Zoeken

maandag 16 september 2019

Waarom staat overbevolking niet hoog op de politieke agenda?

Afgelopen weekend voelde ik me even een heavy metal-zangeres die al twintig jaar aan de weg timmert en dan ineens bekend wordt door mee te doen aan een veelbekeken televisieprogramma. Krijg ik op tweets over 'aflossen' doorgaans maar drie reacties (inclusief de vraag of ik zelf nou ook niet een beetje moe word van dat onderwerp), een bericht over overbevolking leverde een overrompelende hoeveelheid reacties, retweets en likes op. Hoog tijd om eens in te zoomen op zowel dit onderwerp als op de manier waarmee we ermee omgaan.


In mijn boeken hamer ik erop dat je moet proberen de regisseur te zijn van je eigen leven. Dat kan door sparen en aflossen en door het nastreven van een duidelijk doel, maar los daarvan is elk mens overgeleverd aan toeval, timing en de tijdgeest. Zo beschouwde ik bovenstaande foto als het belangrijkste nieuwsfeit, omdat het een iconisch beeld is. We rijden allemaal stug door in SUV's en roepen zo de zondvloed over onszelf af. Onze manier van leven zit in deze foto en ook de vermoedelijke afloop van het verhaal over hebzucht en hoogmoed.

Dat is mijn stokpaardje, net als overwaarde en overspannenheid. We putten de aarde uit en onszelf. Overbevolking heeft daar zijdelings mee te maken, maar krijgt in mijn boeken hooguit één hoofdstuk toebedeeld en is niet de hoofdzaak. Toen stelde ik hardop de vraag waarom er geen nuchtere discussie mogelijk is over het feit dat we er de komende decennia nog eens twee miljoen mensen bij krijgen in Nederland. Die discussie is interessant, want zonder immigratie zou de bevolking amper groeien of zelfs iets krimpen. Resultaat: ruim 1300 likes en meer dan 200 reacties, nooit eerder meegemaakt.


Interessant is de aard van de reacties. Behalve veel negativiteit over de multiculturele samenleving en onverholen racisme, werd er ook door menigeen getwijfeld aan het waarheidsgehalte van mijn observatie. Op vragen over de 'bron' kon ik geen duidelijk antwoord geven: afgelopen week ergens in de krant gelezen, niet eens als voorspelling maar als simpele vaststelling. Je kunt de discussie over overbevolking volgens mij ook niet voeren - of vooraf al winnen - door de cijfers te downplayen of door te gaan wapperen met veel positievere prognoses van het CBS voor het jaar 2040 of 2060.

De afgelopen drie jaar groeide de bevolking telkens met 100.000 per jaar. Sinds dat leuke liedje over 15 miljoen mensen uit 1996 zijn bijna 23 jaar verstreken en in diezelfde periode zijn er zo'n 2,5 miljoen mensen bijgekomen. In mijn geboortejaar (1961) waren het er zelfs maar 11,5 miljoen. Op welke manier je er ook naar kijkt, het gemiddelde komt altijd uit op 100.000 per jaar. Niets wijst op een trendbreuk, eerder op een toename van het aantal (klimaat)vluchtelingen. De vraag is dan ook legitiem wat het plafond is. Willen we in een land leven met 20 miljoen mensen of is dat een onleefbare situatie?


Na het downplayen volgt dan vanzelf het op de man spelen, ik zou bijna zeggen: het op de Mann spelen. Mijn voor- en achternaam suggereren namelijk dat ik pas vijf jaar geleden hier ben aangekomen met een koffertje vanuit Berlijn. Die grap kan ik wel hebben, want mijn eerste thriller stond in de speciaalzaak tussen de vertaalde romans. De werkelijkheid is dat mijn voorouders hier rond 1850 arriveerden, dus ik ben aardig ingeburgerd. Bijkomend voordeel is dat ik zowel mijn handen in onschuld kan wassen als het gaat om de slavernij als om WO2.

Vervolgens wist iemand te melden dat ik een onbetrouwbare bron ben, omdat ik ooit schreef voor het weekblad Actueel. In werkelijkheid is het Aktueel met een K, al deed dat blad zijn naam alle eer aan. Zo interviewde ik al in 2006 zangeres Floor Jansen, dertien jaar voordat haar naam ineens rondzong op verjaardagen. Het zal verder niemand verbazen dat ik de eerste journalist was die iets schreef over versneld aflossen en het is ook wel aardig om te vermelden dat ik al in 2011 een omslagverhaal publiceerde over tiny houses. Als je me dus iets kunt verwijten, dan is het niet dat ik slordig met feiten omspring, maar juist dat ik vaak iets te ver op de feiten vooruit loop.


                                                                                        (wordt vervolgd)