voordeel is dat ik zowel mijn handen in onschuld kan wassen als het gaat om de slavernij als om WO2.

Vervolgens wist iemand te melden dat ik een onbetrouwbare bron ben, omdat ik ooit schreef voor het weekblad Actueel. In werkelijkheid is het Aktueel met een K, al deed dat blad zijn naam alle eer aan. Zo interviewde ik al in 2006 zangeres Floor Jansen, dertien jaar voordat haar naam ineens rondzong op verjaardagen. Het zal verder niemand verbazen dat ik de eerste journalist was die iets schreef over versneld aflossen en het is ook wel aardig om te vermelden dat ik al in 2011 een omslagverhaal publiceerde over tiny houses. Als je me dus iets kunt verwijten, dan is het niet dat ik slordig met feiten omspring, maar juist dat ik vaak iets te ver op de feiten vooruit loop.


                                                                                        (wordt vervolgd)