Zoeken

woensdag 10 maart 2021

Hoe zit het nu eigenlijk precies met die zogenaamde 'dubbele moraal'?

Vrijdag begint op NPO2 de spannende Britse dramaserie Gold Digger, over een vrouw van zestig die verliefd wordt op een dertig jaar jongere man. Volgens scriptschrijver Marnie Dickens wordt daarmee meteen een belangrijk maatschappelijk thema aangekaart, want we vinden het wel normaal als een man een veel jongere vrouw uitzoekt maar andersom niet. Op die observatie valt wel iets af te dingen, al was het alleen maar vanwege het feit dat beide acteurs in werkelijkheid slechts 16 jaar schelen. 

Toen ik nog filmjournalist was, deed ik dat altijd als eerste: even checken of de acteurs ongeveer net zo oud zijn als het personage dat ze spelen. Natuurlijk kijk je naar een  soort nagespeelde werkelijkheid en deels zelfs naar een illusie, maar je wilt als kijker toch niet teveel op het verkeerde been worden gezet. Al doende ontdekte ik dat actrice Julia Ormond (1965) tijdens de opnamen geen 'zestiger' was, maar een vrouw van 54. Omgekeerd was acteur Ben Barnes (1981) op dat moment geen man van dertig, maar van 37.

Als je in alle interviews zo hoog van de toren blaast over een 'dubbele standaard' (in wetenschappelijke termen: SDS), dan is dat natuurlijk een beetje een zwaktebod. Impliciet geef je daarmee namelijk aan dat kijkers waarschijnlijk massaal weg zouden zappen als ze écht zaten te kijken naar een liefdeskoppel met dertig jaar leeftijdsverschil. Nu zie je een knappe vrouw van begin vijftig die iets krijgt met een man van eind dertig en haal je je schouders op omdat dat helemaal geen gek gezicht is en dus ook helemaal niet zo'n groot taboe.

Kort na het interview in de VARA-gids, las ik een gesprek in het Volkskrant Magazine met de 41-jarige presentator Natasja Gibbs die een tien jaar jongere vriend heeft en vindt dat mensen wat dat betreft teveel in hokjes denken. Als voorbeeld noemt ze het feit dat mensen in dat kader meteen over een 'kindervraag' beginnen. Daarmee stipt ze een interessant onderwerp aan dat alles met dit onderwerp te maken heeft en óók alles met die zogenaamde dubbele moraal.

In een van mijn laatste boeken schrijf ik al dat de meest logisch verklaring meestal een biologische is en dat geldt ook voor dit onderwerp. Als de vriend van Natasja Gibbs een vriendin had gehad die tien jaar jónger was, had hij het onderwerp 'kinderen' nog tien jaar kunnen laten rusten, nu is het een belangrijk agendapunt en misschien zelfs een gepasseerd station. Mijn twee jaar oudere vrouw was toevallig ook 41 toen onze jongste werd geboren en gold toen al als 'oude moeder'. 

Sinds het begin van de pandemie lees ik de dagelijkse column die oud-collega Frank Poorthuis schrijft in het Algemeen Dagblad over zijn wederwaardigheden in tijden van corona. Omdat hij zo openhartig is, verklap ik niets persoonlijks als ik hier noteer dat de inmiddels 64-jarige Poorthuis na zijn scheiding op zijn 55ste nog een keer vader werd. Over zijn ex-vrouw weet ik verder helemaal niets, maar biologisch gezien is het niet erg waarschijnlijk dat ook mevrouw Poorthuis aan een tweede leg is begonnen.

Daaruit blijkt meteen waarom we het 'normaler' vinden om een man te zien met een veel jongere vrouw dan omgekeerd. Als in het echte leven een man van 30 verliefd zou worden op een vrouw van 60, dan moet hij zijn eventuele kinderwens in de koelkast zetten of verlangt hij (onbewust) misschien helemaal niet naar nageslacht. Die dubbele moraal komt dus niet zomaar uit de lucht vallen, maar heeft in de eerste plaats een praktische kant. Een man van vijftig kan altijd nog een gezin stichten of nog een tweede keer, terwijl een vrouw vaak maar één kans krijgt.

Interessant genoeg is het aankaarten van die 'dubbele moraal' voor scriptschrijver Dickens nog niet genoeg, want volgens haar zouden we ook nog eens een dergelijk leeftijdsverschil moeten accepteren zonder ons af te vragen wat daar mogelijk achter zit. Dat is natuurlijk onzin. Een verhaal - of dat nou een boek is, een film of een serie - moet in de eerste plaats plausibel zijn en geloofwaardig. Anders gezegd: als ik een roman zou schrijven over een man van 30 die verliefd wordt op een vrouw van 60, ben ik de lezer een verklaring schuldig. Dus je noemt een paar redenen en houdt er - om het spannend te houden - nog een paar verborgen tot vlak voor de ontknoping.

Bij een man die een veel jongere vrouw aan de haak weet te slaan, is dat óók nooit 'zonder reden' of zonder onderliggend motief. Meestal gaat het dan om een man met macht, roem of geld (of een combinatie daarvan), want je zult zelden een niet bijster knappe modale werknemer van 55 tegenkomen die zomaar het hart van een aantrekkelijke jonge vrouw weet te veroveren. Uit mijn tijd als journalist herinner ik me nog goed de 'liefdesaffaire' tussen Anna Nicole Smith en een 89-jarige man met heel erg veel geld.

Waar het in Gold Digger verder precies om gaat en waar het verhaal heen gaat, weet ik niet, al suggereert de titel al een bepaalde richting want vijftiger Ormond speelt niet alleen een zestiger, maar ook een rijke vrouw. Ik weet ook niet of haar kinderen zich vooral druk maken om dat leeftijdsverschil of omdat ze hun erfenis in gevaar zien komen. Dat probleem speelt overigens bij alle stiefouders op latere leeftijd, want het risico bestaat dat je de nalatenschap moet verdelen onder veel meer mensen. Wel ben ik (en dat was waarschijnlijk ook de bedoeling) zó nieuwsgierig geworden dat ik zeker naar de eerste aflevering ga kijken, al is het wel een beetje met een dubbel gevoel.

maandag 1 maart 2021

Zo, nu zijn er zeker wel genoeg vrouwelijke lijsttrekkers?

Mensen die op zoek zijn naar nieuwe inzichten of tips over 'aflossen' zullen wellicht verbaasd zijn op deze plek artikelen aan te treffen over abortus of aanverwante zaken. Als ik een PR-medewerker in dienst had, zou die me ook zeker aanraden om uit de buurt te blijven van onderwerpen die erg gevoelig liggen of erg ver verwijderd zijn van huizen en hypotheken. Probleem is dat ik in 2008 versneld ben gaan aflossen, maar natuurlijk niet toen pas ben begonnen met nadenken.

In een van mijn boeken schrijf ik niet voor niets dat ik niet bezig ben met het maken van vrienden (bijvoorbeeld door ze over hun bolletje te aaien met de blijde boodschap dat de meeste mensen deugen). Wat ik in mijn boeken doe is dit: een onderwerp oppakken, het van alle kanten bekijken en vervolgens ook nog eens binnenstebuiten keren. Dat is nodig, want in de media komt men vaak niet verder dan het tot in het oneindige herhalen van dezelfde vermoeide clichés. 

Neem bijvoorbeeld de eeuwige verzuchting dat er te weinig vrouwelijke lijsttrekkers zijn of te weinig vrouwen in de politiek. Toen ik bovenstaande foto zag, concludeerde ik dat dat inmiddels een gepasseerd station is of in elk geval een bastion dat goeddeels is geslecht. Toch zal het over vier jaar ongetwijfeld weer onderwerp van gesprek zijn, al was het alleen maar omdat sommige vrouwelijke politici steeds maar blijven hameren op hun vrouw-zijn. 

Zo stuitte ik op een campagnefilmpje van Lilianne Ploumen waarin ze suggereerde dat er destijds veel tegenwerking was bij haar schoolkeuze, omdat meisjes niet geacht werden verder te leren of in elk geval niet op het hoogste niveau. Nu wil het toeval dat ik precies één jaar ouder ben dan Ploumen, dus we zijn opgegroeid in precies hetzelfde tijdsgewricht. Ik zat tussen 1973 en 1979 op het VWO in een klas met net zoveel meisjes als jongens en niemand die dat vreemd vond of het er ooit over had.

Nu zal het ongetwijfeld verschil hebben gemaakt in welk deel van Nederland je destijds woonde, maar het persoonlijke verhaal van Ploumen geeft wel een heel vertekend beeld. Je kunt ook zeggen dat ze met dit verhaal niet alleen zichzelf belangrijker maakt dan ze is, maar ook de urgentie van de feministische zaak sterk overdrijft. Bottomline is dat je als meisje in de jaren 70 gewoon naar het VWO kon en dat niemand ervan opkeek als je vervolgens wilde gaan studeren aan een universiteit. 

Op het eerste oog lijkt dat allemaal niet heel belangrijk, maar zo ontstaat er een weinig genuanceerd beeld van de geschiedenis van de vrouwenemancipatie en de enorme vorderingen die er sinds mijn geboortejaar op dat vlak zijn gemaakt. Een in het jaar 2000 geboren jonge vrouw zal waarschijnlijk het gevoel hebben dat er tot 1999 sprake was van een ononderbroken heerschappij van de man of in elk geval één diffuus soort vroeger waarin vrouwen stelselmatig werden onderdrukt.

Nu zie je al regelmatig, zoals in bovenstaand bericht, dat jonge journalisten niet eens meer het verschil weten tussen de verloving van Beatrix en haar kroning. Dat zijn niet alleen twee verschillende gebeurtenissen, het zijn ook twee totaal verschillende decennia met elk een eigen tijdgeest. Voor wie net zo oud is als ik, is het op één hoop gooien van 'provo's' en 'autonomen' een onvergeeflijke en eigenlijk onbestaanbare fout, bijna alsof je Frank Sinatra laat meezingen met de Sex Pistols.

In die zin hoop ik dat er voorlopig nog even wat vijftigers en zestigers op krantenredacties zullen blijven rondlopen, hoewel ze er door de 'woke'-generatie het liefst vandaag nog worden uitgewerkt. Ik hoop ook dat die verwarde, in zichzelf mompelende Joe Biden snel wordt vervangen door zijn vice-president, niet omdat ik daar nou heel veel wonderen van verwacht, maar omdat we dan ook nooit meer hoeven te horen dat je als zwarte vrouw geen president kunt worden van het - nu nog - machtigste land ter wereld.

woensdag 24 februari 2021

Abortus is net zo goed een mannenzaak

De laatste tijd heeft de gedachte postgevat dat mannen hun mond zouden moeten houden als het over het onderwerp 'abortus' gaat, omdat het een vrouwenzaak is. Elke toelichting wordt meteen weggezet als 'mansplaining', met de toevoeging dat het háár lichaam is en dus ook háár beslissing. Toch denk ik dat ook mannen een zinnige bijdrage aan de discussie kunnen leveren, zeker als ze daarnaast ook nog eens romanschrijver zijn.

Nu zijn er bepaalde situaties denkbaar waarin vrouwen zonder meer de allesbepalende factor zijn. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer je het slachtoffer bent van een verkrachting of zwanger bent geraakt van een familielid. De conceptie kan ook het resultaat zijn van een onbezonnen onenightstand met een bedpartner die al vertrokken was voor de zon opkwam zonder zijn telefoonnummer achter te laten. In de meeste andere gevallen zal er echter sprake zijn van een verwekker, dus in zekere zin van een aanstaande vader, al wordt er uit zelfbescherming liever niet in dat soort termen gedacht.

Toch heeft de man een zekere inbreng wanneer het om een relatie gaat, hoe kortstondig die ook is. Een zwangere vriendin tot een abortus dwingen of onder druk zetten, is in zekere zin net zo kwalijk als het geheel buitensluiten van je partner bij de beslissing het ongeboren kind weg te laten halen. De relatie kan geen toekomst hebben of nog erg pril zijn, maar zelfs dan blijft het een interessante vraag op welk moment een verwekker zich er eventueel wél mee mag bemoeien. Als je een jaar samen bent? Als je samenwoont? Als je samen al toekomstplannen hebt gemaakt en het over een eventuele kinderwens hebt gehad?


Laat ik eerst maar eens een persoonlijk voorbeeld noemen om te laten zien hoe ik er zelf ongeveer in sta. Zo kende ik mijn huidige vrouw nog maar kort, toen ze bijna een week over tijd was. Zij werkte op dat moment in het onderwijs met een tijdelijk contract, ik was pas vijfentwintig en studeerde nog. Het bleek uiteindelijk loos alarm, maar toch hadden we al snel besloten dat we ons aan deze nieuwe realiteit zouden aanpassen, al was het alleen maar omdat ongepland iets heel anders is dan ongewenst. 

Met die blik keek ik ook naar Claire Underwood uit House of Cards die op weg naar de top maar liefst drie abortussen heeft ondergaan. Nu weet ik nog steeds niet of ze in die serie zit als archetype van een hoogopgeleide, ambitieuze en onafhankelijke vrouw of als afschrikwekkend voorbeeld, maar ik knap daar meteen op af. Anders gezegd: als ze dat feit tijdens First Dates zou opbiechten, zou ik voorstellen de rekening te splitten en hoefde ik haar daarna nooit meer te zien. 


Wat opvalt in de discussie is dat het onderwerp abortus wordt gereduceerd tot een feministisch wapenfeit, terwijl het in werkelijkheid elke keer een klein drama is. Om die reden wordt de verwekker waarschijnlijk liever ook buiten beeld gehouden, want een zinsnede als 'aanstaande vader' maakt het lastiger om de ingreep te zien als een strikt mechanische of louter medische handeling. Dat is het dan ook niet, zelfs als je het op het moment zelf liever zo classificeert.

Ik ben dan ook niet zomaar aan het 'mansplainen', maar ik bezie dit - zoals bijna elk onderwerp - als een roMANschrijver. Daardoor weet ik dat een abortus niet zomaar een wat vertraagde en brute vorm van anticonceptie is, maar een ingreep die je nooit meer helemaal loslaat. Hoe rationeel en weloverwogen je er op het moment zelf ook instaat, het kan later zomaar ineens weer de kop opsteken, zeker wanneer het (zoals bij Claire Underwood) wordt gevolgd door kinderloosheid.

Dat is de tragische waarheid: dat je eerste abortus net zo goed de laatste kans kan zijn om een kind te krijgen. Maar zelfs als je later de man van je leven ontmoet en samen met hem een gelukkig gezin sticht met een paar gezonde kinderen, blijft er in je achterhoofd iets knagen. Daarvoor hoor je net iets te vaak verhalen van vrouwen die hun hele leven blijven uitrekenen hoe oud hun ongeboren kind nu ongeveer zou zijn geweest. Dat is eigenlijk ook alles wat ik met deze bijdrage nog eens wil onderstrepen: dat die ingreep ingrijpender is dan nu soms wordt gesuggereerd of gedacht.

woensdag 17 februari 2021

In mijn nieuwe boek gaat het zelfs ook nog even over de slavernij

Door de titel van mijn nieuwe boek zou je denken dat het alleen gaat over virussen en vaccins, maar het is - eigenlijk net als alle voorgaande titels - vooral een autobiografisch verslag in combinatie met een maatschappelijke analyse en een tijdsbeeld. Rode draad in al mijn boeken is de vaststelling dat er over bijna élk onderwerp wel iets meer kan worden gezegd dan de clichés die in de media tot vervelens toe worden herhaald. Zo komt zelfs ook het onderwerp 'slavernij' even voorbij, reden om eens goed te gaan zitten voor de 2Doc over hetzelfde onderwerp die eerder deze week te zien was.


De grap is dat ik op het bestaan van deze documentaire werd geattendeerd doordat ik zangeres Sabrina Starke volg op Facebook. Zij tekent voor het prachtige nummer waarmee de documentaire afsluit en zorgde er indirect voor dat ik op zoek ging naar haar album Lean On Me waarop ze nummers van zanger Bill Withers vertolkt. Ik zal later nog eens op deze plek beschrijven op welke wijze de pandemie mijn muzieksmaak heeft beïnvloed, maar dit geeft al aardig aan hoe associatief ik bij alles te werk ga.

Dus ging ik er gisteren eens goed voor zitten om naar de documentaire Nieuw Licht te kijken. Dat was verhelderend, want voor het eerst begreep ik pas goed waar de behoefte vandaan komt om aandacht te vragen dit onderwerp. Daarmee geef ik het antwoord meteen al weg, want het komt door de maar al te menselijke behoefte om te weten waar je vandaan komt. Mensen zijn niet alleen geïnteresseerd in hun eigen stamboom, maar ook in die van hun volk. 


Voor witte mensen - zeker voor mensen van mijn generatie - is dat vanzelfsprekend, zonder dat je daar verder bij stilstaat. Zelfs met een slechts vaag omlijnd historisch besef, kun je jezelf identificeren met ontdekkingsreizigers en ridders, met uitvinders en schilders, met vikingen en cowboys, met astronauten en verzetshelden. Daar komt in mijn geval dan nog een stel berooide Duitsers bij die rond 1870 met handkarren over de grens trokken op zoek naar een beter leven. 

Nu Nederland steeds meer verkleurt, ontstaat ook de logische behoefte om hun verhaal te vertellen en hun plek in de wereldgeschiedenis te laten zien. Als witte man heb je er geen benul van wat het met je zelfbeeld doet als je in de musea en geschiedenisboeken louter beelden ziet - afspiegelingen van jezelf - van bedienden en slaven. Niet alleen wil je aandacht voor die historie, je gaat ook op zoek naar andere rolmodellen en naar heldhaftige of verheffende verhalen. Daar hoort zo'n expositie in het Rijksmuseum onlosmakelijk bij.

Waarmee ik uitkom op de paar kanttekeningen die ik toch even wil maken. Zo wordt het team conservatoren dat de expositie verzorgt omschreven als heel 'divers', terwijl het om twee witte vrouwen gaat en twee vrouwen van kleur. Mij maakt dat persoonlijk niet uit want het gaat om het eindresultaat, maar je kunt je afvragen of er in zo'n setting nog wel plaats zou zijn voor een witte man van vijftig die een nuchtere kijk op de zaak heeft en vaststelt dat het een belangrijk onderwerp is maar tegelijk iets van anderhalve eeuw geleden.

In de documentaire wordt daar wat makkelijk overheen gestapt, maar het blijft van een heel andere orde dan de Tweede Wereldoorlog. Mijn moeder heeft die tijd nog bewust meegemaakt, terwijl je bij de slavernij terug moet naar over-, overgrootmoeders (of zelfs nog verder terug). Dat maakt hoe dan ook verschil, nog los van het feit dat de gruwelen uit WO2 misschien nog wel erger waren omdat ze feitelijk in de 'moderne' tijd plaatsvonden.

Dat heeft niets met relativeren te maken of met bagatelliseren, maar is een feitelijke vaststelling. Sowieso is historisch besef bij alles van het allergrootste belang, want mensen van mijn generatie zongen zonder erbij na te denken een liedje over 'Moriaantje zo zwart als roet' en lazen De negerhut van oom Tom, terwijl we nu zijn overgeschakeld op uitdrukkingen als 'wit' en 'tot slaaf gemaakten'. Tegelijk moeten witte mensen ook leven met de verschrikkingen uit WO2, waarbij Europanen elkaar uitmoordden. In zekere zin waren het witte mensen die andere witte mensen de gaskamer in dreven, al wordt het zelden zo omschreven.

Verder niks dan lof, want het was een prachtige documentaire met een meer dan prachtig slotlied en een mooie boodschap. In deze wereld komen we alleen ergens met wederzijds begrip. Daar hoort ook de vaststelling bij dat er mensen van kleur in Nederland wonen die niks met slavernij te maken hebben en witte Nederlanders die hier pas vanuit het buitenland zijn gearriveerd toen diezelfde slavernij allang was afgeschaft en die dus part noch deel hebben gehad aan deze hele materie en er ook niet indirect van hebben geprofiteerd. Voor alles geldt: uitlichten zonder te overdrijven. 

Daar hoort ook bij dat je aandacht mag vragen voor slavernij, zonder de impliciete vaststelling dat er sprake zou zijn van collectieve schuld of de gemakzuchtige hypothese dat hedendaags racisme per definitie wortelt in kolonialisme. En dan heb ik het al helemaal niet over de onzinnige vraag of wetenschap 'gedekoloniseerd' zou moeten worden omdat er nergens in de geschiedenisboeken een donkergekleurde wiskundige te vinden is. Beter is het om met een schone lei te beginnen, zonder wij en zij en zonder het steeds maar over zaken te hebben als geslacht, geaardheid of kleur.

dinsdag 2 februari 2021

Lekker iedereen blocken die zich buiten je eigen bubbel bevindt

Wie op Twitter verschoond wil blijven van oneerbare voorstellen, scheldpartijen of bedreigingen, heeft de mogelijkheid mensen te 'blokkeren'. Zelf vind ik dat een beetje een paardenmiddel, want je kunt ook op de knop 'negeren' drukken of - op Facebook - mensen 30 dagen laten snoozen zodat je niets meer van ze meekrijgt. Zelf ben ik inmiddels ook al een paar keer hardhandig geblockt, zelfs door een collega-schrijver (!) die ik in een van mijn boeken citeer.

Het grappige is dat ik al een keer was geblockt door iemand die ik helemaal niet volg op Twitter, laat staan dat ik ooit iets lelijks of onaardigs over hem had gezegd. Ik ontdekte het ook pas, toen iemand naar hem verwees en een tweet bijsloot die ik niet kon lezen. Tot mijn stomme verbazing bleek Charles Groenhuijsen mij de toegang tot zijn account te hebben ontzegd, waarmee ik waarschijnlijk meteen ook mijn kansen heb vergooid om ooit bij OP1 te mogen aanschuiven. 

Hoewel ik eerst niet begreep waar ik dat aan te danken had, schoot me opeens te binnen dat ik hem als voorbeeld heb aangehaald in Het plakbandpensioen. In een interview met De Volkskrant was hij zo openhartig geweest over zijn afkoopsom bij de NOS, dat ik uit de losse pols had uitgerekend dat hij óók best had kunnen stoppen op zijn 55ste als hij had gekozen voor een ander uitgavenpatroon. Blijkbaar stond er iets tussen wat hem in het verkeerde keelgat was geschoten, al kan ook dat hij het gewoon ongepast vond om ongevraagd te worden genoemd.. 


Niet zelden worden mensen boos over iets wat je in een discussie zijdelings noemt en wat helemaal niet rechtstreeks tot die persoon is gericht. Zo las ik als nieuwsgierige politicoloog het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume (die eigenlijk gewoon Anna Senga heet) en Witte onschuld van Gloria Wekker. In beide gevallen stelde ik vast dat het om onleesbaar en soms onbegrijpelijk jargon ging dat alleen maar leek te zijn bedacht om te kunnen 'bewijzen' dat er zoiets bestaat als wit privilege en institutioneel racisme.

Je kunt het daarmee eens zijn of niet, feit is dat ik niet snel op andere gedachten zal worden gebracht als ik niet eens kan lezen wat Anouscha Nzume de wereld in slingert. Iemand blocken wordt daardoor al snel een symbolische straf, louter bedoeld om ook de kleinste barstjes in de eigen bubbel dicht te smeren. Ook Sander Schimmelpennick duldt geen enkel weerwoord, want voor je het weet sta je op de zwarte lijst.

Meer moeite had ik met de 'block' van Joke Hermsen, niet alleen omdat het een collega-schrijver is, maar ook omdat ik haar in Het nieuwe nietsdoen heb geciteerd en dat doe je niet als je iemand niet respecteert. Haar reactie voelt dan ook aan als een steen door de ruit van de buurman vanwege het feit dat er een tak over de schutting heen hangt en valt wellicht te verklaren door het feit dat de #lockdown steeds meer mensen over het randje duwt. 

Ik reageerde op een van haar tweets met de opmerking dat ik me als man geneerde voor de tranen van CNN-reporter Van Jones na de winst van Joe Biden. Niet alleen vind ik zo'n emotionele uitbarsting een tikje ongepast, het is ook onprofessioneel om zo nadrukkelijk partij te kiezen. Hoewel het voor de filosoof Joke Hermsen op z'n minst interessant zou moeten zijn om eens te kijken naar zijn optreden met het begrip 'pathos' in het achterhoofd, smeet ze hardhandig de deur toe.

Pas later begreep ik dat het in dit geval niet ging om een soort M/V-verschil, maar meer om de mate waarin mensen de afgelopen jaren emotioneel hebben geïnvesteerd in de VS in het algemeen en de verkiezing van Donald Trump in het bijzonder. Ook schrijfster Saskia Noort schreef dat ze in tranen was bij de inauguratie van Joe Biden, terwijl ik niet eens heb gekeken. Zelf vond ik Trump een lomperik en een brokkenpiloot, zonder dat het me verder echt raakte of bovenmatig bezighield.

Dat laat zien dat we allemaal in onze eigen bubbel zitten en met heel andere ogen naar de wereld kijken. Zo lees ik op sommige dagen vijf kranten, terwijl ik tegelijk nooit (echt nul komma nul keer) naar een talkshow kijk. Je bent dan heel goed geïnformeerd, maar bevind je wel in een heel andere wereld dan mensen die de hele avond voor de buis hangen. Bovenop die Babylonische spraakverwarring komt dan nog het feit dat mensen steeds wiebeliger worden naarmate de lockdown voortduurt en daardoor ook steeds sneller hun geduld lijken te verliezen.

dinsdag 15 december 2020

Precies op de dag dat ik hypotheekvrij werd begon alles te schuiven

Toen ik begin dit jaar het manuscript inleverde voor mijn nieuwe boek, dacht ik heel even dat ik voorlopig wel klaar was. De serie boeken die begon met Hypotheekvrij! uit 2012 kreeg een waardig slot met een titel die zowel een terugblik suggereerde als een bescheiden triomf. Op 1 maart 2020 waren we eindelijk hypotheekvrij en zo heette ook het gelijknamige boek. Wie mij op dat moment had verteld dat ik al begonnen was aan een opvolger voor het boek goed en wel in de winkel lag, zou ik voor gek hebben verklaard. Toch heb ik zojuist een kant en klaar manuscript richting uitgever gestuurd over de toestand waar we nu nog steeds middenin zitten.


lk zal binnenkort toelichten hoe dit boek is ontstaan (en waarom het helemaal niet gek is dat juist ík het heb geschreven), maar op deze plaats gun ik de lezer graag een blik achter de schermen. Grappig genoeg besloot ik om dit boek daadwerkelijk uit te geven toen ik het voorwoord teruglas dat ik maanden eerder al op papier had gezet. Ik zeg grappig genoeg, omdat ik uiteindelijk een geheel nieuw voorwoord heb geschreven dat algemener is én actueler. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, schrijf je een voorwoord namelijk pas als laatste, wanneer je een duidelijk beeld hebt waar het boek over gaat en waar het verhaal heengaat.

Wat hieronder staat, is in zekere zin het voorwoord van mijn nieuwe boek, maar ook het voorwoord van een ander boek. Ik schreef het in het heetst van de strijd, zonder te weten waar de pandemie ons precies zou brengen en zonder te beseffen dat het coronavirus ons in december nog steeds in een ijzeren greep zou houden. Ik denk zelfs dat we pas tegen het einde van 2021 min of meer verlost zullen zijn van het virus en dus ook pas echt plannen kunnen gaan maken voor 2022. In de tussentijd wens ik iedereen veel leesplezier met dit voorwoord dat ik uit de prullenbak heb gevist en heb gladgestreken zodat je het in februari kunt vergelijken met de gedrukte versie.


Dit boek begint op het moment waarop ik een punt zette achter het vorige. Letterlijk. Nadat ik het manuscript had ingeleverd van mijn boek Eindelijk hypotheekvrij! verwachtte ik dat we een frisse start konden maken. De verschijning van mijn nieuwe boek viel precies samen met het begin van de lente, dus vanaf nu zou elke dag de zon schijnen in onze hypotheekvrije achtertuin.

We meerden aan met ons bootje in de veilige haven waar we zo lang naar op weg waren geweest en zouden de rest van onze tijd hier doorbrengen in de luwte. Op 1 maart 2020, de dag dat onze hypotheek officieel afliep, boekten we een tafel in ons vertrouwde pizzarestaurant om deze heuglijke dag te vieren. De serveerster maakte die avond een foto waarop we alle zes lachend - en vooral nietsvermoedend - in de camera blikken. Wat we op dat moment niet konden weten, is dat dit voorlopig de laatste keer was dat we een restaurant van binnen zagen. Het zou ook de laatste keer zijn dat we zo onbekommerd bijeen waren als gezin.

Meer dan tien jaar lang hadden we in de veronderstelling verkeerd dat we op dit moment aan een heel nieuw hoofdstuk in ons leven zouden beginnen. We hadden vanaf nu elke maand meer te besteden en veel meer tijd om te genieten. We droomden over van alles en nog wat, maar nu al voelt het alsof we in oude vakantiefolders aan het bladeren waren in een platgebombardeerde stad. Want toen we de pagina omsloegen, zagen we alleen maar een zwarte bladzijde. In plaats van een golf van opluchting, was er die golf van besmettingen die vanuit het zuiden op ons afkwam en waar beleidsmakers veel te lang naar staarden als konijnen in een felle lamp.

Dus begon ik met aantekeningen maken. Voordat half Nederland begon te hamsteren. Voordat er gevochten werd om rollen toiletpapier en woedende mensen lege stellingen omver trapten. Voordat de aandelenkoersen bijna gehalveerd waren. Voordat duidelijk was dat ook jongeren besmet konden raken met het virus en zouden sterven onder de handen van wanhopige artsen. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat ik aan het boek Eindelijk hypotheekvrij! nog eens 24 hoofdstukken toevoeg over wat toen heel even aanvoelde als het nakende einde der tijden.



Deze crisis is de grote gelijkmaker. Natuurlijk hadden de rich & famous zich al in een vroeg stadium teruggetrokken in onneembare burchten (daar ging ik tenminste van uit want daarover ging het in die begindagen nog helemaal niet), maar de rest had een lootje in de hand met precies dezelfde winkans. Niet voor niets (en even nietsvermoedend als tijdens dat etentje in dat familierestaurant) had ik in Eindelijk hypotheekvrij! al genoteerd dat een afgelost huis je niet immuun maakt.

Al in een vroeg stadium noemde ik de epidemie een demasqué, waarbij de schapen van de bokken zouden worden gescheiden. Dit was het failliet van het financiële stelsel, het einde van het globalisme en de doodsteek voor onze dromen en illusies. Het zou zelfs zomaar kunnen dat Rutger Bregman meteen de titel van zijn laatste boek in de praktijk kon toetsen in plaats van te verzanden in wetenschappelijke onderzoekjes. Zouden de meeste mensen inderdaad deugen? En waren blondjes inderdaad de betere beleggers of ging iedereen het schip in als de romp scheurde en de boeg vol water stroomde?

Wat ik wel wist, nog voordat Mark Rutte op een maandag het volk toesprak terwijl Thorbecke over zijn schouders meekeek, is dat dezer dagen geschiedenis werd geschreven. Ik kende de afloop niet en wist helemaal niet of ik het zelf tot de aftiteling levend zou volhouden, maar dit was een waar kantelmoment. Voor de kredietcrisis had ik al zware woorden gebruikt als ‘mijn persoonlijke watersnoodramp’, maar dat was met terugwerkende kracht iets om je voor te schamen.

Betekende de kredietcrisis een scharniermoment in mijn persoonlijke leven, dit was een breuklijn in de beschaving. Wat deze wereldwijde ramp toch zo hoogstpersoonlijk maakt is het feit dat hij losbarstte precies op het moment dat wij hypotheekvrij waren. Je kunt dus zeggen dat we fanatiek zijn gaan aflossen vanwege een zware economische crisis en het allerlaagste muntstuk in de brievenbus van de bank lieten glijden op het moment dat de eerstvolgende zich aandiende.

Dat is toeval natuurlijk, maar zo bizar en zo frappant, dat ik er nog steeds niet over uit kan. Er zijn verbijsterende dingen gebeurde nadat in Wuhan dat allereerste ziektegeval werd vastgesteld, maar dit is voor mij persoonlijk nog steeds niet te bevatten. Het verklaart ook waarom ik vanaf de eerste dag tamelijk somber gestemd was. Ik had jaren gespaard voor een cruise en nu dobberde datzelfde droomschip in quarantaine op een van onze wereldzeeën. In zekere zin was ik een Britse vakantieganger die op Heathrow hoopvol instapte om vervolgens mee te maken hoe het vliegtuig halverwege  rechtsomkeert maakte.

Hoewel ik mijn aandelen in november 2019 al had verkocht vanwege een vaag – en met terugwerkende kracht nogal treffend – voorgevoel, kon ik mijn ogen niet afhouden van de kelderende aandelenkoersen. Op sommige dagen verdampt het aanvullend pensioen van mijn vrouw net zo hard als de poolkappen waarover we ons in een ander, onschuldiger tijdsgewricht zo druk hadden gemaakt. Al snel was ik murw, alsof die grafiek niet echt was, maar zomaar een uitschieter van een peuter van wie de motoriek nog niet zo goed was ontwikkeld.

Zo was ik niet terechtgekomen in een hypotheekvrij hiernamaals, maar in een zombieplaag zonder zombies. Het dagelijks leven was veranderd in een déja vu, niet alleen omdat ik dit tijdens de kredietcrisis allemaal al een keer had meegemaakt, maar ook omdat dit zo deed denken aan al die post-apocalyptische films en series die ik tijdens mijn leven had gezien. Opeens zat ik ook weer met een oude vergeelde thriller op schoot waarin ik schrijf over een pandemie. In die zin was ik niet alleen terechtgekomen in een nachtmerrie, maar ook in een oud scenario uit 1997 dat ik zelf had geschreven.

Als werktitel voor mijn nieuwe boek – mijn achttiende alweer, terwijl ik eigenlijk dacht dat ik na nummertje zeventien al definitief was gestopt – had ik gekozen voor: ‘het jaar nul’. Natuurlijk zou het zo niet in de winkel komen te liggen, maar voor elk boek maak ik een werkmap aan. Zo heette het mapje dat in 2012 zou resulteren in het boek Hypotheekvrij! bijvoorbeeld ‘leven zonder hypotheek’. Maar nu dacht ik aan een big reset. Aan Year Zero en ook een beetje aan Stunde Null.

Dat was voordat ik een oud-collega hoorde vertellen over een orthodox familielid in Israël dat ervan overtuigd was deze gebeurtenissen de komst aankondigden van de Messias. Dat zou inderdaad een heel goede reden zijn voor een nieuwe jaartelling, maar zelf dacht ik meer in termen van wederopbouw. Niemand kon weten hoe lang dit zou duren, net zoals Rotterdammers in hun kapotgebombardeerde stad niet konden weten dat het precies vijf jaar zou duren voordat de Duitsers definitief waren verslagen.

Wel wist ik dat vanaf nu alles anders zou zijn, al was het maar omdat we er collectief van doordrongen raakten dat alles wat ons dierbaar is van het ene moment op het andere van ons kon worden afgenomen. Dit was wat al die vluchtelingen uit Syrië wisten. Dit was de hel waar iedereen doorheen moet als de arts een verdacht plekje op een röntgenfoto heeft gezien en je de medische mallemolen ingaat. We hadden 11,5 jaar geploeterd om eindelijk vaste grond onder de voeten te krijgen en nu begon opeens alles te schuiven.

Dit is mijn verhaal en dat van ons allemaal.

maandag 14 september 2020

Op 56-jarige leeftijd ben je natuurlijk niet meer 'in de kracht van je leven'

Eigenlijk was ik van plan om pas weer te gaan bloggen als het buiten de hele dag regende, maar afgelopen zaterdag las ik een interview waardoor ik - heel modern - 'getriggerd' werd. Daarin vertelt journalist en trendwatcher Hans Steenbergen (61) over zijn hartinfact en het boek dat hij over dat onderwerp schreef. Niet alleen ging ik in zijn verhaal onbewust op zoek naar de risicofactoren in zijn dagelijks leven, mijn blik bleef vooral hangen op de vaststelling je je op je 56ste 'in de kracht van je leven' zou zijn.

Voor de goede orde: het gaat me niet om een schuldvraag of om 'victim blaming', maar om inzicht in een gezonde levensstijl. Je kunt als mens een aangeboren hartafwijking hebben of zonder het te beseffen kampen met een veel te hoog cholesterolgehalte. Toch kwam ik na lezing van het interview in het AD Magazine tot een opsomming van ongezonde gewoonten die mogelijk hebben bijgedragen tot het hartinfarct op z'n 56ste.

Zo vertelt hij dat hij voor zijn werk de hele tijd over de wereld reist, elk jaar ruim 50.000 autokilometers aflegt en regelmatig aan het praten en borrelen is tot in de late uurtjes. Als hij het over zijn werkplek heeft, dan gebruikt hij daarvoor de uitdrukking 'moordend tempo'. Misschien doet hij dat met opzet, maar het geeft al aan dat er inderdaad zoiets bestaat als te hard werken. In een van mijn boeken heb ik stress zelfs al eens een sluipmoordenaar genoemd.

In de periode na zijn infarct nam hij noodgedwongen een tijdje gas terug. Toen ik las hoe zijn dagindeling er in die tijd uitzag, schoot ik bijna in de lach omdat het bijna identiek is aan mijn dagelijkse leven. Ik heb bij mijn weten nog nooit een middagdutje gedaan, maar verder is bovenstaande beschrijving één op één te vertalen naar mijn situatie. Het grote verschil is dat ik op mijn 55ste met een soort vroegpensioen ben gegaan en hooguit aan het herstellen ben van de bijna burn-out waar ik in de laatste vier jaar van mijn werkzame leven tegenaan liep.

Natuurlijk is het lastig om zomaar uit de ratrace te stappen, want je zit als mens vast aan allerlei (financiële) verplichtingen. Tegelijk is bovenstaand dagritme geheel stressloos. Niet voor niets grap ik wel eens dat de kans groter is dat ik malaria oploop door een mug in mijn slaapkamer dan dat ik met deze manier van leven ooit nog geveld word door een burn-out. Ik ga elke avond om elf uur naar bed en sta na acht uur slaap verkwikt op zonder dat ik de wekker hoef te zetten.

Veelzeggend (en misschien wel alles verklarend) is zijn uitspraak dat hij door een hartaanval werd getroffen op het moment dat hij 'in de kracht van zijn leven was'. Dat is natuurlijk onzin. Op je 56ste ben je met een beetje goede wil nog van middelbare leeftijd, maar in biologische zin ben je 'over the hill'. Nog niet zo heel lang geleden ging je op je 56ste in de VUT. Het is in elk geval al heel lang geleden dat iemand van 56 de Tour de France won.

Met een kind van 12 en een jongere partner (gok ik) lijkt het misschien of je nog in een heel andere levensfase zit, maar in werkelijkheid heb je de leeftijd om opa te worden en met vroegpensioen te gaan. Het is prima om jong van geest te blijven, zolang je je grenzen maar bewaakt en doordrongen bent van het feit dat je allang geen twintig meer bent. Vaak zie je dat mensen juist het omgekeerde doen en door fanatiek te sporten en hard te werken proberen te bewijzen dat ze nog lang niet zijn uitgerangeerd.

Zijn boek staat op mijn leeslijst en ga ik met belangstelling lezen. Ook ben ik oprecht nieuwsgierig hoe hij zijn leven nu heeft ingericht, al was het maar omdat hij twee jaar ouder is dan ik. Als ik de 61 haal, ben ik al zes jaar met een soort van vroegpensioen. Dat is niet altijd mogelijk en lang niet voor iedereen weggelegd, maar ik leid nu zo'n kalm en stressloos leven dat ik al doodmoe wordt als ik alleen maar de CV lees van Hans Steenbergen.