Zoeken

woensdag 28 februari 2018

Als ex-journalist stel ik vast dat journalisten soms een beetje zitten te slapen

Afgelopen maandag werd ik twee uur lang geïnterviewd over de keuzes die je als vijftiger maakt op professioneel gebied, al dan niet na een onvrijwillig ontslag. Want of je nu uit jezelf weggaat bij een bedrijf of op straat komt te staan na een reorganisatie, vraag blijft hoe je de resterende jaren tot je AOW-datum (en natuurlijk ook daarná) het liefst wil doorbrengen. Het gesprek vond plaats nadat ik in de media op diverse plekken kennis had genomen van het boek van oud-collega Barbara van de Beukering (51) dat feitelijk over precies hetzelfde onderwerp gaat. Over media-aandacht heeft ze niets te klagen, al vergeten journalisten in haar geval wel weer te vragen naar het belangrijkste aspect van haar dilemma.


Hoewel de titel een tikje afgezaagd is en ten onrechte suggereert dat er naast een drukke betaalde baan maar één alternatief is (namelijk verpieteren achter de potplanten), staat haar boek op mijn leeslijst voor de komende maanden. Niet alleen ben ik benieuwd met welke vragen ze worstelt (en welke antwoorden ze onderweg heeft gehoord, gelezen of bedacht), ik ken Barbara van de Beukering nog persoonlijk uit de tijd dat ze hoofdredacteur was van AvantGarde, hetzelfde blad waar ik ooit even eindredactie heb gedaan tijdens de vakantie van de eigenlijke eindredacteur én waarvoor ik een tijdje een maandelijkse muziekrubriek heb geschreven.

Niet alleen is ze een generatiegenoot, ze is dus ook actief geweest in precies hetzelfde vakgebied. Terwijl ik mezelf na mijn ontslag in 2012 steeds vaker een journalist noem in de voltooid verleden tijd (en ook steeds minder ben gaan schrijven), hinkt zij duidelijk nog op twee gedachten. Aan de ene kant lonkt een rustig bestaan in de luwte, aan de andere kant heeft ze nu al aan den lijve ondervonden dat je telefoon zelden of nooit meer rinkelt wanneer je afscheid neemt van je baan en er een beetje afstand ontstaat tussen jou en de drukke wereld die doordraait. Zelf vind ik dat eigenlijk wel lekker rustig, maar ik draai er in mijn boeken nooit omheen dat je met een plakbandpensioen op een zijspoor belandt en in zekere zin zelfs in een soort schaduwwereld terechtkomt.


Er zitten heel veel interessante aspecten aan haar situatie, al was het maar vanwege het feit dat ze een veel oudere partner heeft. In mijn boeken benadruk ik dat financiële planning alles te maken heeft met gezinsplanning. Dat merkte ik zelf bijvoorbeeld op het moment dat ik stopte met werken terwijl ik nog een kind had op de middelbare school (en ik op zich de leeftijd had om al een paar keer opa te zijn). Maar je ziet dat ook terug bij leeftijdgenoten die een veel jongere vrouw hebben en vaak dus ook nog veel jongere kinderen. Het is voor een man van 55 nou eenmaal veel lastiger om tegen een vrouw van 42 te zeggen dat je langzaam wil gaan afbouwen dan wanneer je - zoals ik - een vrouw hebt die twee jaar ouder is en zelf dus al aardig tegen de zestig loopt.

Daarmee komen we meteen op een ander, nog veel interessanter aspect waarover ik in al die artikelen over het boek van Barbara van de Beukering niet echt iets heb gelezen. Als vrouw van 51 worstel je namelijk met één aspect waar je als man van die leeftijd nooit mee te maken krijgt. Als man neem - of in elk geval: nám - je je verantwoordelijkheid als kostwinner zonder dat je er veel over nadacht en zonder dat iemand je ooit vroeg wat je daar zelf nou eigenlijk van vond. Vrouwen van de leeftijd van Van de Beukering daarentegen torsen in hun rugzak óók nog eens die hele feministische erfenis mee van huisvrouwen die gefrustreerd waren omdat ze niet mochten werken en beleidsmakers die benadrukten dat een slimme meid op haar toekomst was voorbereid.  Emancipatie is zo synoniem aan arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid, dat stoppen met werken vanzelf een beetje voelt als verraad aan de vrouwenzaak.


Ondertussen kan ik alleen maar hopen dat Barbara van de Beukering tijdens haar zoektocht ook bovenstaand hoofdstuk heeft gelezen uit De omgekeerde werkweek, al was het maar omdat het misschien wel de belangrijkste paragraaf is uit mijn steeds verder uitdijende oeuvre. Over het onderwerp 'ambitie' valt oneindig veel te zeggen, aangezien daar vaak een compleet universum achter verscholen gaat en het zelden alleen maar een combinatie van werklust, prestatiedrang en eerzucht betreft. Het bewuste boek leek een beetje een gimmick (zeker vanwege de bijbehorende tagline waarin je 2 dagen werkt en 5 dagen vrij bent), maar het is van het grootste belang om zeker te weten dat je ambitie niet alleen maar het resultaat is van een verslaving, een valkuil of een verkapt vadercomplex (om er maar een paar te noemen uit het hele kwartetspel van verborgen motieven).

Misschien is het dus niet zo dat journalisten zitten te slapen, maar eerder dat ze het te druk hebben om dieper te graven. Zo zit ik nog altijd tevergeefs te wachten op een artikel over mensen die - zoals mijn eigen echtgenote - al in geen 25 jaar meer in een vliegtuig hebben gezeten (en ook zonder dat vliegangst daarbij een rol speelt). Als tegenhanger van al die jubelverhalen over 'langer leven' zou ik in de krant ook wel eens een artikel willen lezen met voorbeelden van mensen die daags na het behalen van hun AOW-datum dood zijn neergevallen. Maar het meest kijk ik nog uit naar een opiniestuk over die feministische erfenis waar ik het hierboven over heb of een introspectief stuk van een werkende vrouw waarin benadrukt wordt dat een fulltime baan niet per se zaligmakend, bevredigend of vervullend hoeft te zijn.

woensdag 21 februari 2018

Zet de verwarming 3 graden lager en je kunt 13 jaar eerder stoppen met werken

Afgelopen maandag stond ik in diverse regionale kranten in een artikel over de manier waarop je een vroegpensioen kunt organiseren en invullen. Op de begeleidende foto had ik - op uitdrukkelijk verzoek van de fotograaf - een dikke trui aangetrokken en een sjaal omgedaan, hoewel ik in werkelijkheid gewoon in hemdsmouwen in de woonkamer de krant had zitten lezen tot hij aanbelde. Zo ontstaat vanzelf het dubbele misverstand dat je (a) veel eerder met pensioen kunt door het thermostaat van de verwarming iets naar beneden te draaien en (b) dat eerder stoppen met werken niet iets is om naar uit te zien maar vooral een kwestie van afzien. In elk geval moet het een troostrijke gedachte zijn voor leeftijdgenoten die nog even door moeten werken dat zij tenminste op een lekker warm kantoor zitten.


Het interview in de krant kwam voort uit de tweede aflevering van Reken Maar over de vraag wat het kost om (eerder) met pensioen te gaan. Daarin figureer ik als een vutter die door fanatiek te sparen en versneld af te lossen eerder kon stoppen met werken. Dat klopt als een bus, al weten lezers van mijn boeken natuurlijk ook dat mijn deeltijdpensioen alleen maar mogelijk is door de deeltijdbaan van mijn vrouw. In die zin is elk interview niet alleen een gecomprimeerde versie van een gesprek van een uur, maar ook een simplificatie van de werkelijkheid. Ik ben eerder gestopt met werken, maar ik ben ook op mijn 51ste ontslagen. Ik heb voorbereidingen getroffen door zuinig te gaan leven, maar ik heb ook geluk gehad.

Mensen die exact willen weten hoe de vork in de steel zit, zou ik willen adviseren om in chronologische volgorde al mijn boeken te lezen die sinds Hypotheekvrij! uit 2012 zijn verschenen. Het proces dat wij hebben doorgemaakt sinds we in november 2008 onze eerste extra aflossing deden en dat ik in een kleine 1500 (!) pagina's heb beschreven, laat zich natuurlijk niet zomaar samenvatten in anderhalve krantenkolom zonder de werkelijkheid geweld aan te doen en slechts het halve verhaal te vertellen. Want het is inderdaad zo dat de kachel hier vaak maar op zestien graden staat, maar dat levert per maand hooguit genoeg geld op om één van de drie kranten te betalen waarop we zijn geabonneerd.


Toen de bewuste fotograaf informeerde hoe hij mijn situatie het beste kon verbeelden, opperde ik dat hij me dan eigenlijk zou moeten fotograferen met bovenstaand tafereel op de achtergrond. Wie eerder wil stoppen met werken heeft namelijk het meest aan een (bijna) hypotheekvrij huis, een tweedehands auto van 3000 euro en een grote tuin waarin hij vakantie kan vieren zodat hij in de zomer helemaal niet meer weg hoeft. In plaats daarvan werd mij voor de zoveelste keer gevraagd een dikke trui aan te trekken om te symboliseren op welke huiveringwekkende manier wij de afgelopen jaren geld hebben bespaard. Voor de grap stelde ik voor om ook nog een wollen muts op te zetten voor de foto, maar een Noorse trui en een sjaal bleken genoeg.

Zelf kan ik daar wel de humor van inzien, al heb ik altijd het gevoel dat ik een soort toneelstukje aan het opvoeren ben. Daar komt nog eens bij dat we in deze fase helemaal niet meer aan het bezuinigen zijn, om de simpele reden dat je maar beter kunt stoppen met afvallen wanneer je je streefgewicht hebt bereikt. De kachel staat hier overdag inderdaad vaak op 16 graden, maar dat komt alleen maar doordat ik daar inmiddels zo aan gewend ben geraakt dat ik het helemaal niet als koud of onaangenaam ervaar. Op precies dezelfde manier ga je ook niet ineens allemaal zinloze aankopen doen op het moment dat je gestopt bent met aflossen, al was het alleen maar omdat je voorgoed bent afgekickt van de reflex om geld om te zetten in spullen die niets toevoegen aan je geluk of levenskwaliteit.


Als ik de afgelopen jaren iets heb geleerd, dan is het wel dat het thermostaat van je lichaam verandert als je het thermostaat van de CV stapje voor stapje omlaag draait. Daar is wetenschappelijk bewijs voor, maar ik heb het letterlijk aan den lijve ondervonden. In feite geldt dat voor alles wat je als mens doet, alleen merk je dat pas wanneer je veranderingen in je leven toelaat. Niets is zo verhelderend als een keer een zomervakantie overslaan, een maand lang geen druppel alcohol drinken, een tijdje De Volkskrant lezen én De Telegraaf, een jaar lang geen nieuwe kleren kopen, een maand lang alleen geld uitgeven aan boodschappen en benzine of een tijd lang de rollen omdraaien en als man het grootste deel van het huishouden op je nemen.

In mijn boeken constateer ik regelmatig dat ik in een jaar tijd meer veranderingen doormaak en meer wijze lessen heb geleerd dan vroeger in tien jaar tijd. De afgelopen jaren waren in de eerste plaats heel léérzame jaren en dat proces is nog lang niet ten einde. Zo zal ik nog regelmatig terugkomen op de vraag wat er allemaal met je gebeurt wanneer je in 12 maanden tijd meer dan 200 films probeert te bezoeken, terwijl er voorheen jaren waren dat ik niet één film in de bioscoop zag en nul keer in Rotterdam kwam. Eén ding kan ik alvast verklappen: de enige plek waar ik het tegenwoordig nog wel eens koud heb, is in de bioscoop waar de klimaatbeheersing vaak op standje nachtvorst staat. Dat is dan meteen ook de enige keer dat je me binnenskamers zult aantreffen met een dikke sjaal om, tenzij er weer eens iemand aanbelt om nog een keer precies dezelfde foto te maken.

woensdag 14 februari 2018

Mijn eerste boek uit de serie heet niet voor niets HypotheekVRIJ!

In het vorig jaar verschenen boek Leven van de lucht schrijf ik dat ik me nog slechts zelden ergens druk over maak nu ik geen last meer heb van werkdruk. Die zeer welkome luchtigheid komt de laatste tijd echter steeds meer onder druk te staan, want vanmorgen verslikte ik me zowaar van ergernis in mijn eerste kop koffie. Aanleiding vormde een krantenbericht over de animatiefilm Peter Rabbit waarin de spot zou worden gedreven met mensen met een voedselallergie. Nu ben ik zelf altijd van mening geweest dat je óveral grappen over mag maken, omdat een lach bevrijdend werkt en humor relativeert. Dat is echter geen populair standpunt meer in tijden waarin gekwetste zieltjes de dienst uitmaken en bedrijven om de haverklap hun excuses moeten maken voor vermeend seksisme of racisme.


Eigenlijk had ik al onraad moeten ruiken toen de basisschoollerares van mijn jongste zoon jaren geleden na afloop van de lesdag met rode vlekken in haar nek op me af kwam struinen. Ik volgde haar braaf het klaslokaal in, terwijl ik me afvroeg wat mijn nageslacht nu weer had uitgespookt. Vervolgens liet ze me met trillende handen een schriftje zien waarin een afbeelding van een mooie vrouw in een bikini was geplakt. De kinderen in de klas hadden als opdracht gekregen om dingen uit tijdschriften te knippen die ze 'leuk' of  'mooi' vonden en dat netjes in te plakken, maar dit was klaarblijkelijk ook weer niet de bedoeling.

Hoewel ik het in de eerste plaats beschouwde als een vermakelijk incident, dient het tevens als fraaie illustratie van de feminisering van het lager onderwijs in combinatie met een ruime, misschien zelfs wat hysterische definitie van het begrip 'seksisme'. Je wordt in de huidige maatschappij zó lichtvaardig een racist of seksist genoemd dat bijna alles onder die noemer valt en het - net als bijvoorbeeld het modewoordje 'excellent' - op een gegeven moment zijn zeggingskracht verliest. Dat zou op zich nog niet zo'n ramp zijn als het er uiteindelijk niet toe zou leiden dat acteurs uit films worden geknipt, mensen in maatschappelijke debatten het zwijgen wordt opgelegd, universiteiten veranderen in meningenfabrieken en comedy's tergend braaf worden door zelfcensuur.


Afgelopen vrijdag verscheen er een column in De Volkskrant van Asha ten Broeke waarvan de kop ook zomaar boven dit blog had kunnen staan. Nu heeft het op zich weinig nut als de ene columnist zich gaat bemoeien met de column van de ander, maar ik vrees dat haar gedachtegoed in bepaalde kringen inmiddels gemeengoed is geworden. Daarom wil ik één zin op deze plaats graag citeren. Als bewijs voor het feit dat er geen sprake is van een Orwelliaans complot dat leidt tot een even subtiele als verstikkende vorm van censuur voert ze aan 'dat het in onze samenleving langzaam maar zeker normaal wordt dat bezorgde burgers racisme en seksisme aankaarten, en dat ze soms niet alleen gelijk hebben maar dat ook krijgen'.

Zelf denk ik juist dat het erg lastig wordt om te bepalen wie er nu precies gelijk heeft, aangezien de vorig jaar overleden Playboy-baas Hugh Heffner in principe ook gelijk had met zijn vaststelling dat de mensheid allang zou zijn uitgestorven als mannen en vrouwen elkaar niet af en toe zouden beschouwen als lustobject. Het is heel makkelijk om iemand een 'seksist' te noemen, maar het is helemaal niet zo makkelijk om daar een sluitende definitie van te geven die recht doet aan de vaak complexe werkelijkheid. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Frances McDormand fabelachtig acteert in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri en voor haar rol een Oscar verdient. Tegelijk is de kans klein dat ik onderstaande tweedehands langspeelplaat had gekocht als zij niet in een rood jurkje op de hoes had gestaan.


In een dappere poging voorgoed een einde te maken aan het Zwartepietendebat merkte Arjen Lubach eind vorig jaar in zijn programma op dat iets wat misschien helemaal niet racistisch bedoeld is, wel degelijk zo kan worden opgevat. Dat klinkt op het eerste gezicht als een sympathiek standpunt, terwijl het in werkelijkheid een glijdende schaal is omdat je je op die manier aanpast aan de mensen met de teerste zieltjes en de langste tenen. Wat heeft het uiteindelijk voor zin om alles en iedereen te ontzien, inclusief al die mensen met een echte of vermeende voedselallergie? Kweek je daarmee weerbare burgers met een beetje eelt op de ziel of geef je mensen ten onrechte het gevoel dat ze te pas en te onpas het recht hebben om zich gekwetst te voelen?

Dit onderwerp lijkt misschien een beetje off-topic voor een aflosgoeroe voor wie het elke dag #warmetruiendag is, maar het is nou eenmaal geen toeval dat in twee van mijn zes laatstverschenen boektitels het woord 'vrij' voorkomt. Al dat hypercorrecte gedoe doet ook volkomen surrealistisch aan als je zelf net middenin het derde seizoen zit van de de serie Curb Your Enthusiasm uit 2002 en daar dolenthousiast over bent. Anno 2018 mag je in animatiefilms geen tekenfilmfiguren meer met bramen bekogelen, maar gisteren zat ik nog hard te lachen om een kale, Joodse komiek die op een hele spitse manier omgaat met alle gevoeligheden rondom sekse en ras, daarbij niemand spaart, zich niets aantrekt van maatschappelijke mores en - heel belangrijk - vooral zichzelf voortdurend te kakken zet. Met aflossen was ik mijn tijd vooruit, wat artistieke vrijheid betreft kijk ik zo langzamerhand met heimwee achterom.

woensdag 7 februari 2018

Het versneld aflossen van je hypotheek geeft je vleugels

De laatste weken lees ik met aandacht het blog van Renée die niet alleen als een razende aan het sparen en aflossen is, maar ook in rap tempo het ene na het andere inspirerende stuk het internet op slingert. Dat doet ze met zoveel verve en vrolijkheid dat ik er bijna jaloers op zou worden, ware het niet dat het natuurlijk een beetje eigenaardig is om terug te verlangen naar de tijd dat onze hypotheekschuld nog 160.000 euro bedroeg. Toch laat haar verhaal zien dat je vleugels krijgt van het nastreven van een doel. Aflossen is niet alleen verslavend, het geeft je ook een stoot energie die nergens anders mee te vergelijken valt. De keerzijde daarvan is dat je onherroepelijk te kampen krijgt met afkickverschijnselen wanneer het einddoel eenmaal in zicht is.


Dat was achteraf gezien het belangrijkste effect van ons tamelijk impulsieve besluit om versneld te gaan aflossen: dat je het gevoel hebt kapitein te zijn op je eigen schip en je eigen koers te varen. Die eerste aflossing deden we op het moment dat de ergste crisis na die van de jaren '30 nog maar net een feit was en de wereld heen en weer werd geslingerd tussen woede, ongeloof en onzekerheid. Door met één druk op de knop ruim 20.000 euro over te maken naar onze hypotheekverstrekker, schonken we onszelf het geruststellende gevoel dat we controle hadden over ons eigen leven. Je kunt ook zeggen dat we onze schuld omlaag brachten op het moment dat de aandelenkoersen omlaag gierden en we - zonder het te beseffen - alvast een voorschot namen op de daling van de huizenprijzen die een paar jaar later met vertraging zou inzetten.

Het is een heerlijk gevoel om de regie in handen te hebben, zelfs al is dat maar een illusie. In elk geval voel je je de kapitein van een enorm cruiseschip die een ruk geeft aan het stuurwiel omdat hij in de verte een ijsberg vermoedt. In een van mijn boeken schrijf ik dat je na die eerste extra storting weliswaar nog een heel eind verwijderd bent van financiële onafhankelijkheid, maar al wel meteen profiteert van een onafhankelijk gevoel. Dat laatste werd nog eens versterkt doordat wij zijn gaan aflossen op een moment dat je op verjaardagen nog voor gek werd verklaard als je dat deed. Sindsdien trek ik me niks meer aan van de waan van de dag en ga ik tamelijk onverstoorbaar mijn eigen gang. Maar pas later besefte ik dat het om meer gaat dan om eigen regie: voor het eerst van mijn leven wist ik namelijk ook precies welke richting ik op moest.


Onlangs zei iemand tegen me dat hij het altijd een veeg teken vond als mensen geen spoortje twijfel toonden, maar het is juist heerlijk om af te stevenen op een stip aan de horizon waarvan de coördinaten vastliggen. Dat scheelt een hoop gepieker en keuzestress, zeker als diezelfde horizon door een extra storting in de spaarhypotheek ook nog eens een stuk dichterbij blijkt dan gedacht. In die zin ben ik een kanaalzwemmer die in de verte de kust van Engeland al kan zien liggen (al kan het best dat ze in werkelijkheid vanwege de zeestroming altijd de andere kant op zwemmen). In maart 2020 zijn we van onze hele woningschuld af en steek ik in de tuin de grootste vuurpijl af die ik een paar maanden ervoor heb kunnen vinden.

Omdat dat laatste stukje een spaarhypotheek betreft met 6,9% rente, hoeven we tot die tijd alleen maar op onze handen te zitten en af te wachten tot het bedrag in het spaargedeelte net zo hoog is als de nog openstaande schuld. Dat is een prettige gedachte, maar daardoor heb je automatisch ook minder om handen. De koers is nog precies hetzelfde, maar de vaart is er een beetje uit en je vaart alleen nog op de automatische piloot. Na het aflossen van de hypotheek valt er dus een last van je schouder, maar je bent meteen ook een beetje je richtinggevoel kwijt. Anders gezegd: wie aan het einde van de rit - of aan het einde van de reeks boeken - min of meer kan leven van de lucht komt ook een beetje in het luchtledige terecht.


Om te voorkomen dat ik in een gat zou vallen, begon ik aan 2018 met een polsstok in mijn handen en een schuin oog op de lat die ik zelf had opgehangen. Vorig jaar had ik dankzij mijn Cinevillepas al meer dan honderd films in de bioscoop gezien, maar dat persoonlijke record kan natuurlijk een stuk scherper. Het idee is om dit jaar minstens 150 films in de bioscoop te zien, terwijl ik in mijn achterhoofd stiekem het streefgetal 200 aanhoud. Op wereldschaal stelt dat helemaal niks voor want het record staat op 1132 films in één jaar, maar het is belangrijk om een doel te hebben in het leven of tenminste een soort overkoepelend thema.

Pas na het zien van Arjan's Big Year (die alleen déze week draait), besefte ik dat mijn bioscoopjaar feitelijk ook een soort Big Year is. In deze film - die tussen een documentaire en een vlog inzit - probeert Arjan Dwarshuis in een jaar tijd meer dan 7000 vogelsoorten te spotten en reist daarvoor dwars over de wereld. In zijn geval gaat het om het verbreken van een wereldrecord, in mijn geval slechts om een persoonlijke en op wereldschaal volstrekt onbeduidende mijlpaal. Toch staat ook 'mijn' Big Year in het teken van titels afvinken, lijstjes maken en de stand bijhouden. Als bonus zie ik vanuit mijn bioscoopstoel niet alleen heel veel van de wereld, maar verbreed ik ook mijn horizon en word ik indirect beloond met het opwindende gevoel dat ik begonnen ben aan weer een geheel nieuw avontuur.

maandag 29 januari 2018

Deeltijdwerk is juist een heel goed idee

Afgelopen week waren we getuige van het jaarlijks terugkerende ritueel over deeltijdwerkende vrouwen en hun carrièrekansen. Van tevoren weet je al dat het zal gaan over 'verwende prinsesjes' die 'teren op de zak van hun man' en over de noodzaak om als vrouw economisch zelfstandig te zijn. Deze keer klonk er een verfrissend tegengeluid uit de koker van Marloes van Raamsdonk, maar toch voegt de hele discussie nauwelijks iets toe aan wat vorig jaar ook al is besproken. Zo wordt een op zich bijzonder interessant onderwerp steeds op fantasieloze manier herkauwd, terwijl er van alles over te zeggen valt dat nu meestal onbesproken blijft.


Het meest voorspelbaar zijn de reacties van vrouwen met een topfunctie die zich in de krantenkolommen kwaad maken over het gebrek aan ambitie van deze 'balanstrutjes'. Dat woord kende ik nog niet, maar blijkbaar ben je maar een rare muts als je streeft naar een gezond evenwicht tussen werk en vrije tijd. Carrièrevrouwen doen precies het omgekeerde en zetten al hun fiches juist in op hun loopbaan. Ieder zijn meug zou je denken, ware het niet dat vrouwen die in deeltijd werken zulke andere prioriteiten hebben dat fulltime werkende moeders daar op hun beurt weer een beetje onzeker van worden (zeker als ze helemaal geen moeder zijn en misschien zelfs wel hun kinderwens opzij hebben gezet voor hun carrière). Hoe zaligmakend is die succesvolle loopbaan immers, als er ook vrouwen bestaan die helemaal happy zijn met twee of drie dagen betaald werk?

Tijdens mijn drukbezochte lezing in de bibliotheek van Kerkrade noemde ik vorige week Angela Merkel als voorbeeld. Wanneer die vandaag in het harnas overlijdt, hangt morgen overal in Duitsland de vlag halfstok, zit er overmorgen iemand anders op haar plek en hebben we het over een week nooit meer over haar. Zelf vergelijk ik mijn vijfentwintigjarige loopbaan als journalist heel vaak met een zorgvuldig opgebouwd zandkasteel dat met één verwoestende golf werd weggespoeld op het moment dat er een einde kwam aan mijn bestaan in loondienst. Hoe langer het geleden is, hoe onbelangrijker en - vooral - hoe onwezenlijker het wordt. Ik wéét dat ik zo lang heb gewerkt, maar tegelijk lijkt het steeds vaker over heel iemand anders te gaan.


In mijn boeken ga ik uitgebreid in op alle aspecten rondom werk, ambitie, carrière en pensioen, dus ik kan dat hier niet allemaal herhalen. Wel kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat het vooral in het belang van de overheid is dat vrouwen meer gaan werken. Ga maar na: fulltime werkende vrouwen betalen meer belasting, rijden meer auto (accijns), geven makkelijker geld uit (btw) en hebben na een eventuele scheiding geen uitkering nodig. Kort gezegd: ze leveren meer op en kosten minder. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle praatjes over emancipatie en economische zelfstandigheid complete onzin zijn, maar je mag nooit vergeten dat de overheid in deze kwestie geen neutrale partij is, zeker niet nu er in sommige sectoren een serieus tekort dreigt aan werknemers.

Uit de cijfers van het SCP zou blijken dat ongeveer de helft van de parttime werkende vrouwen graag méér uren zou willen werken. Dat wekt ten onrechte de indruk dat er op weg naar het glazen plafond nóg een lastige hindernis moet worden genomen door werkende vrouwen. Zelf heb ik het idee dat veel vrouwen in dit verband een sociaal wenselijke antwoord hebben gegeven op misschien wel een suggestieve vraag. Je kunt mensen namelijk wel vragen of ze in theorie graag meer zouden willen werken dan ze nu doen, maar dat heeft net zoveel wetenschappelijke en voorspellende waarde als de vraag welke keuzes je zou maken als je met ingang van volgende maand bovenop je salaris een onvoorwaardelijk basisinkomen zou ontvangen van 1000 euro netto.


Daarnaast doken er in de kolommen argumenten op waar je de nodige vraagtekens bij kunt zetten. Zo zouden veel jonge vrouwen kiezen voor een deeltijdbaan vanwege de voorbeeldfunctie van hun ouders. Daar valt wel wat op af te dingen, want mijn vrouw heeft altijd fulltime gewerkt toen we nog geen kinderen hadden, terwijl wij allebei een moeder hadden die helemáál niet buitenshuis werkte. In die zin maakt elke nieuwe generatie zijn eigen keuzes en één daarvan is dat vrouwen misschien helemaal geen zin hebben in een stressvol, jachtig bestaan waarbij je alleen maar het jongleren bent met allemaal bordjes tot je tegen een burn-out aanloopt of tot je schrik merkt dat de komst van je eerste kind van je prioriteitenlijstje een ingewikkeld dobbelspel maakt.

De focus van het SCP op jonge vrouwen suggereert ook ten onrechte dat je alleen belangrijke keuzes kunt maken in de opstartfase van je leven. Voor veel mensen geldt straks dat ze op hun vijftigste nog een jaar of twintig moeten werken tot hun eerste AOW, terwijl de kinderen allang volwassen zijn en misschien zelfs al financieel zelfstandig. Wij zitten zelf zo'n beetje in die fase en hebben sinds vorig jaar thuis de rollen omgedraaid, in die zin dat mijn vrouw meer uren werkt en ik steeds meer in het huishouden doe. Zo zijn er veel meer tussenvormen en tijdelijke oplossingen te bedenken die oneindig veel interessanter zijn om te bespreken dan het uitgekauwde debat over deeltijdbanen en verwende prinsesjes.

woensdag 17 januari 2018

Ook voor 2018 geldt: er zijn géén regels

Toen ik vorige week vrijdag een informeel praatje hield in de plaatselijke bibliotheek in het kader van de tweewekelijkse koffie-ochtend, werd ik door een van de aanwezigen vergeleken met een 'zendeling'. Blijkbaar is het voor buitenstaanders soms lastig om een onderscheid te maken tussen het verlangen je ervaringen te delen en de drang om mensen te bekeren. Daarom herhaal ik het nog maar eens: met mijn laatste zes boeken probeer ik mensen aan het denken te zetten en dat is heel wat anders dan dat ik mensen op andere gedachten probeer te brengen. Zelf geniet ik sinds mijn 55ste van een lekker vroeg vroegpensioen, maar dat betekent niet dat iedereen precies hetzelfde zou moeten doen. Op dezelfde manier betekent eerder stoppen met werken natuurlijk niet dat je vanaf dat moment ook nooit meer betaald werk mag verrichten.


Toen ik in 2008 mijn allereerste extra aflossing deed, beschouwde ik dat als een administratieve handeling met als enig doel de hypotheekschuld omlaag te brengen. Wat ik niet wist - en op dat moment ook niet kon weten - was dat dit het eerste piepkleine stapje was in een totaal andere richting. Pas gaandeweg ontdekte ik dat je bijna als vanzelf gaat nadenken over je pensioendatum wanneer je gaat morrelen aan de einddatum van de hypotheek. Op dezelfde manier begon ik te beseffen dat je door zuinig te leven en weinig te consumeren automatisch zuiniger omspringt met de planeet en de nog resterende grondstoffen.

Mijn boeken vormen het verslag van die ontdekkingstocht waarbij de ene stap onvermijdelijk leidt naar de volgende, al kun je het vanwege het autobiografische karakter net zo goed een zesdelige realitysoap noemen over aflossen, afbouwen en je ondertussen van alles afvragen. Dat maakt mijn leven tot een samenraapsel van nieuwe inzichten en niet tot een strakke leer waarvan niet mag worden afgeweken. Veel mensen hebben behoefte aan zo'n dichtgetimmerde doctrine vol voorschriften en straffen, maar daar is het mij nooit om te doen geweest. Het doel was in de eerste plaats om hypotheekvrij te worden en niet om me met handen en voeten te binden aan een verstikkend soort fundamentalisme.


Pas gaandeweg realiseerde ik me dat je je niet alleen bevrijdt van de bank wanneer je je hypotheek tot de laatste cent aflost, maar dat je daarmee ook je keuzevrijheid vergroot. Wanneer je merkt dat je als gezin rond kunt komen van de helft van je inkomen, hoef je in principe immers nog maar een halve week te werken en kun je plannen gaan maken voor later met een héél ander pensioeninkomen in je achterhoofd. Zo begon ik in 2008 met een fulltime baan en een tophypotheek en eindigde ik tien jaar later met een lege agenda en een plakbandpensioen. Aflossen doen we niet meer en sparen gaat spelenderwijs omdat er geen druk meer achter zit en geen financiële noodzaak. Dus mogen de teugels worden gevierd en kunnen er andere keuzes worden gemaakt.

Iets heel anders gebeurt er wanneer je fanatiek gezond gaat eten (orthorexia) of doorslaat in het verlangen zo groen mogelijk te leven (ecorexia). In die gevallen zijn het strenge regels die je leven bepalen, terwijl het mijn ervaring juist is dat de regels voortdurend veranderen wanneer je bepaalde stappen zet en vervolgens ontdekt dat sommige regels voor jou zelfs helemaal niet meer gelden. Je zou ook kunnen zeggen dat financiële vrijheid als vanzelf leidt tot geestelijke vrijheid, omdat je ontdekt dat alles ook heel anders kan dan je altijd hebt gedaan of gedacht. Toch is het voor sommige mensen waarschijnlijk veiliger en overzichtelijker als ze zich slechts binnen streng afgebakende grenzen mogen bewegen. Bovendien leidt een fundamentalistische leer al snel tot een gevoel van superioriteit richting mensen die minder fanatiek zijn en minder betrokken.


Zelf dacht ik dat de ontdekkingstocht wel zo'n beetje ten einde zou zijn nu de hypotheek bijna op nul staat en ik per week nog maar nul uur hoef te werken. In werkelijkheid blijkt hij nu juist in een soort stroomversnelling terecht te zijn gekomen, omdat opeens alles mogelijk is. Wie fulltime werkt zit in een vast stramien en kan geen kant op, terwijl ik letterlijk elke ochtend kan beslissen wat ik nu weer eens zal gaan doen. Niet iedereen snapt waarom ik vorig jaar meer dan honderd films in de bioscoop heb gezien, maar iedereen kan begrijpen dat je ineens een heel ander leven leidt en een totaal andere kijk op het leven krijgt wanneer je op 4 januari al vaker naar de bioscoop bent geweest dan de gemiddelde Nederlander in een heel jaar tijd.

Dat er sinds kort helemáál geen regels meer zijn, bleek toen ik in de kerstvakantie opeens thuiskwam met vijf platen van de Pointer Sisters. Kwam ik vroeger bij wijze van spreken alleen op de dansvloer als dat de kortste weg was naar de bar, nu besef ik opeens dat disco óók een soort jaren 70-muziek is. Op dezelfde manier heb ik nu pas ontdekt dat de Pointer Sisters weliswaar beroemd zijn geworden met discomuziek, maar daarnaast een breed scala aan country, blues, jazz, ballroom en rock hebben opgenomen (waaronder een spetterende cover van het Stones-nummer Happy). Dat is informatie die je ook op wikipedia kunt vinden, maar voor een onvervalste discohater als ik was het de zoveelste eye-opener op rij.

De euforie die dat bij mij veroorzaakte kon ik minder goed plaatsen dan de gefronste wenkbrauwen bij de overige gezinsleden die mij vooral kennen als liefhebber van scheurende gitaren. Dat veranderde toen ik gisteren in het AD een artikel las over ontrouw. Daarin staat dat vreemdgangers zich vaak extra 'levendig' voelen, omdat ze - ik citeer - 'hun eigen regels breken, iets doen wat ze van zichzelf nooit hadden verwacht. Ze ervaren vrijheid, macht, autonomie, of doen voor het eerst iets helemaal voor zichzelf.' Om precies hetzelfde gevoel te ervaren hoef je je partner dus helemaal niet ontrouw te zijn, maar is het vaak al voldoende om op muzikaal gebied vreemd te gaan en verraad te plegen aan de bank door je schulden tegen de afspraak in voortijdig af te lossen.

zaterdag 6 januari 2018

Nu de bitcoin door het plafond gaat, wil niemand meer back to basics

Naar de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van het reisprogramma van Floortje Dessing keken vorige week 'slechts' 1,4 miljoen kijkers, terwijl vorig jaar soms het dubbele aantal afstemde op Floortje naar het einde van de wereld. Dat tegenvallende kijkcijfer kan met van alles te maken hebben, van de nieuwe huisstijl tot het feit dat ze wéér naar Alaska afreisde. Zelf denk ik dat de droom om alles achter te laten snel aan glans verliest nu de AEX door het plafond schiet, het aantal werklozen in rap tempo daalt en huizen als warme broodjes over de toonbank gaan. In een groeiende economie heeft een slinkend aantal mensen de behoefte om 'back to basics' te gaan op minimaal één dag varen afstand van de dichtstbijzijnde boodschappenwinkel. Liever proberen we snel geld te verdienen met risicovol beleggen zodat we alsnog die felbegeerde fluwelen sandaaltjes van 400 euro kunnen kopen.


Vanuit sociologisch oogpunt is het interessant om te zien hoe snel die ommezwaai heeft plaatsgevonden. Nog niet zo lang geleden was het consumentenvertrouwen tot een historisch dieptepunt gezakt, zaten we te sippen in onze onder water staande huizen en kon je in de krant lezen dat de totale werkloosheid (bijstand + WW) met een beetje pech op zou lopen tot 1 miljoen. Nu rijzen de huizenprijzen de pan uit, stoomt de AEX alweer aardig op richting het oude record van 700 punten en daalt de werkloosheid zo snel dat er in sommige sectoren al sprake is van krapte. Het gevolg is dat dat overdreven pessimisme plaats heeft moeten maken voor een bijna manisch enthousiasme en blinde hebzucht.

De voor de hand liggende verklaring is dat de overwaarde die het gevolg is van stijgende huizenprijzen mensen overmoedig maakt. Een woning van 3 ton hoeft op jaarbasis maar met 4% te stijgen om je op papier alweer twaalfduizend euro rijker te voelen. De meeste mensen slagen er niet in om elke maand 1000 euro opzij te zetten, maar op deze manier word je als het ware slapend rijk en verdien je er elk kalenderjaar een leuke virtuele nieuwe auto bij. Dat percentage van 4% noem ik ook zomaar, want in het eerste kwartaal van 2017 steeg de gemiddelde huizenprijs met een overtuigende 9%. Zie dan maar eens het hoofd koel te houden als huiseigenaar, zeker als je aandelenportefeuille het ook nog eens prima doet.


Het gevolg van die positieve berichten, is dat iedereen een graantje mee wil pikken van al dat geld dat als het ware uit de lucht komt vallen. Het verlangen om op een houtje te gaan bijten in een blokhut op drie dagen reizen van de beschaving verschrompelt snel als je op verjaardagen hoort dat de buurman zijn huis heeft verkocht met een ton winst en in de krant kunt lezen dat er cryptomunten zijn die een paar duizend procent rendement opleveren. Zelfs een vakantiehuis in de verhuur brengt al snel honderd keer zoveel op als een standaard spaarrekening waarvan de rente feitelijk al op nul staat en de bank aan het einde van het jaar alleen voor de vorm nog 0,05% uitkeert. Voor wie niet kan rekenen: dat is 5 euro bij een spaarsaldo van 10.000 euro.

Afgelopen woensdag las ik in De Volkskrant een leuk verhaal van schrijver Daan Heerma van Voss die voor 10.000 dollar één hele bitcoin kocht en vervolgens in de achtbaan plaatsnam voor de rit van zijn leven. Zijn verhaal is herkenbaar, want ik heb zelf ook wel eens een tijdje in aandelen belegd. Dat lijkt een leuk spelletje, maar ik volgde al snel neurotisch het koersverloop en raakte besmet met een ongezond soort hebzucht dat ik niet per se als een verbetering van mijn persoonlijkheid beschouwde. Bovendien ontdekte ik dat je het bijna alleen maar verkeerd kunt doen: of je verliest geld doordat de aandelen in waarde dalen of je loopt winst mis doordat je stijgende aandelen te snel verkoopt. Zo zullen er maar weinig Bitcoin-beleggers zijn die koelbloedig de hele rit van 30 eurocent naar 20.000 dollar hebben uitgezeten.


Zelf houd ik me tegenwoordig verre van al deze vormen van speculeren, niet zozeer uit principe maar omdat ik niet zo goed weet waar ik nog voor zou moeten sparen nu de hypotheek bijna op nul staat en ik op mijn 55ste al officieel met vroegpensioen ben gegaan. Ook Daan Heerma van Voss kan mij niet op andere gedachten brengen, want hij gebruikt de winst vooral om fluwelen sandalen van 400 euro te kunnen kopen voor zijn vriendin of te dagdromen over verre reizen naar Madagascar of Vuurland. Ik weet eerlijk gezegd niet eens waar dag precies ligt, nog los van het feit dat we het rare weer van de laatste jaren misschien wel te danken hebben aan het verlangen om steeds verder te vliegen om er eens eens echt helemaal uit te zijn.

Dat is een interessante paradox: dat we het normaal vinden om 15.000 euro p/p te besteden aan een cruise naar de Zuidpool in de hoop een paar verdwaalde pinguïns te zien zwemmen, maar dat we tegelijk geen zin meer hebben om in een uithoek van de aardbol een simpel en stressvrij bestaan te leiden. Volgens de media gaat het in 2018 onveranderd om ontspullen, maar ik denk dat dat in de praktijk vooral betekent dat we luxe artikelen inruilen voor nog luxere vakanties. In dezelfde bijlage van De Volkskrant las ik een autotest van een auto van bijna 4 ton die 1 op 6 rijdt en een pussymagnet van jewelste blijkt. Dat kan ironisch bedoeld zijn, maar ik denk eerder dat de meeste mensen liever fantaseren over die Ferrari met een topsnelheid van bijna 350 km/u dan over de gele Fiat Panda diesel waarmee ik in 2008 mijn aflosavontuur begon.