Zoeken

dinsdag 18 oktober 2016

Wat doet een hypotheekvrij huis met je uitgavenpatroon?

Als ons oudste stukje hypotheek in februari 2017 is afgelost, scheelt ons dat maandelijks 150 euro bruto. De echte klapper volgt echter pas in maart 2020 als we echt helemaal hypotheekvrij zijn en onze woonlasten nog eens met 500 euro extra dalen. Dat roept automatisch de vraag op of we dan ook anders gaan leven (of zelfs: of we dan eindelijk weer beginnen met leven). Want wat doe je als je opeens 650 euro extra te besteden hebt? Ga je dan meer uitgeven en ruil je die oude Alto spoorslags in voor iets anders of ga je nóg minder werken? Zo bekeken verschilt deze vraag dus niet zoveel van de discussie rondom het basisinkomen.


In een van mijn eerder boeken heb ik een hypotheekvrij huis al eens vergeleken met een basisinkomen. Niet iedereen snapt meteen wat ik daarmee bedoel, tot ik ze herinner aan het feit dat huishoudens vaak 35% van hun inkomen (of zelfs meer) kwijt zijn aan woonlasten. Strikt genomen ben je elke maand dus sowieso de eerste week aan het werk voor je huis. Betaal je nu 1000 euro aan rente en aflossing, dan houd je opeens 1000 euro over op het moment dat je hypotheekvrij hebt. Je inkomen stijgt niet, maar je hebt wel ineens veel meer te besteden.

Een huis is een basisbehoefte en een hypotheekvrij huis is een basisinkomen. Die eerste 700 of 900 euro hoef je vanaf dat moment immers niet meer bij elkaar te verdienen. Op dezelfde manier kun  je een afgelost huis ook beschouwen als een aanvullend pensioen of vaststellen dat je met een hypotheekvrije woning zelfs aardig rond zou kunnen komen met alleen AOW. Dat laat zien dat je er op heel veel verschillende manieren naar kunt kijken en dat er meer facetten aan dit onderwerp zitten dan de dooddoener dat "je geld dan in stenen zit".


Zo denken sommige mensen nog steeds dat we straks tien jaar lang op een houtje hebben moeten bijten en pas in 2020 weer beginnen met leven. In het verlengde daarvan ligt de verwachting dat we staan te trappelen om dat uitgespaarde bedrag (op jaarbasis bijna 8000 euro bruto) uit te geven aan luxe en "leuke dingen". Mensen die in een huurhuis wonen of al die jaren geen cent hebben afgelost, troosten zich waarschijnlijk graag met de gedachte dat wij de afgelopen jaren bibberend onder een fleecedeken droog brood hebben zitten eten en eigenlijk geen leven hebben gehad om onze levenhypotheek af te kunnen lossen.

In werkelijkheid is het omgekeerde gebeurd. Door minder te consumeren ben ik ongemerkt een minimalist geworden die heeft ontdekt dat je geen spat gelukkiger wordt van spullen, maar wél van meer vrije tijd en minder stress. Vandaar dat ik elke uitgespaarde cent meteen heb omgezet in meer lege plekken in mijn agenda en een lager levenstempo. Ik geef niet alleen minder geld uit, maar ga ook langzamer door het leven en sta meer bij dingen stil. Dat bevalt zo goed dat ik dat hypotheekvrije huis straks vooral ga gebruiken om nog meer dagen vrij te nemen.


De kans dat ik mijn auto inruil voor een cabrio is stukken kleiner dan de kans dat ik kies voor een robuuste trekkingbike waarmee ik écht op reis kan of een hi-speed pedelec waarmee ik vanuit huis op één dag naar mijn oudste broer in Drenthe kan fietsen. Op dit moment verlang ik er alleen maar naar om nog minder auto te rijden en met nog minder tijdsdruk door het leven te gaan. In die zin kun je je dus afvragen wat er zou gebeuren als je iedere volwassen Nederlander 1000 euro per maand netto op zijn rekening zou storten (of zelfs 1500 euro netto als de Basisinkomen Partij haar zin krijgt). Dan gebeurt er namelijk precies hetzelfde als wanneer je iedereen in één klap zijn hele hypotheek kwijt zou schelden.

Met twee bij elkaar opgetelde basisinkomens en een hypotheekvrij huis (wat dus feitelijk een derde basisinkomen is), ontbreekt iedere impuls om te gaan werken voor je geld. Natuurlijk ga je dan niet de hele dag duimen zitten draaien, maar de kans dat je tegen je zin of met tegenzin van 9 tot 5 iets gaat zitten doen omdat de rekeningen nu eenmaal betaald moeten worden, is nihil. De uitstroom bij de Belastingdienst laat zien dat er nog steeds grote behoefte is aan een soort VUT, zodat je er niet raar van moet staan te kijken als een basisinkomen door die groep zou worden aangegrepen als een soort staatspensioen. Het is dus niet zo dat ik pas weer ga leven als we met veel pijn en moeite alles hebben afgelost, maar eerder zo dat ik voor mijn gevoel pas echt ben gaan leven sinds ik niet meer in loondienst ben, zelf mijn werktijden bepaal en zo weinig mogelijk werk.