Zoeken

zondag 8 december 2013

Voor sommige mensen is zondag een droevige chanson-dag

Beetje off-topic, maar voor Sinterklaas schreef ik een gedicht bij het heerlijke wegdroomboek Altijd Zondag van Liesbeth Paardekooper. Net zoals het glas halfvol is voor de één en altijd half leeg voor de ander, zo zijn er mensen die zondagen háten vanwege hun eindeloze saaiheid, maar ook genoeg mensen die vinden dat ze op die dag pas echt helemaal vrij zijn. Daar weet het rijmwoordenboek natuurlijk wel raad mee ;-)

Voor jou is de zondag,
Eigenlijk een soort lelijke ondag,
Een vage, non-descripte non-dag,
En als het koud en donker is 
soms zelfs een “ik spring van het balkon”-dag,
Een “ik kruip weg in een cocon”-dag,
een “ik voel me net een leeggelopen ballon”-dag,
een sombere spanningsbrondag,
een weggedoken in je capuchondag,
een nare regentondag,
eenzaam en alleen als Robinsondag,
een droevige chansondag,
eigenlijk al een beetje maandag,
maar nog meer een vuurpelotondag,
een eindstationdag,
een “mijn balkon is te laag, dus ik spring voor de treinwagon”-dag.

Maar voor de Sint is het juist:
Een strapless trouwjapondag,
Een “ik maai fluitend het gazon”-dag,
Een mierzoete kersenbonbondag,
Een broodje uit de magnetrondag,
Een lekker kopje thee uit Ceylondag,
Een verrassende grabbeltondag,
Een “ga mee naar de ijssalon”-dag,
Een sneller dan het pelotondag,
Whiskey in een flacondag,
Een onbegrensde horizondag,
Een gebraden kip met champignondag,
Een sportieve badmintondag,
Een spannende feuilletondag,
Ontbijt op het balkondag,
Een dans de charlestondag,
Een vrolijke carillondag,
O, wat het maar ALTIJD zondag…




Sinterklaas

woensdag 27 november 2013

Al die keuzestress hebben we zelf gecreëerd

Afgelopen weekend constateerde Haroon Ali in de Volkskrant-bijlage Vonk terecht dat keuzestress eigenlijk niet bestaat. Maar hij vergat daarbij de misschien wel belangrijkste reden te noemen: het feit dat we tegenwoordig overal een drama van maken. Eerst vertelt Francine Oomen hoe je de brugklas moet overleven en als je dan eindelijk die felbegeerde baan hebt komt Ronald van de Buld vertellen hoe je heelhuids al die werkdruk en informatiestress kunt doorstaan. Zo verandert het leven vanzelf in één lange, barre survivaltrip.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik tot die generatie behoor die is opgegroeid zonder ooit een quarterlifecrisis of dertigersdip te hebben meegemaakt. Sterker nog: op mijn 25ste stond ik onverwacht voor de keuze om wel of niet een huis te kopen, terwijl ik mijn vriendin pas een jaar kende en zelf nog niet eens was afgestudeerd. In plaats van tijden te blijven tobben (en ook zonder ook maar iemand om advies te vragen), hakte ik na een week bedenktijd de knoop door. Niemand uit mijn vriendenkring woonde in een koophuis en ik had inmiddels een studieschuld van ruim 20.000 gulden opgebouwd, maar toch waagde ik de sprong in het diepe.

Soms moet je dingen gewoon dóen. Haroon Ali stelt terecht dat keuzestress een mooi excuus is om je achter te verschuilen. Je kunt er je existentiële twijfels mee verhullen en je besluiteloosheid mee verbloemen. Al dat getob leidt echter alleen maar tot nog meer twijfels, terwijl het resoluut nemen van beslissingen je het gevoel bezorgt dat je zelf richting geeft aan je eigen leven. Waar denk je anders dat het woord daadkracht vandaan komt? Bij elke kruising ga je simpelweg een bepaalde kant op, zonder voortdurend achterom te kijken en je af te vragen of je wel op de juiste weg bent.

In mijn boek Hypotheekvrij! uit 2012 constateerde ik al dat sommige jongeren niet zozeer moeite hebben met het nemen van beslissingen en het maken van keuzes als wel met de onvermijdelijke en onlosmakelijke gevólgen van diezelfde keuzes. In dat verband haalde ik de Zweedse schrijfster Maria Sveland aan die in haar boek Bitterbitch haarfijn - zij het geheel onbedoeld - aangeeft waar de schoen wringt.

Wie kiest voor het krijgen van een baby, kan voorlopig niet meer uitslapen. Wie begint aan een vaste relatie, kan niet langer zomaar iemand oppikken in een kroeg voor een spannende onenightstand. En wie na het afstuderen een baan weet te vinden, heeft voortaan nog maar vijf weken vakantie per jaar in plaats van vier maanden. Het lijkt logisch, maar voor Maria Sveland is het reden genoeg om cynisch en depressief te worden en uiteindelijk zelfs haar man de bons te geven.

Je kunt als mens niet vroeg genoeg leren dat je nu eenmaal niet alles kunt hebben in het leven, maar veel jongeren willen dat juist wél: een spannend uitgaansleven, de ideale partner, een uitdagende baan, slimme kinderen, een perfect lichaam en een mooi huis. In plaats daarvan hangen er ineens donkere wolken boven wonderland en zien ze zich geconfronteerde met structurele jeugdwerkloosheid, flexibele arbeidscontracten, strenge hypotheekeisen, hoge studieleningen en wankelende pensioenen.

Dat is schrikken, zeker als al die keuzevrijheid eerst vooral ging om de vraag of je vandaag naar die ene hippe kroeg zou gaan met je vrienden of lekker de hele dag in bed dvd’s zou gaan liggen kijken. Tegelijk verschilt de huidige realiteit niet of nauwelijks met de grimmige buitenwereld die mijn generatie aantrof, toen we in de jaren tachtig afstudeerden. Er was geen werk en er was volgens de bands waar we naar luisterden ook geen toekomst. De bom kon ieder moment vallen en de kernreactor in Tsjernobyl was net ontploft en had onze spinazie vergiftigd.

Op persoonlijk vlak had ik toen ook al het nodige achter de kiezen, want mijn vader overleed toen ik acht was. Prompt kreeg ik last van nachtmerries en kwam met psychosomatische darmklachten bij de internist terecht. Tegelijk had die tragische gebeurtenis geen zichtbaar effect op mijn schoolresultaten en verdwenen de darmkrampen als bij toverslag toen mijn moeder me omkocht met een langspeelplaat die ik dolgraag wilde hebben maar onmogelijk van het zakgeld van een 8-jarige kon kopen. Ik heb me later vaak genoeg afgevraagd of ik als kind beter af was geweest in een wereld waarin op elke straathoek een hulpverlener, psycholoog of remedial teacher klaarstaat.

Nu lijkt het soms wel of elke nieuwe fase in je leven een ingrijpende gebeurtenis is waarvoor je troost en begeleiding nodig hebt. Er zijn boeken voor moeders die het er maar moeilijk mee hebben dat hun vierjarige naar school gaat en als diezelfde vierjarige eenmaal kan lezen struikelt ze in de bieb over boeken waarin staat hoe je de brugklas, de vakantie, je ouders en de puberteit moet zien te overleven. Op zich leuk en leerzaam allemaal, maar zo wordt impliciet de indruk gewekt dat alles op je pad een lastig te nemen hindernis is.

Eenmaal volwassen krijg je in het boek Prioritijd! van Ronald van de Buld te lezen hoe je vergaderingen, werkstress, e-mails en sociale media kunt overleven. Zo maak je van het leven een soort moeizame survivaltocht waar pas een einde aan komt als je je laatste adem uitblaast. Want straks kun je vast ook wel ergens lezen hoe je als hoogbejaarde het verzorgingshuis of de keukentafelgesprekken met de gemeente kunt overleven. Als je alles zo bekijkt (of misschien moet ik in dit verband zeggen: als we daar met z’n allen voor kiezen), verliest het leven vanzelf z’n glans en wordt het menselijk bestaan slechts een kwestie van óverleven.

woensdag 9 oktober 2013

Waarom zou je wachten met aflossen tot de bank het zegt?

Soms snap ik mensen niet. Zo moest ik gisteren op Radio 2 reageren op een persbericht van Deloitte dat opende met het volgende citaat: "Twee op de drie woningbezitters voelen zich door de hypotheekverstrekkers niet of te laat geadviseerd over de gevolgen van de crisis en tasten daarmee in het duister over de impact hiervan op hun financiële situatie." 

In mijn reactie op de radio merk ik op dat het niet de schuld van banken is dat de huizenprijzen al een paar jaar aan het dalen zijn en dat het ook niet de schuld is van de bank dat mensen een te duur huis hebben gekocht. Er zijn twijfelachtige hypotheekproducten verkocht en mensen zijn soms slecht geadviseerd, maar je kunt niet alles op het bordje leggen van financiële adviseurs en hypotheekverstrekkers. Ik ben al eens een "bankenlobbyist" genoemd (wat tamelijk ironisch is), maar zo denk ik erover.

Zelf zijn wij gaan aflossen in november 2008, toen de kredietcrisis in ons land net was losgebarsten en ik het sterke gevoel had dat dit niet zomaar een economisch dipje was dat na twee kwartalen van krimp weer achter de rug zou zijn. Maar als ik twee van de drie Nederlanders was geweest, had ik daar dus mee gewacht tot iemand me dat vertelde. En als ik toen zo dom was geweest om mijn bank om advies te vragen, zouden ze het me dat versneld aflossen waarschijnlijk ook weer even snel uit mijn hoofd hebben gepraat.

De conclusie van dit verhaal is dan ook dat je zelf je conclusies moet trekken. De bank weet niet of jij (of je partner) het risico loopt je baan te verliezen. De bank weet ook niet of je van plan bent om binnenkort te gaan scheiden of tegen een burn-out aan zit en het risico loopt arbeidsongeschikt te raken. En de bank weet al helemaal niet of de bodem op de huizenmarkt is bereikt en of we op het gebied van economische tegenspoed het ergste achter de rug hebben.

Maak dus zelf de balans op en schat alle risico's in. De vraag of je versneld moet gaan aflossen (en zeker of je dat in het krankzinnige tempo zou moeten doen waarin wij dat hebben gedaan) is máátwerk. Iedere situatie is anders, maar je weet zelf het beste wat op jouw situatie van toepassing is. Je weet zelf waarschijnlijk ook het beste waarop je eventueel nog zou kunnen bezuinigen en waarop absoluut niet (zo rijd ik in een piepkleine auto maar heb ik tegelijk wel drie abonnementen op een krant).

Zeg echter nooit dat het allemaal de schuld is van de bank of dat je geen geld hebt om af te lossen. Iedereen die alle tips uit mijn boek Hypotheekvrij! opvolgt, houdt maandelijks geld over en méér dan je voor mogelijk houdt. Het is nu officieel Buy Nothing New-maand. Ik zou zeggen: koop in ieder geval niks onnodigs meer tot de hypotheekschuld  is gehalveerd. En zeur pas over de "boetes" die banken soms nog berekenen als je jaarlijks meer dan 20.000 euro overhoudt om af te lossen.

Twee op de drie woningbezitters voelen zich door de hypotheekverstrekkers niet of te laat geadviseerd over de gevolgen van de crisis en tasten daarmee in het duister over de impact hiervan op hun financiële situatie - See more at: http://actueel.deloitte.nl/newsroom/persberichten/woningbezitter-negeert-restschuld-als-probleem/#sthash.Ped0nL5O.dpuf
Twee op de drie woningbezitters voelen zich door de hypotheekverstrekkers niet of te laat geadviseerd over de gevolgen van de crisis en tasten daarmee in het duister over de impact hiervan op hun financiële situatie - See more at: http://actueel.deloitte.nl/newsroom/persberichten/woningbezitter-negeert-restschuld-als-probleem/#sthash.Ped0nL5O.dpuf
Twee op de drie woningbezitters voelen zich door de hypotheekverstrekkers niet of te laat geadviseerd over de gevolgen van de crisis en tasten daarmee in het duister over de impact hiervan op hun financiële situatie - See more at: http://actueel.deloitte.nl/newsroom/persberichten/woningbezitter-negeert-restschuld-als-probleem/#sthash.Ped0nL5O.dpuf

maandag 7 oktober 2013

Waarom een WW-er goedkoper is dan iemand in de bijstand

Toen ik vorige week naar deze uitzending keek van Zembla, kon ik mijn jongste zoon meteen uitleggen hoe cynisch het systeem soms werkt. In die bewuste aflevering - over werkloosheid in crisistijd - werd een wethouder geïnterviewd die mensen uit de bijstand aan een baan hielp ten koste van mensen met een vast contract (die vervolgens dus de WW in moesten). Dat kun je water naar de zee dragen noemen of misschien zelfs wel een zinloze exercitie, maar er is meer aan de hand.

Voor gemeenten is het namelijk goedkoper om mensen uit de bijstand aan een baan te helpen (omdat de bijstandsuitkering door diezelfde gemeente moet worden betaald), ook al gaat dat ten koste van mensen die daardoor in de WW belanden (omdat die door de overheid worden betaald). Het is dus niet zomaar een raar rouleersysteem, maar een tamelijk perverse manier om het gemeentelijke budget te bewaken. Jammer alleen dat de wethouder in kwestie dat niet openlijk toegeeft en nog jammerder dat de verslaggeefster er niet expliciet naar vraagt.

Mijn zoon van 13 weet het nu in elk geval wel.

zondag 22 september 2013

Zijn die 60-plussers nou ten onrechte boos of niet?

Met haar open brief over pensioenmythes en andere misverstanden heeft economieredacteur Yvonne Hofs de boze 60-plusser waarschijnlijk nog bozer gemaakt dan hij al was. In het vuur van de discussie wordt echter vergeten dat eigenlijk maar één groep echt aan de ellende is ontsnapt: dat zijn de gepensioneerden met een goudgerande eindloonregeling en een hypotheekvrij huis. Ook veel 60-plussers hebben hun VUT-regeling zien verdampen of zitten als sinds hun 57ste werkloos thuis.

Zijn boze 60-plussers egoïstisch? Het is een interessante discussie nu de pensioenen onder druk komen te staan en het erop lijkt dat de jongeren veel langer moeten werken voor een lager of onzekerder pensioen. Het zou me niks verbazen als deze knuppel in het hoenderhok zoveel reacties heeft losgemaakt dat je er een complete maandagkrant mee kunt vullen zonder extra kopij. Misschien is het onderwerp daar zelfs wel belangrijk genoeg voor.

Het is in ieder geval een ruzie die hoognodig uitgevochten moet worden en vooral uitgepraat. Want vooralsnog overheersen de emoties. Tegenover de 60-plussers die “boos” en “egoïstisch” zouden zijn, staan jongeren die “zeuren” of tweeverdieners met een tophypotheek die alleen maar “jaloers” zijn op ouderen omdat ze niet meer hoeven te werken of af te lossen. Met dat soort argumenten kom je geen steek verder, dus het is goed dat de feiten een keer op een rij worden gezet.

Daarom had ik een beetje moeite met de aanhef. Want waarom zou je je specifiek tot de 60-plusser richten? Strikt genomen is iemand van 86 natuurlijk óók ouder dan zestig, maar in feite ben je dan alweer een complete generatie verder. Die groep kun je dus helemaal niet op één hoop gooien, zeker niet omdat iemand van 61 die zijn baan heeft weten te behouden (wat op zich al een wonder is) de VUT voor zijn ogen heeft zien verdampen en gewoon door moet werken tot hij bijna 66 is. Wordt hij dankzij de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht alsnog op straat gezet, dan wacht hem straks niet alleen een pensioenbreuk maar ook een lagere gouden handdruk en een kortere WW.

De enige groep gepensioneerden die echt bovengemiddeld heeft geprofiteerd van de naoorlogse welvaart, is die kleine categorie die inderdaad op het juiste moment een huis heeft gekocht (dus niet in 1978 of 1979, vlak voordat de markt instortte) en vervolgens kon rekenen op een solide eindloonpensioen. Vaak zijn deze mensen ook nog eens eerder gestopt met werken en verkeren ze in goede gezondheid. Dit is echter een kleine groep, die in werkelijkheid ook eerder 70-plus is en tegelijk allerlei uitzonderingen kent. Want je hebt ook mensen die hun hele leven hebben gehuurd en in al die jaren maar een paar honderd euro aanvullend pensioen per maand hebben opgebouwd.

Met mijn geboortejaar bevind ik me precies in de vuurlinie tussen de 44-jarige Yvonne Hofs en de boze 60-plusser op wie ze haar pijlen richt. In die zin ben ik redelijk neutraal en onpartijdig en kan ik alleen maar concluderen dat beide partijen een beetje gelijk hebben. De boosheid van sommige ouderen kan ik me in ieder geval voorstellen, al was het alleen maar omdat hun standpunten in de media nauwelijks gehoor vinden. In plaats daarvan krijg je steeds maar te horen hoe “rijk” ouderen zijn (terwijl dat geld meestal in de overwaarde van hun woning zit) en hoe “oneerlijk” het is dat ze in een hypotheekvrij huis wonen (niet zo raar als je je hele leven hebt afgelost en ook nog eens niet waar want 6 van de 10 mensen heeft op 65-jarige leeftijd nog een hypotheek).

In zekere zin is er ook eerder sprake van een glijdende schaal dan een generatieconflict, want we hebben allemaal reden om bang of boos te zijn: de dertigers met hun hypotheek die onder water staat, de veertigers die niet weten of er straks nog wel zoiets als AOW bestaat en de vijftigers die kansloos zijn op de arbeidsmarkt als ze ontslagen worden. Ouderen blijven doorgaans gevrijwaard van deze problemen om de simpele reden dat ze oud zijn: ze kunnen niet ontslagen worden, ze hebben overwaarde op hun huis en krijgen elke maand netjes hun AOW uitbetaald. Tegelijk kunnen ze geen kant op en zien ze de solidariteit tussen generaties afbrokkelen op het moment dat we ons juist meer om elkaar zouden moeten bekommeren.

Het verhaal van Yvonne Hofs klopt grotendeels (al noemt ze de huizencrash van 1979 niet) en is even prikkelend als goed gefundeerd. Maar wie het een beetje hapsnap leest of niet verder kijkt dan de kop, ziet alleen maar het eeuwige misverstand bevestigd dat ouderen helemaal niet arm en zielig zijn maar juist rijk en zelfzuchtig. Dat geluid hoor je toch al tot vervelens toe in de media en de politiek omdat die sectoren worden gedomineerd door dertigers en veertigers.

Mag ik dan nog één keertje, ook tot vervelens toe, herhalen dat de kans groot is dat die boze 60-jarige helemaal geen “mazzel heeft gehad” toen hij in 1979 op zijn 26ste zijn eerste koophuis betrok omdat de woningmarkt vervolgens met 40% daalde? Ook hij kocht met een beetje pech dus “op de top van de markt” en heeft die schade alleen maar in kunnen lopen door hard te sparen, braaf af te lossen en oud genoeg te worden. Niet alleen wordt dat feit meestal maar een beetje weggemoffeld, het zorgt er ook voor dat sommige ouderen inderdaad boos worden als jongeren net doen alsof zij de enige zijn die wel eens pech hebben.

woensdag 24 juli 2013

Zomaar weer een wijze levensles

Mijn tweede boek over aflossen en afbouwen is inmiddels alweer aan een tweede druk toe (sterker: we zijn er alweer bijna doorheen), maar toch las ik ergens de kritiek dat het bij de inhoud leek te gaan om "een stel aan elkaar geplakte tweets". Nu weet ik niet hoe krankzinnig vaak je zou moeten twitteren om 60.000 woorden de wereld in te slingeren, maar ik snap wel waar die kritiek vandaan komt. Soms, als ik zit te werken aan een nieuw boek, markeer ik een mooie of veelbetekenende zin en knip & plak die vervolgens op Twitter. Logisch dus dat mensen gaan denken dat ze dat al eens ergens hebben gelezen of - erger nog - dat ik mijn wijze woorden van iemand anders heb geleend.

Dat doen we dus maar niet meer. Zodra ik aan een nieuw boek begin, zet ik dit weblog op een laag pitje en komt er niks uit de tekst op Twitter.

Toch kreeg ik gisteren, geheel onverwacht, zomaar weer een belangrijke levensles in de schoot geworpen die naadloos aansluit op de belangrijkste boodschap uit Helemaal Vrij! Op marktplaats had ik een mooie, rode racefiets gezien (maat 53) die heel geschikt zou zijn voor mijn jongste zoon als hij uit zijn huidige rijwiel (maat 48) was gegroeid. Na een paar biedingen werden we het eens over de prijs en kon ik hem komen ophalen in Oostvoorne.

De racefiets bleek eigendom geweest te zijn van een man die nu met de ziekte van Alzheimer in een verpleeghuis zat. Zijn echtgenote, die hem trouw elke dag bezocht, vertelde dat fietsen zijn lust en zijn leven was. Zelfs toen hij al in de war begon te raken, was het het blijven doen. Een vriend ging vaak met hem op stap, zodat hij alleen maar in zijn wiel hoefde te blijven. Tot de man op een keer een verkeerde afslag nam en ze hem, na veel zoeken, op het strand aantroffen, ploeterend door het rulle zand.

Het was zijn laatste fietstocht en nu, drie jaar later, was het moment gekomen om de fiets weg te doen. Omdat mijn zoon er nog (nét) niet op paste, maakte ik zelf een korte proefrit. Ondertussen vroeg ze hem op welke school hij zat en hoe vaak en ver hij fietste. Een halfuur later reden we weg uit Oostvoorne, met niet alleen een racefiets op de achterbank, maar ook een doos vol reserve-onderdelen en stapels kleding, waaronder een mooi wollen vintage koerstrui met het logo van Campagnolo.

Het was een tragisch moment maar de vrouw leek er enige troost uit te putten dat er straks een jochie van veertien op de fiets van haar man rondreed. We namen dan ook pas afscheid, nadat mijn jongste zoon de belofte had gedaan om over een paar jaar nog eens terug te komen zodra hij op die fiets paste én in staat was om ruim negentig kilometer af te leggen.

Je kunt hier talloze levenslessen uit trekken, maar wat mij vooral bijbleef is deze: als iets je lust en je leven is, kun je het niet vaak genoeg doen.Wees dankbaar voor elke dag en doe liefst elke dag al die leuke dingen waar je van droomt. Je kunt je lot niet ontlopen en ook de dood geen loer draaien, maar je kunt wel alles uit het leven halen wat er in zit. Geen wereldschokkende conclusie misschien en niets nieuws onder de zon (zeker niet als je mijn laatste boek inderdaad hebt gelezen), maar tegelijk vergeten we het te makkelijk en stellen we dingen ook veel te vaak uit tot "later".

Niet doen. Want wat op dit moment ook allemaal je lust en je leven is, je hebt maar één leven.

maandag 8 juli 2013

Aflossen is een soort sport

Gisteren was de pagina gesloten vanwege de zondagsrust, maar ik was op zaterdag al in alle vroegte naar Alblasserdam gereden om daar een papieren versie te kopen van het Reformatorisch Dagblad om te zien hoe het interview met mij er uit zou zien (en welke kop er boven zou staan). Het bleek een joekel van een spread met - heel toepasselijk - een piepkleine advertentie van het tijdschrift Genoeg.

Je kunt het raar vinden dat de website van het RD op zondag offline is of er lacherig over doen, maar zelf verlang ik wel eens terug naar die landerige zondagen van vroeger die eeuwig leken te duren. Mijn motto is dan ook: maak van elke koopzondag weer een ouderwetse rustdag. Of zijn we de kunst van het niks doen voorgoed kwijtgeraakt? In het bovengenoemde interview kun je lezen wat mijn definitie is van een geslaagd weekend: als mijn auto geen meter van zijn plek is geweest...