Zoeken

zaterdag 23 september 2017

In je eentje de hypotheek aflossen in een eenzame bezigheid

Een paar dagen geleden had ik het plan opgevat om een blog te wijden aan een onderwerp dat op het eerste oog wat off-topic is: eenzaamheid. Ik ga de laatste tijd weliswaar regelmatig in mijn eentje naar de bioscoop, maar dat bevalt me prima en heeft bitter weinig te maken met de existentiële leegte en het isolement waarvoor aandacht wordt gevraagd in de Week tegen Eenzaamheid die afgelopen donderdag van start ging. Eerlijk gezegd wist ik ook niet zo goed waar mijn blog over zou gaan, laat staan waar het verhaal héén zou gaan, tot er afgelopen donderdag een man naast me kwam fietsen op de Erasmusbrug die me ongevraagd zijn levensverhaal vertelde.


Aanleiding om iets met dit onderwerp te doen, was een mail van een oud-collega die net weer een nieuw boek had voltooid. Hoewel de titel het niet meteen verraadt (het boek heet Liefde voor beginners) heeft auteur Renzo Verwer het regelmatig over dit onderwerp. Ik moet het boek nog lezen, maar het viel me nu al op dat de woorden 'eenzaam' en 'eenzaamheid' steeds weer op de pagina's opduiken. Je kunt eenzaam zijn binnen een relatie - misschien nog wel op een pijnlijker manier dan wanneer je echt alleen bent - maar je kunt je ook ook eenzaam voelen omdat je niets snapt van de liefde of er niet in slaagt een duurzame, exclusieve en emotioneel bevredigende relatie op te bouwen met iemand anders (en dat is meestal iemand van het andere geslacht).

Eenzaamheid is een beetje een taboe, want niemand geeft graag toe dat hij zich wel eens zo voelt en zal eerder vluchten in drank, drugs en vluchtige contacten dan ermee te koop te lopen. Het is niet zo moeilijk om je in deze seculiere, snelle maatschappij een tikje verloren te voelen, zeker niet als maatschappelijk succes uitblijft en de liefde zich nog niet heeft aangediend. Als kersverse student van 18 in een vreemde stad voelde ik me eenzaam, maar datzelfde gevoel trof me toen ik onlangs tot drie maal toe een bioscoopkaartje kocht met mijn Cinevillepas en de jonge vrouw achter de kassa ook die derde keer geen blijk van herkenning gaf. Wie ouder wordt, heeft het gevoel dat hij langzaam opschuift naar de marges van de maatschappij tot hij op het laatst zo goed als onzichtbaar wordt.

.
Eenzaam is ook: de enige in je omgeving zijn die versneld aan het aflossen is, zodat je overal voor gek versleten wordt en je zoveel kritische vragen krijgt dat je naar een verjaardag beter een advocaat kunt meenemen dan een cadeau. Dat is verre van dramatisch natuurlijk, maar het is soms leuker als je een bepaald gevoel met iemand kunt délen in plaats van dat je jezelf alleen maar aan het verdedigen bent. Tegelijk kan ik me geen voorstelling maken van de eenzaamheid die mijn vrouw soms moet voelen nu haar beide ouders zijn overleden en ze ook geen broers of zussen heeft om herinneringen mee op te halen. Aan de mogelijkheid dat zij ooit uit mijn leven verdwijnt wil ik zelfs helemáál niet denken, want we zijn al veel langer samen dan we ooit alleen zijn geweest.

Als ik aan eenzaamheid denk, dan zie ik weer die vrouw voor me in de Duitse stad Triberg waar de hoogste waterval van dat land zich bevindt. Na afloop wandelden we terug naar de trein (als toerist mag je met je Gästekarte gratis gebruik maken van het openbaar vervoer) en toen zag ik in een huis langs de weg een oude vrouw voor het raam zitten. Toen ik mijn hand opstak, zwaaide mijn vrouw ook en gebeurde er in die donkere huiskamer een klein wonder. Niet alleen veerde ze op, haar gezicht lichtte ook even helemaal op. Later heb ik dat aan mijn kinderen verteld om te laten zien hoe je met een gebaar van niks iets kan betekenen in het leven van een ander. Soms is het voor mensen alleen al genoeg om te weten dat ze gezien worden.


En toen reed ik afgelopen donderdag traditiegetrouw naar Rotterdam met het plan om drie films te gaan zien. Ik was de gemeente nog niet uit of er kwam een man naast me fietsen op een e-bike die spontaan een praatje begon. Zo had hij zijn hele leven in het Botlekgebied gewerkt waar hij continudiensten draaide en vaak 's avonds of 's nachts moest werken. Hij reed altijd op zijn fiets naar zijn werk vanuit Heerjansdam tot hij een zware longontsteking kreeg waar hij nooit meer helemaal van was hersteld. En dus reed hij nu op zijn 62ste op zijn gemak op een e-bike naar de Lidl in Rotterdam IJsselmonde waar de appels in de aanbieding waren. Het ritje was te kort om erachter te komen of hij in de ziektewet zat, werkloos was geworden of met een regeling was vertrokken, maar ik wist ook niet dat dit slechts een proloog was voor de ontmoeting op de terugweg toen er opnieuw iemand naast me kwam fietsen die zijn verhaal kwijt wilde.

Nu is het belangrijk om te weten dat dat normaal gesproken nooit gebeurt. Soms is het druk op het fietspad, soms juist opvallend stil, maar het contact blijft doorgaans beperkt tot een kort hoofdknik of een vriendelijk gebaar wanneer je iemand voor laat gaan. Volgens mijn vrouw had het er zeker mee te maken dat ik eindelijk weer eens een lánge broek aan had (en dus ook niet langer de enige was met een Speedo op een strand vol bermuda's). Misschien zie ik er op de fiets ook wel uit als een peddelende pastoor of misschien menen ze in mij niet alleen een leeftijdgenoot te herkennen maar ook een lotgenoot. Iemand van 56 die overdag op de fiets zit, is niet aan het werk en hééft misschien dus ook wel geen werk meer.


Aanleiding voor het gesprek was het plastic tasje van de platenzaak dat ik onder mijn arm geklemd hield (met daarin een tweedehands plaat van Robin Trower en eentje van de Japanse hardrockgitarist Kyoji Yamamoto). Voordat we bovenop de Erasmusbrug waren, wist ik dat hij zelf te weinig inkomen had om nog vaak geluidsdragers te kunnen kopen en ook dat hij een dag eerder naar het concert van Ennio Morricone was geweest in Ahoy'. Zelf zou hij zich nooit een toegangskaartje van 80 euro kunnen veroorloven, maar een goede vriend had er eentje over zodat hij gratis mee kon. Net als die man uit Heerjansdam was hij 62 en zat hij thuis zonder betaalde baan. Hij had dertig jaar gewerkt bij Nationale Nederlanden tot bij hem een autistische stoornis werd ontdekt en hij in de ziektewet belandde.

Door die diagnose vielen heel veel puzzelstukjes op hun plaats en begreep hij opeens waarom hij alles altijd tot in detail wilde weten, waarom hij alles zo letterlijk nam, waarom hij niet tegen kantoorpolitiek kon en tegen oneerlijkheid en ook waarom hij soms ineens kon ontploffen van woede. Hij kreeg een afkoopsom mee van 1,5 ton waar zijn vrouw 50.000 euro van afsnoepte toen ze hem na een lang huwelijk verliet. Nu leefde hij van een uitkering die hij aanvulde met zijn afkoopsom tot hij over een paar jaar zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Hij had cursussen gevolgd om met zijn autisme om te gaan en dat hielp een beetje, maar hij had ook zelfmoordneigingen gehad en was zeven weken opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting.

Op zijn iPhone had hij een foto van een spreuk die hij onderweg op een muur had zien staan en die benadrukte dat je het verleden los moet laten. Ook dat hoort bij zijn aandoening: dat het in je hoofd maar blijft malen en dat je steeds maar weer diezelfde film afspeelt en diezelfde gevoelens doormaakt. Zo was hij voortdurend verwikkeld in een eenzaam gevecht tussen hoe hij in elkaar steekt en hoe je je moet gedragen om in deze maatschappij te kunnen functioneren. Als laatste vroeg ik hem of hij die diagnose eerder in zijn leven had willen horen. Daar moest hij even over nadenken voor hij 'nee' schudde. Nu had hij tenminste een baan gehad, een goed pensioen opgebouwd en was hij lang getrouwd geweest. Zo kun je dus eenzaam zijn en jezelf misschien troosten met het idee dat je dat niet altijd bent geweest.

Natuurlijk waren het volstrekt toevallige ontmoetingen die verder niets te betekenen hebben, maar frappant is wel dat ze plaatsvonden op de dag dat de Week tegen Eenzaamheid van start ging. Was het mijn bestemming om die dag om niet alleen ademloos naar twee viersterrenfilms te kijken, maar ook om een luisterend oor te bieden? Lijk ik op sommige dagen toch meer op een vertrouwenwekkende dominee dan ik zelf denk? Of is het alleen maar logisch dat mannen boven de vijftig die om wat voor reden dan ook buiten het arbeidsproces zijn komen te staan, elkaars gezelschap onbewust opzoeken in de wetenschap dat we misschien niet allemaal even eenzaam zijn maar dat onze levensverhalen altijd wel een beetje op die van elkaar lijken?

maandag 18 september 2017

Wat vindt mijn vrouw eigenlijk van dat hele basisinkomen?

Sinds het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! krijg ik regelmatig de vraag wat mijn vrouw nou eigenlijk van dit alles vindt. Dat is een terechte vraag, want hoewel ze in al mijn boeken een belangrijke rol speelt en inhoudelijk heel veel heeft bijgedragen, krijgen mensen alleen maar mijn kant van het verhaal te horen. Dus kun je je niet alleen afvragen hoe ze die jaren heeft ervaren waarin we extra zuinig leefden om korte metten te maken met de aflossingsvrije hypotheek, maar ook hoe ze aankijkt tegen mijn pleidooi voor een omgekeerde werkweek (of tegen het feit dat haar weekindeling model heeft gestaan voor dat concept). Ook in Leven van de lucht ontkom ik niet aan de vraag welk effect een basisinkomen heeft op de taakverdeling tussen man en vrouw.


Wat de uitkomst daarvan is, laat ik hier in het midden want dit blog dient niet om de inhoud van mijn boeken samen te vatten of na te vertellen. Maar als ik bij een lezing een vraag in die richting krijg (en dat gebeurt standaard), dan geef ik daarop altijd min of meer hetzelfde antwoord. In het kort komt het erop neer dat als mijn vrouw graag nog een keer op wintersport zou willen, ze wat mij betreft zélf die 2400 euro bij elkaar mag verdienen die we daar de laatste keer aan kwijt waren. Dat klinkt misschien onaardig, totdat je het omdraait. Want zou het niet een beetje merkwaardig zijn als ik graag een nieuwe racefiets wil en vervolgens aan mijn vrouw vraag of ze voor dat doel nog eens dertig dagen extra kan gaan invallen op haar school?

In Leven van de lucht besteed ik twee hoofdstukken aan de vraag wat een onvoorwaardelijk basisinkomen van 1000 euro netto per maand voor effect heeft op de M/V-verhoudingen en de taakverdeling in huis. Neem je als huishouden genoegen met een gezamenlijk gezinsinkomen van 2000 euro of besluit je om toch nog iets bij te verdienen zodat je meer te besteden hebt en minder op de kleintjes hoeft te letten? Met een basisinkomen is elke vrouw in één klap economisch zelfstandig, maar je kunt ook niet helemaal uitsluiten dat het in sommige gevallen gebruikt zou gaan worden als een soort aanrechtsubsidie voor thuisblijfmoeders. Dat effect is vooraf niet goed te voorspellen, maar over een één ding kunnen we het denk ik wel eens zijn en dat is dat mannen en vrouwen anno 2017 allebei dezelfde verantwoordelijkheid dragen als het gaat om de hoogte van het gezinsinkomen.


Gek genoeg blijkt dat echter lang niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Zo heb ik een nichtje dat een biomedische opleiding heeft gevolgd, nu aan het promoveren is aan de universiteit en daarna waarschijnlijk kans maakt op een goedbetaalde baan. In hun situatie ligt het voor de hand dat zij later kostwinner wordt, terwijl haar lager opgeleide vriend parttime werkt en de zorg van de kinderen op zich neemt. Dat scenario leek me in hun geval jaren geleden al het meest waarschijnlijk, maar daarin blijk ik tamelijk alleen te staan. Niet alleen staat het traditionele kostwinnersmodel nog als een huis, ik vermoed ook dat de meeste vrouwen met een parttime baan helemaal niet zouden willen ruilen met hun fulltime werkende partner.

Vanuit feministisch oogpunt is dat merkwaardig, want waarom zou je anno 2017 niet de rollen omdraaien? We worden geacht ons leven in te richten op basis van het uitgangspunt dat vrouwen niet alleen gelijk zijn aan mannen, maar ook dat alle verschillen in gedrag en gevoelsleven louter het gevolg zijn van conditionering, opvoeding en seksistische reclamefolders. Niets weerhoudt een moderne jonge vrouw er dus van om een carrière na te jagen omdat ze dat graag wil, meer verdient dan haar partner, beter opgeleid is of wat dan ook. In de praktijk blijkt de felbegeerde keuzevrijheid van vrouwen zich echter te beperken tot de keuze om een paar dagen per week te werken, terwijl de man nog steeds niet veel te kiezen heeft en geacht wordt kostwinner te zijn.


Het Nederlandse anderhalfverdienersmodel is berucht en zorgt bij doorgewinterde feministes voor de nodige irritaties, omdat ze vinden dat een webwinkel nou eenmaal geen carrière is. Zelf denk ik dat vrouwen met een parttime baan over het geheel genomen beter af zijn dan mannen die op hun 22ste afstuderen en vervolgens vijftig jaar lang fulltime moeten werken tot ze eindelijk AOW krijgen. Als bewijs voor die stelling hoef ik maar even terug te blikken naar afgelopen donderdag, toen mijn vrouw inviel op haar eigen school voor een afwezige collega en al om zeven uur 's ochtends naar haar werk vertrok. Zelf stapte ik pas uren later op de fiets richting Rotterdam om in mijn favoriete bioscoop drie films achter elkaar te bekijken: The Beguiled, Mother! en de documentaire Safari.

Je kunt dus opstaan zonder de wekker te zetten, op je gemak twee kranten lezen, drie bioscoopfilms zien, anderhalf uur op de fiets zitten en toch nog eerder thuis zijn dan je eigen vrouw die de hele dag gewerkt heeft. Hoewel ik op de terugweg in een soort moesson terechtkwam en totaal verregend de sleutel in het slot stak, had ik voor geen goud met haar willen ruilen. Wellicht spreekt dat voor zich, maar het laat ook zien dat je bij verhalen over de rol van betaald werk in een mensenleven en de taakverdeling tussen man en vrouw niet moet blijven steken in clichés over salarisverschillen en glazen plafonds. Voor mij voelt die wekelijkse bioscoopdag niet alleen aan als het ultieme spijbelen, maar ook als de volmaakte antithese van een dag op kantoor. Dat kun je op talloze manieren verwoorden, maar deze alinea uit Leven van de lucht vertelt in feite het hele verhaal:

woensdag 13 september 2017

Waarom kocht niet iedereen een huis in 1987?

Gisteren plaatste Ebru Umar een bericht op Twitter waarin ze vermeldt hoeveel het Rotterdamse huis dat ze net heeft gekocht in 1987 kostte. Geen idee wat ze er zelf voor heeft betaald, maar gemeten naar huidige maatstaven is de prijs van toen natuurlijk een lachertje. Diezelfde 17.000 euro (omgerekend een kleine 40.000 gulden) ben je nu al kwijt aan bijkomende kosten. Met terugwerkende kracht kun je dus vaststellen dat koophuizen dertig jaar geleden niet alleen belachelijk goedkoop waren, maar ook een zeer lucratieve investering zijn gebleken. Grote vraag is dus waarom kopers destijds niet over elkaar heen buitelden om een huis in hun bezit te krijgen.


Grappig genoeg kochten wij ons eerste huis in datzelfde jaar, om precies te zijn in februari 1987. Dat weet ik zo goed, omdat ons oudste stukje hypotheek dit jaar na precies dertig jaar afliep en onze maandlasten met nog eens 150 euro bruto per maand daalden zonder dat we daar verder iets voor hoefden te doen. In mijn nieuwste boek probeer ik me tevergeefs het moment voor de geest te halen waarop ik als 25-jarige mijn handtekening zette onder dat koopcontract. Ik was bijna afgestudeerd als planoloog, maar ik wist niks van hypotheken en had er al helemaal geen benul van dat de huizenmarkt zich op een dieptepunt bevond.

Het was toen ook heel ongebruikelijk om al op die leeftijd een huis te kopen. Al onze vrienden en kennissen woonden in een huurhuis en dat was altijd een etagewoning of een appartement. Zelf huurden we op de benedenverdieping van een slecht onderhouden hoekhuis in een niet al te beste buurt in Rotterdam-West. Verhuisplannen hadden we niet en aan een koopwoning dachten we geen seconde. Niet alleen kenden we elkaar nog maar anderhalf jaar, ik had nog niet eens een baan. Mijn vrouw (die toen nog mijn vriendin was) werkte in het basisonderwijs, maar had nog geen vast contract. Banen waren schaars en wie in die crisisjaren afstudeerde liet zich vaak uit arren moede omscholen tot IT 'er.


En toen kwam ineens bovenstaand huisje te koop in de geboorteplaats van mijn vrouw. Het duurde maanden voor ik de knoop durfde door te hakken, niet alleen vanwege de hierboven genoemde factoren maar ook omdat ik tegen het aankoopbedrag aanhikte. Om zeker te weten dat we niet teveel betaalden, lieten we het huis zelfs nog op eigen kosten taxeren door een onpartijdige makelaar. Ook was het in die tijd helemaal niet zo eenvoudig om de financiering rond te krijgen. Hypotheken werden toen nog verstrekt op basis van één inkomen en alle bijkomende kosten dienden uit eigen zak te worden betaald.

De koop kon in ons geval alleen maar doorgaan doordat mijn vrouw voldoende spaargeld had en mijn schoonmoeder ons vijf procent van het aankoopbedrag schonk. Mijn vrouw had inmiddels een vast contract, maar alleen aan premiebetalingen en bruto rente waren we al een derde van haar netto salaris kwijt. De hypotheekrente mag nu dan historisch laag staan (en van dat 'historisch' mag je wat mij betreft ook 'absurd' maken), in die tijd betaalde je voor een rentevaste periode van 20 jaar ongeveer 7%. Dat gold toen trouwens als laag, want rond 1980 werden zelfs hypotheken afgesloten tegen 12% rente of hoger.


Mensen moeten zich ook niet blindstaren op de tuinfoto's die ik af en toe op Twitter plaats, want toen wij het huis kochten stond het op een perceel van 80 vierkante meter. Bijna alle eigen grond die we in bezit hadden, lag dus ónder het huis. Het zou nog een jaar of twintig duren voordat we er een stuk tuin bij konden kopen, zodat we nu beschikken over meer dan 500 vierkante meter grasland. Pas toen ik uitrekende dat ik voor dat stuk grond net zoveel had betaald als destijds voor het hele huis, besefte ik dat we in 1987 de beste aankoop hebben gedaan van ons leven (al kun je natuurlijk precies hetzelfde zeggen over dat veel te dure stuk grond).

Iedereen van mijn leeftijd had dus in een hypotheekvrij huis kunnen wonen dat hij voor een prikje had gekocht. Dat slechts een enkeling dat heeft gedaan komt doordat een huis kopen toen minder vanzelfsprekend was, de hypotheekrente hoger lag, de leennormen veel strenger waren en huizen helemaal niet te boek stonden als goedkoop. Daar komt nog bij dat veel mensen de schrik in de benen hadden door de instorting van de woningmarkt in 1979 die prijsdalingen tot gevolg had van 30% of meer. Het zou nog tot 1995 duren voordat de meeste huizenbezitters die weer klap te boven waren, niet toevallig het moment waarop de huizengekte pas echt begon.

maandag 11 september 2017

Hoeveel geld hebben ándere columnisten eigenlijk op de bank staan?

Hij verschijnt vandaag pas officieel, maar trouwe lezers die hem hadden voorbesteld zullen Leven van de lucht al in huis hebben (en hebben hem misschien zelfs alweer uit!). De eerste journalist die me afgelopen donderdag thuis kwam interviewen, stelde vast dat dit misschien wel mijn meest persoonlijke boek tot nu toe is. Zelf beschouw ik het gewoon als het zesde seizoen van onze eigen realitysoap richting een hypotheekvrij leven, maar hij heeft wel een punt. Voor het eerst geef ik namelijk een inkijkje in onze financiën door een jaar lang nauwgezet bij te houden hoeveel geld er elke maand binnenkomt en hoeveel daarvan wordt uitgegeven en gespaard.


Dat was vanaf dag één (en dan heb ik het over 1 mei 2016) namelijk de insteek. Met mijn experiment wilde ik ervaren wat een basisinkomen met je doet en wat je vervolgens allemaal gaat doen. Anders gezegd: zou een dergelijk systeem kunnen werken en ga je dan nog wel werken? Het antwoord daarop kun je niet los zien van de vraag of je als gezin met twee thuiswonende kinderen in principe genoeg zou hebben aan twee bij elkaar opgetelde basisinkomens. Ik ken iemand die als kostwinner ongeveer 2000 euro netto verdient, terwijl hij dat bedrag bij een dergelijk systeem elke maand gratis zou krijgen van de overheid.

Om te zien wat het psychologische effect is van een basisinkomen, keer ik mezelf vijf jaar lang elke maand 1000 euro per maand uit van mijn eigen spaargeld. Omdat mijn vrouw met haar parttime baan net iets meer dan duizend euro verdient, konden we precies zien hoe ver je komt met een gezinsinkomen van ruim 2000 euro. Heb je daar genoeg aan, en neem je daar genoegen mee, of ga je - al dan niet spelenderwijs - toch nog iets bijverdienen? Om dat vast te kunnen stellen ontkwam ik er niet aan om na afloop van elke maand een rekensommetje te maken en privé-informatie prijs te geven die de meeste mensen liever voor zich houden.


Vooraf weet je al dat mensen daar van alles van gaan vinden, al was het maar omdat ik niet precies vermeld waaráán we ons geld hebben uitgegeven. Dat is een interessante reflex: als je in je boeken openheid van zaken geeft, zijn er altijd mensen die mopperen dat je nog steeds niet alles hebt verteld. Omgekeerd moet ik bij vrijwel al onze vrienden en familieleden ráden naar de hoogte van hun gezinsinkomen, de tussenstand van hun hypotheek en de hoeveelheid geld die ze op de bank hebben staan. Meestal kun je wel een aardige inschatting maken, maar het zijn geen zaken die op een verjaardag ooit ter sprake komen.

Na zes boeken ben ik zelf de schaamte wel voorbij, maar het blijft een taboe om op dit vlak zomaar openheid van zaken te geven. Bovenstaand rekenvoorbeeld laat in elk geval zien dat we vorig jaar in de maand augustus niet genoeg hadden aan 2000 euro netto (al was het maar omdat we op vakantie waren) én ik niet helemaal heb stilgezeten maar 625 euro omzet heb gemaakt. Voor de rest mag ieder het zijne ervan vinden, want er zijn genoeg huishoudens die het elke maand met (veel) minder moeten zien te rooien terwijl er ook zat tweeverdieners zullen zijn waarvan één partner in zijn of haar eentje al meer verdient. Het enige objectieve wat ik erover kan zeggen is dat 2000 euro netto  ongeveer de armoedegrens is voor een gezin met twee kinderen én dat een gemiddeld huishouden maandelijks 2800 netto te besteden heeft.


Natuurlijk verwacht ik niet dat straks iedereen uit mijn omgeving spontaan gaat opbiechten hoeveel hij inmiddels heeft gespaard en hoeveel salaris hij maandelijks gestort krijgt. In mijn geval is het onlosmakelijk verbonden met het segment waarin ik schrijf en met het onderwerp van dit laatste boek. Wie Hypotheekvrij! in de kast heeft staan, heeft er recht op om te weten dat we nu nog maar 44.000 euro aan spaarhypotheek hebben en ook dat we vanaf maart 2020 helemaal van onze woningschuld af zijn. Diezelfde lezer zal er wellicht ook begrip voor hebben dat we nu niet meer fanatiek aan het bezuinigen zijn, maar alleen nog proberen om binnen budget te blijven en daarbij een redelijk ruime marge hanteren.

Die transparantie maakt meteen duidelijk waarom ik schrijf wat ik schrijf. Om die reden zou elke columnist eigenlijk één keer per jaar een staatje moeten afdrukken met daarin de woonsituatie (huur/koop), hoogte en einddatum van de hypotheek, opgebouwd pensioen, maandinkomen, geboortejaar en hoeveelheid spaargeld. Zo schreef een in 1955 geboren columnist van een kwaliteitskrant onlangs dat het bezit van een tweede huis een "exorbitante uitwas" is. Op dat interessante onderwerp zal ik later nog eens wat dieper ingaan, maar nu vroeg ik me alleen maar af hoe het mogelijk is dat een jonge babyboomer als hij (a) nog werkt en (b) zelf geen tweede huis heeft. Want je kunt best een fervente anti-kapitalist zijn, maar het kan net zo goed dat je alleen maar gefrustreerd bent omdat je tijdens je leven de verkeerde keuzes hebt gemaakt.

maandag 4 september 2017

Wie anders wil gaan leven, moet buiten de lijntjes leren kleuren

Vorige week donderdagavond was ik te gast in het museum Kranenburgh in Bergen in het kader van expositie over Het Zalig Nietsdoen. Het verbaasde me niet dat ik daarvoor was uitgenodigd, want wie "nietsdoen" intikt in een willekeurige zoekmachine of #nietsdoen op Twitter komt al snel bij mijn niet eens meer zo nieuwe boek Het nieuwe nietsdoen uit. Het was een geslaagde avond, al zei ik al meteen in het begin iets onhandigs over het onderwerp "economische zelfstandigheid" dat niet bij iedereen in goede aarde viel. Tegelijk bracht ik mijn verhaal blijkbaar zo luchtig dat ik na afloop serieus werd gevraagd om een bijdrage te leveren aan een moppenkanaal op internet :-)


De avond was opgezet op een DWDD-achtige manier, waarbij drie sprekers werden geïnterviewd, afgewisseld met live-muziek. Ik had dus geen praatje ingestudeerd, hoewel ik ter voorbereiding Het nieuwe nietsdoen uit 2014 nog een keer helemaal had gelezen. Verrassend genoeg is het nog altijd mijn best verkochte boek, wat meteen ook het hoe en waarom van de expositie in dit museum verklaart. De moderne mens heeft het druk en staat onder toenemende druk. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en in de wereld van morgen lopen mensen niet alleen het risico hun baan te verliezen maar zien ze zelfs de complete sector waarin ze werkzaam zijn zomaar verdwijnen.

Het gesprek begon met een citaat uit een boek van Julia Chavanu dat ik een dag eerder op Twitter had gepost. Daarin schrijft ze dat "druk" tegenwoordig synoniem is aan "goed". Letterlijk staat er: "Wie het druk heeft, is winstgevend en wie winstgevend is, verdient aanzien." Eigenlijk staat er: "Wie het drukt heeft", maar dat komt alleen maar doordat redacteuren ook steeds harder moeten werken en de winstcijfers van uitgeverijen onder druk staan. Bezuinigingen leiden in de praktijk bijna altijd tot kwaliteitsverlies, met welke mooie of omfloerste volzinnen ze ook worden begeleid. Dat doet overigens niks af aan de literaire kwaliteit van dit boek (Ik moet je iets vertellen) waar ik toevallig tegenaan liep en dat ik iedereen kan aanbevelen.


Voor mij was dit citaat aanleiding om iets op te merken en over het onderwerp "economische zelfstandigheid" (niet te verwarren met "financiële onafhankelijkheid"). Emancipatie lijkt soms wel synoniem aan arbeidsparticipatie, terwijl ik zelf juist zoveel mogelijk hamer op keuzevrijheid (voor zowel M als V). Vandaar dat ik altijd wijs op de dubbele bodem van de boodschap. Als de overheid vrouwen aanspoort om toch vooral economisch zelfstandig te zijn, doet ze dat namelijk deels uit eigenbelang. Werkende vrouwen betalen meer belasting, geven makkelijker geld uit, betalen meer accijns als ze met de auto naar hun werk gaan en hebben geen bijstandsuitkering nodig als hun relatie stuk loopt.

Daarmee zeg ik volgens mij niets vreemds en bij mijn weten ook niets vrouwonvriendelijks, maar toch werd ik na afloop aangesproken door een vrouw die mij verweet dat ik het slechts had gehad over de economische zelfstandigheid van vrouwen en niet die van mannen. Dat lijkt me logisch, want dat is helemaal geen issue. Mannen worden van oudsher gezien als kostwinners en zullen dat vaak ook als hun belangrijkste taak hebben opgevat. De overheid hoeft dus geen campagne te starten om mannen de arbeidsmarkt op te krijgen en er zullen maar weinig mannen zijn die hun werk in verband brengen met zoiets abstracts als economische zelfstandigheid. Eerder zal het gaan over status, salaris, passie, zingeving, macht en het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Werk is het verkopen van je vrije tijd, maar net zo goed het verhuren van je vakkennis.


Mensen die mijn boeken hebben gelezen (en zich niet beperken tot mijn blogs of mijn tweets) weten dat ik pleit voor een situatie waarin mannen en vrouwen precies even veel (lees: even  weinig) werken en allebei even veel tijd besteden aan het huishouden. Ik lees net zo graag een boek van een man als van een vrouw en mijn favoriete films van 2017 zijn voorlopig 20-th Century Women en Certain Women. Tegelijk denk ik dat vrouwen soms iets obsessiefs hebben als het gaat om economische zelfstandigheid of er - zoals uit bovenstaand citaat uit het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag blijkt - zelfs een heilige betekenis aan hechten. Even later zegt diezelfde vrouw zelfs dat "werk" en "ambitie" zaken zijn waar ze veel makkelijker invloed op kan uitoefenen dan op zoiets ongrijpbaars als de liefde.

In discussie zie je dat mensen zich vaak begraven in hun eigen gelijk, zich verstoppen in hun bubbel of zich verschansen binnen de scherp afgetekende grenzen van hun overtuigingen. Mijn ervaring is juist dat je veel meer leert en ook eerder vooruit komt, als je interessante vragen durft te stellen, buiten de lijntjes durft te kleuren en de tijd neemt om nieuwe informatie te laten bezinken. Zo schrijf ik in mijn nieuwe boek hoe mijn vrouw besloot om één dag meer te gaan werken. Vraag is of ze nu "geëmancipeerder" is dan toen ze nog maar anderhalve dag per week werkte. Of ben ik juist degene die het meest is veranderd doordat ik nu vaker kook, meer in het huishouden doe en bijna elke dag in de supermarkt kom?

Nog interessanter is de vraag wie het nu beter of zwaarder heeft: mijn vrouw die om zeven uur de deur uitgaat en pas om zes uur weer thuis is (en dan weliswaar meteen aan kan schuiven aan tafel) of de huisman die eerst eens rustig de krant gaat zitten lezen en vervolgens in zijn ochtendjas een blog tikt met een kop koffie erbij? Voor mij is het antwoord duidelijk, al weet ik nog steeds niet precies waarom die alleraardigste, bijna aristocratische Britse dame me na afloop van de avond haar visitekaartje in de hand drukte. Denkt ze echt dat ik met mijn uitgestreken gezicht bij uitstek geschikt ben om een moppentappende vlogger te worden of wilde ze alleen maar reclame maken voor haar YouTube-kanaal? Ik heb net een paar van haar bijdragen bekeken en me daarbij zo kostelijk geamuseerd dat ik voorlopig niets aan de huidige rolverdeling zou willen veranderen.








woensdag 30 augustus 2017

Moet je vakantie beschouwen als een belangrijke basisbehoefte?

Een van de belangrijkste vragen die je bij een basisinkomen moet zien te beantwoorden, is wat je nu precies moet beschouwen als basisbehoeften. Je kunt de precieze hoogte van een dergelijke uitkering namelijk alleen bepalen wanneer je eerst hebt vastgesteld welke kosten je daarmee probeert af te dekken. In mijn nieuwe boek (dat nu bij de drukker ligt en volgende week verschijnt), besteed ik twee hoofdstukken aan dit onderwerp. Want wat voeg je nog meer toe aan het lijstje met voeding, onderdak en kleding? Heb je recht op een auto? Heeft de krant gelijk met de kop op de voorpagina dat we echt niet meer zonder 5G kunnen? En hoe zit dat met vakanties? Volgens de Volkskrant van afgelopen zaterdag is dat niet minder dan 'een eerste levensbehoefte'.


Let wel, ik ga in dit blog geen lijstje aanleggen met harde voorwaarden en ik ga ook niet verklappen tot welke conclusies ik in mijn boek kom. Wel kun je op deze plek alvast vaststellen dat het nog niet zo simpel is om consensus te bereiken over de vraag wat je anno nu zou moeten verstaan onder 'basisbehoeften'. Ik heb deze maand tot op heden dertien films in de bioscoop gezien en dat had ik voor geen goud willen missen (als het vandaag niet zo hard had geregend waren het er zelfs vijftien geweest). Tegelijk zul je mij nooit horen zeggen dat ik niet zonder kan, want in 2015 ben ik nul keer naar de bioscoop geweest en dat heb ik ook overleefd. Sterker: dat ontdekte ik pas toen ik een stapel oude agenda's doorbladerde.

Het simpelste zou dus zijn om bij de berekening van een basisinkomen uit te gaan van échte basisbehoeften. Daarbij baseer je je op een gemiddelde huur en kijk je wat je volgens het NIBUD kwijt bent aan dagelijkse boodschappen, zorgpremie en energiekosten. Vervolgens stem je daar het bedrag op af, zodat niemand nog in echte armoede hoeft te leven maar tegelijk wel geprikkeld wordt om nog iets bij te verdienen (en dus ook belasting te betalen). Kleding is natuurlijk ook een basisbehoefte, maar je kunt een hele uitzending van De Monitor vullen met de vraag of je elk jaar een nieuwe winterjas nodig hebt of er minstens vijf jaar mee kunt doen.


Is vakantie een eerste levensbehoefte? Met andere woorden: moet er bovenop dat basisinkomen ook nog een soort vakantiegeld worden uitgekeerd,? Het is niet aan mij om dat te bepalen en het doet er zelfs helemaal niet toe wat ik daar precies van vind. Het aardige van een basisinkomen is juist dat iedereen vervolgens zelf kan en mag bepalen wat hij belangrijk vindt, waar hij waarde aan hecht, wat hij absoluut niet kan missen en waar hij extra voor wil werken. De één zal zich prima weten te redden zonder auto en zich daarbij helemaal happy voelen, terwijl de buurman er twee nodig heeft en ook nog een caravan heeft om te trekken.

Wat wel opmerkelijk is, is dat het artikel in de Volkskrant geschreven is door reisredacteur Noël van Bemmel (die volgens zijn Twitter-account zelfs chef reizen is van die krant). Vanuit die positie zal hij wellicht een tikje bevooroordeeld zijn, net zoals ik het als schrijver en lezer een gruwel vind om te bezuinigen op bibliotheken. Voor mij is lézen absoluut een eerste levensbehoefte, want ik heb elke dag last van leeshonger. Dat is echter iets puur persoonlijks, want op vakantie (sic) lees ik in twee weken tijd méér boeken dan veel mensen in twee jaar (of zelfs in hun hele leven). Mijn lijstje ziet er dus heel anders uit dan dat van mijn buurman of zelfs van mijn eigen vrouw.


Grappig genoeg heb ik vanmorgen op Twitter nog eens uitgerekend dat ik, als ik vijf jaar van een basisinkomen leef, in totaal kan genieten van 1825 vrije dagen. Dat is, uit de losse pols berekend, net zoveel als het aantal vakantiedagen waar een werknemer recht op heeft na 45 jaar. In plaats van vijf weken vakantie per jaar, heb ik elk jaar meer dan vijftig weken vakantie. Dat levert zoveel vrije tijd en vrijheid op dat ik het me kan veroorloven om elk jaar vijf werkweken door te brengen in de bioscoop. Tegelijk hoef ik ook niet meer op vakantie om de batterij op te laden, tot rust te komen of eindelijk eens wat boeken te kunnen lezen. Misschien heb ik nog steeds behoefte aan vakantie, maar het aantal redenen (en daarmee het rijtje voordelen) wordt in elk geval minder.

Met één passage in het artikel had ik echter wel wat moeite, want de chef reizen bestempelt bepaalde reizen als 'duurzaam', terwijl het om exotische bestemmingen gaat waar je zonder vliegtuig niet kunt komen. Duurzame vliegreizen bestaan niet. Echt duurzaam is een fietsvakantie met een tentje en als vertrekpunt je eigen voordeur. Duurzaam is thuisblijven en je vermaken in je eigen omgeving zonder ook maar één keer in de auto te stappen. Dat laat zien dat het woord 'basisbehoefte' net zo rekbaar is als het begrip 'duurzaam' en ook dat er onder dat mom nog een hoop onzin zal worden verkocht en een heleboel zal moeten worden gedebatteerd voordat een dergelijk stelsel er ooit komt.

maandag 21 augustus 2017

Over de achtergestelde positie van vrouwen in actiefilms

Voordat de film Atomic Blonde in roulatie ging, kreeg hoofdrolspeelster Charlize Theron ruimschoots de kans om te mopperen op het feit dat er maar zo weinig vrouwen te zien zijn in actiefilms. Geen enkele journalist sprak haar tegen, hoewel ik dit jaar al zó verschrikkelijk veel films heb gezien met krachtige vrouwen in de hoofdrol dat ik best durf te stellen dat vrouwen interessantere personages zijn. Om die reden is het tromgeroffel van Theron net zo gedateerd en achterhaald als het gedoe met Russische geheime agenten in deze film en dient haar betoog vooral om te verhullen dat alle hoogtepunten feitelijk al te zien waren in de trailer. Wil je daarentegen een écht feministische film zien, dan kun je veel beter naar het Braziliaanse drama Aquarius gaan kijken.


Als man mag je tegenwoordig niks meer zeggen over dit onderwerp (en kún je ook maar beter je mond houden om niet de halve wereldbevolking tegen je in het harnas te jagen), net zoals je je als witte vijftiger ook niet meer schijnt te mogen bemoeien met kwestie die betrekking hebben op racisme en slavernij. Van dat soort regeltjes trek ik me echter niks aan, want ik beschrijf slechts wat ik zie en wat me daarbij opvalt. Zo vond ik het gehamer op vrouwenemancipatie in relatie tot Atomic Blonde persoonlijk een beetje vermoeiend, nadat ik net al hele debatten had zitten lezen over de vraag of Wonder Woman wel of niet een feministische film is.

Wat dat betreft zit ik meer op één lijn met die ene regisseur waarvan ik even de naam kwijt ben, die opmerkte dat er maar twee soorten films zijn: goede en slechte. Bovendien heb ik dit jaar al méér actiefilms gezien met vrouwen in de hoofdrol dan omgekeerd, zodat ik me begin af te vragen of het niet allang een achterhaalde discussie is. Zelfs Dr. Who schijnt binnenkort door een vrouw gespeeld te gaan worden, dus je kunt dit nauwelijks nog een probleem noemen of zelfs maar een actueel onderwerp.


Waarom wordt er dan toch steeds maar op gehamerd? Voor een deel is het natuurlijk een egotrip: door te hameren op het feministische aspect van deze film, maakt Charlize Theron haar rol in de meest letterlijke zin veel belangrijker dan hij is. Bovendien dient hij deels om te verhullen dat het niet meer is dan een vermakelijke popcornfilm die na het zien van de trailer alleen maar kan tegenvallen (of er in elk geval nog maar weinig aan toevoegt). Los daarvan onderstreept Atomic Blonde onbedoeld dat er nooit een einde zal komen aan de vrouwenemancipatie zoals zij die nastreeft, omdat het tamelijk onwaarschijnlijk is dat een frêle poppetje als Theron in haar eentje in staat is om getrainde Russische krachtpatsers van 125 kilo te vloeren.

Bij Ghost in the Shell was dat geen probleem, omdat je wist dat je naar een vrouwelijke róbot zat te kijken, maar nu betrapte ik me er toch een beetje op dat ik eerst naar de dunne beentjes keek van deze actrice en vervolgens naar de dodelijke trappen die ze daarmee zogenaamd uitdeelde. Vanwege het overduidelijke verschil in fysieke kracht blijft dat toch een beetje wringen, net zoals je in Hollywood niet veel kans maakt met een script waarin je een vrouwelijke wielrenner de reguliere Tour de France laat winnen. Al schijn ik me daarmee op glad ijs te begeven, want als je tegen een vrouw zegt dat ze om 3 uur 's nachts niet moederziel alleen over straat moet gaan lopen heet dat niet langer oprecht bezorgd maar 'misogynist'.


Tenminste, dat begreep ik uit de film The Big Sick, hoewel die opmerking ook ironisch bedoeld kan zijn. Hij wordt alom geprezen en hier en daar zelfs de beste romantische komedie van 2017 genoemd, maar mij kostte het grote moeite om in het verhaal te komen. Dat heeft een paar redenen: als je 56 bent, kun je je nog maar moeilijk identificeren met twintigers die aan het daten zijn, want zelfs voor Friends was ik destijds al minstens tien jaar te oud. Bij deze film had ik dus meer met de (schoon)ouders van dit kersverse stel dan met de tortelduifjes zelf..

Verder vond ik hem veel minder grappig en scherp dan hij had kunnen zijn en veel minder arthouse dan aangekondigd. Los daarvan is acteur Kumal Nanjiani véél te oud - want 39 - om iemand te spelen die op een studentenkamer woont en nog moet worden uitgehuwelijkt. Ik weet best dat hij in deze film zichzelf speelt, maar ik blijf het lastig vinden om te kijken naar iemand van bijna 40 die iemand speelt van 25. Bovendien wordt volstrekt niet duidelijk, laat staan aannemelijk, waarom hij nou precies de voorkeur geeft aan Zoe Kazan boven al die beeldschone Pakistaanse meisjes waaraan zijn ouders hem proberen te koppelen.

The Big Sick gaat over interraciale kwesties, familie-eer en cultuurverschillen, maar het is óók een beetje een feministische film en een tijdsbeeld. Ik weet niet of alle jonge mannen in New York zo zijn als Kumal Nanjiani, maar ik vond hem zó'n ontzettende softie dat ik halverwege de film wel wilde uitschreeuwen of hij niet even met krokodillen kon gaan worstelen of zo. Het kan met zijn Pakistaanse achtergrond te maken hebben of met het hierboven al aangestipte generatieverschil, maar het kost me persoonlijk veel meer moeite om twee uur lang naar zo'n sul van een man te kijken dan naar een schietende en schoppende vrouw.


Wie een echt feministische film wil zien (lees: wie een echt goede film wil zien), kan beter naar het Braziliaanse, 2,5 uur durende Aquarius gaan kijken. Als Charlize Theron zich in Atomic Blonde uitkleedt voor de spiegel, worden haar borsten discreet buiten beeld gehouden. Dat laat zien dat het ontblote bovenlijf van een vrouw altijd een andere impact zal blijven houden dan dat van een man, hoeveel decennia van feminisme er vanaf nu ook nog zullen volgen. Iets heel anders gebeurt er - spoiler alert! - als de 66-jarige actrice Sonia Braga haar jurk uittrekt en daarbij zonder waarschuwing vooraf haar geamputeerde rechterborst aan de kijker laat zien.

Dat maakt van Aquarius een authentieke kijkervaring, ook al omdat Braga een vrouw speelt van haar eigen leeftijd. Vaak zie je dat personages van 90 worden uitgebeeld door kwieke zeventigers, maar zij smokkelt er nog geen maand bij. Ze heeft een eigen mening en een eigen wil, draagt haar zwartgeverfde haar op haar leeftijd nog gewoon lang en schaamt zich er niet voor als haar hartstocht zoveel jaar na de dood van haar man weer oplaait. We zien haar tongzoenen met een man van haar eigen leeftijd en we voelen de schaamte, de teleurstelling en de vernedering als hij haar even later afwijst vanwege haar borstprothese.

Hiermee vergeleken is het feministische tromgeroffel van Charlize Theron niet alleen overbodig, maar ook een beetje goedkoop en gratuit. Hier wordt, zonder heisa en zonder ophef, een vrouw van vlees en bloed op leeftijd getoond die niet met zich laat sollen, die voor zichzelf opkomt en balanceert op het slappe koord tussen technologische vooruitgang en fysieke achteruitgang. Wonder Woman was geen feministisch statement, maar gewoon een best wel vermakelijke superheldenfilm met een vrouw in de hoofdrol. Aquarius snijdt oneindig veel meer facetten aan van het vrouwzijn, maar gaat uiteindelijk gewoon over waardig ouder worden en een goed mens zijn.