Zoeken

maandag 4 mei 2020

Gaat de coronacrisis ons hele leven op z'n kop zetten?

Begin maart, nog voordat mijn nieuwe boek goed en wel gedrukt was, begon ik aan de opvolger van Eindelijk hypotheekvrij! Inmiddels heb ik zoveel ruw materiaal dat ik dat boek - dat ik gekscherend al eens Eindelijk voorbij! heb genoemd - in theorie nu al op de markt zou kunnen brengen als een soort appendix. Vraag is op dit moment niet alleen of dat bewuste boek ooit echt zal verschijnen, vraag is ook hoe het leven er ná corona precies uit komt te zien. In elk geval heeft het op microniveau mijn muzieksmaak al radicaal gewijzigd.



Op het eerste oog lijkt het misschien niet heel interessant om te weten naar welke muziek ik precies luister als ik de krant zit te lezen of een boek aan het schrijven ben (zeker wanneer muziek slechts een marginale rol speelt in je leven), maar het is symptomatisch voor de aardverschuiving die deze crisis heeft veroorzaakt. Er wordt veel gespeculeerd over hoe het leven er ná corona precies uit zal komen te zien en dat is niet voor niets. Veel van wat vertrouwd is, zal straks niet meer bestaan of onherkenbaar van gedaante zijn veranderd. Met andere woorden: er staan ons tal van kleine en grote veranderingen te wachten.

Grappig genoeg had ik het onderwerp voor dit blog al bedacht, toen ik bovenstaande column las in de zaterdagkrant die ik elke week van onze buren krijg. Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vertelt daarin hoe de crisis van invloed is op zijn muzieksmaak. Hij hield altijd al van klassieke muziek, maar hij heeft de laatste tijd binnen dat genre vooral behoefte aan 'voorspelbare' klanken. Die bieden hem in deze onzekere tijd niet alleen troost door hun schoonheid, maar ook houvast door de structuur van de composities. Hij luistert dus niet alleen naar andere muziek, maar hoort daarin plots ook iets heel anders.


Nu is mijn eigen muzieksmaak altijd al tamelijk eclectisch geweest, want ik luister zowel naar punkrock als naar de door Pfeijffer genoemd componist Palestrina. Van hokjes heb ik me nog nooit iets aangetrokken en ook niet van wat hoort, want het enige wat telt is wat je er zélf in hoort. Dus luister ik met vlagen naar oude blues, dan weer naar de hele tijd naar hiphop of Duitse symfonische rock. Maar de laatste weken is het vooral - en niet geheel toevallig - spacerock. Aanleiding is de heruitgave van het verzamelalbum Roadhawks, maar er is een reden waarom ik daarna bij Hawkwind bleef hangen.

Aan de ene kant heeft dat met nostalgie te maken, want het is muziek waar ik naar luisterde toen ik op de middelbare school zat. Aan de andere kant is dit, met al die bliepjes en piepjes en teksten over ruimtereizen en een toekomst vol geavanceerde robots, natuurlijk de ultieme vorm van escapisme. Je zit met je hoofd in de kosmos en relativeert de aardse problemen door je de ontzagwekkende omvang en oneindigheid van het heelal voor te stellen. Het gevolg is dat ik voor de komst van corona een stuk of zes cd's bezat van Hawkwind, terwijl ik nu al ruimschoots op het dubbele zit.


Daar bleef het echter niet bij, want naast de instrumentale spacerock van ons eigen Monomyth (waarvan ik inmiddels alle vier de cd's in bezit heb) stopte ik opeens ook een album van Richard Pinhas in mijn virtuele boodschappenmandje. Die artiest vertegenwoordigt óók een nostalgische waarde, want aan mijn vakanties in Frankrijk hield ik als tiener drie langspeelplaten over van de elektronicapioniers Heldon. Eén daarvan had ik jaren gelden al eens op cd gekocht, maar nu volgde ik opeens de verrichtingen van oprichter Pinhas met volle aandacht.

Op een van zijn albums staat een instrumentaal nummer dat langer duurt dan een uur. Je hoort vervormde gitaren, soms zo vervormd dat je denkt naar synthesizers te luisteren, aangevuld met slagwerk van een Japanse drumvirtuoos. Het is muziek die enorm veel van de luisteraar vraagt en waarin je pas na verschillende luisterbeurten iets van een structuur kunt ontdekken. Het is in zekere zin precies het omgekeerde van wat Pfeijffer doet, maar heeft tegelijk alles te maken met de coronacrisis. Niet alleen leidt het enorm af, je brein is ook de hele tijd bezig om iets totaal onbekends en onvoorspelbaars te bevatten.