Zoeken

maandag 28 januari 2019

Langer doorwerken moet je alleen doen als het écht niet anders kan

Met een nieuw boek in de winkel (het zevende in acht jaar tijd) kom ik voor een interessant dilemma te staan. Want wanneer stop ik zélf nou eigenlijk met schrijven? Hoe vaak kun je boeken uitbrengen met 'pensioen' of 'nietsdoen' in de titel voordat je besluit om je pen definitief aan de wilgen te hangen? Een ondubbelzinnig antwoord heb ik op dit moment niet, al is het nu wel even tijd geworden voor een schrijfpauze, waarin ik nog eens extra aandachtig naar Shocking Blue ga luisteren.


Nu hamer ik er al tijden op dat we dat begrip 'pensioen' niet al te star moeten opvatten. Wie stopt met werken veroordeelt zichzelf immers niet tot een vegetatief bestaan achter de geraniums, maar kan eindelijk lekker zélf beslissen hoe hij zijn tijd - of beter gezegd: de rest van zijn leven - het liefst wil besteden. In die zin was mijn bioscoopjaar een soort tussenjaar waarin ik de tijd heb genomen om te kijken wat me het best bevalt en wat de meeste voldoening geeft.

Grappig genoeg denken mensen je vaak op een fout - of een inconsequentie - te kunnen betrappen als je tussendoor ook nog betaald werk verricht. Zo stond er afgelopen vrijdag een heel leuk stuk over mijn laatste boek in het Algemeen Dagblad, waarin nog eens werd benadrukt dat ik niet helemaal vrij ben van werk omdat ik elke week een column schrijf voor de krant. Ik herhaal daarom nog maar eens dat een vroegpensioen niet synoniem is aan een Berufsverbot en dat werk pas echt leuk wordt als je het bijbehorende honorarium niet per se meer nodig heb.


In Het plakbandpensioen uit 2016 beschrijf ik hoe ik zelf een soort VUT in elkaar heb geknutseld, terwijl je in Leven van de lucht uit 2017 kunt lezen hoe het voelt als je op je 55ste verjaardag wakker wordt in het besef dat je vanaf dat moment nooit meer hoeft te werken voor je geld. Pas dan kun je écht een oprechte keuze maken tussen werk en vrije tijd, tussen nietsdoen en jezelf nuttig maken en tussen stoppen en stug doorgaan. Het grappige is ook dat je die keuze steeds weer opnieuw kunt maken, al is het maar bij het in gebruik nemen van een nieuwe papieren agenda.

Wat ik inmiddels wél weet, is dat stoppen met werken naar méér smaakt. Ik schrijf allang geen freelance artikelen meer voor tijdschriften en geef nog slechts bij hoge uitzondering een lezing. De memorecorder waarmee ik als journalist interviews opnam, ligt al jaren ongebruikt in de kast en komt daar gegarandeerd ook nooit meer uit tevoorschijn. Ik gééf nog wel eens interviews, maar alleen als ik degene ben die de antwoorden geeft.


Op de vraag wanneer er weer een nieuw boek van mij in de winkel ligt, moet ik op dit moment dus het antwoord schuldig blijven. Schrijvers kunnen niet zo makkelijk stoppen met schrijven, maar tussen 2008 en 2012 zat ook al eens een gat waarin niets van mijn hand verscheen (sterker nog: ik dacht zelfs oprecht dat ik met de thriller Het mysterie van Montalcino mijn allerlaatste boek had geschreven). Ik ben ik elk geval van plan om een schrijfpauze in te lassen tot september en heel bewust van het voorjaar en de zomer te gaan genieten.

Daar komt bij dat ons laatste stukje hypotheek afloopt op 1 maart 2020 en ik ook dáár heel bewust mee bezig wil zijn. Extra aflossen doen we niet meer, omdat het een spaarhypotheek betreft met bijna 7% rente, maar ik ga wel zitten aftellen naar de einddatum van het spannende, alles veranderende avontuur dat met Hypotheekvrij! begon. Het pas verschenen boek Een jaar in het donker kun je lezen als een uitroepteken achter de zes voorgaande titels, maar nu begint een jaar waarin ik definitief een punt zet achter dat hele verhaal.

De kans dat ik daarna nog veel ga schrijven over 'aflossen' is klein, simpelweg omdat je ook een beetje klaar bent met het onderwerp als de hypotheek kan worden doorgehaald. Als ik in de krant lees dat Youp van 't Hek een aantal optredens heeft moeten afzeggen vanwege 'oververmoeidheid', vraag ik me oprecht af waarom hij niet gewoon de eer aan zichzelf houdt en lekker stopt met die theatershows. Wat dat betreft kan ik me veel beter identificeren met jeugdidool Robbie van Leeuwen die elke vrijdag - terecht - wordt geëerd in DWDD en die zich al heel vroeg in zijn carrière heeft teruggetrokken uit de showbusiness omdat het financieel allemaal niet meer hoefde.