Zoeken

maandag 11 mei 2020

De coronacrisis kun je beschouwen als een gedwongen time-out

Dit is voor iedereen een rare en onzekere tijd, maar vanuit mijn optiek bezien is het zelfs bijna niet te bevatten. Zo schreef ik in mijn laatste column dat het soms bijna lijkt alsof iedereen zich ineens verplicht moet houden aan alle leefregels die wij onszelf na oktober 2008 hadden opgelegd. Dat is natuurlijk onzin, maar feit is dat dit 'nieuwe normaal' verdacht veel lijkt op mijn oude vertrouwde leven. In die zin kun je deze crisis beschouwen als een wijze les én als een gedwongen time-out. 


Er wordt de laatste tijd volop gespeculeerd over de vraag hoe de wereld eruit komt te zien, zodra dit alles achter de rug is. Zelf verwacht ik dat hij opvallend veel zal lijken op hoe het tot voor kort was, tenzij dit virus van geen wijken weet en de boel jarenlang grondig overhoop gooit. Het gros van de mensen kan niet wachten om weer in het vliegtuig te stappen of te gaan winkelen, zeker niet als daar geen enkel risico meer aan verbonden zou zijn.

Zelf hebben wij de boel radicaal omgegooid na de vórige crisis, maar daar was dan ook een dwingende reden voor. Zo ben ik fanatiek gaan aflossen in het volle besef dat ik mijn pensioen niet zou gaan halen in loondienst. In het boek Hypotheekvrij! maak ik daar geen woorden aan vuil (om de simpele reden dat ik toen nog bij mijn laatste werkgever in dienst was), maar ik wilde van het aflossingsvrije deel van de schuld af voordat ik mijn baan daadwerkelijk zou verliezen.


Om dat voor elkaar te krijgen, zijn wij vanaf november 2008 gaan leven alsof - zoals ik dat in diezelfde column omschrijf - de intelligente lockdown toen al van kracht was. Ik kocht jaren achtereen geen nieuwe kleren, kwam zelden of nooit in een restaurant en sloeg soms zelfs de zomervakantie over. Als we deze zomer helemaal niet weg kunnen of noodgedwongen in Nederland moeten blijven, haal ik daar dan ook mijn schouders over op.

Nu zit opeens het hele land in hetzelfde schuitje, met dát verschil (en dat is een essentieel verschil) dat wij het min of meer uit vrije wil deden en supergemotiveerd waren. Wat we deden, of juist niet deden, diende een duidelijk doel en had meteen effect. Nu lijkt het middel soms wel erger dan de kwaal en verkeren veel huishoudens in acute financiële nood. Tegelijk is het een broodnodige time-out, alsof het noodlot aan de noodrem trok.


Zelf heb ik dat twee keer eerder meegemaakt en beide keren pakte het wonderwel uit. Zo konden wij in 2011 bovenstaand stuk weidegrond kopen, dat toen nog helemaal overwoekerd was en vol stond met brandnetels. Op de dag dat de definitieve erfgrens werd bepaald, kon ik me niet langer inhouden en ging ik de begroeiing te lijf met een doodgewone zweefmaaier. Die moest ik af en toe optillen, omdat het gras tot mijn knieën kwam en daarbij landden de vlijmscherpe messen soms gevaarlijk dicht bij mijn voet.

Nu was ik in die tijd al half overspannen, doordat ik elke vijf weken een compleet maandblad in elkaar moest timmeren. Ik weet nog goed hoe mijn brein registreerde dat de grasmaaier tegen de rand van mijn regenlaars tikte zonder daaruit de conclusie te trekken dat ik veiligheidsschoenen moest aantrekken of maar beter helemaal kon stoppen. Dus eindigde ik even later op de Eerste Hulp en bracht ik de weken daarop in bed door met twee gehechte en gebroken tenen. Het werk ging gewoon door, maar ik kon heel even bijkomen met een laptop op schoot.


Het tweede voorbeeld stamt uit diezelfde hectische periode. Schreef ik als weekbladjournalist doorgaans zo'n twee artikelen per week, toen het een maandblad werd maakte ik er wel twee (of zelfs drie) per dág. Ik jakkerde van het ene onderwerp naar het andere en soms zelfs van het ene naar het andere land. Zo zat ik op een dag ineens in een hotel in Italië voor de introductie van de nieuwe Lancia Ypsilon en maakte ik een proefrit door de omgeving.

Deze keer werd ik gekoppeld aan Paul van Eijndhoven, hoofdredacteur van het Italië Magazine. Meestal was ik op pad met autojournalisten, maar dit reisje was speciaal bedoeld voor glossy's en publieksbladen. Halverwege de testrit, bij een café met uitzicht op het Comomeer, stelde hij voor om even te pauzeren voor een kop koffie. Zo zat ik even later gelukzalig te nippen aan een kop espresso, terwijl het heel eventjes rustig werd in mijn eigen hoofd.


Het is een gebeurtenis van niks - want ik durf te wedden dat hij het zelf niet eens meer weet - maar voor mij was het zo'n zeldzaam moment dat ik bijna wel kon janken van geluk. Tegelijk was ik zelf niet bij machte om die rust te pakken, dus ik had iemand nodig die me een halt toeriep. Vandaar dat het me eeuwig bij zal blijven en ik me altijd nog had voorgenomen om hem er, al is het bijna een decennium later, nog eens expliciet voor te bedanken.

Wat hij toen deed - ik zou bijna zeggen: hoe hij in mijn leven ingreep - doet het coronavirus nu met het collectief. De regels versoepelen alweer en hetzelfde geldt voor de bijbehorende zelfdiscipline, maar even hebben we dat heerlijke moment van rust en stilte mogen ervaren. In een van mijn boeken noteer ik dat je af en toe letterlijk moet stilstaan om even stil te staan bij wat echt belangrijk is in het leven. Daar heb ik toen al even van mogen proeven aan de oever van het Comomeer en dat smaakte absoluut naar méér.

maandag 4 mei 2020

Gaat de coronacrisis ons hele leven op z'n kop zetten?

Begin maart, nog voordat mijn nieuwe boek goed en wel gedrukt was, begon ik aan de opvolger van Eindelijk hypotheekvrij! Inmiddels heb ik zoveel ruw materiaal dat ik dat boek - dat ik gekscherend al eens Eindelijk voorbij! heb genoemd - in theorie nu al op de markt zou kunnen brengen als een soort appendix. Vraag is op dit moment niet alleen of dat bewuste boek ooit echt zal verschijnen, vraag is ook hoe het leven er ná corona precies uit komt te zien. In elk geval heeft het op microniveau mijn muzieksmaak al radicaal gewijzigd.



Op het eerste oog lijkt het misschien niet heel interessant om te weten naar welke muziek ik precies luister als ik de krant zit te lezen of een boek aan het schrijven ben (zeker wanneer muziek slechts een marginale rol speelt in je leven), maar het is symptomatisch voor de aardverschuiving die deze crisis heeft veroorzaakt. Er wordt veel gespeculeerd over hoe het leven er ná corona precies uit zal komen te zien en dat is niet voor niets. Veel van wat vertrouwd is, zal straks niet meer bestaan of onherkenbaar van gedaante zijn veranderd. Met andere woorden: er staan ons tal van kleine en grote veranderingen te wachten.

Grappig genoeg had ik het onderwerp voor dit blog al bedacht, toen ik bovenstaande column las in de zaterdagkrant die ik elke week van onze buren krijg. Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vertelt daarin hoe de crisis van invloed is op zijn muzieksmaak. Hij hield altijd al van klassieke muziek, maar hij heeft de laatste tijd binnen dat genre vooral behoefte aan 'voorspelbare' klanken. Die bieden hem in deze onzekere tijd niet alleen troost door hun schoonheid, maar ook houvast door de structuur van de composities. Hij luistert dus niet alleen naar andere muziek, maar hoort daarin plots ook iets heel anders.


Nu is mijn eigen muzieksmaak altijd al tamelijk eclectisch geweest, want ik luister zowel naar punkrock als naar de door Pfeijffer genoemd componist Palestrina. Van hokjes heb ik me nog nooit iets aangetrokken en ook niet van wat hoort, want het enige wat telt is wat je er zélf in hoort. Dus luister ik met vlagen naar oude blues, dan weer naar de hele tijd naar hiphop of Duitse symfonische rock. Maar de laatste weken is het vooral - en niet geheel toevallig - spacerock. Aanleiding is de heruitgave van het verzamelalbum Roadhawks, maar er is een reden waarom ik daarna bij Hawkwind bleef hangen.

Aan de ene kant heeft dat met nostalgie te maken, want het is muziek waar ik naar luisterde toen ik op de middelbare school zat. Aan de andere kant is dit, met al die bliepjes en piepjes en teksten over ruimtereizen en een toekomst vol geavanceerde robots, natuurlijk de ultieme vorm van escapisme. Je zit met je hoofd in de kosmos en relativeert de aardse problemen door je de ontzagwekkende omvang en oneindigheid van het heelal voor te stellen. Het gevolg is dat ik voor de komst van corona een stuk of zes cd's bezat van Hawkwind, terwijl ik nu al ruimschoots op het dubbele zit.


Daar bleef het echter niet bij, want naast de instrumentale spacerock van ons eigen Monomyth (waarvan ik inmiddels alle vier de cd's in bezit heb) stopte ik opeens ook een album van Richard Pinhas in mijn virtuele boodschappenmandje. Die artiest vertegenwoordigt óók een nostalgische waarde, want aan mijn vakanties in Frankrijk hield ik als tiener drie langspeelplaten over van de elektronicapioniers Heldon. Eén daarvan had ik jaren gelden al eens op cd gekocht, maar nu volgde ik opeens de verrichtingen van oprichter Pinhas met volle aandacht.

Op een van zijn albums staat een instrumentaal nummer dat langer duurt dan een uur. Je hoort vervormde gitaren, soms zo vervormd dat je denkt naar synthesizers te luisteren, aangevuld met slagwerk van een Japanse drumvirtuoos. Het is muziek die enorm veel van de luisteraar vraagt en waarin je pas na verschillende luisterbeurten iets van een structuur kunt ontdekken. Het is in zekere zin precies het omgekeerde van wat Pfeijffer doet, maar heeft tegelijk alles te maken met de coronacrisis. Niet alleen leidt het enorm af, je brein is ook de hele tijd bezig om iets totaal onbekends en onvoorspelbaars te bevatten.

woensdag 29 april 2020

Waarschijnlijk is biomassa het ultieme bewijs van onze collectieve breinschade

Sinds ik met plakbandpensioen ben, laat ik het KNMI mijn agenda bepalen. Als het mooi weer is, zit ik met een goed boek onder een parasol of ben ik een rondje aan het fietsen. Als het een paar dagen achter elkaar miezert, kruip ik achter de laptop om lezersvragen te beantwoorden, een blog te schrijven of te werken aan een opvolger van Eindelijk hypotheekvrij! Vandaag maakte ik van de gelegenheid gebruik om te kijken naar de nieuwe documentaire van Michael Moore. Die is niet alleen omstreden, maar onbedoeld ook perfect getimed.


Laat ik eerst maar even vertellen dat ik een groot fan ben van Michael Moore en van de manier waarop hij documentaires maakt: met de nodige humor, zonder rekening te houden met partijpolitiek en zonder respect voor autoriteiten. Voor mijn boek Een jaar in het donker zag ik Fahrenheit 11/9 in de bioscoop in Dordrecht en daar was ik zeer over te spreken. Uiteindelijk heb ik denk ik de helft van zijn werk gezien, soms op televisie, soms in de bioscoop. Rode draad is dat ze je altijd aan het denken zetten.

Met zijn nieuwste documentaire (waarin hij zelf nergens in beeld is, maar alleen als producer op de titelrol staat) is iets opmerkelijks aan de hand, want opeens geldt de held van links als 'fout'. Moore komt doorgaans op voor de kleine man, de kansarme, onverzekerde Amerikaan, de gedoemde slachtoffers van een wegkwijnende bedrijfstak of een vervuilende industrie. Deze keer neemt hij echter de groene lobby in het vizier die volgens hem mooie praatjes zou verkopen over schone energie en daarbij een loopje neemt met de waarheid.


Je zou kunnen zeggen dat dit een antwoord is op The Inconvenient Truth van Al Gore in die zin dat deze documentaire een even ongemakkelijke waarheid te vertellen heeft. De makers beweren nergens dat het klimaatprobleem onzin is, maar laten genadeloos zien dat we onze ondergang niet kunnen voorkomen door middel van technologische innovaties. Dat is geen leuke boodschap, terwijl de documentaire alleen maar onderstreept dat het weinig zin heeft om elektrische auto's te produceren zolang je elektriciteit op blijft wekken met behulp van steenkool of aardgas.

Eigenlijk vertelt Planet of the Humans ons dat we alleen maar druk bezig zijn het ene probleem te vervangen door het andere en daarbij een discussie over een fundamentele oplossing uit de weg gaan. Je kunt namelijk onmogelijk een schone, technologische oplossing bedenken voor een wereldbevolking van 10 miljard mensen die allemaal streven naar een westers welvaartsniveau. De documentaire laat ook de tragische denkfout zien achter het uitgangspunt dat biomassa op de een of andere manier een schone of verantwoorde energiebron zou vormen, zeker als er hele bossen voor gekapt moeten worden.


Bovenal zou ik iedereen willen aanraden om hier met een open blik naar te kijken, of je nu links of rechts bent (of wat daar tegenwoordig voor door moet gaan). Zelf vind ik het vooral interessant dat de documentaire werd uitgebracht op het moment dat er een pandemie als een windvlaag des doods over de aarde waart. Heel even komt alles stil te staan, net als die troosteloze, afgedankte windmolens hierboven en rijst de vraag hoe we de wereld zo snel mogelijk weer op kunnen starten (en ook of dat eigenlijk wel wenselijk is).

Uiteindelijk kun je deze documentaire beschouwen als een bewijs voor de stelling dat een radicale gedragsverandering meer zoden aan de dijk zet dan het met veel kunst en vliegwerk vasthouden van onze luxe levensstijl. Zo bekeken is het coronavirus eerder een soort zand in de machine, een piepklein plaagstootje van moeder natuur en misschien zelfs wel een nudge in de goede richting. De meeste mensen snakken na een paar weken alweer naar een terugkeer van ons oude leven, terwijl je misschien wel moet vaststellen dat er helemaal geen weg terug meer is als we straks opnieuw kiezen voor meer van hetzelfde en het plunderen van de planeet.


dinsdag 28 april 2020

Waar komt dat blinde vertrouwen in 'deskundigen' opeens vandaan?

Afgelopen vrijdag uitte ik in mijn wekelijkse column in het RD twijfels bij het blind opvolgen van de aanbevelingen van het RIVM. Dat was ruim een maand nadat ik op sociale media al had voorgesteld om na deze crisis de bezem door dit stoffige instituut te halen. Toch aarzelde ik tot het laatste moment of ik deze column wel zou insturen, want openlijke kritiek op het team experts achter Rutte wordt beschouwd als vloeken in de kerk. 


De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het nieuws rondom 'corona' pas goed ben gaan volgen na zondag 1 maart. De voorafgaande week waren we niet alleen op vakantie in Overijssel, we waren ook aan het aftellen naar de einddatum van de hypotheek. We lazen de hele week geen krant, keken amper televisie en genoten volop van het vooruitzicht dat we eindelijk ons doel hadden bereikt. Aan de keukentafel van het vakantiehuisje voerde ik de laatste correcties door in mijn nieuwe boek dat half maart uit zou komen zonder te beseffen wat er boven ons hoofd hing.

Dat veranderde op slag, toen ik maandag 2 maart een hele stapel kranten doorworstelde (we zijn geabonneerd op drie dagbladen en krijgen NRC van de buren). Vanaf dat moment stond ik op scherp en verslond ik elk woord dat ik tegenkwam over deze nieuwe ziekte die de hele wereld op zijn kop zou zetten. Toen al kwam ik tot heel andere bevindingen dan het RIVM en zette ik stappen om ons voor te bereiden op wat komen ging. In mijn column schrijf ik bijvoorbeeld dat ik op dinsdag 3 maart al verstek liet gaan op een bijeenkomst, terwijl minister-president Rutte op dinsdag 10 maart nog niet verder kwam dan het advies geen handen meer te schudden.


Zo ontstond vanzelf de schizofrene situatie dat ik qua gedrag een week of twee vooruit liep op de overheidsmaatregelen, terwijl ik tegelijk de hele tijd te horen kreeg dat we blind moesten varen op de adviezen van deskundigen (zelfs als die deskundigen met droge ogen beweerden dat er geen reden was om carnaval te verbieden omdat mensen dat doorgaans 'in kleine groepjes' vieren). Wie een kritische opmerking plaatste op sociale media, kreeg onmiddellijk de sneer dat ons land blijkbaar opeens '17 miljoen virologen' telt.

Dat typisch Nederlandse, nivellerende cliché suggereert dat gewone burgers er allemaal even weinig over zouden weten en dus ook niets zinnigs over dit onderwerp te melden zouden hebben. Dat is een fijn en knus democratisch standpunt in een land waar we voor iedereen gelijke kansen eisen, maar het is natuurlijk onzin. Zo durf ik best te beweren dat ik méér weet over dit onderwerp doordat ik in 1997 een virusthriller heb geschreven, tal van boeken over ebola heb gelezen en tijdens mijn werk als journalist verschillende virologen heb geïnterviewd. Dankzij films als Contagion en Outbreak kwam deze uitbraak me ook nog eens heel bekend voor.


Bot gezegd komt het er niet op neer wát je hebt gestudeerd hebt, maar vooral dát je hebt gestudeerd. Als politicoloog en planoloog (en later als journalist) heb ik in de eerste plaats geleerd om in elk verhaal de zwakke plekken te ontdekken en lek te schieten. Zo heb ik een broer die is opgeleid als bioloog maar die nu zulk voortreffelijk werkt levert in de ruimtelijke ordening dat niemand zijn deskundigheid zal betwisten. En verder staat het iedereen vrij om vooral zelf logisch te blijven nadenken.

Zo bleken er opvallend veel artsen en verplegers te overlijden aan corona in hun heroïsche strijd tegen het virus. Daar zitten veel jonge mensen tussen, terwijl dit virus normaal gesproken vooral ouderen zwaar treft. Mijn vrouw bedacht toen al meteen de hypothese dat er vooral gevaar schuilt in de stapeling van besmettingen, dus in de mate waarin je steeds maar weer bloot wordt gesteld aan grote hoeveelheden van het virus. Daar kun je hard om lachen (want opgeleid als onderwijzeres), maar het bleek wél te kloppen en is nu ook wetenschappelijk bewezen.

Toch bleef ik mijn twijfels houden over de strekking van mijn laatste column, met als gevolg dat ik mijn vrouw vroeg of ze hem voor de zekerheid nog even wilde doorlezen. Het resultaat was dat ik de laatste alinea opnieuw heb geformuleerd om de toon iets te verzachten. Bij wijze van bonustrack zal ik de oorspronkelijke versie hieronder alsnog plaatsen, zodat iedereen zelf kan oordelen:

'Uit een parlementaire enquête zal straks waarschijnlijk blijken dat met name in de aanloopfase kostbare tijd is verspild en dat adviezen van bepaalde deskundigen te klakkeloos zijn opgevolgd, zonder die te toetsen aan de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid of aan relevante bevindingen vanuit andere vakgebieden. Juist door voortdurend te hameren op de inzichten van deskundigen, heeft de overheid het vertrouwen in de wetenschap geschaad en blijk gegeven van onvoldoende eigen expertise, durf en daadkracht'.





donderdag 5 maart 2020

Kondigt mijn nieuwe boek meteen ook een nieuwe crisis aan?

De laatste week voordat de hypotheek afliep was een feestelijke gebeurtenis, maar tegelijk was het een totaal surrealistische ervaring. In oktober 2008 besloot ik fanatiek te gaan aflossen op het moment dat de aandelenkoersen instortten en de AEX bloedrood kleurde. Nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen, precies op het moment dat ik nét mijn allerlaatste aflossing zou doen. Daarmee krijgt die rode button op de omslag ineens een volstrekt andere lading.


We waren die week op vakantie in Overijssel, maar ik had mijn laptop meegenomen omdat ik nog een laatste blik moest werpen op de drukproef. Dat kwam goed uit, want op het allerlaatste moment heb ik nog een nieuwe column geschreven voor de economiepagina van het RD. Ik had er voor vertrek al eentje gemaakt over een tijdloos onderwerp, maar de omstandigheden vroegen om een actuelere, ook al omdat er zaken gebeurden die mijn verstand te boven gingen.

Die maandagochtend had ik beroepsmatig een blik geworpen op de beurskoersen en toen zag ik tot mijn stomme verbazing dat de AEX meer dan 3% lager stond. Het zou het startsein vormen voor een roerige beursweek waarin paniek de overhand kreeg en de borden extreme uitschieters lieten zien. Zelf kreeg ik het gevoel dat ik een bizarre déjà-vu had of het middelpunt was van een macabere grap. Precies dezelfde situatie had ik 11,5 jaar geleden namelijk ook al een keer meegemaakt en vanaf dat moment werd alles anders.

In gedachten werd ik getransporteerd naar die herfstweek in 2008 toen ik - terwijl ik óók in eigen land op vakantie was - met een boek van Eric Mecking op schoot naar de bloedrode cijfers zat te kijken op de beurs. Die historische week vormde het startsein voor onze afloscampagne, want meteen na thuiskomst pakte ik mijn hypotheekpapieren erbij en maakt ik uit de losse pols een aantal ingrijpende berekeningen. Even later boekte ik het eerste grote bedrag over naar de bank en zo daalde mijn schuld in het kielzog van de koersen steeds verder.

In mijn nieuwe boek vertel ik uitgebreid hoe we uiteindelijk 11,5 jaar zouden doen over het wegwerken van onze hele hypotheek (en leg ik uit waarom dat iets langer duurde dan de geplande 8 jaar). Maanden geleden maakten we al een ontwerp voor de cover van mijn nieuwe boek met daarop de zinsnede dat ik, eenmaal klaar met aflossen, ook klaar was voor de volgende crisis. Dat 'klaar' heeft bewust een dubbele betekenis, maar tegelijk had ik niet verwacht dat de aandelenbeurs pardoes zou instorten op het moment dat de bank mij de verlossende brief stuurde.


Voor andere mensen was het 'alleen maar' een onrustige beursweek, voor mij was het een ervaring die zelfs mijn fantasie als schrijver te boven ging. Als ik dit in een roman zou verwerken, zou geen enkele lezer het pikken, omdat het veel te toevallig is, te symbolisch en te gefabriceerd, maar dit voelde als een definitieve bevestiging dat ik destijds het enige juiste heb gedaan. Zelfs als de huizenmarkt in het kielzog van de beurs implodeert, kan mijn huis nooit meer onder water komen te staan of een restschuld opleveren.

Het was dus een verwarrende week, maar het was tegelijk geen totale verrassing. In een eerdere column in diezelfde krant schreef ik hoe ik in november, bij een stand van de AEX van ongeveer 585 punten, mijn beide koopsompolissen van de beurs heb gehaald. Daar kwam geen voorkennis aan te pass, wel een vaag voorgevoel. Inmiddels staat de AEX ruim onder de 500 punten, maar dat kan met de huidige volatiliteit zo weer anders zijn. Zo heb ik - met een hypotheekvrij huis en een paar koopsompolissen op een stallingsrekening - weer wat meer gemoedsrust, maar tegelijk ben ik er helemaal niet gerust op.

maandag 2 maart 2020

Nu we hypotheekvrij zijn begint voor ons een heel nieuw hoofdstuk.

En dan word je opeens wakker op een grijze maandagmorgen in het besef dat je nooit meer hypotheekrente aan de bank hoeft te betalen. Natuurlijk is dat een heerlijk gevoel, maar na 11,5 jaar fanatiek aflossen voelt het ook een tikje onwerkelijk. Meer dan tien jaar lang hielden we de blik strak gericht op een denkbeeldige stip op de horizon, nu dobberen we zonder reisdoel in een veilige haven. Maar de laatste zeven dagen van de looptijd zullen we in elk geval nooit meer vergeten. En dan was er er vanmorgen bij het open trekken van de gordijnen ook nog die prachtige witte reiger die zich nooit eerder had vertoond.


De afgelopen week begon in een vakantiehuisje in Overijssel en daarmee was de cirkel mooi rond. In oktober 2008 nam ik het besluit om fanatiek te gaan aflossen in een huisje op de Veluwe, terwijl ik met een boek van Eric Mecking op schoot verbijsterd naar de kelderende aandelenkoersen zat te staren. De laatste zeven dagen - want we waren écht aan het aftellen - verbleven we opnieuw in de bossen, maar dan met een totaal andere uitgangspositie.

Meteen na aankomst reden we door naar een verbouwde boerenschuur in Drenthe om daar de Canadsese folkzangeres Madeleine Roger te zien optreden. We hádden al kaartjes voor haar concert in Rotterdam, maar stomtoevallig trad ze daar ook in de buurt op. Na afloop van haar optreden vroeg ik of zij, en haar (begeleidings)partner Logan McKillop, iets toepasselijk in het cd-boekje wilden schrijven en dat deden ze.


De rest van de week draaiden we haar muziek bijna non-stop, zodat Cottonwood voorgoed de soundtrack is geworden van het afscheid nemen van onze schuld. Tussendoor kregen we goede vrienden uit de Randstad op bezoek, maakten we lange wandelingen door de schitterende omgeving, gingen we bij familie langs en bij verre familie, bezochten we de bioscoop in Zwolle (waar ik met mijn Cinevillepas ook voor niks naar binnen mocht) en zaten we uren achtereen heerlijk te lezen in het huisje.

In het nabijgelegen dorp kocht mijn vrouw twee paar schoenen en een dure winterjas in de uitverkoop, waarna ik in dezelfde winkel maar liefst twee jassen scoorde met 50% korting. Toen we later die week in de stad Groningen waren voor een bezoek aan een achterneef (die ik nooit eerder had ontmoet maar die me attendeerde op mijn Scandinavische roots), kocht ik twee paar nieuwe cowboylaarzen in precies dezelfde winkel waar ik rond 2006 mijn laatste paar vandaan had.


Je zou het een opluchtingsrally kunnen noemen, maar ook een soort inhaalslag. Veel spullen in en om huis (en in de kledingkast) zijn inmiddels aan vervanging toe, doordat we de afgelopen jaren alleen het hoognodige kochten. Nu zijn we niet alleen hypotheekvrij, maar hebben we ook meer vrij te besteden. Met een nieuwe outfit versterk je ook nog eens het gevoel dat je een bladzijde omslaat en aan een nieuw hoofdstuk begint. Heel veel zal er overigens niet veranderen, want ondanks die nieuwe schoenen gaan we gewoon op de oude voet verder.

Er valt nog veel meer over deze week te vertellen (en dat zal ik binnenkort zeker doen, omdat er een frappante overeenkomst is tussen de omstandigheden in 2008 en 2020), maar voor vandaag volsta ik met de vaststelling dat het doel is bereikt. Omdat ik altijd op zoek ben naar symboliek, keek ik niet eens verrast op toen ik vanmorgen vanuit het keukenraam een witte reiger zag. Normale exemplaren zie je hier natuurlijk vaker, maar dit was de eerste witte in al die jaren. Niet alleen heeft deze week dus zijn eigen soundtrack, het afscheid van de hypotheek heeft ook zijn hoogsteigen symbool in de gedaante van een maagdelijk witte watervogel.


dinsdag 11 februari 2020

Waarom je niet gelukkiger wordt van nog meer spullen

Nu we per 1 maart 2020 definitief van onze hypotheek af zijn, krijgen we steeds vaker de vraag wat we na die datum van plan zijn allemaal te gaan doen. Blijkbaar verkeren veel mensen in de veronderstelling dat we niet kunnen wachten om het geld weer ouderwets te laten rollen. Inderdaad zullen we de teugels wat laten vieren, maar de kans is klein dat ik me ineens weer ontpop in een big spender. Sinds afgelopen zondag weet ik zelfs zeker dat je meer hebt aan onvergetelijke ervaringen dan aan nóg meer overbodige spullen.


Het zal niemand zijn ontgaan dat er afgelopen zondag een storm over ons land raasde die vooraf leidde tot een ware mediastorm. Hoewel de heftigheid op de meeste plekken uiteindelijk meeviel, had hij dagen nodig om uit te razen. Op de dag zelf luidde het advies om niet op pad te gaan, als dat niet strikt noodzakelijk was. Veel festiviteiten werden afgelast of op het laatste moment afgeblazen, behalve in het nuchtere Groningen waar men wel erger gewend is.

Weken geleden had ik al kaartjes laten reserveren voor het concert dat folkzangeres Linde Nijland en gitarist Bert Ridderbos zouden geven in het eeuwenoude kerkje van Nieuw Beerta. Niet alleen de sfeervolle setting sprak ons aan, het duo zou ook eenmalig optreden met de Groningse troubadour Hans van der Lijke. Dat is geen artiest die je ooit op televisie ziet, maar hij zingt humoristische en hartverscheurend mooie liedjes in de voetsporen van Ede Staal.


Toen we die kaartjes reserveerden, wisten we niets van een storm. En op de dag zelf konden we nog niet weten dat juist boven het vlakke Groningse platteland windsnelheden zouden worden gemeten van meer dan honderd kilometer per uur. Voor vertrek deden we nog wat lacherig over de wind (zeker omdat ik op 18 januari 2018 zelfs met code rood nog gewoon naar de bioscoop was gefietst), maar onderweg werden we steeds stiller.

Toen een rondvliegende boomtak de voorruit schampte op de snelweg vroeg ik me serieus af of dit wel zo'n goed plan was en hield ik zelfs rekening met de mogelijkheid dat we ter plekke een bed & breakfast zouden moeten zien te vinden als de storm nog heftiger werd. Heelhuids aangekomen bij het kerkje zagen we tot onze opluchting een aantal langs de weg geparkeerde auto's (het ging dus in elk geval door), maar toen ik even later een foto wilde maken van een onheilspellend straatnaambord werd mijn telefoon door de wind bijna uit mijn handen gerukt.


Het is natuurlijk gekkenwerk om naar een concert te gaan op 300 kilometer van huis (zelfs al logeer je dat weekend ergens halverwege de route) en het is helemaal gekkenwerk om dat op een dergelijke dag te doen. Maar uiteindelijk hielp het onstuimige weer juist mee om hier een dag van te maken om nooit meer te vergeten. Binnen in de kerk was van de storm niet veel te merken, hoewel hij aan leek te zwellen precies op het moment dat Linde a capella een prachtig liedje zong waarin het over de wind ging.

We zaten in de voorste rij kerkbanken, als enige bezoekers uit de Randstad, tussen allemaal vriendelijke Groningers die ons meteen zo'n thuisgevoel gaven dat we stiekem al even op Funda hebben gekeken. Het optreden zelf was nog veel mooier en specialer dan verwacht, met die bijna engelachtige stem van Linde Nijland, de prachtige akoestiek en de bijdrage van Hans van der Lijke. Wij hebben thuis alle cd's van deze Groningse troubadour dus voor ons is hij een hele bekendheid en een held.

Het spontane karakter van het optreden, het gevoel dat we veilig achter eeuwenoude muren zaten terwijl buiten de wereld verging, de charmante anekdotes van Linde Nijland en haar persoonlijke begroeting bij de deur, dat alles zorgde voor een onvergetelijke middag en een voorlopig hoogtepunt van 2020. Tijdens het optreden boog mijn vrouw zich naar me toe en fluisterde dat 'hier geen cd tegenop kon'. Daarmee herformuleerde zij op treffende wijze de kop boven dit blog en onderstreepte ze nog eens dat we sindsdien weer een onvergetelijke ervaring rijker zijn.