Zoeken

woensdag 29 augustus 2018

Na de zomervakantie gaat de vakantie gewoon door

Op de laatste dag van de zomervakantie vroeg de eigenaar van het appartement aan de voet van het Zwarte Woud met oprecht medeleven of ik de dag na thuiskomst weer naar mijn werk moest. Het enige juiste - en eerlijke - antwoord op die vraag is dat de keukentafel mijn werkplek is en dat ik als schrijver en columnist mijn werktijden helemaal zelf kan bepalen. In die zin gaat de vakantie na thuiskomst dus gewoon door, want ik probeer het meestal zo te plannen dat ik zit te tikken met druilerig weer en alleen maar leuke dingen doe als het droog is en de zon schijnt. Vandaar dat ik met meer dan gemiddelde aandacht begon aan een artikel uit De Volkskrant waarin wordt betoogd dat we niet zonder werk kunnen.


Grappig genoeg is het bewuste artikel geschreven door een leeftijdsgenoot, want als ik de naam Sander van Walsum intik op google ontdek ik dat hij 58 jaar oud is, dus van precies dezelfde generatie als ik. Dat wakkert mijn nieuwsgierigheid alleen maar aan, want ik ben oprecht benieuwd naar de motieven van iemand die in die levensfase heel andere keuzes maakt en alles ook van een totaal andere kant belicht. Hoe is het mogelijk dat iemand van bijna 60 zich na een paar weken vakantie weer handenwrijvend op kantoor meldt?

Nu geef ik in mijn boeken altijd duidelijk aan dat (betaald) werk op heel veel verschillende manieren een belangrijke functie vervult in een mensenleven. Je kunt je hypotheek nou eenmaal niet aflossen door thuis op de bank duimen te gaan draaien en je kunt ook niet sparen zonder eerst geld te verdienen. Werk kun je beschouwen als een belangrijke maatschappelijke bijdrage, maar ook als een inkomstenbron voor je persoonlijke Plan B. Zelf schrijf ik óók nog steeds elke week een column, maar ik werk allang niet meer de hele week.


De dag na mijn vakantie heb ik voor het eerst in máánden het gras weer eens gemaaid en na het avondeten ben ik naar de bioscoop geweest in Dordrecht. De volgende ochtend heb ik vrijwilligerswerk gedaan (waar ik het later nog wel eens over zal hebben) en 's middags heb ik opnieuw een film gezien. Zo wist ik me twee dagen lang opperbest te vermaken zonder dat ik het gevoel had dat ik iets miste of de behoefte voelde om ergens te gaan solliciteren. Ik vind niet dat iedereen die in loondienst werkt een loser is (zoals iemand vorige week op Twitter suggereerde), maar ik vind het wel belangrijk om hardop de vraag te stellen waarom je als mens 40 jaar achter elkaar zou moeten werken of elke week precies 40 uur.

Merkwaardig genoeg haalt Van Walsum meteen al de econoom John Maynard Keynes erbij die ooit voorspelde dat we anno nu slechts 15 uur per week zouden werken. Dat voorbeeld wordt de laatste jaren vaak aangehaald (ook door mij in een van mijn recente boeken), maar ik kan me niet herinneren dat het daar in de jaren '80 ooit over ging. Het kan best dat Van Walsum - als historicus - toen al weet had van dat essay van Keynes, maar het kan ook dat hij zijn verleden met terugwerkende kracht en met de kennis van nu inkleurt. In de jaren 80 was er bijna geen werk, maar er werd ook heel anders gedacht over werk.


Ik heb het bewuste artikel twee keer gelezen, maar heel overtuigend vind ik het betoog niet. Volgens Van Walsum zijn we 'intrinsiek aan werk gehecht' en hechten we aan 'de sociale contacten' die het oplevert. Bovenal lijkt het alsof hij zichzelf moed aan het inpraten is na een fijne vakantie en van alles verzint om het leed wat te verzachten. Het verhaal geeft in elk geval geen sluitend antwoord op de vraag wat er zou gebeuren als de krant besloot om hem een jaartje met betaald verlof te sturen. Een paar weken vakantie is niet genoeg om af te kicken van je betaalde baan, maar wie een paar jaar heeft kunnen proeven van de vrijheid wil echt voor geen goud meer terug.

Aan het slot van zijn verhaal komt hij echter met een observatie waar ik me helemaal in kan vinden. Werk moet (al was het alleen maar omdat je die hypotheek nou eenmaal in 30 jaar moet aflossen), dus het 'moet' ook wel een toegevoegde waarde hebben. Niemand houdt het vol om zo lang met tegenzin aan de slag te gaan, dus verzinnen we er van alles bij en tuigen we een hele kerstboom op vol drogredenen. In die zin lijden we volgens hem allemaal aan een milde vorm van het Stockholmsyndroom, waarmee hij in elk geval laat zien dat hij mijn boek De omgekeerde werkweek kent óf in elk geval het Duits voldoende beheerst om het boek Arbeit van Joachim Bauer te hebben gelezen. :-)