Zoeken

vrijdag 10 maart 2017

Hoe zit het nou eigenlijk precies met al die "rijke" ouderen?

Vlak voor de verkiezingen kwam het CBS naar buiten met nieuwe cijfers over de financiële situatie van gepensioneerden. Op basis daarvan werd al snel geconcludeerd dat deze groep het niet alleen veel beter heeft dan de vorige generatie 65-plussers, maar ook veel meer vermogen bezit dan jongeren. Dat laatste is natuurlijk niet meer dan logisch want ze hebben veel langer kunnen sparen en dat eerste is een beetje een kromme vergelijking. Als het om zaken als welvaart en armoede gaat, vergelijken we ons doorgaans met leeftijdgenoten en niet met mensen uit andere landen of uit een andere tijd. Bovendien blijkt het nogal tegen te vallen met al die rijkdom als je de eigen woning buiten beschouwing laat.


De strekking van dit soort berichtgeving is doorgaans dat gepensioneerden niet zo moeten zeuren, omdat ze niks te klagen hebben. Zelfs als in de kop netjes vermeld wordt dat ze minder te besteden hebben, dan wordt daar meteen aan toegevoegd dat ze een flinke spaarpot bezitten. De huidige generatie gepensioneerden is de rijkste generatie 65-plussers ooit en moet dus niet zaniken als het pensioen voor de zoveelste keer niet wordt geïndexeerd of zelfs wordt verlaagd. Diezelfde 65-plusser heeft immers een spaarpotje van gemiddeld 86.500 euro, terwijl een doorsnee huishouden nog geen 17.300 euro bezit. Om dat verschil aan te scherpen, rekent de krant nog even voor dat dat ruim vijf keer zo veel is.

Zelf ben ik nog lang niet gepensioneerd (in elk geval niet officieel), maar ik kan wel verklappen dat ik oneindig veel rijker ben dan de jongere versie van mezelf. Toen ik op mijn 26ste begon met werken had ik een studieschuld opgebouwd van 20.000 gulden, inmiddels heb ik een aardig bedrag bij elkaar gespaard en ben ik zelfs bijna helemaal van mijn hypotheek af. Dat laat zien dat je niks verklaart of rechtvaardigt door het vermogen van ouderen te vergelijken met dat van jongeren. Iedere starter die vandaag op nul begint, kan na 30 jaar een hypotheekvrij huis bezitten dat vervolgens door het CBS klakkeloos bij het spaargeld wordt opgeteld.


Dat verklaart meteen waarom ik grote moeite heb met dit soort cijfers en gemiddelden, want de overwaarde van het eigen huis vormt in feite een soort papieren vermogen. Niet alleen heeft het een volstrekt andere gevoelswaarde, je kunt er in de supermarkt ook nog geen zak afbakbroodjes voor kopen. Om die reden durf ik de uitspraak wel aan dat je oneindig veel meer hebt aan 50.000 euro op de bank dan aan een hypotheekvrij huis van 250.000 euro. Volgens het CBS bezit je dan 3 ton, terwijl je in werkelijkheid slechts de beschikking hebt over een klein deel van dat kapitaal.

Onze hypotheek is vorige maand in één klap met 30.000 euro gedaald, zonder dat ik het gevoel heb dat ik nu ineens veel rijker ben geworden (laat staan dat ik morgen zomaar een auto zou kunnen kopen van dat bedrag). Een hypotheekvrij huis geeft je een gevoel van vrijheid en zorgt voor lage woonlasten, maar de waarde van overwaarde is uiterst betrekkelijk. Eigenlijk zou het CBS dus nog veel meer moeten benadrukken dat al die gepensioneerden eigenlijk "maar" 12.000 euro bezitten als je hun koophuis buiten beschouwing laat.


Het kan aan mij liggen, maar ik vind dat niet veel als je je hele leven de kans hebt gehad om te sparen, zeker niet als je bedenkt dat deze generatie 65-plussers de kans heeft gehad om optimaal te profiteren van stijgende huizenprijzen, oplopende aandelenkoersen, de zekerheid van vaste banen en hoge ontslagvergoedingen. Toen wij besloten om in 2008 versneld te gaan aflossen, spaarden we elk jaar al meer dan 12.000 bij elkaar dus ik vind het eerder schrikbarend weinig. Zonder in details te treden kan ik wel verklappen dat ik (op 55-jarige leeftijd) al over méér vermogen beschik dan een gemiddelde gepensioneerde, hoewel een deel daarvan natuurlijk bestaat uit de hierboven al besproken overwaarde.

Dat 65-plussers anno nu meer vermogen hebben dan gepensioneerden in 1995 is leuk om te weten, maar heeft tegelijk net zoveel zin als de opmerking dat een bijstandsgerechtigde die op de armoedegrens zit het stukken beter heeft dan iemand in Bangladesh. Wil je iets zinnigs zeggen met een dergelijke vergelijking of iets duidelijk proberen te maken, dan moet je in heel andere termen gaan denken. Zo pleit ik er niet voor om de AOW-leeftijd weer te verlagen naar 65 jaar, maar wijs ik mensen er altijd op dat iedereen op zijn zestigste zou kunnen stoppen met werken als we genoegen zouden nemen met het welvaartsniveau van de jaren zestig.