Zoeken

donderdag 27 juni 2013

Wie gaat aflossen moet ook B zeggen


Nu wij inmiddels meer dan de helft van onze hypotheek hebben afgelost en helemaal verlost zijn van het aflossingsvrije deel, krijg ik steeds vaker de vraag wat we daarná gaan doen. Vaak kijken mensen daar een beetje verlekkerd bij, alsof ze zelf al precies weten wat ze allemaal zouden gaan doen of gaan kopen als ze het bedrag dat ze nu aan woonlasten kwijt zijn opeens vrij konden besteden.

Meestal moet ik ze teleurstellen, want het antwoord dat ik geef is niet wat ze verwachten en al helemaal niet wat ze willen horen. Zuinig leven om versneld af te lossen is nog steeds iets wat mensen beschouwen als iets tijdelijks. Je trekt een tijdje de broekriem stevig aan om daarna de teugels weer te laten vieren en het er flink van te nemen. Op papier klopt dat plaatje, maar in de praktijk werkt het anders. Er is namelijk geen weg terug.

Of eigenlijk moet ik zeggen; wie gaat aflossen, slaat een straat in met eenrichtingsverkeer die zo smal is dat je nergens kunt keren. En áls je dan eindelijk op een rotonde bent aangekomen, wil je niet meer terug. Het aflossen van de hypotheek zorgt ervoor dat je alles met andere ogen gaat bekijken. Zoals de een verslaafd is aan schoenen, zo ben ik inmiddels verslaafd geraakt aan de vrijheid die een lage hypotheek oplevert en de hoeveelheid vrije tijd waarover ik kan beschikken.

In de proloog van Hypotheekvrij! waarschuw ik voor het scenario waar we nu middenin zitten: als niemand meer spullen koopt, komt de economie piepend en knarsend tot stilstand en neemt het aantal lege etalages in snel tempo toe. Geen wereldschokkende conclusie misschien, maar vergeet niet dat ik die woorden in iets andere vorm al opschreef toen ik in 2006 overwoog om een boek te schrijven dat Back To Basics heet.

Die titel laat al zien dat er – in mijn geval tenminste – geen weg terug is. Er komt geen moment waarop ik het geld weer ouderwets laat rollen. Integendeel: in de toekomst werk ik niet meer dan strikt noodzakelijk is om de BV Hormann te laten draaien op een soort bestaansminimum. Zuinig leven, en dan bedoel ik nadrukkelijk zuinig leven uit vrije wil, leidt al snel tot de verbijsterende conclusie dat je gelukkiger wordt van een zomerzonnetje, de nieuwste thriller van Lars Kepler en een koud glas water dan van gadgets, een grote auto en  allerhande gewichtigdoenerij.

Wie zelf nog geen cent heeft afgelost, wil ook nog wel eens denken dat aflossen een “obsessie” wordt. Begrijpelijk, want ik praat er veel en vaak over, niet in de laatste plaats omdat ik er een boek (of eigenlijk: twee) over heb geschreven. Maar dat effect heeft het onderwerp en de bijbehorende lifestyle en levensinstelling. Op Twitter lees ik regelmatig dat mensen Hypotheekvrij! inmiddels al twee of zelf drie of vier keer hebben herlezen. Logisch, want het wegwerken van je hypotheek doe je niet in dezelfde tijd waarin je 10 kilo kwijt kunt raken. Aflossen is een meerjarenplan en dus is het zaak om gemotiveerd te blijven en te weten waarom je er ook alweer aan begonnen bent.

Aflossen is dus geen obsessie (zelfs niet als je obsessief aan het bezuinigen bent) , maar eerder een sport, een gezonde verslaving of zelfs een soort spelletje waarbij je zelf alle spelregels mag bedenken. Dat laatste kan ik niet vaak genoeg benadrukken, want je maakt zelf uit of je gaat aflossen, hoe vaak en hoeveel. Je moet alleen wel goed weten waar je aan begint, want als je gaat aflossen (en als je je woonlasten eenmaal ziet dalen) is er werkelijk geen houden meer aan.