Zoeken

maandag 14 augustus 2017

Hoe lang kun je als mens ongestraft roofbouw blijven plegen?

Het interessantste verhaal dat ik afgelopen weekend in de krant las, was een interview met Bas Hoogland in De Telegraaf. Ik weet dat er mensen zijn die met die krant nog niet eens hun billen zouden willen afvegen, maar ik kan wel verklappen dat ik net zo vaak iets interessants uitknip uit de Telegraaf als uit de Volkskrant. Voor een brede blik en een afgewogen oordeel moet je niet alleen buiten je eigen bubbel durven treden maar ook alles lezen wat op je pad komt. Het verhaal van Hoogland laat zien dat je als mens niet ongestraft roofbouw kunt plegen op je eigen lichaam, maar ook dat je op tijd het roer kunt omgooien. Grappig genoeg is hij net zo oud als ik, weegt hij precies net zoveel en heeft hij een vrouw met dezelfde voornaam als die van mij. 


Het interview zal vast en zeker ook wel online te vinden zijn, maar ik ben nog een ouderwetse krantenlezer. Dat is geen principekwestie en heeft meer te maken met het feit dat ik voor mijn 'werk' al vaak genoeg op een scherm zit te turen en daarom liever fysieke boeken lees en een papieren krant in mijn handen houd. Het is niet alleen een andere ervaring, maar ook een andere lichamelijke houding. Bovendien schaam ik me met terugwerkende kracht een beetje voor het blinde enthousiasme waarmee ik destijds de compact disc heb omarmd als ik nu langspeelplaten beluister en me elke keer weer verbaas over het kraakheldere, warme geluid. Het was absoluut een technologische innovatie, maar het werd deels met valse argumenten verkocht.

Hoe dan ook, ik las het interview met Hoogland (die ik natuurlijk al kende en al tijden volg op Twitter) op het moment dat we thuis net een serieus gesprek hadden gehad over een onderwerp dat al onze generatiegenoten aangaat. Tussen je vijftigste en je zestigste loop je het gevaar dat je de gevolgen ondervindt van alle ongezonde (financiële) beslissingen die je eerder in je leven hebt genomen. Je kunt straffeloos dertig jaar lang een pakje per dag roken tot je van de dokter ineens een onherroepelijke diagnose krijgt. Op dezelfde manier kun je er ook voor kiezen om niks te sparen en niets af te lossen tot je je baan kwijt raakt of beseft dat het nog wel érg lang duurt voordat je officieel met pensioen mag.


Let wel, het gaat me daarbij niet om de schuldvraag, want gezondheid is grotendeels een kwestie van genen en geluk. Wat je echter wel duidelijk ziet, is dat je op deze leeftijd wordt afgerekend op verkeerde beslissingen die je in het verleden hebt gemaakt en de rekening krijgt gepresenteerd voor oude gewoonten en ongezond gedrag. In Hypotheekvrij! schreef ik al dat aflossen van alles te maken heeft met afvallen, maar het verband gaat nog veel verder. Het is niet voor niets dat gesproken wordt over een 'gezonde financiële huishouding'. Omgekeerd heb ik ook nadrukkelijk geschreven dat een hypotheekvrij huis geen garantie biedt voor een onbezorgd leven, want het betekent alleen maar dat je goedkoop woont en niet snel je huis meer kunt worden uitgezet.

Voor Bas Hoogland kwam de ommekeer toen hij een paar jaar geleden getroffen werd door een hartaanval, gedotterd moest worden en de diagnose diabetes kreeg. Hij besloot zijn drukke baan op te zeggen, viel bijna vijfentwintig kilo af en runt nu op zijn 56ste een B&B op een idyllische plek in Zuid-Limburg. Wat mij betreft valt dat ruimschoots binnen de definitie van een "plakbandpensioen", waarmee maar weer eens is aangetoond dat je dat begrip zo ruim kunt nemen als je zelf wil. Hoogland gooide op tijd het roer om, maar nog beter is het natuurlijk om de bakens te verzetten op het moment dat je nog helemaal gezond bent. Zelf had ik op het laatst bijna een burn-out en daar herstel je nooit meer volledig van.


Stress ken ik niet meer want mijn agenda is heerlijk leeg, al geef ik zelf de voorkeur aan de grap dat ik mijn leven tegenwoordig laat regeren door de bioscoopagenda. Op dinsdag zit ik meestal al te puzzelen naar welke film ik vrijdag zal gaan en steeds vaker besluit ik om er meteen maar drie achter elkaar te gaan zien. Groter kan het contrast met een gewone werkdag niet zijn, want ik ken niemand die liever van 9 tot 5 op kantoor zit dan van kwart over 10 tot kwart over 4 in de bioscoop. Bovenstaand schema zorgde overigens nog wel voor enige haast, want ik moest met 25 km/u door Rotterdam sjezen om op tijd te zijn voor de tweede film en zat letterlijk één minuut voor aanvangstijd hijgend in de zaal.

Pas vanmorgen besefte ik dat je de vergelijking die ik hierboven maak nog veel breder kunt trekken en dat is geen prettige gedachte. Net zolang je als mens decennia lang elke dag een fles wijn kunt leegdrinken tot je opeens de rekening krijgt gepresenteerd, zo bestaat ook de kans dat we als mensheid alle waarschuwingssignalen blijven negeren die de natuur ons geeft tot we op een dag geconfronteerd worden met de gevolgen van een op hol geslagen broeikaseffect. Zelf denk ik dat het zo zal gaan: dat we stiekem wel weten dat wat we met z'n allen doen niet goed en gezond is, maar pas werkelijk tot inkeer komen als het veel te laat is en we middenin een rampenfilm zitten zonder superhelden en zonder happy end.

maandag 7 augustus 2017

Vakantie is in zekere zin een overdosis nietsdoen

Schreef ik in mijn vorige blog dat ik voor het eerst in jaren weer eens vijf dagen had gekampeerd, ruim een week later was het tijd voor onze échte zomervakantie. Zoals bekend hoeft die in mijn geval maar aan twee criteria te voldoen: niet te duur en niet te ver weg. Het weer is een beetje een risicofactor als je zo redeneert, maar deze keer hadden we geluk. Na een wat wisselvallige eerste week in het Zwarte Woud was het zeven dagen lang zulk lekker weer dat ik elke dag kon beginnen met een goed boek op een ligstoel in de schaduw van een fruitboom. Dat was op zich natuurlijk heerlijk, maar op een gegeven moment snakte ik ernaar om eindelijk weer eens iets nuttigs te gaan doen. Zo blijf ik ambivalente gevoelens koesteren richting het onderwerp "vakantie" en kan ik alleen maar vaststellen dat mijn leven in Nederland veel meer in balans is.


Natuurlijk is het lastig uit te leggen aan mensen die op zaterdagavond thuiskomen en op maandag weer op kantoor verwacht worden, maar stiekem ben ik altijd blij dat ik weer thuis ben. Dat heeft niets te maken met heimwee of een soort vakantiefobie, maar alles met het feit dat vakantie in veel opzichten teveel van het goede biedt. Zo heb ik de afgelopen veertien dagen zoveel achter het stuur gezeten, dat ik me heb voorgenomen om de komende twee weken geen meter meer auto te rijden en alles met de fiets te doen.

Gek genoeg moet ik tot vervelens toe aan mensen uitleggen waarom ik er niet meer over peins om ooit nog 1400 kilometer naar Toscane te rijden, zelfs niet als ik de heenreis in drie behapbare stukken zou hakken. Ik vond ons appartement in het Zwarte Woud al ver genoeg en weet bij voorbaat dat ik niet twee keer zoveel ga genieten van mijn vakantie als ik twee keer zo ver rijd. Bovendien schrik ik een beetje terug van de bijna Afrikaanse temperaturen in dat deel van Europa, want ik gedij beter bij 23 graden dan bij de 41 graden die onlangs in Rome werden gemeten.


Natuurlijk is het ook mooi in Umbrië, in Kroatië of in de Auvergne, maar ik was oprecht verrast door de schoonheid van het landschap in het Zwarte Woud. Bij beide appartementen hadden we een prachtig uitzicht vanaf onze ligstoel en op het tweede adres was het zelfs zo rustig dat je 's nachts door het open raam geen enkel geluid hoorde.We bezochten een paar musea (waaronder het Phonomusem in St. Georgen dat geheel gewijd is aan de historie van de platenspeler), gingen geregeld naar het zwembad, hebben lange wandeltochten gemaakt en door schilderachtige stadjes geslenterd.

Tussendoor had ik tijd genoeg om zoveel boeken te lezen dat ik zelfs voortijdig door mijn voorraad heen was en een greep moest doen in het stapeltje Engelse boeken dat mijn oudste zoon voor de gelegenheid had meegenomen. Zo las ik The Sense of an Ending van Julian Barnes (terwijl ik nog steeds de gelijknamige film niet heb gezien) en begon ik op de laatste dag in Paper Towns van John Green, hoewel ik dat niet heb uitgelezen en inmiddels heb omgeruild voor het huiveringwekkende Room van Emma Donoghue.


Voor een leesmonster als ik is het natuurlijk heerlijk om gemiddeld één boek te lezen per anderhalve dag, maar toch ligt verzadiging op de loer. Na veertien dagen moest ik vaststellen dat vakantie vooral een overdosis is: van nietsdoen, van kilometers achter het stuur, van boeken lezen, van pizza's in een restaurant en van lekker broodjes bij de koffie. Dat klinkt natuurlijk niet echt als een straf (en dat is het ook niet), maar ik voelde me na afloop toch een beetje een badmeester die tijdens zijn all-in vakantie de hele dag naast het zwembad heeft gelegen. Anders gezegd: mijn leven is de laatste jaren zó in balans, dat de balans in de vakantie juist een beetje zoek is.

Na twee weken wilde ik dus maar wat graag weer eens iets nuttigs doen (al is het maar de dakrand verven of de hordeur repareren), terwijl ik ook wel weer eens naar de bioscoop wilde of lekker een eind wilde fietsen. Toen ik nog in loondienst was, snakte ik naar rust en was ik maar wat graag bereid om daarvoor vijftien uur achter elkaar achter het stuur te kruipen. Tegenwoordig pak ik op de laatste dag van de vakantie fluitend mijn koffer in om thuis weer de draad om te pakken en troost ik me met de gedachte dat de eerstvolgende buitenlandse reis nog minsten negen maanden op zich laat wachten.