Zoeken

woensdag 12 oktober 2016

Toch nog een piepklein beetje restschuld

Gisteren lag er ineens een zeer welkome brief op de deurmat. Natuurlijk wist ik al dat ons oudste stukje hypotheek af zou lopen in februari 2017 (waardoor onze bruto woonlasten in één klap met 150 euro bruto dalen), maar het is leuk om zwart op wit te lezen dat je hypotheek "binnenkort de einddatum bereikt". Daarmee zijn we overigens nog niet helemaal hypotheekvrij, want die mijlpaal bereiken we pas (of al) over drie jaar. Ook blijkt dat we in februari nog eens 1900 euro moeten bijstorten om dit hoofdstuk definitief te kunnen afsluiten.


Wie mijn boek Hypotheekvrij! heeft gelezen, weet dat onze eerste hypotheek gekoppeld is aan een soort woekerpolis. Het gaat om een traditionele levenhypotheek, zeg maar een soort primitieve versie van de later zo populair geworden spaarhypotheek. Ook wij losten gedurende de gehele looptijd niets af, maar betaalden elk kwartaal een premie waarmee we een eindkapitaal opbouwden dat op de einddatum gebruikt zou kunnen worden om alles in één klap af te lossen. Niet alleen was de kans volgens onze adviseur groot dat we op deze manier méér kapitaal bij elkaar zouden sparen dan het geleende bedrag, we profiteerden zo ook maximaal van de hypotheekrenteaftrek.

Dat laat zien dat je een 25-jarige die nog maar net het ouderlijk huis heeft verlaten, echt álles kunt wijsmaken. Dat het een polis was met "winstdeling" klonk goed, maar bleek een wassen neus. Volgens onze adviseur zou ons kapitaal met name de laatste jaren sterk groeien (net als bij een spaarhypotheek), zodat we ons geen zorgen hoefden te maken als het in het begin wat langzaam ging. In werkelijkheid zouden we op de einddatum 30% tekort komen, omdat we op deze manier maar 70% van het benodigde bedrag bij elkaar spaarden. Maar dat ontdekte ik pas toen ik in oktober 2008 besloot om onze aflossingsvrije hypotheek, die we in de jaren negentig hadden afgesloten als tweede hypotheek, versneld te gaan aflossen.


In de brief valt te lezen dat de polis in februari 2017 precies 27.935 euro uitkeert, terwijl de oorspronkelijke schuld iets meer dan 40.000 euro bedroeg. Zonder het te beseffen hadden we destijds dus onze handtekening gezet onder een hypotheek die feitelijk voor een deel aflossingsvrij was. Dat is op zich geen ramp, ware het niet dat we daar geen benul van hadden en daar in de loop der jaren ook door niemand op waren geattendeerd. Sterker nog: ik moest begin 2009 zélf naar mijn adviseur bellen met de vraag hoeveel we op de einddatum tekort zouden komen. Om dat gat van 12.000 euro te dichten, hadden we gelukkig nog negen jaar de tijd. Dat klinkt riant, maar betekende feitelijk dat we vanaf dat moment elke maand 111 euro zouden moeten bijstorten.

In plaats daarvan maakte ik om de zoveel tijd een flink bedrag over, zodat we straks nog maar één netto modaal maandsalaris verwijderd zijn van knallende champagnekurken. Je kunt ook zeggen dat we pas in februari 2018 écht gaan profiteren van de 150 euro die we maandelijks besparen door het wegvallen van deze hypotheek (want 12 keer 150 is precies 1900 euro). Hoe dan ook is dit een belangrijke mijlpaal en in zekere zin zelfs de laatste tussenstop voordat we definitief de eindstreep bereiken. In maart 2020 zijn we helemaal hypotheekvrij, zonder dat we in de tussentijd extra aflossingen hoeven te doen.


Omdat ik een boek heb geschreven dat Hypotheekvrij! heet, denken veel mensen (en schrijven veel journalisten) dat we nu al nul woonlasten hebben en gratis wonen. In werkelijkheid betalen we bruto nog best een aardig bedrag, zeker in vergelijking met mensen die recent een nieuw rentevoorstel hebben ontvangen van hun bank. Onze resterende hypotheekschuld is relatief laag, maar voor onze spaarhypotheek betalen we het naar huidige maatstaven gemeten astronomische bedrag van 6,9% procent rente. Bovendien heb ik de maandpremie voor die hypotheek eerder dit jaar juist met 150 euro verhóógd om vijf jaar eerder van de schuld verlost te zijn (anders zou die namelijk nog hebben doorgelopen tot 2025).

Het aardige is echter dat onze bruto woonlasten in maart 2020 in één klap met een kleine 500 euro bruto dalen, terwijl mijn experiment met een basisinkomen dan nog in volle gang is. Zoals je weet keer ik mezelf iedere maand 1000 euro uit, afkomstig van een spaarpotje dat speciaal voor dat doel is aangelegd. Vanaf maart 2020 zou ik dus ook kunnen besluiten om mezelf nog maar 500 euro uit te keer, zonder dat dat ten koste gaat van onze koopkracht (waardoor ik twee jaar langer doe met dezelfde hoeveelheid spaargeld). In plaats daarvan kunnen we elke maand ook een week op vakantie gaan of besluiten om echt helemaal niks meer te doen en alleen nog maar te genieten.