Zoeken

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht hypotheekvrij. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht hypotheekvrij. Sorteren op datum Alle posts tonen

dinsdag 15 december 2020

Precies op de dag dat ik hypotheekvrij werd begon alles te schuiven

Toen ik begin dit jaar het manuscript inleverde voor mijn nieuwe boek, dacht ik heel even dat ik voorlopig wel klaar was. De serie boeken die begon met Hypotheekvrij! uit 2012 kreeg een waardig slot met een titel die zowel een terugblik suggereerde als een bescheiden triomf. Op 1 maart 2020 waren we eindelijk hypotheekvrij en zo heette ook het gelijknamige boek. Wie mij op dat moment had verteld dat ik al begonnen was aan een opvolger voor het boek goed en wel in de winkel lag, zou ik voor gek hebben verklaard. Toch heb ik zojuist een kant en klaar manuscript richting uitgever gestuurd over de toestand waar we nu nog steeds middenin zitten.


lk zal binnenkort toelichten hoe dit boek is ontstaan (en waarom het helemaal niet gek is dat juist ík het heb geschreven), maar op deze plaats gun ik de lezer graag een blik achter de schermen. Grappig genoeg besloot ik om dit boek daadwerkelijk uit te geven toen ik het voorwoord teruglas dat ik maanden eerder al op papier had gezet. Ik zeg grappig genoeg, omdat ik uiteindelijk een geheel nieuw voorwoord heb geschreven dat algemener is én actueler. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, schrijf je een voorwoord namelijk pas als laatste, wanneer je een duidelijk beeld hebt waar het boek over gaat en waar het verhaal heengaat.

Wat hieronder staat, is in zekere zin het voorwoord van mijn nieuwe boek, maar ook het voorwoord van een ander boek. Ik schreef het in het heetst van de strijd, zonder te weten waar de pandemie ons precies zou brengen en zonder te beseffen dat het coronavirus ons in december nog steeds in een ijzeren greep zou houden. Ik denk zelfs dat we pas tegen het einde van 2021 min of meer verlost zullen zijn van het virus en dus ook pas echt plannen kunnen gaan maken voor 2022. In de tussentijd wens ik iedereen veel leesplezier met dit voorwoord dat ik uit de prullenbak heb gevist en heb gladgestreken zodat je het in februari kunt vergelijken met de gedrukte versie.


Dit boek begint op het moment waarop ik een punt zette achter het vorige. Letterlijk. Nadat ik het manuscript had ingeleverd van mijn boek Eindelijk hypotheekvrij! verwachtte ik dat we een frisse start konden maken. De verschijning van mijn nieuwe boek viel precies samen met het begin van de lente, dus vanaf nu zou elke dag de zon schijnen in onze hypotheekvrije achtertuin.

We meerden aan met ons bootje in de veilige haven waar we zo lang naar op weg waren geweest en zouden de rest van onze tijd hier doorbrengen in de luwte. Op 1 maart 2020, de dag dat onze hypotheek officieel afliep, boekten we een tafel in ons vertrouwde pizzarestaurant om deze heuglijke dag te vieren. De serveerster maakte die avond een foto waarop we alle zes lachend - en vooral nietsvermoedend - in de camera blikken. Wat we op dat moment niet konden weten, is dat dit voorlopig de laatste keer was dat we een restaurant van binnen zagen. Het zou ook de laatste keer zijn dat we zo onbekommerd bijeen waren als gezin.

Meer dan tien jaar lang hadden we in de veronderstelling verkeerd dat we op dit moment aan een heel nieuw hoofdstuk in ons leven zouden beginnen. We hadden vanaf nu elke maand meer te besteden en veel meer tijd om te genieten. We droomden over van alles en nog wat, maar nu al voelt het alsof we in oude vakantiefolders aan het bladeren waren in een platgebombardeerde stad. Want toen we de pagina omsloegen, zagen we alleen maar een zwarte bladzijde. In plaats van een golf van opluchting, was er die golf van besmettingen die vanuit het zuiden op ons afkwam en waar beleidsmakers veel te lang naar staarden als konijnen in een felle lamp.

Dus begon ik met aantekeningen maken. Voordat half Nederland begon te hamsteren. Voordat er gevochten werd om rollen toiletpapier en woedende mensen lege stellingen omver trapten. Voordat de aandelenkoersen bijna gehalveerd waren. Voordat duidelijk was dat ook jongeren besmet konden raken met het virus en zouden sterven onder de handen van wanhopige artsen. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat ik aan het boek Eindelijk hypotheekvrij! nog eens 24 hoofdstukken toevoeg over wat toen heel even aanvoelde als het nakende einde der tijden.



Deze crisis is de grote gelijkmaker. Natuurlijk hadden de rich & famous zich al in een vroeg stadium teruggetrokken in onneembare burchten (daar ging ik tenminste van uit want daarover ging het in die begindagen nog helemaal niet), maar de rest had een lootje in de hand met precies dezelfde winkans. Niet voor niets (en even nietsvermoedend als tijdens dat etentje in dat familierestaurant) had ik in Eindelijk hypotheekvrij! al genoteerd dat een afgelost huis je niet immuun maakt.

Al in een vroeg stadium noemde ik de epidemie een demasqué, waarbij de schapen van de bokken zouden worden gescheiden. Dit was het failliet van het financiële stelsel, het einde van het globalisme en de doodsteek voor onze dromen en illusies. Het zou zelfs zomaar kunnen dat Rutger Bregman meteen de titel van zijn laatste boek in de praktijk kon toetsen in plaats van te verzanden in wetenschappelijke onderzoekjes. Zouden de meeste mensen inderdaad deugen? En waren blondjes inderdaad de betere beleggers of ging iedereen het schip in als de romp scheurde en de boeg vol water stroomde?

Wat ik wel wist, nog voordat Mark Rutte op een maandag het volk toesprak terwijl Thorbecke over zijn schouders meekeek, is dat dezer dagen geschiedenis werd geschreven. Ik kende de afloop niet en wist helemaal niet of ik het zelf tot de aftiteling levend zou volhouden, maar dit was een waar kantelmoment. Voor de kredietcrisis had ik al zware woorden gebruikt als ‘mijn persoonlijke watersnoodramp’, maar dat was met terugwerkende kracht iets om je voor te schamen.

Betekende de kredietcrisis een scharniermoment in mijn persoonlijke leven, dit was een breuklijn in de beschaving. Wat deze wereldwijde ramp toch zo hoogstpersoonlijk maakt is het feit dat hij losbarstte precies op het moment dat wij hypotheekvrij waren. Je kunt dus zeggen dat we fanatiek zijn gaan aflossen vanwege een zware economische crisis en het allerlaagste muntstuk in de brievenbus van de bank lieten glijden op het moment dat de eerstvolgende zich aandiende.

Dat is toeval natuurlijk, maar zo bizar en zo frappant, dat ik er nog steeds niet over uit kan. Er zijn verbijsterende dingen gebeurde nadat in Wuhan dat allereerste ziektegeval werd vastgesteld, maar dit is voor mij persoonlijk nog steeds niet te bevatten. Het verklaart ook waarom ik vanaf de eerste dag tamelijk somber gestemd was. Ik had jaren gespaard voor een cruise en nu dobberde datzelfde droomschip in quarantaine op een van onze wereldzeeën. In zekere zin was ik een Britse vakantieganger die op Heathrow hoopvol instapte om vervolgens mee te maken hoe het vliegtuig halverwege  rechtsomkeert maakte.

Hoewel ik mijn aandelen in november 2019 al had verkocht vanwege een vaag – en met terugwerkende kracht nogal treffend – voorgevoel, kon ik mijn ogen niet afhouden van de kelderende aandelenkoersen. Op sommige dagen verdampt het aanvullend pensioen van mijn vrouw net zo hard als de poolkappen waarover we ons in een ander, onschuldiger tijdsgewricht zo druk hadden gemaakt. Al snel was ik murw, alsof die grafiek niet echt was, maar zomaar een uitschieter van een peuter van wie de motoriek nog niet zo goed was ontwikkeld.

Zo was ik niet terechtgekomen in een hypotheekvrij hiernamaals, maar in een zombieplaag zonder zombies. Het dagelijks leven was veranderd in een déja vu, niet alleen omdat ik dit tijdens de kredietcrisis allemaal al een keer had meegemaakt, maar ook omdat dit zo deed denken aan al die post-apocalyptische films en series die ik tijdens mijn leven had gezien. Opeens zat ik ook weer met een oude vergeelde thriller op schoot waarin ik schrijf over een pandemie. In die zin was ik niet alleen terechtgekomen in een nachtmerrie, maar ook in een oud scenario uit 1997 dat ik zelf had geschreven.

Als werktitel voor mijn nieuwe boek – mijn achttiende alweer, terwijl ik eigenlijk dacht dat ik na nummertje zeventien al definitief was gestopt – had ik gekozen voor: ‘het jaar nul’. Natuurlijk zou het zo niet in de winkel komen te liggen, maar voor elk boek maak ik een werkmap aan. Zo heette het mapje dat in 2012 zou resulteren in het boek Hypotheekvrij! bijvoorbeeld ‘leven zonder hypotheek’. Maar nu dacht ik aan een big reset. Aan Year Zero en ook een beetje aan Stunde Null.

Dat was voordat ik een oud-collega hoorde vertellen over een orthodox familielid in Israël dat ervan overtuigd was deze gebeurtenissen de komst aankondigden van de Messias. Dat zou inderdaad een heel goede reden zijn voor een nieuwe jaartelling, maar zelf dacht ik meer in termen van wederopbouw. Niemand kon weten hoe lang dit zou duren, net zoals Rotterdammers in hun kapotgebombardeerde stad niet konden weten dat het precies vijf jaar zou duren voordat de Duitsers definitief waren verslagen.

Wel wist ik dat vanaf nu alles anders zou zijn, al was het maar omdat we er collectief van doordrongen raakten dat alles wat ons dierbaar is van het ene moment op het andere van ons kon worden afgenomen. Dit was wat al die vluchtelingen uit Syrië wisten. Dit was de hel waar iedereen doorheen moet als de arts een verdacht plekje op een röntgenfoto heeft gezien en je de medische mallemolen ingaat. We hadden 11,5 jaar geploeterd om eindelijk vaste grond onder de voeten te krijgen en nu begon opeens alles te schuiven.

Dit is mijn verhaal en dat van ons allemaal.

woensdag 15 juni 2016

Na vier jaar is de aflospauze eindelijk voorbij

Hypotheekvrij! heeft veel mensen de ogen geopend, maar zelf waren wij nét gestopt met versneld aflossen toen dat boek verscheen. De eerste extra storting deed ik in het najaar van 2008, de laatste vlak voor de zomer van 2012. Het doel was in eerste instantie om korte metten te maken met het aflossingsvrije deel van onze hypotheek van in totaal 160.000 euro en dat was binnen vier jaar gelukt door fanatiek te bezuinigen en ijverig te sparen. Toen begon een aflospauze die voortduurde tot 14 juni 2016.


Nadat we gestopt waren met aflossen, zijn we overigens gewoon doorgegaan met sparen. Het enige verschil was dat we het geld niet langer rechtstreeks overboekten naar de bank (in mijn geval een verzekeraar), maar op een bankrekening parkeerden. Dat ging zo hard dat ons saldo op een gegeven moment net zo hoog was als de nog resterende hypotheek, waarmee je in zekere zin ook "hypotheekvrij" bent. Ik wist in ieder geval wanneer ik écht helemaal van mijn woningschuld verlost zou zijn, want het laatste stukje spaarhypotheek van 44.000 euro zou in maart 2025 automatisch worden afgelost.

Om die reden schrijf ik ook dat het goed is om elke vijf jaar even de balans op te maken en te kijken of je door moet blijven gaan met aflossen. Daarbij moet je je voortdurend afvragen wat je einddoel is en met welke reden je ooit begonnen bent met aflossen. Onze aflospauze had namelijk alles te maken met het feit dat ik een spaarpotje aan wilde leggen voor mijn plakbandpensioen. Van 60.000 euro op de bank kan ik mezelf vijf jaar lang een basisinkomen uitkeren van 1000 euro per maand, terwijl dat natuurlijk onmogelijk is als je dat geld gebruikt hebt om je hypotheek nog verder te verlagen.


In de herziene editie van Hypotheekvrij! die vorig jaar verscheen, schrijf ik dat het oudste deel van de hypotheekschuld (een klein 30.000 euro) in februari 2017 vanzelf wordt afgelost. Inmiddels is die datum zo dichtbij dat ik kan gaan aftellen. Tegelijk begon het een beetje te kriebelen omdat we al jaren niets meer hadden afgelost en ik steeds meer behoefte kreeg om een daad te stellen en actie te ondernemen. Die behoefte werd nog sterker toen ik me realiseerde dat ik alweer 64 kaarsjes uit moest blazen op mijn verjaardagstaart als mijn huis eindelijk helemaal van mezelf was, terwijl sommige lezers me links en rechts inhalen op weg naar een hypotheekvrij leven.

Het laatste zetje gaf de aanhoudend lage rente. In maart 2020 loopt de rentevaste periode van mijn spaarhypotheek af en daalt de rente waarschijnlijk van 6,9% naar een procent of twee. Bij een aflossingsvrije hypotheek of een andere variant spring je dan een gat in de lucht, maar met een (bank)spaarhypotheek loop je het risico dat je netto zelfs dúúrder uit bent omdat de (niet aftrekbare) premie ineens fors stijgt terwijl de (wel aftrekbare) rente daalt. Het kostte wat moeite om precieze cijfers boven water te krijgen, maar onze premie zou volgens mijn tussenpersoon in 2020 bijna verdrievoudigen als de rente nog steeds zo laag staat als nu.


En dus heb ik gisteren gedaan wat ik op pagina 235 van de vorig jaar verschenen voordeeleditie van Hypotheekvrij! al aankondig: ik heb de einddatum van de hypotheek vijf jaar naar voren gehaald zodat het einde van de rentevaste periode precies samenvalt met de laatste premiebetaling. De verzekeraar kwam al snel met een offerte over de brug waarbij ik eenmalig (binnen de toegestane bandbreedte) 6400 euro extra spaarpremie zou overmaken en de maandpremie met ingang van 1 juli 150 euro omhoog gaat. Lang hoefde ik niet over dat voorstel na te denken en nog dezelfde dag heb ik die 6400 euro overgeboekt.

Deze stap heeft een aantal voordelen, al is het alleen maar omdat ik nu kan zeggen dat ik over een kleine vier jaar helemaal hypotheekvrij ben (in plaats van over negen jaar). Nog mooier is het psychologische feit dat ik tien jaar voor mijn officiële pensioendatum uit de schulden ben en vanaf dat moment maximaal kan profiteren van minimale woonlasten. Maar het allermooiste is natuurlijk dat mijn extra inleg van 6400 euro op deze manier precies véértien keer zoveel geld oplevert als op een gewone spaarrekening (namelijk 6,9 procent in plaats van 0,5 procent). Zo betaalt die belachelijk hoge hypotheekrente die ik momenteel betaal zichzelf vanzelf terug.

dinsdag 18 oktober 2016

Wat doet een hypotheekvrij huis met je uitgavenpatroon?

Als ons oudste stukje hypotheek in februari 2017 is afgelost, scheelt ons dat maandelijks 150 euro bruto. De echte klapper volgt echter pas in maart 2020 als we echt helemaal hypotheekvrij zijn en onze woonlasten nog eens met 500 euro extra dalen. Dat roept automatisch de vraag op of we dan ook anders gaan leven (of zelfs: of we dan eindelijk weer beginnen met leven). Want wat doe je als je opeens 650 euro extra te besteden hebt? Ga je dan meer uitgeven en ruil je die oude Alto spoorslags in voor iets anders of ga je nóg minder werken? Zo bekeken verschilt deze vraag dus niet zoveel van de discussie rondom het basisinkomen.


In een van mijn eerder boeken heb ik een hypotheekvrij huis al eens vergeleken met een basisinkomen. Niet iedereen snapt meteen wat ik daarmee bedoel, tot ik ze herinner aan het feit dat huishoudens vaak 35% van hun inkomen (of zelfs meer) kwijt zijn aan woonlasten. Strikt genomen ben je elke maand dus sowieso de eerste week aan het werk voor je huis. Betaal je nu 1000 euro aan rente en aflossing, dan houd je opeens 1000 euro over op het moment dat je hypotheekvrij hebt. Je inkomen stijgt niet, maar je hebt wel ineens veel meer te besteden.

Een huis is een basisbehoefte en een hypotheekvrij huis is een basisinkomen. Die eerste 700 of 900 euro hoef je vanaf dat moment immers niet meer bij elkaar te verdienen. Op dezelfde manier kun  je een afgelost huis ook beschouwen als een aanvullend pensioen of vaststellen dat je met een hypotheekvrije woning zelfs aardig rond zou kunnen komen met alleen AOW. Dat laat zien dat je er op heel veel verschillende manieren naar kunt kijken en dat er meer facetten aan dit onderwerp zitten dan de dooddoener dat "je geld dan in stenen zit".


Zo denken sommige mensen nog steeds dat we straks tien jaar lang op een houtje hebben moeten bijten en pas in 2020 weer beginnen met leven. In het verlengde daarvan ligt de verwachting dat we staan te trappelen om dat uitgespaarde bedrag (op jaarbasis bijna 8000 euro bruto) uit te geven aan luxe en "leuke dingen". Mensen die in een huurhuis wonen of al die jaren geen cent hebben afgelost, troosten zich waarschijnlijk graag met de gedachte dat wij de afgelopen jaren bibberend onder een fleecedeken droog brood hebben zitten eten en eigenlijk geen leven hebben gehad om onze levenhypotheek af te kunnen lossen.

In werkelijkheid is het omgekeerde gebeurd. Door minder te consumeren ben ik ongemerkt een minimalist geworden die heeft ontdekt dat je geen spat gelukkiger wordt van spullen, maar wél van meer vrije tijd en minder stress. Vandaar dat ik elke uitgespaarde cent meteen heb omgezet in meer lege plekken in mijn agenda en een lager levenstempo. Ik geef niet alleen minder geld uit, maar ga ook langzamer door het leven en sta meer bij dingen stil. Dat bevalt zo goed dat ik dat hypotheekvrije huis straks vooral ga gebruiken om nog meer dagen vrij te nemen.


De kans dat ik mijn auto inruil voor een cabrio is stukken kleiner dan de kans dat ik kies voor een robuuste trekkingbike waarmee ik écht op reis kan of een hi-speed pedelec waarmee ik vanuit huis op één dag naar mijn oudste broer in Drenthe kan fietsen. Op dit moment verlang ik er alleen maar naar om nog minder auto te rijden en met nog minder tijdsdruk door het leven te gaan. In die zin kun je je dus afvragen wat er zou gebeuren als je iedere volwassen Nederlander 1000 euro per maand netto op zijn rekening zou storten (of zelfs 1500 euro netto als de Basisinkomen Partij haar zin krijgt). Dan gebeurt er namelijk precies hetzelfde als wanneer je iedereen in één klap zijn hele hypotheek kwijt zou schelden.

Met twee bij elkaar opgetelde basisinkomens en een hypotheekvrij huis (wat dus feitelijk een derde basisinkomen is), ontbreekt iedere impuls om te gaan werken voor je geld. Natuurlijk ga je dan niet de hele dag duimen zitten draaien, maar de kans dat je tegen je zin of met tegenzin van 9 tot 5 iets gaat zitten doen omdat de rekeningen nu eenmaal betaald moeten worden, is nihil. De uitstroom bij de Belastingdienst laat zien dat er nog steeds grote behoefte is aan een soort VUT, zodat je er niet raar van moet staan te kijken als een basisinkomen door die groep zou worden aangegrepen als een soort staatspensioen. Het is dus niet zo dat ik pas weer ga leven als we met veel pijn en moeite alles hebben afgelost, maar eerder zo dat ik voor mijn gevoel pas echt ben gaan leven sinds ik niet meer in loondienst ben, zelf mijn werktijden bepaal en zo weinig mogelijk werk.

maandag 15 februari 2016

Ik doe het stukken rustiger aan maar sta niet stil

Het gebeurt regelmatig dat mensen me verbaasd - of zelfs verwijtend - aankijken als ik uit mijn zak een iPhone tevoorschijn haal. Dat effect is nog sterker wanneer ze Hypotheekvrij! nog maar nét uit hebben, zonder te beseffen dat dat boek alweer bijna vier jaar geleden is verschenen. Ik sta nog steeds vierkant achter alles wat ik de afgelopen jaren heb geschreven, maar tegelijk is elk boek per definitie een momentopname. Dat merkte ik weer eens toen ik de drukproef van Het plakbandpensioen aan het corrigeren was en daarin nog steeds mijn gele Fiat Panda tegenkwam, terwijl ik die inmiddels alweer heb ingeruild voor een nóg kleinere auto.

Voor alle duidelijkheid: die aftandse Nokia uit Hypotheekvrij! heb ik nog steeds. Daar bel ik mee en verstuur ik af en toe nog wel eens een SMS aan mensen die geen smartphone hebben. Maar toen mijn oudste zoon een nieuwe iPhone kreeg bij zijn abonnement, schonk hij mij zijn oude. Een SIM-kaart zit er niet in, maar ik gebruik hem thuis om te appen, foto's te maken om die bij dit blog te posten en te internetten. Gisteren nog heb ik bijvoorbeeld op dat apparaat naar Buitenhof zitten kijken op Uitzending Gemist.


Op precies dezelfde manier zijn alle ouderwetse beeldbuistelevisies in huis allemaal uit beeld verdwenen sinds Hypotheekvrij! in 2012 uitkwam en vervangen door flatscreens. Geen dure en ook geen belachelijk grote, maar gewoon afgedankte exemplaren van aardige mensen die zelf alweer aan een nieuwe toe waren of het "zielig" vonden dat wij nog steeds naar een bakbeest uit de vorige eeuw moesten kijken. Zo gaat dat vaak: als je zelf niets meer koopt, doen andere mensen dat wel voor je.

Wie Hypotheekvrij! op het nachtkastje heeft liggen, denkt waarschijnlijk dat we nog steeds boodschappen doen met een aangesnoerde broekriem, terwijl we al een tijdje een aflospauze hebben ingelast en in plaats daarvan aan het spáren zijn. Sindsdien weet ik dat je ook hypotheekvrij kunt zijn - of jezelf zo kunt voelen - als je spaarsaldo precies even hoog is als de uitstaande hypotheekschuld. De wetenschap dat je alles in één klap zou kunnen aflossen, is vaak al voldoende, zeker als de maandlasten zijn geslonken.


Vanmorgen heb ik echter mijn hoofd gebroken over een paar passages uit Het plakbandpensioen waarin mijn gele Fiat Panda nog voorkomt, terwijl ik deze inmiddels heb ingeruild voor een grijze Alto. Soms kon ik de zin simpelweg in de verleden tijd zetten, maar er zaten ook een paar lastige alinea's tussen die ik niet kon schrappen, maar die tegelijk alweer achterhaald waren in die paar maanden nadat ik mijn boek had ingeleverd. Zo hard kan dat soms gaan in een mensenleven. In De omgekeerde werkweek woont mijn bejaarde schoonmoeder nog op zichzelf, terwijl ze al in een verpleeghuis zat voordat de inkt van dat boek goed en wel was opgedroogd.

Naast voortschrijdend inzicht heb je dus vooral te maken met de tijd die genadeloos doortikt. Zelfs als je levenstempo vertraagt, ontkom je niet aan veranderingen en onaangename verrassingen. Zo schrijf ik in Het plakbandpensioen opnieuw over mijn schoonmoeder die in juli van dit jaar 98 wordt (ik zeg met opzet niet "hoopt te worden" want dat betwijfel ik), terwijl er elk moment een telefoontje kan komen dat ze er niet meer is. Het enige wat ik wél met zekerheid kan zeggen, is dat ik dan waarschijnlijk nog steeds opneem met mijn Nokia.

dinsdag 28 november 2017

Wie had een halfjaar geleden ooit van de Wet Hillen gehoord?

Natuurlijk kan de Eerste Kamer nog dwars gaan liggen, maar de kans is groot dat de in 2005 aangenomen Wet Hillen sneuvelt. Dat is jammer voor mensen met een hypotheekvrij huis - of mensen die hard op weg zijn naar een hypotheekvrij leven - vandaar dat deze maatregel in de wandelgangen al een 'aflosboete' is gaan heten. Het voornemen om deze wet te schrappen heeft de naamsbekendheid alvast wel vergroot, want ik ben erg benieuwd wat de uitkomst zou zijn geweest als je twaalf maanden geleden de straat op was gegaan met de vraag of mensen wel eens van de Wet Hillen hadden gehoord. Zelfs in mijn boek Hypotheekvrij! wordt er niet één keer naar verwezen.


Natuurlijk kun je dat zien als een gemis, want hoe kun je nu een boek schrijven over het (versneld) aflossen van je hypotheek, zonder even stil te staan bij het feit dat de bijtelling van het eigenwoningforfait komt te vervallen bij het wegstrepen van de schuld? Dat is geen onbelangrijk detail, maar in het totaalplaatje is het gerommel in de marge. Anders gezegd: ik ben in 2008 niet versneld gaan aflossen vanwege de Wet Hillen die drie jaar eerder van kracht werd, maar om heel andere redenen. Dat laat meteen ook zien dat ik precies dezelfde keuze had gemaakt als die wet niet bestond of als ik toen al had geweten dat hij alweer zou worden afgeschaft voordat ik zelf écht helemaal hypotheekvrij was.

In 2008 (en ook toen het het boek verscheen in het voorjaar van 2012) ging de discussie over heel andere zaken. Je kunt het je nu nog amper nog voorstellen, maar zelfs het feit dat je uit eigen beweging aan het aflossen was op je aflossingsvrije hypotheek zorgde op verjaardagen al voor verhitte debatten. Van alle kanten kreeg ik te horen dat je 'maximaal moest profiteren van de hypotheekrenteaftrek'. Verder verkeerden veel mensen in de veronderstelling dat je vermogensbelasting moest gaan betalen bij een hypotheekvrij huis en dat je altijd een boete kreeg als je eerder afloste. Ik zou zelfs heel snel blut zijn geweest als ik een ijsje had moeten kopen voor iedereen die serieus dacht dat je met een aflossingsvrije hypotheek tussendoor nooit iets af hoefde te lossen om na dertig jaar toch van je schuld verlost te zijn.


Sinds 2012 zijn van mijn hand zes boeken verschenen, maar de Wet Hillen wordt in al die boeken slechts één keer genoemd. Je kunt dus vijf boeken van mij hebben gelezen, zonder dat je die term bent tegengekomen en compleet verrast zijn door de plannen van dit kabinet. Weliswaar voorspel ik al in 2013 dat deze wet ooit zal sneuvelen, maar ironisch genoeg staat die passage in het boek waarvan ik tot op heden de minste exemplaren heb verkocht. Alleen de echte die-hards die Helemaal Vrij! in de kast hebben staan, hebben bovenstaande alinea gelezen - al kan het net zo goed dat ze er destijds straal overheen hebben gelezen of het allang weer vergeten zijn. Zelf herinnerde ik me het ook pas weer toen iemand het op Twitter aanhaalde.

Op verjaardagen is 'aflossen' opnieuw onderwerp van gesprek, al moet ik me opeens verdedigen tegen heel andere argumenten. Zo denken mensen nu vaak dat aflossen ineens geen zin meer heeft, tot ik ze voorreken dat ik momenteel nog 480 euro bruto per maand aan hypotheekrente en premies betaal, terwijl ik straks - en dan ook pas als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd - ongeveer hetzelfde bedrag kwijt ben per jáár. Een beetje kort door de bocht genomen profiteer ik straks dus elf maanden per jaar van mijn hypotheekvrije huis, terwijl ik alleen in december last heb van de overijver van dit nieuwe kabinet. Straks moet ik inderdaad méér belasting gaan betalen, maar het is maandelijks nog altijd minder dan ik nu kwijt ben aan mijn internetabonnement.


Dat neemt niet weg dat de argumentatie van dit kabinet om de regeling af te schaffen aan alle kanten rammelt. De Wet Hillen is in 2005 ingevoerd om het aflossen van de hypotheek extra te belonen en te stimuleren. Als er toen daadwerkelijk iemand in Nederland is begonnen met extra aflossen vanwege dit bijkomende voordeel, is hij daar nu waarschijnlijk net mee klaar. Dan is het natuurlijk zuur - om niet te zeggen: lullig - als er een streep door die regeling gaat. Wie versneld aflost bespáárt de overheid al een heleboel geld doordat er steeds minder recht is op hypotheekrenteaftrek. Die aflosboete komt daar straks nog eens bovenop als extra voordeeltje voor vadertje staat.

Iedereen die boos is over die 'aflosboete' moet zich ook maar eens afvragen waaróm hij nou precies zo boos is. Omdat hij straks (iets) duurder uit is met zijn hypotheekvrije huis? Of omdat hij zo dom is geweest om te stemmen op een van de partijen waaruit dit kabinet bestaat? Ik kan niet alleen zeggen dat ik iedereen met een eigen huis al in 2013 heb gewezen op de mogelijkheid dat de Wet Hillen wordt geschrapt (net zoals ik durf te wedden dat het eigen huis naar Box 3 verhuist voordat ik recht heb op AOW), ik kan ook met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik eerder dit jaar heb gestemd op een oppositiepartij in de Tweede Kamer en dus ook in die zin op geen enkele manier verantwoordelijk ben voor deze maatregel.

woensdag 21 november 2018

Zó makkelijk is het niet eens om hypotheekvrij te worden

Er waren zoveel mensen die zeiden dat ik absoluut eens naar de serie How To Live Mortgage Free moest kijken op Netflix, dat ik me begin deze maand liet verleiden tot een gratis proefabonnement op deze betaalzender. Inmiddels heb ik met een big smile zitten kijken naar alles zes afleveringen van dit woonprogramma, want ik heb het woord 'hypotheekvrij' nog nóóit zo vaak voorbij zien komen in de ondertiteling. In zekere zin voelt het zelfs alsof ik alle discussies over dit onderwerp met terugwerkende kracht heb gewonnen. Tegelijk laat het programma zien dat je als huizenbezitter niet zomaar van de ene op de andere dag van je woningschuld af bent.


In de eerste aflevering van How To Live Mortgage Free moest de vertaler er blijkbaar nog een beetje inkomen, want daar las ik dat de geïnterviewde huizenbezitters er naar streefden om 'hypotheek vrij' te worden. Pas in latere afleveringen werd dat één woord en zag ik de titel van mijn boek uit 2012 ontelbaar vaak voorbij komen. Een beetje triomfantelijk voelde dat wel, niet alleen omdat ik over 14 maanden helemaal van mijn schuld af ben, maar vooral omdat ik in 2008 door bijna iedereen voor gek werd versleten omdat ik besloot versneld te gaan aflossen.

Hoe dan ook: het programma is absoluut een proefabonnement op Netflix waard, zeker omdat je alle afleveringen makkelijk binnen die proefperiode kunt bekijken. Ik weet niet of er meer seizoenen gemaakt of in de maak zijn, maar je bent zo door die zes afleveringen van elk een halfuur heen. Natuurlijk gaan ze over de Engelse situatie met z'n eigen specifieke omstandigheden en prijsontwikkelingen, maar veel bevindingen zijn universeel. Zo zijn de huizenprijzen in Londen net zo krankzinnig gestegen als die in Amsterdam.


Wat meteen al duidelijk wordt, is dat het nog helemaal niet zo simpel is om hypotheekvrij te worden. Vaak is het een kwestie van een lange adem en van doorbijten, want je kunt niet op vrijdag bedenken dat je extra wil gaan aflossen en vervolgens denken dat je er op maandag alweer klaar mee bent. Om dezelfde reden zei ik onlangs tegen die verslaggever van RTL Nieuws dat je natuurlijk niet pas op je 59ste moet bedenken dat je eigenlijk best op je 60ste zou willen stoppen met werken. Het vraagt om een lange voorbereiding en om het verzetten van allerlei bakens.

Er zijn geen shortcuts, tenzij je de schuur of garage van je ouders eigenhandig ombouwt tot een eigen appartement of besluit om op het land van diezelfde ouders een verplaatsbaar of zelfs verrijdbaar onderkomen neer te zetten. Je zou dat een vorm van vals spelen kunnen noemen, hoewel je het net zo goed als een voorrecht kunt bestempelen wanneer je ouders over een grote lap grond beschikken of zelfs als een voorsprong op leeftijdgenoten. Het mes snijdt soms ook aan twee kanten, bijvoorbeeld bij die jongen die een sprookjesachtige houten cabin heeft gebouwd in de achtertuin van zijn dementerende vader.


Heel veel mensen in dit programma proberen hypotheekvrij te worden door hun reguliere (huur)huis in te ruilen voor een boot, een bus, een caravan of een tiny house. Dat doet het natuurlijk goed in beeld, maar laat ook zien dat je geen enkele mogelijkheid moet uitsluiten om je doel te bereiken. Wel vraag je je als kijker onwillekeurig af wat al die jonge mensen van plan zijn als ze serieus gaan denken aan gezinsuitbreiding. Koop of bouw je dan alsnog een onderkomen met meer ruimte of zie je misschien zelfs af van kinderen omdat er letterlijk geen plek voor is?

In een van de uitzendingen zat een alleenstaande moeder met een hypotheekschuld van 140.000 pond die precies dezelfde strategie volgt als ik in mijn boek Hypotheekvrij! beschrijf. Het grappige van haar verhaal is dat het laat zien hoe universeel het grote avontuur is dat aflossen heet. Niet alleen vraagt ze zich bij elke kop koffie buiten de deur af of ze dat geld niet beter kan besteden aan de hypotheek, ze vertelt ook op aanstekelijke manier dat het al snel een soort verslaving wordt om wéér een handvol geld naar de bank te brengen (in haar geval zelfs letterlijk en soms met niet meer dan 14 pond per keer).

Wel is hier een waarschuwing op zijn plaats, want Netflix strooit natuurlijk niet voor niets met gratis proefabonnementen. Aflossen mag dan best verslavend zijn, dat is het aanbod van deze betaalzender nadrukkelijk óók. Inmiddels heb ik naast dit woonprogramma al het hele eerste seizoen van de dolkomische serie Norsemen verslonden en ben ik bijna klaar met de magistrale western Godless. Zo komt dus ook in dit geval automatisch van het een het ander en zorgt een aflosmanie er indirect voor dat ik elke maand een tientje minder over heb om af te lossen.

woensdag 12 oktober 2016

Toch nog een piepklein beetje restschuld

Gisteren lag er ineens een zeer welkome brief op de deurmat. Natuurlijk wist ik al dat ons oudste stukje hypotheek af zou lopen in februari 2017 (waardoor onze bruto woonlasten in één klap met 150 euro bruto dalen), maar het is leuk om zwart op wit te lezen dat je hypotheek "binnenkort de einddatum bereikt". Daarmee zijn we overigens nog niet helemaal hypotheekvrij, want die mijlpaal bereiken we pas (of al) over drie jaar. Ook blijkt dat we in februari nog eens 1900 euro moeten bijstorten om dit hoofdstuk definitief te kunnen afsluiten.


Wie mijn boek Hypotheekvrij! heeft gelezen, weet dat onze eerste hypotheek gekoppeld is aan een soort woekerpolis. Het gaat om een traditionele levenhypotheek, zeg maar een soort primitieve versie van de later zo populair geworden spaarhypotheek. Ook wij losten gedurende de gehele looptijd niets af, maar betaalden elk kwartaal een premie waarmee we een eindkapitaal opbouwden dat op de einddatum gebruikt zou kunnen worden om alles in één klap af te lossen. Niet alleen was de kans volgens onze adviseur groot dat we op deze manier méér kapitaal bij elkaar zouden sparen dan het geleende bedrag, we profiteerden zo ook maximaal van de hypotheekrenteaftrek.

Dat laat zien dat je een 25-jarige die nog maar net het ouderlijk huis heeft verlaten, echt álles kunt wijsmaken. Dat het een polis was met "winstdeling" klonk goed, maar bleek een wassen neus. Volgens onze adviseur zou ons kapitaal met name de laatste jaren sterk groeien (net als bij een spaarhypotheek), zodat we ons geen zorgen hoefden te maken als het in het begin wat langzaam ging. In werkelijkheid zouden we op de einddatum 30% tekort komen, omdat we op deze manier maar 70% van het benodigde bedrag bij elkaar spaarden. Maar dat ontdekte ik pas toen ik in oktober 2008 besloot om onze aflossingsvrije hypotheek, die we in de jaren negentig hadden afgesloten als tweede hypotheek, versneld te gaan aflossen.


In de brief valt te lezen dat de polis in februari 2017 precies 27.935 euro uitkeert, terwijl de oorspronkelijke schuld iets meer dan 40.000 euro bedroeg. Zonder het te beseffen hadden we destijds dus onze handtekening gezet onder een hypotheek die feitelijk voor een deel aflossingsvrij was. Dat is op zich geen ramp, ware het niet dat we daar geen benul van hadden en daar in de loop der jaren ook door niemand op waren geattendeerd. Sterker nog: ik moest begin 2009 zélf naar mijn adviseur bellen met de vraag hoeveel we op de einddatum tekort zouden komen. Om dat gat van 12.000 euro te dichten, hadden we gelukkig nog negen jaar de tijd. Dat klinkt riant, maar betekende feitelijk dat we vanaf dat moment elke maand 111 euro zouden moeten bijstorten.

In plaats daarvan maakte ik om de zoveel tijd een flink bedrag over, zodat we straks nog maar één netto modaal maandsalaris verwijderd zijn van knallende champagnekurken. Je kunt ook zeggen dat we pas in februari 2018 écht gaan profiteren van de 150 euro die we maandelijks besparen door het wegvallen van deze hypotheek (want 12 keer 150 is precies 1900 euro). Hoe dan ook is dit een belangrijke mijlpaal en in zekere zin zelfs de laatste tussenstop voordat we definitief de eindstreep bereiken. In maart 2020 zijn we helemaal hypotheekvrij, zonder dat we in de tussentijd extra aflossingen hoeven te doen.


Omdat ik een boek heb geschreven dat Hypotheekvrij! heet, denken veel mensen (en schrijven veel journalisten) dat we nu al nul woonlasten hebben en gratis wonen. In werkelijkheid betalen we bruto nog best een aardig bedrag, zeker in vergelijking met mensen die recent een nieuw rentevoorstel hebben ontvangen van hun bank. Onze resterende hypotheekschuld is relatief laag, maar voor onze spaarhypotheek betalen we het naar huidige maatstaven gemeten astronomische bedrag van 6,9% procent rente. Bovendien heb ik de maandpremie voor die hypotheek eerder dit jaar juist met 150 euro verhóógd om vijf jaar eerder van de schuld verlost te zijn (anders zou die namelijk nog hebben doorgelopen tot 2025).

Het aardige is echter dat onze bruto woonlasten in maart 2020 in één klap met een kleine 500 euro bruto dalen, terwijl mijn experiment met een basisinkomen dan nog in volle gang is. Zoals je weet keer ik mezelf iedere maand 1000 euro uit, afkomstig van een spaarpotje dat speciaal voor dat doel is aangelegd. Vanaf maart 2020 zou ik dus ook kunnen besluiten om mezelf nog maar 500 euro uit te keer, zonder dat dat ten koste gaat van onze koopkracht (waardoor ik twee jaar langer doe met dezelfde hoeveelheid spaargeld). In plaats daarvan kunnen we elke maand ook een week op vakantie gaan of besluiten om echt helemaal niks meer te doen en alleen nog maar te genieten.

vrijdag 10 februari 2017

In één klap 30.000 euro afgelost op de hypotheek!

Februari is dit jaar een feestmaand, want dan loopt ons oudste stukje hypotheek af en daalt de nog openstaande woningschuld in één klap met 30.000 euro. Om dat te vieren gaan we gezellig uit eten en proberen we er niet aan te denken dat het een mijlpaal is met een bijsmaak. Als we de afgelopen jaren namelijk niet handmatig extra hadden afgelost, zouden we op 25 februari in de maag zijn blijven zitten met een restschuld van - schrik niet - 13.000 euro. In die zin zou je de levensverzekering die gekoppeld was aan onze "traditionele levenhypotheek" dus kunnen betitelen als woekerpolis, want op de einddatum bracht hij na dertig jaar ruim dertig procent te weinig op.


Om diezelfde reden schrijf ik in Hypotheekvrij! dat we er - zonder het te beseffen - feitelijk nog een aflossingsvrije hypotheek bij hadden. Toen we in 1986 een laatste adviesgesprek voerden met onze tussenpersoon, spiegelde deze ons voor dat de polis op de einddatum waarschijnlijk méér zou opbrengen dan de benodigde 40.840 euro. Onze levensverzekering was er eentje met winstdeling, dus na dertig jaar zou de premie niet alleen voldoende opbrengen om de hypotheek in één klap af te kunnen lossen maar naar alle waarschijnlijkheid ook nog winst opleveren. In werkelijkheid zaten we met een gapend gat in de begroting, want na de kredietcrisis was de winstdeling elk jaar nul.

Dat ontdekte ik echter pas, toen ik in oktober 2008 met mijn neus in de papieren dook en geconfronteerd werd met de toenmalige waarde van die polis. Naar alle waarschijnlijkheid zou die op de einddatum in 2017 - toen nog een kleine negen jaar in de toekomst - slechts 28.000 euro opleveren terwijl we er bijna 41.000 euro nodig hadden. Om dat gat te dichten, zou ik vanaf dat moment elke maand ongeveer 130 euro extra moeten aflossen, terwijl we ook nog een "echte" aflossingsvrije hypotheek hadden van ruim 65.000 euro die om aandacht schreeuwde. Dat tekort van 30% waarmee we in 2017 zouden worden geconfronteerd was dus een dure, maar vooral onverwachte tegenvaller.


In Hypotheekvrij! vraag ik me hardop af wanneer mijn tussenpersoon of mijn hypotheekverstrekker me op dat probleem zou attenderen. In 2008 hadden we nog ruim de tijd om het benodigde bedrag bij elkaar te sparen, maar in het ergste geval hadden we op de einddatum ineens ergens 13.000 euro vandaan moeten zien te halen. Een paar jaar geleden kreeg ik inderdaad een brief van de bank waarin we op dit probleem werden gewezen, maar toen had ik de hypotheekschuld al handmatig teruggebracht van 40.480 euro naar 29.925 euro. Ik wist dat dat niet genoeg zou zijn op de einddatum, maar wist ook dat we dan maximaal een paar duizend euro tekort zouden komen.

Er moeten heel veel huishoudens zijn in Nederland die zonder het te beseffen in een vergelijkbare situatie zitten doordat ze in dezelfde periode precies zo'n levenhypotheek hebben afgesloten of zich in een ander tijdperk een beleggingshypotheek aan hebben laten praten. Bij ons was de schade dan nog te overzien, maar wie op de einddatum 30% tekort komt op een bedrag van een ton, blijft met een schuld zitten van 30.000 euro die uit eigen middelen moet worden voldaan. Als die langverwachte aflosnota dan eindelijk in de bus valt, blijkt ineens dat je zelf ook nog een heleboel moet aflossen om echt hypotheekvrij te zijn


De echte einddatum is pas over ruim twee weken, maar vanmorgen heb ik alvast die ontbrekende 1990 euro overgemaakt, zodat mijn spaarsaldo in één klap gedaald is met een kleine 2000 euro en mijn hypotheek binnenkort met een kleine 30.000 euro. Zo bekeken is het helemaal geen slechte deal, vooral niet omdat het maandelijks niet alleen 106 euro aan bruto rente scheelt, maar ook 55 euro aan maandpremie. Zo stijgt onze koopkracht in één klap met 161 euro bruto per maand (al kun je net zo goed zeggen dat we voortaan 161 euro minder hoeven te verdienen) en is ons huis weer een stuk meer van onszelf geworden.

Helemaal hypotheekvrij zijn we daarmee overigens nog niet, want er resteert nu nog een stukje spaarhypotheek van 44.000 euro dat afloopt in maart 2020. Daar hebben we verder geen omkijken naar, al moet je er tegelijk niet te lang bij stilstaan dat we voor dat bescheiden bedrag een absurd hoge rente betalen zodat je het eigenlijk met een factor drie zou moeten vermenigvuldigen. Die hoge rente (die toen helemaal niet als hoog werd beschouwd) heeft als gevolg dat onze koopkracht over drie jaar pas écht spectaculair stijgt. Zelf ben ik vooral benieuwd of dat voelt als het bereiken van de finish of als een heel frisse start.

donderdag 3 oktober 2019

Van de bank mag ik geen dag eerder hypotheekvrij zijn.

Toen ik na de maandelijkse afschrijving op de eerste dag van de maand het schoolbord in de keuken aanpaste, vroeg mijn jongste zoon waarom ik alles eigenlijk niet in één keer afloste. Nadat ik hem het hoe en wat van een spaarhypotheek had uitgelegd, bedacht ik dat ik die laatste vier maandpremies gemakkelijk in één keer kon ophoesten. Na eerst gechat te hebben met Jeffrey en Monique op de website van Aegon, kreeg ik telefonisch te horen dat dat helaas niet mogelijk was. Ik zal dus nog tandenknarsend moeten wachten tot 1 maart 2020.


Laat ik vooropstellen dat dit een uitgesproken luxeprobleem is. De meeste mensen zouden maar wat graag willen ruilen met iemand die nog maar vier maandbetalingen verwijderd is van een hypotheekvrij leven. Tegelijk voel ik me soms een marathonloper op de laatste meters van een lange, vermoeiende race die niet kan wachten tot hij eindelijk kan neerploffen op de stoeprand met een handdoek om zijn nek en een flesje koud water in zijn hand.

Een paar jaar geleden hadden we de looptijd van diezelfde hypotheek al eens met vijf jaar ingekort door het storten van een eenmalig bedrag van ruim 6000 euro én het verhogen van de maandpremie. Had ik dat toen niet gedaan, dan was ik de bank op dit moment nog meer dan 60 maandelijkse betalingen verschuldigd. In plaats daarvan hebben we de marathon ingekort tot een kilometer of 34 zonder te beseffen dat de laatste loodjes dan nog steeds zwaar zouden wegen.


Het besluit om de looptijd in te korten had meer te maken met de lage rente dan met haast of ongeduld. Op dit moment betalen we nog een ouderwetse 6,9% rente, met als gevolg dat het spaardeel aangroeit met hetzelfde percentage. Na 1 maart 2020 zou de rente omlaag duikelen tot misschien wel 2% of zelfs nog lager. Bij elke andere hypotheekvorm hang je na zo'n duikeling de vlag uit, maar bij een spaarhypotheek ben je elke maand netto misschien wel duurder uit.

We hebben dus al vijf jaar gewonnen, maar ik had niet voorzien dat die laatste maanden zoveel irritatie zouden opwekken. Aan de ene kant zit ik me met mijn armen over elkaar te verheugen op het moment dat we hypotheekvrij zijn, aan de andere kant erger ik me groen en geel als de bank aan het begin van de maand een greep doet uit de kas. Om er meteen maar vanaf te zijn, was ik helemaal klaar om dat bedrag in één keer te voldoen.


Toevallig was deze week de aflossingsblij-campagne van de banken weer van start gegaan, dus het was een uitgelezen moment om mezelf een hypotheekvrij huis cadeau te doen. De beste manier om aflossingsblij te worden is namelijk door alles af te lossen, al hoeft een ander scenario helemaal niet tot financiële problemen te leiden. Helaas werkte de bank niet mee, waarschijnlijk omdat het teveel gedoe is en elke extra storting handmatig moet worden verwerkt.

Toch leverde deze middag nog wel iets op, want ik bleek een domme rekenfout te hebben gemaakt. Pas nu we bijna van de hypotheek verlost zijn, ontdekte ik dat het maandbedrag dat op de eerste dag van de maand wordt afgeschreven, betrekking heeft op de vooráfgaande maand. In plaats van vier maandbetalingen waren we er dus nog steeds vijf verschuldigd. Er moet dus weer een streepje bij, maar dan zetten we er op 1 maart 2020 ook écht een heel dikke vette streep onder.

maandag 11 januari 2016

Mijn gele Panda is nooit een statement geweest

Sommige lezers van Hypotheekvrij! reageerden verrast op de mededeling dat ik mijn gele Fiat Panda de deur uit had gedaan. Door het succes van dat boek had hij blijkbaar een iconische status gekregen en eerder een plaatsje verdiend in het museum dan een enkele reis richting vergetelheid. Zelf vond ik het helemaal niet zo'n grote stap, zeker niet nu in hem heb vervangen door een nog kleinere en goedkopere auto.

Dat er mensen zijn die besloten hun hypotheek versneld te gaan aflossen na het lezen van Hypotheekvrij!, had ik kunnen voorzien. Wat ik niet verwachtte, was dat sommige lezers meteen naar de showroom zouden rennen om precies zo'n auto te kopen als ik. Voor mij was de keuze voor een Fiat Panda tamelijk willekeurig, want ik zocht alleen maar naar een kleine, goedkoper dieselauto. Dat hij géél was, had zelfs helemaal niets met persoonlijke voorkeuren te maken want ik wilde een gebruikte auto en dit was de enige die ze hadden.


Toen ik mijn Panda kocht, maakte ik jaarlijks heel veel kilometers en was een diesel een logische keuze. Tegenwoordig kom ik vaak dagen achter elkaar niet verder dan de brievenbus, terwijl ik nog steeds 200 euro per kwartaal aan wegenbelasting kwijt was. Voeg daarbij het feit dat ik vorig jaar 1000 euro kwijt was om hem door de APK te krijgen en je snapt niet waarom ik hem niet allang T.E.A.B. op Marktplaats had gezet. Toen de brandstofpomp ook nog diesel begon te lekken, was dat de druppel die de emmer deed overlopen.

Vorige week heb ik hem aan de dealer verkocht en morgen ga ik mijn "nieuwe" auto ophalen: een grijze Suzuki Alto uit 2005. Vandaag heb ik hem verzekerd voor een tientje per maand en aan wegenbelasting ben ik maandelijks straks niet meer dan twintig euro kwijt. Zelfs als hij de komende tijd dagen achtereen stof staat te vergaren, hoef ik dus niet wakker te liggen van de bijkomende kosten. Zolang ik niet definitief kies voor een autoloos bestaan - iets wat in het verschiet ligt - is dit de goedkoopste en meest rationele keuze.

Gek genoeg kreeg ik veel opmerkingen over de saaie kleur, alsof ik met mijn gele Panda toch nog een beetje hip was. Laat ik daarom nog maar een keer benadrukken dat die auto geen statement was en zelfs geen omgekeerd statussymbool, maar een praktische beslissing die door de tijd is ingehaald. Ik wil zo goedkoop mogelijk van A naar B, maar verder spelen geen factoren een rol behalve de goede reputatie die Japanse autobouwers hebben. Vergeet ook niet dat hij inmiddels al bijna twaalf jaar oud was en ik er al tien jaar in reed.

In Hypotheekvrij! breek ik een lans voor het versneld aflossen van je hypotheek, maar tegelijk spoor ik de lezer aan vooral zelf na te blijven denken en al zijn beslissingen af te stemmen op zijn eigen situatie, leeftijd, gezinsgrootte en toekomstplannen. Een Fiat Panda is een praktisch en goedkoop vervoermiddel, maar datzelfde geldt voor een Volkswagen UP!, een Daihatsu Cuore of een Kia Picanto. Het is wat mij betreft zelfs denkbaar dat je hard je best doet om hypotheekvrij te worden, terwijl je tegelijkertijd in een cabrio rijdt vanwege het heerlijk vrije gevoel.

Wij zijn als gekken gaan aflossen om onze aflossingsvrije gedeelte naar nul te krijgen, maar we hadden in plaats daarvan ook extra premie in kunnen leggen op onze spaarhypotheek tegen 6,9% rente. Nog slimmer was het geweest als we niet 20.000 euro hadden overgemaakt naar onze hypotheekverstrekker, maar voor dat bedrag aandelen hadden gekocht van diezelfde verzekeraar. Op die manier hadden we, na een paar jaar wachten, met een inleg van 20.000 euro maar liefst 60.000 euro kunnen aflossen...

woensdag 13 december 2017

In 2018 ben ik alweer 10 jaar aan het aflossen

Begin volgend jaar geef ik in de bibliotheek van Kerkrade een lezing over mijn boek Hypotheekvrij! Hoewel ik de laatste tijd vooral gevraagd wordt om te komen spreken over eerder stoppen met werken, beschouw ik dit als een mooie gelegenheid om de balans op te maken. In 2018 is het namelijk precies tien jaar geleden dat ik het besluit nam om versneld te gaan aflossen op onze hypotheek. Sindsdien is er heel veel veranderd, niet alleen in mijn persoonlijke leven maar ook als het gaat om wetgeving en de manier waarop we als maatschappij aankijken tegen zaken als schulden en overwaarde. Strikt genomen moet ik nog tot 1 november wachten op het tienjarige jubileum, maar toch schrik ik er bijna van hoe snel de tijd verstrijkt.


Natuurlijk ben ik niet de eerste die vaststelt dat de tijd vliegt, zeker niet wanneer je al aan de tweede helft van je leven bent begonnen. Als schrijver heb je dan tenminste nog het voordeel dat je een tastbaar bewijs overhoudt aan het feit dat er alweer 12 maanden zijn verstreken. Wat dat betreft vormen de boeken in mijn  kast een soort tijdlijn, met aan elke titel een jaartal gekoppeld en een achterliggend verhaal. Tussen Het Mysterie van Montalcino (2008) en Hypotheekvrij! (2012) zit bijvoorbeeld een opvallend gat van vier jaar, terwijl er sinds 2012 met de regelmaat van de klok precies elk jaar een nieuw boek verscheen.

Zo is 2008 het jaar waarin ik mijn laatste thriller publiceerde, maar ook het moment waarop ik mijn allereerste extra aflossing deed. De kredietcrisis had me wakker geschud en een dreigende reorganisatie op mijn werk deed me beseffen dat ik mijn pensioendatum niet zou gaan halen in loondienst. Eigenlijk had ik vanaf dat moment maar één doel: korte metten maken met de aflossingsvrije hypotheek voordat ik mijn baan als journalist zou verliezen. Je kunt ook zeggen dat ik wilde voorkomen dat ik op straat zou komen te staan als ik op straat zou komen te staan. Dat verklaart waarom ik ben gaan aflossen 'alsof mijn leven ervan afhing': omdat dat in zekere zin ook zo was.


Trouwe lezers van mijn boeken weten dat ik het aflossingsvrije deel van de hypotheek (ongeveer 80.000 euro) precies wist weg te werken toen het tijdschrift waar ik voor werkte uit de markt werd gehaald en ik boventallig was geworden. Ik had inmiddels zelfs al helemaal hypotheekvrij kunnen zijn, als we tussendoor niet een stuk weiland achter ons huis hadden gekocht dat precies net zoveel moest kosten als het laatste stukje spaarhypotheek. In Leven van de lucht beschrijf ik hoe ik de looptijd van die lening met vijf jaar heb ingekort, zodat we met ingang van maart 2020 (dus al over iets meer dan twee jaar) niet alleen een hypotheekvrije achtertuin van ruim 500 m2 bezitten maar echt van alles af zijn.

De precieze details bewaar ik voor de bezoekers van mijn lezing in Kerkrade, maar het is geen geheim dat ik een aflospauze had ingelast op het moment dat Hypotheekvrij! vijf jaar geleden verscheen. In plaats daarvan zijn we gaan sparen met hetzelfde fanatisme waarmee we eerder korte metten maakten met het aflossingsvrije deel van de hypotheek, met als gevolg dat we al snel meer op de bank hadden staan dan we de bank schuldig waren. Wel heb ik vorig jaar nog een extra premiestorting van 6500 euro gedaan in bovengenoemde spaarhypotheek (tegen 6,9% rente, waarmee dat bedrag bijna 140 keer zoveel rendement oplevert als op een gewone spaarrekening).


Gisteren werd ik nog eens geconfronteerd met het feit dat de tijd vliegt, toen ik via Marktplaats een live-cd bestelde van John Lee Hooker bij iemand die mijn naam herkende. Hij bleek mijn boek over Meneer Melchior te hebben gelezen en dacht dat dat 'een jaar of vijftien geleden moest zijn geweest'. Dat leek me nogal een rare misrekening, tot ik besefte dat dat jeugdboek uit 2004 stamt en dus inderdaad alweer bijna veertien jaar oud is. Aan het bedrag dat resteert in het potje waaruit ik mezelf een 'basisinkomen' uitkeer, kan ik ook in één oogopslag aflezen hoe lang dat experiment aan de gang is. Van de oorspronkelijke 60.000 euro resteert nog 40.000, zodat ik inmiddels alweer twintig maanden leef van de lucht.

Natuurlijk kun je er ook op een heel andere manier naar kijken en bovenstaande verhaal aangrijpen om te onderstrepen dat het helemaal niet erg is om een tijdje op je tanden te bijten en de broekriem aan te halen. Wie tien jaar lang het maximaal toegestane boetevrije bedrag aflost op zijn hypotheek (meestal is dat 10%, maar soms ook meer) is na precies tien jaar van zijn hypotheek af. Dat lijkt lang, maar ik heb aan den lijve ondervonden hoe snel die periode voorbij gaat. Het aardige is dat je daar vervolgens nog de rest van je leven op alle mogelijke manieren van profiteert en zelfs nog éxtra als je je hypotheekvrije huis (en het compleet andere uitgavenpatroon waar je inmiddels aan gewend bent) gebruikt om minder te gaan werken of zelfs helemaal te stoppen.

maandag 7 mei 2018

Over een kleine twee jaar hebben we twéé hypotheekvrije huizen

Op 1 maart 2020 bereiken we - precies acht jaar na het verschijnen van het boek Hypotheekvrij! - een belangrijke mijlpaal. Vanaf dat datum ben ik niet alleen van mijn woningschuld af, maar mag ik me ook de bezitter noemen van twee hypotheekvrije huizen. In mijn laatste boek (Leven van de lucht uit 2017) besteed ik een heel hoofdstuk aan dat onderwerp, maar bij het schrijven van Hypotheekvrij! besloot ik ons vakantiehuis in Overijssel buiten beschouwing te laten. Persoonlijk denk ik dat er niet veel verschil is tussen iemand die een huis bezit van 3 ton en iemand anders die in een huis woont van 2 ton en daarnaast een vakantiehuis heeft van 1 ton, maar de gevoelswaarde is volstrekt anders. Gek eigenlijk, want met een hypotheekschuld van 160.000 euro had ik óók vier pandjes in Rotterdam-Zuid kunnen bezitten.


Eigenlijk is dit dus gewoon weer het zoveelste bewijs voor de stelling dat het nogal wat uitmaakt welke keuzes je als mens maakt. Toen we in 1987 ons eerste huis kochten, had dat gemakkelijk het eerste exemplaar kunnen zijn in een lange reeks waarbij je steeds iets mooier en groter gaat wonen. Het begrip 'wooncarrière' was toen nog in zwang en hield in het meest extreme geval in dat je begon in een appartement en eindigde in een vrijstaand huis. Zo groeide je woning mee met je inkomen en je gezinsgrootte en had je het prettige gevoel steeds een stapje hoger te komen op de zogeheten 'property ladder'.

Omdat wij meteen al in een (bescheiden) vrijstaand huis trokken, ontbrak de behoefte om te verhuizen. Er waren wel mensen die veronderstelden dat we bij de komst van ons tweede kind zouden verkassen, maar dat vond ik maar een onzinnige reden aangezien er ooit een gezin met elf kinderen in datzelfde huis had gewoond terwijl het toen nog een stuk kleiner was. Toch begon het op een gegeven moment te kriebelen, omdat je als mens ook wel eens iets anders wil, iets nieuws of gewoon iets avontuurlijks en verrassends. Zo kwam het dat we in de jaren negentig een vakantiehuisje kochten in Overijssel en in 2006 nog eens eentje in Taubenheim in Duitsland.


Inmiddels weet ik als geen ander dat je niet twee keer zo gelukkig wordt van twee huizen en zéker niet drie keer zo gelukkig wanneer je je onroerendgoedportefeuille nog verder uitbreidt. In Hypotheekvrij! vertel ik openhartig hoe dat huisje in Duitsland een omslagpunt markeert. Je kunt ook zeggen dat de grote ontnuchtering in ons geval al twee jaar voor het uitbreken van de kredietcrisis een feit was. Ik vond het grappig dat bij elk nieuw perceel de hoeveelheid eigen grond precies verdubbelde (van 500 vierkante meter in Overijssel tot 1000 vierkante meter in Duitsland), maar tegelijk ontdekte ik op proefondervindelijke wijze dat het waanzin is om steeds maar meer te willen. Je kunt ook zeggen dat ik op zoek was naar een ingewikkelde oplossing voor een in wezen simpel probleem.

Toen de kredietcrisis in oktober 2008 uitbrak, wist ik niet hoe snel ik naar een makelaar moest bellen om ook ons Nederlandse vakantiehuis in de etalage te hangen. Ik herinner me nog goed hoe blij het meisje aan de andere kant van de lijn klonk toen ze opnam en hoe teleurgesteld ze even later was toen bleek dat ik de zoveelste beller was die in paniek besloten had zijn bezittingen te dumpen. Als we het toen daadwerkelijk hadden weten te verkopen, had ik het aflossingsvrije deel van onze hypotheek waarschijnlijk in één klap kunnen aflossen. De kans is groot dat ik het boek Hypotheekvrij! dan helemaal niet had geschreven en er zelf ook veel minder van had opgestoken. Nu waren we wel gedwongen om het veel zuiniger aan te doen, de bakens op alle fronten te verzetten en de woningschuld geheel op eigen kracht af te lossen.


Toen ik nog fulltime werkte en elke dag in de file stond, keek ik soms de hele week uit naar dat weekendje in de bossen. Het is wel eens gebeurd dat ik op donderdag na mijn werk richting het noorden reed om in ons huisje te overnachten en op vrijdag heerlijk door de omgeving te fietsen. Een vakantiehuis neemt echter een heel andere plaats in je leven in als je met deeltijdpensioen bent, nooit meer de wekker hoeft te zetten en voor je gevoel toch al elke dag vakantie hebt. We hebben het jaren geleden al uit de verkoop gehaald, maar verhuren het nu voor langere tijd aan mensen die in scheiding liggen of hun huis verkocht hebben en wachten op de oplevering van hun nieuwe woning. Gevolg is dat mijn vrouw er 2,5 jaar geleden voor het laatst was geweest en ik er zelf ook alleen nog maar met een zakelijke blik naar keek.

Dat veranderde als bij toverslag toen we er eind vorige week even waren om de nieuwe meubels te plaatsen. Na twee decennia was de boel nodig aan vervanging toe, zodat we op de keuken na het hele woongedeelte hebben opgefrist. Met wat heen en weer schuiven kwamen we uit op bovenstaande indeling en keek ik opeens met heel andere ogen naar ons eigen huisje. Mede door het stralend mooie weer kon ik me goed voorstellen hoe we hier in de nabije toekomst een deel van het jaar zouden kunnen gaan wonen, zeker als mijn vrouw óók helemaal met werken was gestopt. Zo kan het dus gaan in een mensenleven: eerst zit je te bibberen omdat je je baan dreigt kwijt te raken en te bidden dat iemand je van deze zware last verlost, even later ben je reuzeblij dat destijds niemand heeft toegehapt en je er zelf straks misschien nog jarenlang van kunt genieten.

dinsdag 6 september 2016

Kijk uit dat je geen krapitalist wordt...

Afgelopen zaterdag schreef Erica Verdegaal in haar column in het FD over wat zij de "eigenwoningparadox" noemt. In steeds meer huishoudens zit het vermogen namelijk muurvast in het afgeloste koophuis, terwijl je die overwaarde graag zou willen benutten voor een wereldreis of een camper. Nu aflossen min of meer verplicht is, zal dat probleem zich steeds vaker voordoen, al zou ik het zelf geen probleem willen noemen maar eerder een kwestie van slechte financiële planning.


Natuurlijk waren er meteen een paar mensen die na lezing van haar column de aflosgoeroe uit Ridderkerk op het matje riepen. Want wat moet je nou na al dat fanatieke aflossen met een hypotheekvrij huis waarin je geld "muurvast" zit? Een eigen woning die ook echt van jezelf is, telt in de statistieken weliswaar mee als vermogen, maar je kunt dus tegelijk steenrijk en straatarm zijn. Zelf heb ik al eens aangegeven dat je met een hypotheekvrij huis van een kwart miljoen nog geen moorkop bij de banketbakker kunt kopen.

Aflossen doe je dan ook niet om rijk te worden (of jezelf rijk te rekenen), maar vanwege de lage woonlasten en het lagere risico bij ontslag. Over iets meer dan drie jaar dalen onze woonlasten in één klap naar nul en hebben we maandelijks in één klap 500 euro meer te besteden. Je kunt ook zeggen dat dat we vanaf dat moment elke maand 500 euro minder nodig hebben en zelfs rond zouden kunnen komen met alleen AOW.


In mijn boeken heb ik het heel vaak over woongenot, over het afgeloste huis als een soort basisinkomen, over de vrijheid die een vrijstaand huis met vrij uitzicht biedt, maar slechts zelden over de overwaarde. Natuurlijk kan ik die makkelijk berekenen (namelijk door de WOZ-waarde te verminderen met het nog resterende stukje hypotheek), maar verder zegt het me niks. In zekere zin is die waarde volstrekt virtueel en strikt theoretisch zolang je niet van plan bent je huis te verkopen of de waarde op een andere manier te verzilveren.

Uit eigen ervaring kan ik je ook vertellen dat 60.000 euro spaargeld iets totaal anders is, en ook volstrekt anders aanvoelt, dan een overwaarde van 60.000 euro. Dat die twee totaal verschillende grootheden in sommige statistieken simpelweg bij elkaar opgeteld worden is dan ook misleidend en stompzinnig. In het ergste geval profiteren alleen je nabestaanden van die overwaarde, dus je moet terughoudend zijn om mensen die na dertig jaar alles braaf hebben afgelost "rijk" te noemen. Rijk ben je met een kwart miljoen op de bank, niet met een hypotheekvrij rijtjeshuis van 250.000 euro.


Verdegaal noemt mensen van wie al het vermogen in stenen zit "krapitalisten": je bezit een papieren vermogen, maar zit tegelijk krap bij kas en kunt die wereldreis verder wel vergeten. Wie mijn boek(en) aandachtig heeft gelezen, weet ook dat ik mensen niet aanspoor om als een blinde te gaan aflossen. Ergens schrijf ik zelfs dat je iets helemaal verkeerd heb gedaan, wanneer je aan het einde van de rit in een hypotheekvrij huis woont zonder je je hebt gezorgd voor voldoende spaarsaldo. Je kunt in dat geval beter een hypotheek hebben van 100.000 euro, terwijl je tegelijk een ton op de bank hebt staan. Als belegger stop je ook niet al je geld in één aandeel, maar probeer je je risico's zoveel mogelijk te spreiden.

Huiseigenaren die na dertig jaar eindelijk van hun hypotheek af zijn, maar ondertussen geen cent opzij hebben gezet en alleen maar hebben afgelost, zijn bijna net zo onverstandig als mensen die op hun pensioendatum nog steeds een aflossingsvrije tophypotheek van 3,5 ton achter zich aanslepen. Soms kom je buiten je schuld in zo'n situatie terecht en kun je het aan de omstandigheden wijten, maar je moet natuurlijk nooit zo dom zijn om zonnepanelen op je dak laten plaatsen terwijl er op de oprit nog een Hummer staat die 1 op 5 rijdt.

maandag 5 december 2016

Hoe bezwaarlijk is het als je geld "in stenen zit"?

In mijn boek Hypotheekvrij! som ik alle nadelen op van het (versneld) aflossen van je hypotheek, hoewel dat bij nader inzien zo blijkt mee te vallen dat je het beter kunt hebben over "nadelen". Over het maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek hoor je de laatste tijd immers niet veel mensen meer, terwijl je er ook geen rekenmachine bij hoeft te pakken om te weten dat aflossen bij een hypotheekrente van 5% meer oplevert dan sparen tegen 0,3%. Toch wordt nog wel eens gezegd dat het een probleem is wanneer al je geld "in stenen zit". Op papier bezit je 3,5 ton aan overwaarde, terwijl je daar nog geen kop koffie van kunt kopen. Dat is waar, maar hoe problematisch is dat precies?


Dat is geen onzinnige of theoretische vraag, want in theorie is het mogelijk dat je in een hypotheekvrij huis woont met een WOZ-waarde van een half miljoen, terwijl je bijna geen spaargeld hebt en rond moet zien te komen met alleen AOW. Dat is geen wenselijke situatie, die je om die reden ook moet zien te vermijden. Aflossen (als in: extra aflossen) doe je met spaargeld dat je over hebt, niet met het reservepotje dat bedoeld is voor een nieuwe verwarmingsketel en andere onvoorziene uitgaven. Zelf adviseer ik altijd om eerst een spaarpotje aan te leggen van 20.000 euro (of een hoger of lager bedrag waar je je prettig bij voelt) voordat je je eerste extra aflossing doet.

In het ideale geval ben je aan het sparen en aflossen tegelijk, zodat van elk tientje vijf euro in de hypotheek verdwijnt en die andere vijf naar het spaarvarken of beleggingspotje wordt doorgesluisd. Op die manier heb je aan het einde van de rit én een afgelost huis én een aardige buffer, zodat je in dubbel opzicht je keuzevrijheid vergroot. Je kunt echter ook denken aan een compleet ander scenario, waarbij je je hypotheekvrije huis van een half miljoen verkoopt en naar een huis verhuist dat slechts de helft kost (en je die andere helft lekker in je eigen zak steekt).

Naar dit "probleem" kun je echter ook op een heel andere manier kijken. Want laten we niet vergeten wat een hypotheek eigenlijk is: het is een lening die het mogelijk maakt om nu al een huis te kopen , terwijl je het geld dat daarvoor nodig is nog moet gaan verdienen. Het is logisch (en sinds 1 januari 2013 ook min of meer verplicht) om die lening in maximaal dertig jaar terug te betalen, zodat je schuldenvrij bent. In die zin verschilt het niet van een doorlopend krediet of een auto die met geleend geld is betaald, alleen liggen de rentepercentages lager. Niemand zegt ooit dat zijn geld in blik zit, als hij de laatste maandelijkse betaling voor zijn auto heeft gedaan.

Daarbij komt dat je eigenlijk niet naar de waarde van je huis zou moeten kijken, behalve als het gaat om de toegevoegde waarde. In de jaren negentig hebben we ons gek laten maken (en hebberig en overmoedig) met het begrip "overwaarde", terwijl we nu heel tobberig doen over huizen die ondanks het herstel op de woningmarkt nog steeds onder water staan. Mijn advies is altijd om niet naar de (theoretische) waarde van je huis te kijken, zolang je niet van plan bent te verhuizen en de maandelijkse betalingen geen probleem vormen. Het gaat niet om woningwaarde, maar om woongenot en woonplezier.


Het is dus waar dat je "geld in stenen zit" en het klopt ook dat je huis een bepaalde waarde vertegenwoordigt waar je niet zomaar bij kunt zonder de boel te verkopen of een opeethypotheek af te sluiten. Tegelijk moet je niet vergeten dat een afgelost huis een vast maandelijks rendement oplevert, simpelweg omdat je maandlasten wegvallen. Wie in een hypotheekvrij huis woont van 3 ton naast een buurman die 700 euro per maand aan huur kwijt is, maakt elke maand winst en hoeft elke maand 700 euro minder te verdienen. Je kunt ook zeggen dat je elk jaar 5% rendement maakt wanneer je een hypotheek aflost met een rente die je ooit voor twintig jaar had vastgelegd op 5%.

Ik heb een hypotheekvrij huis wel eens vergeleken met een onvoorwaardelijk basisinkomen van 700 euro per maand (waarbij je die 700 euro kunt vervangen door het bedrag dat jij nu kwijt bent aan woonlasten). Je kunt er ook anders kijken en elke maand weer genieten van het feit dat voortaan iemand anders jouw woonlasten voor zijn rekening neemt. Nog simpeler is het om helemaal niet meer aan geld te denken en gewoon lekker te gaan genieten. Ik heb een huis vol boeken en cd's zonder dat ik ooit de moeite neem om uit te rekenen hoeveel het er precies zijn of hoeveel ze me in totaal nou eigenlijk hebben gekost.

woensdag 7 december 2016

Versneld aflossen maakt je niet immuun voor tegenslag

Wie (versneld) zijn huis aflost en uiteindelijk helemaal hypotheekvrij is, hoeft niet zo snel meer bang te zijn voor dwangbevelen, betalingsachterstanden en executieverkopen. Tegelijk is het geen garantie voor een geheel zorgeloos bestaan, zoals al die mensen met een eigen woning kunnen bevestigen die aankloppen bij de gemeente voor bijstand. Dat benadruk ik in mijn boeken dus ook: zelfs als je hypotheekvrij bent, ben je niet gevrijwaard van lastige hobbels, tegenslagen of onoverkomelijke problemen. Anders gezegd: zelfs als je braaf 30 rijdt op een voorrangsweg kan er altijd iemand zijn die even niet oplet.


Bovenstaande foto is afgelopen vrijdag gemaakt in het dorp waar wij wonen, vlak nadat een mevrouw in een Ford zonder uit te kijken van een afrit reed en de auto van mijn vrouw vol in de flank raakte. En dat nét anderhalve maand nadat ze haar Suzuki Swift uit 2001 had ingeruild voor een iets minder oud exemplaar. De mevrouw in kwestie erkende ruiterlijk dat het haar schuld was, maar toch leverde het voorval ergernis op, plus het nodige papierwerk en tijdrovend gedoe. Zo zie je maar dat een ongeluk niet alleen in een klein hoekje zit, maar ook om de hoek komt kijken bij mensen die Spartaans leven en braaf sparen ;-)

Daarom herhaal ik het nog maar eens: een hypotheekvrij huis is geen vrijwaringsbewijs. Als ik op Facebook lees dat fanatiek aflossende lezers van mijn boeken onverwacht getroffen worden door een levensbedreigende ziekte, sta ik met een mond vol tanden. Zelf heb ik ooit een hypotheek afgesloten op basis van een levensverzekering die tot uitkering komt in februari 2017 zonder dat ik ooit serieus rekening heb gehouden met de mogelijkheid dat ik tussentijds het leven zou laten. Als mens gok je op een goede afloop en tussendoor probeer je alles zo goed mogelijk te doen (of om de boel weer recht te breien als je iets doms hebt gedaan).


In die zin is die mevrouw in die C-Max symbolisch voor het duveltje dat elk moment uit het doosje tevoorschijn kan komen. Of de pechvogel die op je schouder landt en daar even een kwakje achterlaat voordat hij weer verder klapwiekt op zoek naar zijn volgende slachtoffer. Met een hypotheekvrij huis sluit je bepaalde risico's uit, maar het maakt je niet immuun voor andere kwalen. Zo ben ik bijvoorbeeld ook mijn baan kwijtgeraakt en heb ik een pensioengat opgelopen van 17 jaar. Bij alles geldt: je krabbelt op, maakt er het beste van of legt je erbij neer. Of je zwijgt, omdat woorden tekort schieten.

Tegelijk komen wij nu op een leeftijd waarop je wordt afgerekend voor fouten uit het verleden. De pechvogel uit de vorige alinea, zoekt vaak lukraak zijn slachtoffers uit maar heeft in zijn binnenzak ook een lijst met namen. Daar staan mensen op die elke dag een fles wijn leegdrinken. Die nooit sporten, twintig kilo te zwaar zijn en alleen fastfood eten. Die twee pakjes per dag roken. Die op één avond meer biertjes achterover slaan dan een ander mens in zijn hele leven. Die ooit een aflossingsvrije hypotheek hebben afgesloten en nooit iets hebben afgelost. Die met een gezinsinkomen van drie tot vier keer modaal al hun geld er doorheen hebben gejaagd.


Je hoort of leest weinig over dit onderwerp, maar zelf zie ik het steeds vaker om me heen: leeftijdgenoten die gezondheidsproblemen krijgen of in financiële problemen komen doordat ze jarenlang hun lichaam hebben verwaarloosd of zich niet in hun geldzaken hebben verdiept. Dat kan heel lang goed gaan, maar op een dag krijg je de rekening gepresenteerd. Als het om geldzaken gaat kun je dat heel letterlijk nemen, maar het oorzakelijke verband gaat ook op als het om je lichaam gaat (dat niet voor niets wel eens een "tempel" wordt genoemd). Wat ik bedoel is: je kunt straffeloos dertig jaar lang ongezond eten tot je 54 bent en daarvoor opeens wordt afgestraft.

Dat is meteen ook alles wat ik over dit onderwerp wil zeggen: dat ik nu merk - dus gewoon feitelijk constateer - dat wij op een leeftijd komen waarop gedrag uit het verleden je langzaam begint in te halen. Ik huiver bij het idee (zoals in Engeland nu gebeurt) om rokende of te dikke mensen langer op een wachtlijst te laten staan, maar dring er bij mijn lezers op aan om niet alleen braaf te sparen maar ook om zichzelf een beetje te sparen. En dan nog is het een kwestie van geluk hebben, van genen, van toeval, van het lot en van de omstandigheden, want er zullen altijd mensen blijven die longkanker krijgen zonder dat ze één sigaret hebben gerookt.