Zoeken

maandag 16 december 2019

Het feminisme krijgt steeds meer populistische trekjes

Nieuwkomers op dit blog zullen wellicht denken dat ik me alleen bezig houd met financiële zaken, maar van huis uit ben ik planoloog en politicoloog. Voor die laatste studie schreef ik eind jaren tachtig een scriptie over 'De bruine kanten van het groene denken', maar anno nu zou ik waarschijnlijk voor een heel ander thema hebben gekozen. De laatste tijd valt me namelijk niet alleen op dat het feminisme een gemakzuchtige ,vooringenomen ideologie aan het worden is, maar ook dat het steeds meer populistische trekjes begint te vertonen.


Sowieso staat het bloedserieuze karakter van het moderne feminisme in schril contrast met de relativerende blik waarmee ik alles altijd probeer te bekijken (vanuit mijn witte, mannelijke privilige uiteraard). Zo vind ik het wel grappig dat een vrouwelijke gedragseconoom in de Volkskrant wordt geïnterviewd door een vrouwelijke journalist en een wordt vereeuwigd door een vrouwelijke fotograaf. Dat zegt verder niets over de 'loonkloof', maar betekent wel dat mannen in dit geval geheel buitenspel stonden.

Na lezing van het bijbehorende interview valt vooral op dat Henriëtte Prast niet veel nieuws te melden heeft. Op verjaardagen moet ik vaak op mijn tong bijten als jonge vrouwen luidkeels meningen verkondigen waar ze zelf niets aan hebben bijgedragen of bij na hebben hoeven denken. Het feminisme is een gemakzuchtige ideologie aan het worden die zich beperkt tot het herkauwen van steeds dezelfde shortlist aan standpunten en stokpaardjes. Anders gezegd: als je mij had gevraagd wat Prast op alle vragen zou gaan antwoorden, had ik dat zelf vooraf eigenlijk al kunnen invullen.


Je kunt dan natuurlijk aanvoeren dat het blijkbaar nog steeds nodig is en dat er blijkbaar nog steeds niets is veranderd, maar er is meer aan de hand. In mijn volgende boek vraag ik me hardop af hoe geëmancipeerde vrouwen erop zouden reageren als de loonkloof in één weekend werd gedicht en het glazen plafond tijdens diezelfde paar dagen aan gruzelementen ging. Zo voel je je namelijk ook wanneer je na iets meer dan tien jaar je hypotheek helemaal hebt afgelost: je bent eindelijk klaar, maar alle onderwerpen zijn meteen ook op.

Voor veel vrouwen is het feminisme een houvast, een geloof of een bron van inkomsten. Het is niet alleen een ideologie of een sociale beweging, maar ook een interessant verdienmodel en een complete industrie. Je kunt je als jonge vrouw boos maken over al het onrecht dat je als vrouw wordt aangedaan en vervolgens merken dat die boosheid ook wel een lekker gevoel is (omdat woede energie geeft en ook omdat het de schuld zo lekker buiten jezelf legt). Dan helpt het enorm als er een paar onderwerpen op het actielijstje staan die waarschijnlijk nooit kunnen worden opgelost.


Afgelopen week was er veel te doen over de burgemeester van Leiden die vrouwen tot voorzichtigheid maande omdat er in deze stad een serie-aanrander actief is. Door feministen werd het goedbedoelde advies om als vrouw in het donker niet alleen over straat te gaan weggehoond en bestempeld tot 'victim blaming', terwijl niemand dat roept bij dat televisiespotje waarin mensen wordt geadviseerd om hun huis op slot te doen en een lampje te laten branden als ze even de hond gaan uitlaten of een avondje naar de bioscoop gaan.

In mijn boek Een jaar in het donker haal ik als voorbeeld de film The Big Sick aan. Daarin wordt een man beschuldigd van 'misogynie' als hij tegen zijn vriendin zegt dat ze om twee uur 's nachts beter niet alleen over straat kan gaan lopen in een drukke stad. Je kunt dat advies natuurlijk seksistisch noemen of vrouwonvriendelijk of weet ik wat, terwijl hij alleen maar oprecht bezorgd was en zich liet leiden door gezond verstand en common sense.


Nu komen we bij de kern van de zaak, want het 'populisme' van het moderne feminisme zit hem in de valse belofte dat bepaalde zaken uit de wereld kunnen worden geholpen én de suggestie dat daarvoor slechts een simpele oplossing noodzakelijk is: je hoeft mannen 'alleen maar' anders op te voeden. Saskia Noort schrijft het letterlijk in haar laatste column, Lisa Bouyeure constateert het in haar eigen woorden in de Volkskrant en het Algemeen Dagblad publiceerde enkele dagen eerder een ingezonden brief met exact dezelfde strekking.

In principe is iedereen (M/V) het waarschijnlijk wel eens met de stelling dat een vrouw in lingerie ongestoord over straat zou moeten kunnen lopen, net zoals we allemaal wensen dat we in een wereld leefden zonder oorlog, honger en armoede. Ik wil ook dat rijke toeristen ongestraft met een dure camera om hun nek door een achterbuurt van Rio kunnen lopen en dat je je fiets nooit meer op slot hoeft te zetten. Tegelijk denk ik dat het zinloos zou zijn om morgen een politieke partij op te richten die streeft naar nul verkeersdoden.

Zaken als algemeen kiesrecht, gelijke kansen, gelijke beloning, baas in eigen buik en ga zo maar door kun je bewerkstelligen middels wetgeving, quota en een geleidelijke mentaliteitsverandering. Aan de andere kant zie ik het de komende 500 jaar niet gebeuren dat vrouwen zich volmaakt veilig voelen als ze in hun eentje in het donker over straat lopen of fietsen, tenzij je (zoals ik in Een jaar in het donker schrijf)  alle jongens voor de zekerheid chemisch castreert bij het bereiken van de puberteit of een avondklok invoert voor mannen boven de zestien.

donderdag 12 december 2019

Je gaat niet naar de fysiotherapeut voor een wortelkanaalbehandeling

Zoals beloofd zou ik nog even terugkomen op de documentaire van Lize Korpershoek, nadat hij op televisie was uitgezonden. Na mijn vorige blog regende het boze reacties, omdat ik het had gewaagd iets over 'Mijn seks is stuk' te schrijven, terwijl ik er nog geen tel van had gezien. Het was dan ook niet bedoeld als allesomvattende recensie, maar slechts als voorlopige reactie op alles wat ze er zelf in interviews over had verteld. Inmiddels ben ik een stuk wijzer geworden, maar tegelijk ook weer helemaal niet.



Laat ik eerst even uitleggen waarom ik hier überhaupt over schrijf, want dit is geen blog voor televisierecensies. Er worden dagelijks documentaires uitgezonden die geheel aan mij voorbijgaan en waar ik verder geen woorden aan vuil maak. In dit geval was de publiciteit vooraf echter zó groot dat het al snel de schijn kreeg van iets heel gewichtigs. Ze stond pontificaal in het Volkskrant Magazine, was te gast in DWDD en plofte kort daarna op de mat op de cover van de Varagids. Zonder dat mediabombardement zou ik gewoon naar de serie Hjem til Jul op Netflix hebben gekeken.

Inmiddels heb ik hem bekeken (hoewel niet lineair, want gisteravond was ik bij een concert van jazztrompettist Avishai Cohen). Voordat ik vanmorgen de ochtendkrant opensloeg had ik Lize Korpershoek dus al weifelend in een pashokje zien staan om zich een spannend lingeriesetje te laten aanmeten. Uit de reacties op sociale media wist ik dat men het 'dapper' vond dat ze zich zo 'kwetsbaar' opstelde. Het was ook 'oprecht' en 'taboedoorbrekend' en 'integer'. Haar verhaal is ook 'herkenbaar', hoewel dat uit de documentaire zelf verder niet blijkt.


In mijn vorige blog noemde ik haar verhaal eerlijk en openhartig. Op televisie zag ik een aandoenlijke jonge vrouw die dodelijk onzeker is. Welk taboe ze met deze documentaire precies zou doorbreken is me niet helemaal duidelijk geworden, wél dat de vroege dood van haar vader een enorme impact heeft gehad op haar jeugd en haar persoonlijke ontwikkeling. In die zin kun je stellen dat ze naar de fysiotherapeut gaat voor een wortelkanaalbehandeling, want haar probleem zit dieper en lijkt meer iets voor een psycholoog dan een seksuoloog.

De kijker moet er een beetje naar raden hoe gespannen en verdrietig het gezinsleven soms was na de dood van haar vader, maar daar zit enorm veel onverwerkt leed en ook veel opgekropte woede. Daar doe ik bepaald niet lichtzinnig over want ik weet zelf hoe het is om je vader te verliezen als je acht jaar bent en mijn vrouw zat middenin de puberteit toen haar vader begon te dementeren. Dergelijke gebeurtenissen laten onherroepelijk hun sporen na en vormen je karakter, zonder dat verder iemand iets te verwijten valt.


De politicoloog in mij was dus een tikje teleurgesteld, want ik zie in de documentaire geen maatschappelijke trend, maar eerder de kiem voor een psychologisch verhaal waar ik als romanschrijver beter mee uit de voeten zou kunnen. Iedereen die er toch een feministisch verhaal van probeert te maken of mij gemakzuchtig van seksisme beschuldigt, zou ik nog even willen wijzen op het feit dat Lize Korpershoek waarschijnlijk veel minder media-aandacht zou hebben gekregen als ze niet een aantrekkelijke jonge vrouw was geweest (of de vriendin van Tim Hofman).

Waar ik wel blij van werd, was dat beeld van Lize Korpershoek op een hoge duikplank. Die metafoor gebruik ik zelf namelijk ook heel vaak: na het behalen van een diploma in het hoger onderwijs staan jonge mensen op een denkbeeldige hoge duikplank. Dat kun je rekken door een tussenjaar in te lassen of op wereldreis te gaan (of door de volwassenheid op een andere manier nog even uit te stellen), maar je zult uiteindelijk de sprong moeten wagen en knopen door moeten hakken als het gaat om een huis, een beroep, een partner en een eventuele kinderwens. In die zin is haar relaas toch nog een beetje een actueel verhaal met een maatschappelijk tintje.

maandag 9 december 2019

Wat zegt die docu van Lize Korpershoek nou precies over de tijdgeest?

Het is misschien wat voorbarig om te reageren op de documentaire van Lize Korpershoek voordat je hem daadwerkelijk hebt gezien, maar door al het rumoer rondom 'Mijn seks is stuk' kon ik er niet omheen. Daar komt bij dat ik haar - en al die andere jonge vrouwen van een jaar of 34 - met klem zou willen adviseren vanavond naar die documentaire te kijken van de slechts 15 jaar oudere Ines ten Berge. Vandaag maak je je misschien nog druk over een haperend libido, morgen kijk je vertwijfeld naar een leeg kinderbedje.


Even voor alle duidelijkheid: ik ben opgegroeid in een tijd zonder selfies, YouTube-kanalen en influencers. Verder ben ik oud genoeg om de váder van Lize Korpershoek te kunnen zijn, dus elke reactie op haar openhartige en eerlijke verhaal kun je bij voorbaat afdoen als 'reactionair'. Tegelijk ben ik een politicoloog die oprecht benieuwd is naar de strekking van haar betoog en naar een antwoord op de vraag of deze documentaire misschien iets zegt over de tijdgeest.

Omdat ik een ouderwetse, soms zelfs lineaire tv-kijker ben, wacht ik met kijken tot hij aanstaande woensdag daadwerkelijk wordt uitgezonden. Mijn jongste zoon heeft hem inmiddels al op YouTube bekeken en volgens hem heeft hij 'niets nieuws' te horen gekregen. Eerlijk gezegd verwacht ik dat ook een beetje, want in interviews blijkt ze vaak heel verrast over zaken die toch als min of meer bekend mogen worden verondersteld (bijvoorbeeld als het gaat om de gezondheidsrisico's van borstimplantaten).


Wat verder opvalt is dat er van elk verhaal van een jonge vrouw automatisch een M/V-verhaal wordt gemaakt. Ze vertelt een persoonlijk verhaal dat ook gewoon iets heel particuliers kan zijn zonder dat je dat meteen toe kunt schrijven aan seksisme of aan de samenleving. Misschien is ze wel snel verveeld en eerder op iets uitgekeken. Misschien heeft ze ooit iets vervelends meegemaakt of legt ze de lat wel te hoog. Anders gezegd: het kan best dat haar verhaal uiteindelijk interessanter is voor een psycholoog dan een politicoloog.

In het uitgebreide interview in de VARA-gids van deze week vertelt ze dat ze pas de krant is gaan lezen sinds ze meedeed aan het televisieprogramma De Slimste Mens (toen ze 33 was). Je kunt dus vaststellen dat ze een enorme kennisachterstand moet hebben op iemand die al de krant leest sinds de brugklas. Je kunt ook zeggen dat ik op mijn twintigste misschien al meer wist over de vrouwelijke seksualiteit dan zij, omdat ik óók de Viva las, de Flair, de Libelle en Margriet (en verder alles wat los en vast zat). Ging het deze week juist niet over de gevaren van ontlezing?


Indirect kan haar verhaal álles met de tijdgeest te maken hebben, omdat al die aandacht voor genderneutraliteit onbedoeld wel eens zou kunnen leiden tot minder seksuele spanning. Ik zag een foto van haar vriend Tim Hofman op dameshakjes en met een handtasje. Dat kan heel eigentijds zijn en vooruitstrevend, maar misschien verlangen vrouwen diep in hun hart stiekem toch vooral naar die onverschrokken spierbundel met hoekige kaken. Het zou niet de eerste keer zijn dat wensdenken hardhandig in aanvaring komt met de werkelijkheid.

Zo ontdekt ze in de korte documentaire dat haar lichaam reageert op seksueel getinte beelden, terwijl haar hersenen een heel ander verhaal vertellen. Bij een man loopt er een rechte lijn van zijn brein naar wat er tussen zijn benen gebeurt, maar bij vrouwen is dat vaak een veel kronkeliger pad met allemaal omwegen en doodlopende paadjes. Dat kan inderdaad met de samenleving te maken hebben, maar ook met schaamte of met een problematische verhouding met het eigen lichaam. Ook als het om seksueel genot gaat, begint alles met zelfinzicht, zelfvertrouwen en zelfkennis.


Vandaar dat ik Lize Korpershoek met klem zou willen adviseren vanavond naar de documentaire Heb je kinderen? te kijken. Die heb ik óók nog niet gezien, maar ik las wel het bijbehorende interview in het Volkskrant Magazine. Vergeleken met het peilloze verdriet dat gepaard kan gaan met onvrijwillige kinderloosheid is een gebrekkig libido een onbenullig en bijna kinderachtig probleem. Misschien is dat dus óók wel iets van deze tijd: dat over elk onderwerp uit een mensenleven, en elke hobbel op weg naar volwassenheid, heel veel heisa wordt gemaakt. Daarbij zou je snel vergeten wat écht belangrijk is en wat van voorbijgaande aard.

In een van de interviews antwoordt Korpershoek op de vraag of ze zelf kinderen wil met de zinsnede 'misschien uiteindelijk wel'. Dat is een logisch antwoord wanneer je 24 bent, maar niet wanneer je al 34 kaarsjes hebt uitgeblazen op je laatste verjaardagstaart. Misschien is dát uiteindelijk nog wel wat me het meest opvalt. Toen ik 34 was had ik een koophuis, een vaste baan en een kind zonder dat daar veel geaarzel en gedoe aan te pas was gekomen. Vroeger rolde je automatisch van het een in het ander, terwijl je nu als midden-dertiger nog vol existentiële twijfels en levensvragen kunt zitten en praat alsof je nog maar net van school bent.

vrijdag 15 november 2019

We moeten leren om keuzes te maken en knopen door te hakken

Toen ik in het kielzog van de kredietcrisis besloot om versneld mijn hypotheek te gaan aflossen, wist ik dat er harde noten gekraakt moesten worden. Je kunt ook zeggen dat ik pijnlijke keuzes niet uit de weg ging om onze eigen persoonlijke wooncrisis op te lossen. Iets meer dan tien jaar later kan ik alleen maar vaststellen dat de inspanningen het gewenste resultaat hebben opgeleverd én dat de weg erheen eigenlijk helemaal niet zo lang en zwaar is geweest als mensen soms denken. Wél moet je bereid zijn om duidelijke keuzes te maken en inzien dat niet alles meer zomaar mogelijk is wanneer je alles op alles zet om af te lossen.



Met de eindstreep eindelijk in zicht, veranderen de reacties uit de omgeving. Lange tijd kon er wat lacherig worden gedaan over ons fanatieke aflossen (inclusief een Sinterklaassurprise over onze gele Fiat Panda als brommobiel), maar nu gaan we een nieuwe fase tegemoet waarin zuinig leven helemaal niet meer aan de orde is. Per 1 maart 2020 zijn we niet alleen hypotheekvrij, maar hebben we maandelijks opeens 500 euro extra om vrij te besteden. Dat bedrag wordt nu nog op de eerste dag van de maand afgeroomd door de bank, maar blijft vanaf die datum in de huishoudpot zitten.

In eerste instantie meende ik - en dat zal soms ook best kloppen - dat er bij sommige mensen sprake moet zijn van enige afgunst of jaloezie, inmiddels begin ik te vermoeden dat er ook andere factoren een rol spelen. Worden de meeste mensen geplaagd door lastige dilemma's en keuzestress, ik vaar al bijna twaalf jaar blind op mijn kompas. Als je besluit alles op alles te zetten om versneld af te lossen, hoef je elke beslissing alleen maar te toetsen aan de vraag of dat je verder of dichter bij je einddoel brengt. In die zin ben ik niet alleen bijna hypotheekvrij, maar ook vrij van veel twijfels.


Vandaar dat ik nogal wat moeite heb met de soms spastische reacties op het besluit om de maximumsnelheid aan te passen. Ik rijd zelf al niet veel harder dan 100 km/u op de snelweg sinds ik in 2006 een zuinige auto kocht en moet op die manier inmiddels duizenden euro's hebben bespaard aan brandstofkosten. Dus snap ik geen snars van de gespeelde dramatiek van de premier en de verwende reacties van automobilisten die stampvoeten dat hun favoriete speeltje wordt afgepakt. Het is eigenlijk voer voor psychologen, maar je kunt vaststellen dat de bereidheid om een stapje terug te doen niet bijster groot is.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd al bezorgd gesproken over het 'ik-tijdperk', maar sinds we verslaafd zijn geraakt aan selfies heeft het egoïsme epidemische vormen aangenomen. Niet alleen hebben we onze kinderen als prinsen en prinsesjes opgevoed, we hebben ze ook wijsgemaakt dat alles maakbaar is en dat alles in het leven om hun wensen en grillen draait. Dat maakt van volwassenheid niet alleen een ontnuchterende ervaring maar vaak genoeg ook een totale deceptie, waarin dromen en verwachtingen botsen op biologische beperkingen en lastige keuzes die voor voorgaande generaties alleen maar logisch en onvermijdelijk waren.


Zo las ik vanmorgen een essay in de Volkskrant over een 'probleem' dat destijds in ons huishouden geruisloos passeerde. Wij hadden in 1991 óók een gemeenschappelijke rekening, maar het was geen enkel probleem dat mijn vrouw minder ging werken na de geboorte van ons eerste kind en daardoor minder ging verdienen. Andersom had wat mij betreft ook best gekund, maar je zult hoe dan ook concessies moeten doen en water bij de wijn. Dat geldt voor het hele leven en dit is daar maar een onderdeel van. Inmiddels werkt mijn vrouw meer dan ik en verdient ze meer, dus je moet je als mens ook niet blindstaren op die ene tijdelijke levensfase.

Later geeft Anouk Boone zelf al aan wat het grootste probleem is waar ze tegenaan loopt: niet haar rammelende eierstokken, maar de onrealistische wens om in het leven alles te willen hebben. Je kunt niet drie keer per week uit eten gaan, in de zomer naar Amerika vliegen voor een vakantie van drie weken en aan het einde van het jaar tevreden vaststellen dat je opnieuw 15.000 euro extra hebt afgelost. Je kunt dat oudemannenpraat noemen en reageren met de dooddoener #okboomer, maar feit is dat ik inmiddels bijna twaalf jaar ervaring heb met de tering naar de nering zetten en niet terugschrik voor duidelijke keuzes en de bijbehorende consequenties.


woensdag 6 november 2019

Je kunt geen milieubeleid voeren zonder migratiebeleid.

Bij het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! waarschuwde mijn uitgever ervoor dat ik op moest passen dat ik niet in de hoek terechtkwam van de vrekken en consuminderaars. Beter had hij me erop kunnen wijzen dat ik me als schoenmaker beter bij mijn leest zou moeten houden. Zo zijn er genoeg mensen die alles beamen wat ik schrijf over aflossen en eerder stoppen met werken, maar geschrokken achteruit deinzen als ik kritische kanttekeningen plaats bij de multiculturele samenleving.


Afgelopen dagen werd ik op mijn vingers getikt vanwege het feit dat ik opmerkte dat het bij de steekpartijen in Rotterdam-Zuid, Rozenburg en Spijkenisse om donkergetinte daders gaat. Daarmee gaf ik volgens de één blijk van 'vooroordelen', terwijl de ander me juist voor de voeten wierp dat ik als journalist niet zulke ongefundeerde uitspraken mocht doen. Grappig genoeg vat ik mijn taak als verslaggever altijd zeer serieus op en ben ik pas tevreden als alle feiten boven water zijn.

In mijn boeken schrijf ik over aflossen, maar ook over het misleidende karakter van een begrip als 'aflossingsvrij'. Zo had ik ooit een aandelenspaarplan dat veel minder opleverde dan voorgespiegeld (en dat met 'sparen' helemaal niks vandoen had) en een aan een hypotheek gekoppelde levensverzekering (lees: woekerpolis) die op de einddatum 30% minder geld opbracht dan voorgespiegeld. Logisch dus dat ik allergisch ben geworden voor misleidende bewoordingen en omfloerst taalgebruik.


Nu wil het feit dat de overheid - en die term gebruik ik in de meest brede zin van het woord, want het slaat ook op sommige media - haar best doet om bij berichtgeving een rookgordijn op te werpen. Dat gebeurt doorgaans met de beste bedoelingen, maar resulteert erin dat bepaalde zaken niet aangestipt of benoemd mogen worden. Zo sprak de burgemeester van mijn eigen woonplaats recent nog vergoelijkend over 'jongeren met alle kleuren van de regenboog', toen er overal berichten in de media verschenen over zwembadterreur.

Nu moet je uitkijken met vooroordelen, oppassen voor stigmatiseren en verre blijven van racisme. Daar staat tegenover dat je bepaalde problemen niet oplost door om de hete brei heen te draaien (net zoals in de jaren tachtig eigenlijk niet de link mocht worden gelegd tussen HIV en homoseksualiteit). Bij straatintimidatie in grote steden gaat het om een tamelijk specifieke groep en datzelfde geldt voor die steekpartijen in grote (en steeds minder grote) steden. Specifieke problemen vragen om een gerichte aanpak, niet om politiek correcte containerbegrippen als 'tieners'.


Dat ik dit onderwerp überhaupt aankaartte, komt doordat ik ben opgegroeid in datzelfde Spijkenisse - al is dat tegelijk een eeuwigheid geleden en een totaal andere wereld. Uit mijn bericht spreekt spijt over de teloorgang van het decor uit mijn jeugd en teleurstelling over het feit dat het al verdacht is om bepaalde zaken aan te kaarten. Wie naar Londen kijkt, weet niet alleen dat we dit probleem in de kiem moeten smoren, maar kan ook vaststellen dat het een probleem betreft dat zowel met chronische armoede als met etnische achtergrond te maken heeft.

Op precies dezelfde manier ben ik van mening dat we als samenleving zouden moeten kiezen voor een streng milieubeleid én een streng migratiebeleid. Er zijn grenzen aan de groei, maar ook grenzen aan de bevolkingsgroei. Voor mij is dat zo klaar als een klontje, want beide thema's hebben elk op hun eigen manier te maken met duurzaamheid en leefbaarheid. Maar op sociale media kom je dan opeens terecht in het mijnenveld tussen links en rechts en bevind je je in zo'n rare spagaat dat veel mensen je niet meer kunnen volgen (en je soms letterlijk ontvolgen).


Ik beschouw mezelf als nuchter en realistisch en ga zo al 11,5 jaar met mijn financiën om. Op dezelfde manier vind ik dat we vluchtelingen en immigranten die hun beste beentje voorzetten met open armen moeten ontvangen en in het zonnetje moeten zetten. Tegelijk zouden uitgeprocedeerde asielzoekers, of mensen die al tijdens hun aanvraag met justitie in aanraking komen, zonder pardon en zonder tijd te verspillen moeten worden uitgezet. Wil je op de lange duur draagvlak behouden voor de opvang van vluchtelingen, dan is dat de enige weg. Dat laatste zeg ik niet alleen, maar geeft ook Geert Mak inmiddels aarzelend toe.

Wegkijken helpt niet en maakt het probleem (lees: elk probleem) op termijn alleen maar groter. Zo vind ik de strafmaat van de 20-jarige 'busverkrachter' nog steeds bijzonder lastig te rijmen met het verlengde voorarrest van die vader uit Ruinerwold van wie nog moet worden vastgesteld dat hij iets ernstigs of echt strafbaars heeft gedaan. Dat het huis uit het Spijkenisse van mijn jeugd nu in een soort getto staat, is helaas niet meer terug te draaien. Laten we echter met z'n allen proberen te voorkomen dat dit hele land onleefbaar wordt.

donderdag 3 oktober 2019

Van de bank mag ik geen dag eerder hypotheekvrij zijn.

Toen ik na de maandelijkse afschrijving op de eerste dag van de maand het schoolbord in de keuken aanpaste, vroeg mijn jongste zoon waarom ik alles eigenlijk niet in één keer afloste. Nadat ik hem het hoe en wat van een spaarhypotheek had uitgelegd, bedacht ik dat ik die laatste vier maandpremies gemakkelijk in één keer kon ophoesten. Na eerst gechat te hebben met Jeffrey en Monique op de website van Aegon, kreeg ik telefonisch te horen dat dat helaas niet mogelijk was. Ik zal dus nog tandenknarsend moeten wachten tot 1 maart 2020.


Laat ik vooropstellen dat dit een uitgesproken luxeprobleem is. De meeste mensen zouden maar wat graag willen ruilen met iemand die nog maar vier maandbetalingen verwijderd is van een hypotheekvrij leven. Tegelijk voel ik me soms een marathonloper op de laatste meters van een lange, vermoeiende race die niet kan wachten tot hij eindelijk kan neerploffen op de stoeprand met een handdoek om zijn nek en een flesje koud water in zijn hand.

Een paar jaar geleden hadden we de looptijd van diezelfde hypotheek al eens met vijf jaar ingekort door het storten van een eenmalig bedrag van ruim 6000 euro én het verhogen van de maandpremie. Had ik dat toen niet gedaan, dan was ik de bank op dit moment nog meer dan 60 maandelijkse betalingen verschuldigd. In plaats daarvan hebben we de marathon ingekort tot een kilometer of 34 zonder te beseffen dat de laatste loodjes dan nog steeds zwaar zouden wegen.


Het besluit om de looptijd in te korten had meer te maken met de lage rente dan met haast of ongeduld. Op dit moment betalen we nog een ouderwetse 6,9% rente, met als gevolg dat het spaardeel aangroeit met hetzelfde percentage. Na 1 maart 2020 zou de rente omlaag duikelen tot misschien wel 2% of zelfs nog lager. Bij elke andere hypotheekvorm hang je na zo'n duikeling de vlag uit, maar bij een spaarhypotheek ben je elke maand netto misschien wel duurder uit.

We hebben dus al vijf jaar gewonnen, maar ik had niet voorzien dat die laatste maanden zoveel irritatie zouden opwekken. Aan de ene kant zit ik me met mijn armen over elkaar te verheugen op het moment dat we hypotheekvrij zijn, aan de andere kant erger ik me groen en geel als de bank aan het begin van de maand een greep doet uit de kas. Om er meteen maar vanaf te zijn, was ik helemaal klaar om dat bedrag in één keer te voldoen.


Toevallig was deze week de aflossingsblij-campagne van de banken weer van start gegaan, dus het was een uitgelezen moment om mezelf een hypotheekvrij huis cadeau te doen. De beste manier om aflossingsblij te worden is namelijk door alles af te lossen, al hoeft een ander scenario helemaal niet tot financiële problemen te leiden. Helaas werkte de bank niet mee, waarschijnlijk omdat het teveel gedoe is en elke extra storting handmatig moet worden verwerkt.

Toch leverde deze middag nog wel iets op, want ik bleek een domme rekenfout te hebben gemaakt. Pas nu we bijna van de hypotheek verlost zijn, ontdekte ik dat het maandbedrag dat op de eerste dag van de maand wordt afgeschreven, betrekking heeft op de vooráfgaande maand. In plaats van vier maandbetalingen waren we er dus nog steeds vijf verschuldigd. Er moet dus weer een streepje bij, maar dan zetten we er op 1 maart 2020 ook écht een heel dikke vette streep onder.

dinsdag 1 oktober 2019

Stop nu maar eens met dat eeuwige gezeur over boze witte mannen

Afgelopen zaterdag schreef Saskia Noort een column over de commotie rondom Greta Thunberg, waarbij het opnieuw dezelfde groep was die alles blijkbaar fout doet. In haar column turfde ik - inclusief de schreeuwerige kop - twee keer de zinsnede 'boze witte mannen' en drie keer 'oude(re) witte mannen'. Die zouden volgens haar ook nog eens onknap zijn en beschikken over kleine balletjes. Gaat natuurlijk niet per se over mij, maar ondertussen begin ik het wel een beetje zat te worden en borrelt ook bij mij de boosheid op.


Het idee van de 'boze witte man' is komen overwaaien uit de VS en maakt deel uit van het moderne jargon dat daar aan de universiteiten inmiddels gemeengoed is geworden. In die kringen kun je de hele wereldorde verklaren en samenvatten in termen als toxic masculinity, white privilige, angry white men, male fragility, en ga zo nog maar even door. In die zin is dat beeld van de boze witte man een gemakzuchtig vertaalde term, afkomstig uit een al even gemakzuchtige ideologie waarin alles zwart of wit is en goed of fout.

Het is ook een manier om elke discussie te smoren of meteen in je eigen voordeel te beslechten. Het maakt immers niet uit wat die boze witte man precies te melden heeft (en zelfs niet of hij eigenlijk wel boos is), omdat het per definitie een minpuntje is wanneer je in deze wereld wit bent, van het mannelijk geslacht en van middelbare leeftijd (al wordt dat begrip inmiddels zo ver opgerekt dat het volstrekt belachelijk is geworden, want zelfs de 72-jarige Arnold Schwarzenegger valt binnen die categorie).


Over Greta Thunberg wil ik het hier verder niet hebben, want dat is een geheel andere kwestie. Wel kun je vaststellen dat je best bezorgd kunt zijn om het klimaat én om de blinde verering die haar ten deel valt gezien haar psychische gesteldheid. Zoals zo vaak sluit het één het ander niet uit. Het is ook onzin om net te doen alsof alleen witte mannen daar een bepaalde mening over zouden hebben, want mijn vrouw en ik lazen afgelopen zomer allebei het boek over het gezin Thunberg en denken er ongeveer hetzelfde over.

Ik moet zeggen dat ik het heel sportief vond van Saskia Noort dat ze de moeite nam om te reageren op een van mijn tweets. Wel wekt ze de indruk wat gefrustreerd te zijn over mannen in het algemeen en mannen van middelbare leeftijd in het bijzonder (en dat is toch de vijver waar ze zelf in moet vissen). Omgekeerd kun je ook vaststellen dat boze witte mannen blijkbaar een geaccepteerde schietschijf vormen, terwijl het minder gangbaar is om in krantencolumns vol minachting te spreken over 'vrouwen in de overgang' of  'vrouwen die over hun houdbaarheidsdatum heen zijn'.


Nu is het zo dat boosheid van nature wel degelijk bij mannen hoort, van welke huidskleur dan ook. Tegenwoordig mag graag de indruk worden gewekt dat alle verschillen tussen man en vrouw door Intertoys worden gecreëerd, maar de echte boosdoener (haha) is natuurlijk 'testosteron'. Ik zou mijzelf dan ook willen omschrijven als licht ontvlambaar, hoewel dat met het klimmen der jaren juist steeds minder is geworden. Sinds ik mijn van nature aanwezige agressie heb vertaald in afloswoede en spaardrift, ben ik een veel redelijker en rustiger mens geworden en dat geldt helemaal sinds ik mezelf een 'basisinkomen' uitkeer.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig in Utrecht bij een prijsuitreiking in het kader van het Nederlands Film Festival. Daar sprak ik een oudere vrouw (zeker tien jaar ouder dan ik) die ik nog kende uit mijn journalistieke tijd en die ongevraagd haar afkeer liet blijken van toenemende politieke correctheid in de filmwereld. Film gaat over creatieve vrijheid, terwijl die nu juist aan alle kanten wordt bedreigd door het wensdenken van het cultureel marxisme en drammerige identiteitspolitiek. Ook regisseur Nouchka van Brakel (1940) hield een ferme toespraak over wat zij de 'verpreutsing' noemt van de filmwereld.

Nu hoort Van Brakel natuurlijk weer bij een andere groep waar je straffeloos tegenaan kunt schoppen (namelijk de babyboomers), maar ik luisterde instemmend naar de wijze woorden van deze 79-jarige vrouw en bedacht aan de hand van de oude filmbeelden die ze vertoonde dat er - ironisch genoeg - beduidend minder schaamte was toen vrouwen nog gewoon schaamhaar hadden. Het is dus zeker niet zo dat boze witte mannen iets tegen vrouwen (of tegen sociaal bewogen meisjes van zestien) zouden hebben, wel tegen schreeuwerige koppen, vrijblijvende grachtengordelpraat en gemakzuchtige analyses.