Zoeken

donderdag 11 juni 2020

Ook met aflossen ging ik destijds dwars tegen de tijdgeest in

Toen ik in 2008 besloot om versneld mijn hypotheek te gaan aflossen, werd ik door vrijwel iedereen voor gek verklaard. Je was immers 'een dief van je portemonnee' als je extra afloste en moest 'maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek'. Met dat in het achterhoofd hoeft het niemand te verbazen dat ik ook in andere discussies niet klakkeloos meega in de mores van de dag en het dominante narratief.


Laten we eerst weer eens teruggaan in de tijd. Toen ik als jongen van 20 politicologie studeerde in Amsterdam, kwam ik daar terecht in een links, feministisch bolwerk. Zo kreeg ik tijdens een van de eerste werkcolleges te horen dat alle verschillen in gedrag tussen man en vrouw het gevolg zijn van opvoeding en van socialisatie (dus van verwachtingen en vooroordelen van ouders en opvoeders en stereotypes in boeken en Hollywoodfilms). Ik was pas net van de middelbare school en nog niet droog achter mijn oren, maar dat leek me erg onwetenschappelijk en onwaarschijnlijk).

Dus belde ik met mijn broer (die biologie studeerde in een andere stad) en noteerde op een lijstje alle aangeboren, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Je kunt je voorstellen dat het niet in goede aarde viel toen ik dat lijstje de eerstvolgende keer opsomde, ook niet bij de aanwezige mannen die de geslachtsdaad als 'onderdrukkend' beschouwden. Je kunt je misschien óók voorstellen dat het lastig is in een dergelijke setting stand te houden als je er als enige iets anders over denkt. Toch denk ik er een kleine veertig jaar later nog steeds ongeveer hetzelfde over.


Over het genoemde onderwerp zegt Douglas Murray iets interessants in het boek dat ik net heb uitgelezen (en dat mooi aansluit op wat ik daar in een van mijn eigen boeken zélf over noteer). Wie iets wil weten over de eventuele aangeboren verschillen tussen man en vrouw, moet maar eens gaan praten met mannen of vrouwen die in transitie zijn en mannelijke of vrouwelijke hormonen krijgen toegediend. Onlangs nog las ik een interview in de krant met een man die vrouw wilde worden en die in één klap afrekende met het idee dat je wordt geboren als blanco blad.

Zodra hij testosteronremmers kreeg toegediend, keerde hij gevoelsmatig terug naar de periode voor de puberteit. Nadat hij vervolgens vrouwelijke hormonen kreeg toegediend, werd hij emotioneel en huilerig. In het boek van Murray staat dat het soms zelfs je voorkeuren verandert als het gaat om muziek en films. Er valt ook te lezen dat het toedienen van testosteron leidt tot meer daadkracht, agressie en geslachtsdrift. In dit tijdsgewricht valt daar echter niet over te praten, want gelijkheid tussen man en vrouw impliceert gelijksoortigheid en inwisselbaarheid.


Oók interessant is dat ik een sociale wetenschap studeerde, maar in die tijd (tussen 1980 en 1988) géén kennis maakte met het moderne jargon dat daarbij hoort. De faculteit aan de UvA was uitgesproken feministisch en marxistisch, maar niemand had het over white privilige, white fragility, institutioneel racisme, intersectionaliteit, culturele toe-eigening, micro-agressie, hate speech en ga zo maar door. Nadat ik was afgestudeerd is er dus een compleet vocabulaire opgetuigd, waarvan voorheen niemand de betekenis kende of zonder voorkennis had kunnen doorgronden.

Interessante vraag - misschien zelfs wel de hamvraag - is wat dat betekent. Hebben sociale wetenschappers met deze nieuwe woorden allerlei misstanden blootgelegd of dienen ze slechts als 'bewijs' voor diepgewortelde discriminatie en racisme? Ik heb de boeken van Gloria Wekker en Anousha Nzume een paar jaar geleden gelezen en was er niet heel erg van onder de indruk. Het is te lang geleden voor details, maar ik herinner me dat ik beide boeken wat onwetenschappelijk en vooringenomen vond, terwijl ze nu als standaardwerken worden beschouwd en als onmisbare leerstof voor witte mensen.

Elke nieuwe generatie heeft recht op z'n eigen verzet, verontwaardiging en verandering (en daar horen ook oudere mensen bij die het vanaf de zijlijn hoofdschuddend gadeslaan). Mijn indruk daarbij is dat retoriek belangrijker is geworden dan de realiteit. Mijn gevoel is ook dat deze manier van actievoeren eerder zal leiden tot rassenrellen dan tot minder racisme. Misschien heb ik het mis, maar in mijn laatste boek (Eindelijk hypotheekvrij!) haal ik een oud opiniestuk aan waarin ik een Europa voorzie vol 'etnische spanningen'. Het onderstreept dat mijn boeken niet alleen over 'aflossen' gaan, maar ook dat de aarde niet gestopt is met draaien op de dag dat ik hypotheekvrij werd.