Zoeken

woensdag 29 april 2020

Waarschijnlijk is biomassa het ultieme bewijs van onze collectieve breinschade

Sinds ik met plakbandpensioen ben, laat ik het KNMI mijn agenda bepalen. Als het mooi weer is, zit ik met een goed boek onder een parasol of ben ik een rondje aan het fietsen. Als het een paar dagen achter elkaar miezert, kruip ik achter de laptop om lezersvragen te beantwoorden, een blog te schrijven of te werken aan een opvolger van Eindelijk hypotheekvrij! Vandaag maakte ik van de gelegenheid gebruik om te kijken naar de nieuwe documentaire van Michael Moore. Die is niet alleen omstreden, maar onbedoeld ook perfect getimed.


Laat ik eerst maar even vertellen dat ik een groot fan ben van Michael Moore en van de manier waarop hij documentaires maakt: met de nodige humor, zonder rekening te houden met partijpolitiek en zonder respect voor autoriteiten. Voor mijn boek Een jaar in het donker zag ik Fahrenheit 11/9 in de bioscoop in Dordrecht en daar was ik zeer over te spreken. Uiteindelijk heb ik denk ik de helft van zijn werk gezien, soms op televisie, soms in de bioscoop. Rode draad is dat ze je altijd aan het denken zetten.

Met zijn nieuwste documentaire (waarin hij zelf nergens in beeld is, maar alleen als producer op de titelrol staat) is iets opmerkelijks aan de hand, want opeens geldt de held van links als 'fout'. Moore komt doorgaans op voor de kleine man, de kansarme, onverzekerde Amerikaan, de gedoemde slachtoffers van een wegkwijnende bedrijfstak of een vervuilende industrie. Deze keer neemt hij echter de groene lobby in het vizier die volgens hem mooie praatjes zou verkopen over schone energie en daarbij een loopje neemt met de waarheid.


Je zou kunnen zeggen dat dit een antwoord is op The Inconvenient Truth van Al Gore in die zin dat deze documentaire een even ongemakkelijke waarheid te vertellen heeft. De makers beweren nergens dat het klimaatprobleem onzin is, maar laten genadeloos zien dat we onze ondergang niet kunnen voorkomen door middel van technologische innovaties. Dat is geen leuke boodschap, terwijl de documentaire alleen maar onderstreept dat het weinig zin heeft om elektrische auto's te produceren zolang je elektriciteit op blijft wekken met behulp van steenkool of aardgas.

Eigenlijk vertelt Planet of the Humans ons dat we alleen maar druk bezig zijn het ene probleem te vervangen door het andere en daarbij een discussie over een fundamentele oplossing uit de weg gaan. Je kunt namelijk onmogelijk een schone, technologische oplossing bedenken voor een wereldbevolking van 10 miljard mensen die allemaal streven naar een westers welvaartsniveau. De documentaire laat ook de tragische denkfout zien achter het uitgangspunt dat biomassa op de een of andere manier een schone of verantwoorde energiebron zou vormen, zeker als er hele bossen voor gekapt moeten worden.


Bovenal zou ik iedereen willen aanraden om hier met een open blik naar te kijken, of je nu links of rechts bent (of wat daar tegenwoordig voor door moet gaan). Zelf vind ik het vooral interessant dat de documentaire werd uitgebracht op het moment dat er een pandemie als een windvlaag des doods over de aarde waart. Heel even komt alles stil te staan, net als die troosteloze, afgedankte windmolens hierboven en rijst de vraag hoe we de wereld zo snel mogelijk weer op kunnen starten (en ook of dat eigenlijk wel wenselijk is).

Uiteindelijk kun je deze documentaire beschouwen als een bewijs voor de stelling dat een radicale gedragsverandering meer zoden aan de dijk zet dan het met veel kunst en vliegwerk vasthouden van onze luxe levensstijl. Zo bekeken is het coronavirus eerder een soort zand in de machine, een piepklein plaagstootje van moeder natuur en misschien zelfs wel een nudge in de goede richting. De meeste mensen snakken na een paar weken alweer naar een terugkeer van ons oude leven, terwijl je misschien wel moet vaststellen dat er helemaal geen weg terug meer is als we straks opnieuw kiezen voor meer van hetzelfde en het plunderen van de planeet.