Zoeken

zaterdag 30 januari 2016

Zit er een Herman Brood in iedere kunstenaar?

Vanmorgen las ik in het Volkskrant Magazine een interessant interview met Xandra Brood waar ik weer iets van heb geleerd - over mezelf maar ook over de wereld. Kom bij mij dus niet aan met praatjes dat er in de krant alleen maar "oud nieuws" staat, want ik leer elke week juist allemaal nieuwe dingen dankzij drie abonnementen. Vaak heeft dat slechts indirect met het onderwerp te maken, maar dat maakt het juist extra interessant. Zo blijk ik bijvoorbeeld minstens twee dingen gemeen te hebben met Herman Brood, ondanks het feit dat ik nooit iets anders slik dan Paracetamol en dat bij voorkeur slechts één keer in de vijf jaar.

Laat ik eerst even teruggaan naar mijn persoonlijke relatie met Herman Brood. Toen ik 15 was, ging ik naar een concert van Eddie & The Hot Rods in Paradiso. Deze pubrockband was hard en snel genoeg om voor punk door te kunnen gaan en heeft minstens één onsterfelijk  nummer geschreven dat me nog steeds op het lijf is geschreven: "Do anything you wanna do". Op de borden stond - en dat was op zich al raar - dat er in plaats van een voorprogramma een náprogramma zou zijn met Herman Brood. Niets van meegekregen helaas, want ik dacht alleen maar: "Wie heet er nou Bróód?" Dat was, voor alle duidelijkheid, lang voordat ik 7 cd's van Cuby & The Blizzards zou kopen, want cd's bestonden nog niet eens. Ik weet zelfs niet eens meer honderd procent zeker of het na het concert van Eddie & The Hot Rods was of bij een van de andere optredens die ik in die tijd heb gezien.

Hoe dan ook: in het bewuste interview vertelt Xandra Brood over haar man (over wie ze nog steeds in de tegenwoordige tijd praat alsof zijn roem hem onsterfelijk heeft gemaakt) dat hij op een dag thuis kwam met een konijn in een doos. Herman was weg van dat beest, zonder er bij stil te staan dat het dier een hok nodig had en dagelijks gevoerd zou moeten worden. Dat deed me denken aan het kinderlijke enthousiasme waarmee ik ooit een vakantiehuis in Duitsland had gekocht zonder me serieus af te vragen hoe vaak we tijd en zin zouden hebben om ruim 800 kilometer af te leggen voor een paar daagjes rust. Ik dacht alleen maar aan alle leuke, relaxte dingen die ik daar ging doen, niet aan alle reparaties die er te doen waren na elke strenge winter.


Het konijn van Brood heette Oops, maar dit was mijn persoonlijke Oeps-moment. Niet onomkeerbaar en (zoals in mijn vorige blog te lezen viel) een mooi omslagpunt. Zijn impulsaankoop is echter zo herkenbaar dat je je kunt afvragen of er in elke kunstenaar, en misschien wel in elke man, een jongen schuilgaat die soms alleen maar iets doet of beslist uit kinderlijk enthousiasme. Doorgaans zijn het in het programma Ik Vertrek ook mánnen die hun gezin op sleeptouw nemen omdat ze zo nodig een nieuw leven willen beginnen.

Net zo grappig - maar ook puur toevallig - is dat Herman Brood precies dezelfde uitdrukking gebruikte die ik ook nog wel eens bezig. Ik heb hem niet zelf bedacht en ken hem alleen dankzij een sympathieke, Brabantse eindredacteur die in de nadagen van Aktueel de pagina's van mooie koppen voorzag. Blijkbaar sloot hij aan op mijn levensmotto, want als mensen vragen of ik ergens spijt van heb (bijvoorbeeld van die aankoop van dat Duitse huis) antwoord ik altijd in de geest van Herman Brood: "Spijt is wat de koe schijt."

Ik doe wel eens wat doms, maar kijk niet om en begin elke dag met een schone lei. Woekerpolissen kun je niet ongedaan maken en ik had in 1994 veel beter een spaarrekening kunnen openen dan twintig jaar premie in te leggen voor een zogeheten "aandelenspaarplan". Achteraf gezien had ik ook best al in het jaar 2000 willen beginnen met aflossen in plaats van in het slechtste beursjaar sinds de oprichting van de AEX. Het draait in het leven echter niet om de domme dingen die je gisteren hebt gedaan, maar om de slimme stappen die je vanaf nu zet.