Zoeken

vrijdag 3 juni 2016

Pensioenkortingen treffen vooral gepensioneerde húúrders

In de media wordt de laatste tijd heel veel gesomberd over dreigende pensioenkortingen en niet-geïndexeerde aanvullende uitkeringen. De koopkracht van ouderen daalt al jaren en daar kwam per 1 januari nog een nieuw belastingplan overheen dat netto zomaar weer een paar tientjes per maand kon schelen. Gisteren stond er een reportage in De Telegraaf waarin staatssecretaris Klijnsma in gesprek ging met bezorgde senioren. Daaruit bleek twee dingen: (a) het zijn vooral de zorgkosten die er flink inhakken en (b) je hebt als gepensioneerde vaak meer aan een hypotheekvrij koophuis dan aan een aanvullend pensioen.


In het verhaal kwamen vier mensen voor, variërend in leeftijd tussen de 73 en 83 jaar. Alle vier zijn ze de derde levensfase (die tussen 55 en 70) dus al voorbij, hoewel je in de nabije toekomst als 73-jarige nog meer nét met pensioen bent. Van de vier hebben er drie een (chronische) ziekte en om die reden te maken met stijgende zorgkosten in de vorm van een hoger eigen risico en hogere eigen bijdragen. Dat is en blijft een onvoorspelbare factor bij het maken van een financieel plan en kan in de praktijk veel verschil maken. Om die reden probeer ik zo gezond mogelijk te leven en ook zo gezond mogelijk te eten, maar natuurlijk heb je dat niet allemaal zelf in de hand of misschien zelfs wel helemaal niet.

Van de vier zijn er drie alleenstaand, wat betekent dat ze het naast hun eventuele aanvullende pensioen moeten doen met 1068 euro netto per maand aan AOW. Dat is geen vetpot, hoewel het qua hoogte wel bijna precies overeenkomt met het bedrag dat meestal genoemd wordt als het gaat om een onvoorwaardelijk basisinkomen. ZZP'ers die niets doen aan hun pensioen (of daar simpelweg niet genoeg geld voor overhouden), moeten zich dus goed realiseren dat ze het straks met dat ene kale bedrag moeten zien te redden. Dat is een probleem dat pas in de toekomst gaat spelen, maar dat is wel iets om nu al bij stil te staan.


De betaalbaarheid van de AOW is tegen die tijd waarschijnlijk toch al een stevig discussiepunt dat de solidariteit tussen jong en oud (en tussen werkend en niet-werkend) nog verder op scherp zal zetten, dus dat wordt nog een heel interessante en spannende combinatie. Ook nu al zie je enorm grote verschillen in de hoogte van het aanvullend pensioen. Zo heeft de ene weduwe in het artikel een aanvullend pensioen van 300 euro netto, terwijl de andere maandelijks bijna 1500 euro op de rekening krijgt bijgeschreven en dus bijna twee keer zoveel te besteden heeft.

Wat de vier verder met elkaar gemeen hebben, behalve het feit dat ze de 65 zijn gepasseerd, is dat ze allemaal in een húúrhuis wonen. Veel van hun (terechte) klachten komen dus voort uit het feit dat hun woonlasten voortdurend stijgen, terwijl hun inkomsten alleen maar dalen en het verlies aan koopkracht dus dubbel zo hard aankomt. De echte kloof vind je in de toekomst dus tussen gepensioneerden die 650 euro huur per maand verwonen (of nog veel meer) en leeftijdgenoten met een koophuis die alles hebben afgelost.


Nu is de kans groot dat het koophuis in de nabije toekomst naar box 3 verhuist en als vermogen wordt aangemerkt waardoor dat verschil automatisch zal afvlakken. Maar dat neemt niet weg dat je jezelf als 65-plusser nu ruim 600 euro per maand bespaart in een hypotheekvrij huis en dus automatisch ook zeshonderd euro méér te besteden hebt. Het is precies zoals econoom Henriëtte Prast het heeft gezegd: door af te lossen betaal je je woonlasten als het ware vooruit voor de rest van je leven. Daar zou ik nog aan toe willen voegen dat je met een hypotheekvrij huis vaak ook veel éérder van je pensioen kunt gaan genieten, al is het maar in deeltijd. Met een koophuis heb je dus niet alleen meer koopkracht, maar ook meer keuzevrijheid.