Zoeken

maandag 11 juli 2016

Eindelijk genoeg tijd om al die boeken te lezen

Na het verschijnen van De omgekeerde werkweek werd mij door journalisten vaak de vraag gesteld hoeveel ik zélf nou eigenlijk werk. In het verlengde daarvan ligt de vraag hoe een gemiddelde doordeweekse dag er uitziet met een tamelijk lege agenda en een bescheiden basisinkomen. Op beide vragen heb ik een goed antwoord, maar veel interessanter is het hoe een ideále dag tegenwoordig verloopt. Beter gezegd: wanneer heb ik nou echt profijt van mijn plakbandpensioen? 


Om dat vast te stellen hoeven we maar een paar dagen terug in de tijd te gaan, namelijk naar afgelopen vrijdag. Nadat ik mijn Franse gast op station Lombardijen had afgezet, ben ik weer naar huis gegaan om daar een blog te schrijven over zijn bezoek. Vervolgens heb ik een een paar boterhammen met aardbeien gegeten als lunch en ben ik naar de plaatselijke bibliotheek gereden om een paar boeken terug te brengen en weer een paar nieuwe te lenen. Normaal gesproken kom ik er één keer per week, maar die frequentie neemt steeds iets toe.

Zonder aarzelen liep ik deze keer af op de rij boeken met de letter D. Een oud-collega (die op mijn advies aan een boek van Thomas Verbogt was begonnen) had namelijk geappt dat ik beslist eens iets van Nico Dijkshoorn moest lezen. Ten overvloede had hij erbij gezegd dat ik verder alles moest vergeten wat ik dacht, vond of meende te weten van die man. Geen gekke toevoeging, want ik kende Dijkshoorn alleen maar van zijn optreden bij De Wereld Draait Door en zou uit mijn hoofd geen enkel boek van hem kunnen noemen.


Na thuiskomst ben ik meteen begonnen in de verhalenbundel Kleine Dingen. Uren later (nadat er ook nog iemand gezellig op theevisite was geweest en we 's avonds pizza hadden gegeten) had Dijkshoorn er weer een fan bij. Nog diezelfde avond begon ik aan Nooit ziek geweest, hoewel mijn oud-collega tot dusver alleen korte verhalen en gedichten van hem had gelezen en niet wist of hij ook goede romans schreef. Om kwart voor twaalf, drie kwartier later dan ik normaal gesproken naar bed ga, stopte ik met tegenzin met lezen en besloot ik de volgende dag nóg een paar van zijn boeken te halen.

Inmiddels ben ik al aardig op streek in De tranen van Kuif den Dolder, terwijl In zijn nabijheid op mijn nachtkastje ligt en ik zojuist bericht kreeg van de bieb dat de dikke Dijkshoorn voor me klaarstaat op de plank met reserveringen. Waarschijnlijk stop ik pas als ik alle boeken heb gelezen die hij tot op heden heeft geschreven (voor zover ze in de bibliotheek voorradig zijn), net zoals ik dat eerder heb gedaan met Thomas Verbogt. Ik las een interview met hem toen hij genomineerd was voor de Libris-prijs, leende uit nieuwsgierigheid een boek en heb er inmiddels een stuk of veertien verslonden.


Dat vraag ik mezelf de laatste tijd dus regelmatig af: wanneer was ik al deze boeken (en meer) gaan lezen als ik gewoon tot mijn 68ste in loondienst was gebleven? In die ene zomervakantie van een week? Had ik mezelf nog dertien jaar lang op rantsoen moeten zetten, terwijl ik eigenlijk niets liever doe dan lezen? Wat is dat voor een leven? En zijn er nou echt mensen die op maandag liever aansluiten in de file op weg naar kantoor dan zich verwachtingsvol in een luie tuinstoel te nestelen met weer een nieuwe schrijver die ze hebben ontdekt?

Afgelopen vrijdag was een topdag en misschien wel de mooiste dag van het jaar. Op de omslag van bovenstaand boek vraag Verbogt zich af wat nou precies de bedoeling is en diezelfde vraag kun je stellen als het om jouw leven gaat. Wat is daarvan nou de zin en de bedoeling? Nu ik weer volop tijd heb om te lezen, naar muziek te luisteren en op de racefiets te stappen hoef ik niet lang na te denken over het antwoord op die vraag. De bedoeling is vanaf nu: zoveel mogelijk mensen op e-bikes inhalen op de fiets en de rest van de tijd besteden aan "inhaallezen".