Zoeken

vrijdag 13 september 2019

Je kunt natuurlijk niet meteen na je studie alweer stoppen met werken

Toen ik onlangs hardop mijn bewondering uitsprak voor schrijfster Nina Weijers, werd ik door iemand geattendeerd op het werk van Bregje Hofstede. Voordat ik kans had gezien een boek van haar te lezen, stuitte ik op een groot artikel van haar hand in het magazine van NRC. Daarin trekt ze ongeveer dezelfde conclusies als in mijn laatste zeven boeken. Het enige verschil is dat Hofstede pas 31 is en nog lang niet genoeg heeft gespaard om tijd voor zichzelf te kopen en te weinig bezit om van de opbrengst te kunnen gaan leven.


Pas toen ik haar stuk las, besefte ik dat ik een van haar boeken al op mijn leeslijst had staan, maar nog niet daadwerkelijk uit de bieb had gehaald. In 2016 schreef zij een boek over haar burn-out, zodat ik nu al kan vaststellen dat zij daar óók stukken sneller mee was dan ik want ik liep pas rond mijn vijftigste tegen mijn grenzen aan. Verder kan ik niets zinnigs zeggen over 'De herontdekking van mijn lichaam', behalve dat haar overspanningsklachten klaarblijkelijk te maken hadden met een 'beklemmende sociale kaders' en een 'vrouwonvriendelijke omgeving'.

Voor mij is het idee van een burnout op je 28ste (of ergens in die buurt) nog steeds een tikje bevreemdend, want op die leeftijd was ik nog maar nét begonnen met werken. Het idee om te stoppen met werken vond ik toen net zo absurd als ik het nu zou vinden om in een tentje te kruipen op het festivalterrein van Lowlands. Toen ik op mijn 45ste impulsief een vakantiehuis kocht in Duitsland, had ik misschien last van een soort sluimerende midlifecrisis maar het had net zo goed te maken met energie, optimisme en ambitie.


Ik zou dus bijna onuitputtelijk kunnen citeren uit haar artikel voor een eventueel volgend boek in de serie van zeven (want ik heb óók liever veel tijd te besteden dan veel geld), terwijl ik me tegelijkertijd afvraag wat nou precies de conclusie is die bij haar bevindingen hoort. Tijdens het lezen moest ik namelijk regelmatig denken aan gesprekken die ik heb gevoerd met mijn eigen kinderen over volwassenheid in het algemeen en dit onderwerp in het bijzonder. Daarbij was de conclusie bijna altijd dat er geen simpele sluipweg is naar een welverdiend vroegpensioen.

Anders gezegd: wie kiest voor een shortcut, snijdt automatisch een heleboel mogelijkheden af. Zo kun je als jong stel heel idealistisch in een tiny house gaan wonen om vervolgens na een paar jaar te ontdekken dat een dergelijk onderkomen toch echt te krap is voor gezinsuitbreiding. Misschien wilde je toch al helemaal geen kinderen neerzetten op deze overvolle planeet, maar het kan ook best dat die kinderwens sneuvelt op de weg naar een antimaterialistisch, stressloos bestaan met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk.


In dezelfde week dat ik het artikel las van Bregje Hofstede, kocht ik het boek Homesick van Catrina Davies. Deze jonge dertiger verkaste vanuit Londen naar een schuur vanwege de wooncrisis in Engeland en de wens om in een landelijke omgeving te leven. Ik ben heel benieuwd naar de inhoud (en heb het voorlopig naast Walden van Henry David Thoreau in de kast gezet, want dat is haar inspiratiebron), maar ik weet nog niet wat haar verhaal precies is en tegen welke hobbels en beperkingen ze aanloopt.

Bregje Hofstede lijkt ook beter te weten wat ze niet wil, dan wat ze wel wil. Aan de ene kant biedt haar verhaal hoop, maar tegelijk heeft het iets van een scholier die van zijn zakgeld een dure BMW wil kopen. Zonder budget ben je aangewezen op een zwervend bestaan of een leven in de marge in een schapenhok in een krimpgebied in Frankrijk. Dan zou ik toch meer voelen voor dat plan dat ik ooit aan mijn oudste zoon voorhield: na je studie vijf jaar buffelen terwijl je nog bij je ouders woont om vervolgens met 100.000 euro op de bank een frisse start te maken op je dertigste.

woensdag 11 september 2019

Hoe zuinig moet je precies zijn om eerder met pensioen te kunnen?

Aanstaande zondagavond ben ik te zien in het KRO-programma Kruispunt dat in z'n geheel gewijd is aan de AOW-leeftijd en aan langer doorwerken. De kans is niet denkbeeldig dat dit meteen mijn laatste televisie-optreden was in dit verband, want tijdens de opnamen had ik af en toe het gevoel dat ik een geschiedenislesje aan het opdreunen was. Natuurlijk is het goed om nog eens stil te staan bij de vraag waarop we de afgelopen jaren allemaal hebben bezuinigd, maar die fase van zuinig aandoen is allang afgelopen.


Zelf zal ik de uitzending, die om 23.10 uur begint, waarschijnlijk niet 'live' bekijken, want sinds ik met vroegpensioen ben leid ik een heel regelmatig - andere mensen zullen meteen zeggen: heel sáái - leven. Daar hoort bij dat ik elke avond uiterlijk om elf uur naar bed ga om - meestal - om een uur of zeven weer verkwikt op te staan. Als we naar een concert gaan (wat een paar keer per maand voorkomt) red ik dat natuurlijk niet, maar echt laat maak ik het alleen op Oudejaarsavond.

Bovenstaande foto is gemaakt op de opnamedag en vervult me met de lichte vrees dat ik straks op camera opvallend zorgelijk en serieus overkom. Wellicht valt dat reuze mee, maar het zou mensen op de gedachte kunnen brengen dat een zelf gefinancierd vroegpensioen iets heel anders is dat een onbezorgde oude dag. Beter - lees: representatiever - zou het zijn om mij vanuit het struikgewas onopgemerkte te bespioneren wanneer ik buiten de krant zit te lezen dan mij voor een camera neer te zetten om een kunstje op te voeren.


De uitzending van aanstaande zondag draait om de vraag hoe je het volhoudt om tot je 67ste (of langer) door te moeten werken. In dat verband is het interessant en relevant om te weten hoe ik het voor elkaar heb gekregen om al op mijn 55ste met vroegpensioen te gaan, al is het nog niet eenvoudig om dat in een paar zinnen samen te vatten zonder de waarheid geweld aan te doen of de kijker met allerlei onbeantwoorde vragen te laten zitten.

Dus vertelde ik voor de zoveelste keer dat ik na de kredietcrisis in 2008 jarenlang geen nieuwe kleren had gekocht en liet ik me filmen op mijn tweedehands racefiets van Marktplaats. Allemaal waar en allemaal niet los te zien van mijn huidige bijna hypotheekvrije leven, maar tegelijk is het voltooid verleden tijd. In zekere zin kun je me net zo goed voor de camera slepen om nog eens te vertellen over mijn studietijd of over de stress die ik in mijn laatste jaren als chef redacteur van een in zijn voortbestaan bedreigd maandblad ervoer.


Dus, nogmaals: mijn verhaal is interessant en misschien zelfs inspirerend, maar niet meer op mijzelf van toepassing. Ik ben de boer die achterover leunt na een overvloedige oogst en voor de camera nog één keer zijn schep in de zware klei steekt. Om die reden zou ik zeker gaan kijken, want het kan zomaar de laatste keer dat ik vertel over het hoe en wat van ons extra aflossen en extreem zuinige leven. De oppervlakkige kijker ziet straks een vrek met een garderobekast vol afdankertjes, terwijl ik zelf geen tel meer het gevoel heb dat ik mezelf tekort doe.

Toen ik op mijn 55ste stopte met werken, zijn we ook gestopt met extra aflossen. Over vijf maanden ben ik hypotheekvrij en dan vallen de woonlasten zelfs helemaal weg. Ondertussen kan ik op www.mijnpensioenoverzicht.nl zien dat ik na mij echte pensioendatum netto zelfs meer te besteden heb dan nu, zodat we de komende jaren steeds ruimer kunnen gaan leven. Sinds de opnamen heb ik mezelf dan ook al een nieuwe racefiets cadeau gedaan, wat nog eens onderstreept dat een vroegpensioen niet saai of statisch is, maar een leerzaam proces en een work in progress.

donderdag 5 september 2019

Welke karaktereigenschappen helpen je op weg naar een vroege VUT?

Afgelopen maandag kreeg ik bezoek van Carolina Pruis die me haar splinternieuwe boek officieel kwam overhandigen. Hoewel de titel Happy in je werk op het eerste gezicht haaks lijkt te staan op mijn boodschap (en klinkt als precies het omgekeerde van De omgekeerde werkweek), zijn er wel degelijk raakvlakken. Want welke exit-strategie hanteer je als je toevallig niet gelukkig bent op je werkplek of ontevreden met het gekozen beroep? En over welke eigenschappen moet je beschikken wanneer je op eigen kosten eerder zou willen stoppen?


Toevallig hadden we een dag eerder in dezelfde tuin een verjaardagsfeest met een lange tafel vol visite. Tijdens het eten merkte ik op dat ik de laatste tijd steeds meer (jonge) vrouwen op een racefiets zag, waarop een van de gasten meteen sneerde dat dat onzin was want hij zag onderweg alleen maar oude mannen met dikke buiken. Omdat ik inmiddels heb geleerd dat het zinloos is om te proberen mensen ergens van te overtuigen of hun persoonlijkheid te veranderen, ging ik verder niet op het onderwerp in.

Wel dacht ik, voor het eerst nadat ik gestopt was als journalist, dit: als ik de volgende dag naar mijn werk was gegaan, had ik aan het einde van de dag vier jonge vrouwen gevonden die nog maar net hun eerste racefiets hadden aangeschaft (inclusief mijn nichtje Kristel Hormann en schrijfster Aafke Romeijn). Verder zou ik framebouwer Herman Braun hebben gebeld die mijn indruk bevestigde, cijfers boven water hebben gehaald om mijn betoog te ondersteunen en een fietsenhandelaar hebben gevonden die de hoop uitsprak dat het meer was dan een voorbijgaand modeverschijnsel.


Wat ik hiermee wil laten zien, is dat er mensen bestaan die alles meteen van tafel vegen en op elk nieuw idee direct een deksel zetten zodat het geen zuurstof krijgt. Die mensen zitten vaak zo vast in hun eigen overtuigingen dat ze er ten onrechte van overtuigd zijn dat veel dingen onmogelijk zijn en dat nog veel meer niet voor hen is weggelegd. Wie zo redeneert, fietst op zijn 66ste nog steeds met lood in de schoenen om 7 uur naar zijn werk zonder onderweg ook maar één vrouw op een racefiets te zien, zelfs niet als hij door een heel peloton wordt ingehaald.

Aan dat voorbeeld dacht ik toen Carolina Pruis mij vroeg waarom ik op mijn 55ste ben gestopt met werken, terwijl veel anderen door moeten buffelen tot ze 67 zijn of helemaal op zijn. Dat had ze me eerder al gevraagd voor 'Happy in je werk', maar inmiddels kon ik daar nog wel wat aan toevoegen. In haar boek heb ik het over discipline en doorzettingsvermogen. In de krant las ik dat een asceet lijkt op een atleet en dat klopt. Ik heb het in mijn boeken vaak over het vermogen om af te zien, om met pijn en moeite een steile berghelling te beklimmen in de wetenschap dat boven een stuk taart op je wacht en een heerlijk lange afdaling.


Denkend aan het gesprek van een dag eerder, kon ik daar nog wel iets aan toevoegen. Je dient namelijk ook te beschikken over voldoende verbeeldingskracht en fantasie. Je moet geloven dat het onmogelijke soms mogelijk is en de overtuiging zijn toegedaan dat de toekomst naar je toekomt als je er vurig in gelooft en bereid bent om op goed geluk zijpaden te bewandelen en op je gevoel af te gaan. Je moet eigenwijs zijn, opstandig, dwars, creatief, geduldig én ongeduldig en je niet te snel uit het veld laten slaan of van de wijs laten brengen.

Het is echt niet zo dat ik zelf over al deze eigenschappen beschik of over alleen maar goede eigenschappen, want toeval, timing en geluk spelen elk ook hun eigen onvoorspelbare rol in het geheel. Carolina Pruis sprak voor haar boek met meer mensen en haar conclusie is dat er altijd iets belangrijks of schokkends moet gebeuren - een zogeheten 'life-event' - voordat de ogen van mensen opengaan en het tijd is voor maatregelen. In die zin dank ik alles net zozeer aan mijn Duitse (ik zou bijna zeggen: Pruisische) genen als aan de kredietcrisis die geheel onaangekondigd mijn leven overhoop gooide en de dobbelsteen een heel andere kant op liet rollen.

vrijdag 16 augustus 2019

Wie klaar is met aflossen, moet weer leren om geld uit te geven.

Toen wij in 2008 besloten de hypotheek versneld af te gaan lossen, vormde dat het startsein voor een radicaal ander uitgavenpatroon waarbij alles ondergeschikt was gemaakt aan dat ene, bijna heilige doel. Dat leidt ertoe dat je aan de ene kant zonder met je ogen te knipperen duizenden euro's overboekt naar de bank, terwijl je jezelf nauwelijks durft te trakteren op een kop koffie op een terras. Inmiddels zijn we bijna hypotheekvrij en kunnen we ook weer vrij beschikken over ons geld. Maar kán je dat dan nog wel of veeg je elke aankoop bij voorbaat van tafel als overbodig of te duur? 


In een van mijn latere boeken reken ik voor hoe lang het duurt voordat een gedragsverandering een blijvend karakter krijgt. De schattingen verschillen, maar na een paar jaar wordt alles wat je doet vanzelf een vaste gewoonte en gaat het deel uitmaken van je persoonlijkheid en je identiteit. Zo moest ik ooit een paar kilo kwijt en besloot toen om een tijdje geen jus over mijn aardappels te doen en geen suiker in de thee. Dat leidde tot het geplande gewichtsverlies, maar ook tot een ongeplande verandering in mijn voedingspatroon die een blijvend karakter had.

Je kunt dus wel nagaan wat er gebeurt wanneer je jarenlang zuinig gaat leven om ervoor te zorgen dat je elke maand zoveel mogelijk geld bespaart. Om te beginnen krijgt het begrip 'zuinigheid' geleidelijk een andere betekenis, omdat het ongemerkt verandert in 'het nieuwe normaal'. In de ogen van andere mensen leeft je misschien nog zuinig, zelf weet je niet beter meer en ervaar je het ook niet als een last of een opoffering. Zo staat de centrale verwarming hier in de winter vaak op 17 graden (of lager), zonder dat ik dat ook maar één tel als onaangenaam of koud ervaar.


Over precies zes maanden bereiken we een nieuwe fase in ons leven - of misschien moet ik zeggen: komen we aan op de plaats waar de titel van mijn boek uit 2012 al aan refereert. Wie hypotheekvrij is, kan stoppen met aflossen en hoeft nooit meer één cent rente te betalen aan de bank. Dat is natuurlijk reden genoeg om de vlag uit te hangen en vuurwerk af te steken, maar ik vermoed dat je ook wat verweesd achterblijft en even geplaagd wordt door een gevoel van doelloosheid en leegte. Je bent elf jaar lang onderweg geweest naar deze plek zonder je af te vragen wat je er nu eigenlijk precies gaat doen.

Eenmaal hypotheekvrij, vergroot je je bestedingsruimte op twee manieren: je bent de bank geen maandelijkse rente meer verschuldigd én je hoeft niet meer te sparen voor extra tussentijdse aflossingen. Probleem is echter dat je niet eens meer weet waaraan je voorheen je geld uitgaf en je jezelf ook niet meer 'vrij' voelt om zomaar je portemonnee te trekken. Al vroeg beseften we dat zuinig leven ook een vorm van duurzaamheid is, dus er is geen sprake van dat we er straks zomaar op los gaan leven. Logischer zou zijn om te kijken of de energierekening misschien ook richting nul kan, net als eerder de hypotheekschuld.


Dat alles en meer schoot door mijn hoofd toen ik voor de spiegelende etalageruit stond van Braun Cycling en een soort mentale tijdreis doormaakte. In de vitrine stond precies dezelfde racefiets die ik mezelf ooit heb laten aanmeten door Herman Braun, toen zijn bedrijf nog was gevestigd op de zolder van een rijtjeshuis in Spijkenisse. Pas toen besefte ik hoe oud die fiets inmiddels is - ik kocht hem ergens in 1983 of 1984 - en hoeveel er sindsdien is veranderd. Zo worden de frames tegenwoordig in elkaar gelast door zijn zoon Dave, terwijl Herman voor de afwerking zorgt en tot op de millimeter nauwkeurig je zadel afstelt.

In hun bedrijf komt alles samen: ambachtelijkheid, vakmanschap, een persoonlijke benadering, duurzaamheid en een product met 'een verhaal'. Dit is geen dertien in een dozijn fiets uit een Chinese container, maar maatwerk en handwerk van een lokaal bedrijf om de hoek. Vraag maar eens aan oud-renner Erik Breukink waar hij het liefst op rijdt of aan Leontine van Moorsel. In die spiegelruit zag ik ook hoeveel ouder ik zelf intussen was geworden en hoe verouderd die eerste fiets. De enige logische vraag was vervolgens: hoe duur was die prachtige stalen fiets waar ik binnen recht tegen aanliep en had ik dat ervoor over?

woensdag 3 juli 2019

Aflossen heeft alles te maken met agressie en spaarwoede

Het vooruitzicht dat ik over precies zeven maanden hypotheekvrij ben, geeft enorm veel rust. Tegelijkertijd zal ik nooit vergeten dat ik destijds als een bezetene ben gaan aflossen vanuit een totaal andere emotie. In combinatie met baanonzekerheid, was vooral boosheid de belangrijkste drijfveer om de hypotheekschuld zo snel mogelijk omlaag te brengen. In zie zin heeft ons huiselijk project alles te maken met spaarwoede én met testosteron.


Het besluit om van de ene dag op de andere extra te gaan aflossen, nam ik als man geheel eenzijdig en op eigen houtje. Ik heb het niet met mijn financieel adviseur overlegd en toen ik het onderwerp bij mijn vrouw aankaartte was het niet per se de bedoeling dat daar veel inspraak aan te pas kwam. Gelukkig vond ze het meteen een goed idee - niet in de laatste plaats omdat mijn baan op de tocht stond - maar als ik heel eerlijk ben was het in de eerste plaats een even instinctief genomen als autoritair besluit.

In een van mijn boeken verwijs ik ook naar woorden als spaarwoede en aflossingsdrift om aan te geven dat het een en ander voortkomt uit een emotie die niet geheel losstaat van agressie. Wie extra aflost, berooft weliswaar niet letterlijk een bank, maar berooft deze wel van een gestage bron van inkomsten. Beide aflossingsvrije hypotheken liepen in principe door tot mijn dood, dus als ik daadwerkelijk honderd zou worden moest ik vanaf dat moment nog een halve eeuw rente blijven betalen.


In zekere zin beschouw ik de afgelopen elf jaar als een veldtocht waarbij ik de strijd aanging met de woningschuld. Die aanvankelijke boosheid is allang naar de achtergrond verdwenen en verdampt, maar het was net zo goed een plan de campagne als een soort vreedzame oorlogscampagne. Het was ook geen toeval dat ik daarbij het voortouw nam en een krijtbord gebruikte om te visualiseren hoe we de schuld te lijf zouden gaan. Ook de monomanie waarmee ik me de afgelopen jaren op dit onderwerp heb gestort, heeft iets typisch mannelijks.

Dergelijk gedachtegoed is heden ten dage wat op de achtergrond geraakt en vanzelf een beetje suspect geworden. In het Algemeen Dagblad van afgelopen zaterdag viel zelfs te lezen dat het feit dat mannen meer testosteron bezitten in twijfel dient te worden getrokken met de zinsnede dat mannen meer van dat mannelijke geslachtshormoon 'zouden' bezitten. Nu word ik regelmatig een oude zuurpruim genoemd die niet met zijn tijd meegaat, maar diezelfde discussie voer ik al sinds ik als 19-jarige politicologie ging studeren en daar te horen kreeg dat alle verschillen tussen man en vrouw terug te voeren zijn op socialisatie en opvoeding.


Dat leek me toen als 19-jarige buitengewoon onwaarschijnlijk, onwetenschappelijk en onwaar. Je kunt oprecht vinden - en zo denk ik er zelf ook over - dat mannen en vrouwen gelijke kansen zouden moeten hebben en tegelijk accepteren dat bepaalde verschillen wellicht aangeboren zijn. In mijn optiek hoeft dat emancipatie helemaal niet in de weg te staan (want het lijkt me geen enkel probleem dat er meer vrouwen in de zorg werken en meer mannen op booreilanden), maar sociale wetenschap is steeds meer veranderd in een soort wensdenken met een pseudowetenschappelijk sausje.

Zo kan het gebeuren dat een gepromoveerde hoogleraar met droge ogen in de krant beweert dat het verschil in agressie tussen mannen geheel terug te voeren is op de verwachtingen die we als maatschappij koesteren van mannen en vrouwen. Zij noemt dat zelfs 'de meest logische verklaring', terwijl de meest logische meestal een biologische is. De moderne mens is 200.000 jaar oud en heeft verkrachting en prostitutie al heel lang op het repertoire staan. Dat moet je beteugelen, bestraffen kanaliseren en stroomlijnen, maar dat krijg je de wereld niet uit met goede bedoelingen en de schattige gedachte dat je mannen alleen maar anders hoeft op te voeden.

Geef een man vrouwelijke hormonen en hij verandert - ik citeer uit mijn hoofd uit de krant - in een besluiteloos, huilerig kreng. Dien een vrouw mannelijke hormonen toe en prompt wordt het gedrag doelgericht en doen geslachtsdrift en agressie hun intrede. Anders gezegd: vraag gewoon aan al die transgenders wat hormonen doen of hebben gedaan met hun gedachten en hun gedrag. En vraag het anders eens aan Frans de Waal die al zijn hele volwassen leven chimpansees bestudeert. Ik heb mezelf recentelijk wel eens een aangeklede aap genoemd, maar eigenlijk was ik al die tijd aan het aflossen als een dolle stier.


woensdag 26 juni 2019

Kan een klimaatcatastrofe nog op tijd worden voorkomen?

Afgelopen weekend las ik in De Volkskrant een bespreking van maar liefst vijf nieuwe boeken die betrekking hebben op de 'klimaatcrisis'. Volgens de auteur van het stuk hebben we minder dan twaalf de tijd om het tij nog te keren en dat lijkt een bijna onmogelijke opgave. Tegelijk zat ik meteen rechtop toen ik dat zinnetje las, want dit jaar is het precies élf jaar geleden dat wij het roer radicaal omgooiden en besloten versneld te gaan aflossen.


Dit onderwerp is lastig en in zekere zin net zo heikel als dat van vorige week. Je wordt in deze tijd - waarin niet alleen de aarde opwarmt maar ook het debat steeds verhitter raakt - al snel ingedeeld in een bepaald kamp, terwijl ik me juist breed oriënteer. Dat blijkt wel uit bovenstaande rij boeken waar relativerende geluiden pal naast radicale opvattingen staan en er zowel plaats is voor overdrijvers als voor ontkenners.

Als 27-jarige journalist schreef  ik in 1988 al een groot artikel over wat toen nog het broeikaseffect heette en ben van plan dat in de wintermaanden een keer op te gaan zoeken in de stapels met oude tijdschriften. Het lijkt me zeer interessant om de inhoud tot me te nemen met de kennis van nu, ook in de wetenschap dat sindsdien ruim dertig jaar zijn verstreken. In elk geval kan ik dan tegen mijn kinderen en kleinkinderen zeggen dat ik niet blind was voor het probleem.


Hoe urgent de problematiek is, valt lastig te bepalen. Probleem is dat veel rampscenario's uit het verleden niet zijn uitgekomen of pas echt voelbaar gaan worden op een veel langere termijn. Zelf voorzie ik sowieso enorme problemen door de groei van de wereldbevolking en het streven naar een hoger welvaartsniveau. Het zal wellicht mogelijk zijn al die monden te voeden, maar niet om al die mensen een leven te laten leiden op ons welvaartsniveau.

In die zin is het gehamer op gelijke kansen in ons speldeprikje op de aarde ook een beetje aandoenlijk, want die ongelijkheid is op wereldwijd niveau even schrijnend als onoplosbaar. Extra wrang is dat juist arme landen de zwaarste gevolgen zullen moeten dragen van de door het rijke westen veroorzaakte rampspoed. Daarom zullen het in de eerste plaats ook de inwoners van welvarende westerse landen moeten zijn die hun levensstijl drastisch aanpassen.


Volgens de krant hebben we minder dan 12 jaar om de trend te keren. Dat klinkt vrijblijvender dan het tij keren, maar het gaat om die tijdspanne. In 2008 besloten wij het roer radicaal om te gooien en als een bezetene te gaan aflossen. Wanneer je kijkt welke maatregelen we toen hebben genomen om geld te besparen, zou je net zo goed kunnen zeggen dat we in oktober 2008 besloten om zo duurzaam mogelijk te gaan leven met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk.

Het schijnt al een hele uitdaging te zijn om drie maanden geen nieuwe kleren te kopen, maar na oktober 2008 heb ik zeker zes jaar geen nieuwe spijkerbroek meer gekocht. We gebruiken thuis veel minder energie, nemen nooit het vliegtuig, eten een paar keer per week vegetarisch, kopen zelden of nooit iets nieuws, slaan wel eens een zomervakantie over en verplaatsen ons in het weekend minimaal en meestal per fiets. Een duurzame financiële huishouding is in die zin ook in andere opzichten duurzaam.

In de volksmond heet het dat het 'mijn' generatie is die de problemen heeft veroorzaakt, terwijl ik vermoed dat ons gezin de afgelopen 11 jaar véél minder CO2 heeft uitgestoten dan menig millennial die in zijn tussenjaar een wereldreis heeft gemaakt. Willen we dit probleem écht aanpakken, dan vraagt dat om een radicale koerswijziging en zullen er offers moeten worden gebracht. Maar het zal wel net zo gaan als met onze hypotheek: wanneer je vertelt dat je alles bijna hebt afgelost, zitten mensen op het puntje van hun stoel, tot je begint te vertellen wat je er allemaal voor hebt moeten laten...

woensdag 19 juni 2019

Voor sommige privileges moet je nog best hard werken

Tijdens het lezen van een recensie over de film Camino in De Filmkrant, stuitte ik op een zinnetje dat maar door mijn hoofd bleef spoken. In deze documentaire legt een man van zestig de bekende bedevaartstocht af naar naar Santiago de Compostella en filmt daarbij zijn eigen inspanningen en overpeinzingen. Of je het eindresultaat nu goed of slecht vindt, zelf vroeg ik me vooral af wat de toevoeging dat het bij de hoofdrolspeler gaat om een 'witte, geprivilegieerde man' precies toevoegt. 


Niks ten nadele van De Filmkrant, want in een van de vorige edities stond een lange, lovende recensie van mijn laatste boek. De meeste mensen zullen er misschien ook overheen lezen, maar zelf begin ik langzamerhand een beetje allergisch te worden voor modieuze begrippen als 'white fragility', 'toxic masculinity' en ga zo maar door. Het is jargon dat weinig met wetenschap te maken heeft en alleen bedacht lijkt om te staven dat racisme en seksisme in deze maatschappij nog steeds diepgeworteld en hardnekkig zijn.

In dit geval kun je de toevoeging 'witte, geprivilegieerde' ook weglaten zonder dat je daarmee belangrijke informatie mist. Streep het in gedachten maar eens door en lees de zin dan nog een keer. Inderdaad: een overbodige observatie, die alleen maar te verklaren valt door het feit dat de film wordt besproken door iemand met de naam Omar Larabi. Het gevaar bestaat dus dat vrouwelijke en allochtone recensenten alles bekijken door een ideologische bril en overal te pas en te onpas een etiket op plakken.


Via Twitter heb ik hem nog even rechtstreeks gevraagd wat hij hier nou precies mee bedoelde, maar dat eindige al snel in de beschuldiging dat ik een 'racist' was. Dat lijkt me wat kort door de bocht, want eigenlijk was ik alleen maar oprecht nieuwsgierig naar een antwoord op de vraag of een midlife crisis inderdaad iets is waar alleen blanke mannen tegenaan lopen. Is het een leeftijdgebonden fenomeen en kom je het in verschillende verschijningsvormen tegen in alle culturen, of kennen we het alleen in het Westen?

De volgende logische vraag is of 'wit' en 'geprivilegieerd' in alle gevallen synoniem zijn aan elkaar. Als dat zo is, dan moet Omar dat nog maar eens duidelijk komen uitleggen aan die ene 56-jarige jeugdvriend van mij die in een huurhuis woont, een zwaar beroep heeft, kostwinner is en waarschijnlijk tot zijn 68ste door moet werken. Van welke kant ik zijn leven ook bekijk, er is niets geprivilegieerds aan en al helemaal niets wat hem puur op basis van zijn afkomst in de schoot is geworpen.


Een paar dagen las ik een opiniestuk in De Volkskrant waarin op hetzelfde aambeeld werd geslagen. De auteurs signaleren terecht dat niet iedereen in deze maatschappij gelijke kansen heeft, maar formuleren het zo dat je bijna zou gaan denken dat je iets laakbaars doet wanneer je je kinderen buiten schooltijd actief begeleidt. Hoe je het begrip 'privilige' in dit verband precies op moet vatten, weet ik oprecht niet en al evenmin hoe je dat proces om kunt keren. Zo wordt het taalgebruik sluipenderwijs vergiftigd met termen die ten onrechte onrecht suggereren.

Vergeet niet dat die 60-jarige man uit Camino is geboren in een land dat nog vrijwel geheel wit wás. Betekent het dat toen iederéén bevoorrecht was, van de putjesschepper tot de directeur? Of gold het toen ook alleen voor witte mannen? En zou je die term 'wit en geprivilegieerd' anno 2019 ook gebruiken wanneer er geen asielzoekers, gastarbeiders en andere immigranten naar Nederland waren gekomen of was het dan een hol begrip? Over mezelf kan ik bijvoorbeeld zeggen dat ik me heel bevoorrecht voel, maar ik zou het jammer vinden als het hoe en wat van het bijbehorende verhaal wordt versmald tot mijn huidskleur.

Misschien zit daar dus wel de overgevoeligheid aan mijn kant: dat ik net iets te vaak heb gehoord dat ik 'makkelijk praten' heb met een hypotheekvrij huis, terwijl we daar jarenlang extra zuinig voor hebben geleefd. Het leven is een optelsom van beslissingen en kansen, van toeval en geluk, van inspanningen en besparingen, van zaaien en oogsten. Ja: ik ben wit en hoogopgeleid, maar ik zou nooit in deze positie terecht zijn gekomen als ik al mijn geld over de balk had gesmeten of als ik na mijn eerste geflopte boek de handdoek in de ring had gegooid.

Het is ook te simpel of het allemaal op te hangen aan één kapstok, want naast afkomst en geslacht speelt ook mee of je slim bent of dom, knap of lelijk, bang of dapper, lang of kort, gezond of ongezond en ga zo maar door. De ene mens heeft vanaf zijn geboorte meer kansen dan de andere, maar het zou een slechte zaak zijn als we elke persoonlijke prestatie - inclusief het uitlopen van een bedevaartstocht - af gaan doen als een privilege en elke welverdiende beloning verwarren met de term bevoorrecht.