Zoeken

vrijdag 24 februari 2017

De balans tussen werk en privé kun je nog veel breder trekken

Veel mensen in loondienst hebben last van stress doordat de grens tussen werk en privé steeds verder vervaagt. Niet alleen ben je op zondagavond al met de vergadering van maandagmorgen bezig, ook op vakantie is de dagelijkse sores maar één muisklik verwijderd en kun je zomaar een whatsappje van je baas verwachten. Het kost dus niet alleen steeds meer moeite om afstand te nemen van je werk, ook afstand speelt daarbij geen enkele rol meer. Als je in deze moderne tijd in principe genoeg hebt aan een laptop en een goede internetverbinding om je werk te doen, dan biedt geen enkele palmboom nog de garantie van een ongestoorde vakantie.


Vandaar dat ik tijdens mijn lezing van vorige week nog even terugblikte op het "oude nietsdoen". Dat is een vakantiehuis kopen in Duitsland, zodat je eerst 8 uur onderweg bent om vervolgens gelukzalig in een luie stoel te ploffen met een goed boek (nadat je eerst het gras hebt gemaaid en de auto hebt uitgepakt). Wie hard werkt, heeft last van tunnelvisie en kan bij "rust" alleen maar denken aan vakantie. Om dat gevoel vast te houden kun je zelfs besluiten een vakantiehuis te kopen, al kom je er vervolgens snel achter dat je met die aankoop niet ineens de beschikking hebt over veel meer vakantiedagen en zelfs onnodig veel tijd verliest door een hele dag in de auto te zitten op weg naar die oase van rust.

Voordat de mobiele telefoon gedemocratiseerd was en iedere camping beschikte over gratis wifi, was je op vakantie daadwerkelijk "weg" omdat je niet bereikbaar was en soms zelfs omdat thuisblijvers niet eens wisten waar je precies uithing. Je had de beschikking over slechts 25 vakantiedagen, maar je had ze tenminste wel geheel tot je beschikking. Nu heeft niets nog je onverdeelde aandacht, omdat je thuis met je werk bezig bent en in gesprekken aan tafel wordt afgeleid door wat er elders in je sociale omgeving gebeurt. Dat is geen nieuwe of wereldschokkende observatie, maar het is wel een schokkende overgang.


Ik denk dus nog regelmatig aan dat huisje in Taubenheim, maar ik denk vooral aan de subliminale boodschap die het uitstraalde. Ik was in 2006 namelijk helemaal niet op zoek naar een vakantiehuis waarvoor ik een extra hypotheek moest afsluiten, maar juist naar het simpele leven dat ik met dat huis en die plek associeerde. Je kunt ook zeggen dat ik eerst een vrijstaand huisje moest kopen dat aan het einde van een doodlopende weg lag aan de bosrand om te beseffen dat ik dat thuis in feite ook al had (net zoals andere mensen pas na een slippertje beseffen hoe leuk hun eigen vrouw eigenlijk is en hoe waardevol een vaste relatie is waarin je elkaar kunt vertrouwen).

Vandaar dat het verhaal in mijn boek Hypotheekvrij! niet begint bij het uitbreken van de kredietcrisis in 2008, maar twee jaar eerder toen ik blijkbaar al de sluimerende behoefte had om te breken met oude gewoontes en het stiekeme verlangen uit het keurslijf van een carrière te breken. Wie hard werkt, leeft van vakantie naar vakantie, terwijl dat hele idee van "vakantie" ineens in een merkwaardig concept verandert als je stopt met al dat harde werken. Wie van reizen houdt, blijft dan natuurlijk lekker reizen maken maar zal dat niet meer doen om de accu op te laten, tot rust te komen of eindelijk eens tijd te hebben voor een goed boek.


Daarom is het belangrijk - of in elk geval heel inzichtelijk - om eens uit te zoomen als het gaat om de balans tussen werk en privé. Je kunt daar op microniveau naar kijken en invullen wat dat voor je dagelijkse leven betekent, maar je kunt ook je hele loopbaan onder de loep nemen en daarmee je hele leven. Is het werkelijk zo dat je veertig jaar (of langer) hard wil werken om daarna eindelijk van je rust te gaan genieten of kun je dat beter in een veel vroeger stadium doen en elke week rust inbouwen? Dat kan in de vorm van een omgekeerde werkweek (waarbij je in het ideale geval nog maar twee dagen werkt), maar ook dat is slechts een voorbeeld.

In datzelfde boek pleit ik voor een model waarbij je 25 jaar studeert, vervolgens 25 jaar werkt en spaart om vervolgens de rest van je leven (en op basis van de laatste cijfers is dat veel meer dan 25 jaar) te gaan genieten. Dat vraagt om andere financiële planning, maar ook om een heel andere kijk op wat nou eigenlijk echt belangrijk is in het leven. Daar hoort wat mij betreft een discussie bij over het concept vrije tijd en vakantie, over armoede en rijkdom, over economie en ecologie, maar ook over basisbehoeften en een basisinkomen. Hoe dan ook zou het bij de balans tussen werk en privé over veel meer zaken moeten gaan dan alleen mindfulness en mailen buiten werktijd.