Zoeken

woensdag 11 oktober 2017

Toch nog even een paar opmerkingen over die aflosboete

Het gekrakeel rondom het afschaffen van de Wet Hillen doet een beetje denken aan de ophef die ontstond toen het vorige kabinet aankondigde een inkomensafhankelijke zorgpremie in te willen voeren. Dat leidde tot zoveel maatschappelijk protest dat het voorstel schielijk werd ingetrokken (hoewel we natuurlijk allemaal bijna ongemerkt een inkomensafhankelijke bijdrage leveren bovenop onze maandelijkse zorgpremie). Datzelfde zou ook kunnen gebeuren met deze maatregel, zeker nu tegenstanders massaal roepen dat het gaat om een "aflosboete". Dat is een slimme frame die alleen al door de woordkeuze weerstand oproept. Het zou dus best kunnen dat het kabinet Rutte 3 deze heisa benut om de aandacht af te leiden van andere vervelende maatregelen zoals de aangekondigde BTW-verhoging .


Ik weet niet of Hans Wiegel de eerste was die met het woord 'aflosboete' op de proppen kwam of dat het een bedenksel is van de partij 50Plus, maar het zou wel eens een briljante zet kunnen zijn. Als dat woord eenmaal gaat rondzingen, schrikt het kabinet misschien terug of wordt Rutte 3 alsnog teruggefloten door de Tweede of Eerste Kamer. Geen enkele politicus wil natuurlijk een aflosboete op zijn naam hebben staan, zeker niet nu we net met z'n allen een tikje anders tegen dit soort schulden aan zijn gaan kijken (ook al niet omdat de collectieve hypotheekschuld met meer dan 665 miljard euro nog steeds schrikbarend hoog is). Nu ontstaat bij mensen toch een beetje het onrechtvaardige idee dat goed gedrag wordt afgestraft, alsof je alsnog een boete krijgt wanneer je netjes 30 rijdt op een woonerf.

Psychologisch gezien was dit geen slimme zet van Rutte 3. Voordat de eerste rekensommetjes verschenen over de gevolgen van het afschaffen van de Wet Hillen, regende het al boze reacties. Zelfs als de lastenverzwaring meevalt, kan door deze maatregel het idee postvatten dat aflossen geen zin heeft of zelfs averechts uitpakt. Weliswaar moet iedere starter vanaf 1 januari 2013 verplicht in dertig jaar alles aflossen, er zijn nog steeds een heleboel huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek die zélf die keuze moeten maken. Met deze maatregel demotiveer je die groep en zet je ze misschien zelfs op het verkeerde been, al was het alleen maar omdat mensen zich niet echt in het onderwerp verdiepen en zich van de bijbehorende discussie straks alleen nog maar een paar losse kreten herinneren.


Het is voornamelijk de bijbehorende redenering die rammelt. Je kunt als regering namelijk niet zomaar stellen dat de Wet Hillen geld kost, of veel minder overheidsinkomsten genereert, zonder tegelijk ook even uit te rekenen hoeveel de fiscus bespaart doordat steeds meer mensen extra geld storten in hun hypotheek of zelf versneld hun hele woningschuld aflossen. Zo heb ik zelf bijvoorbeeld de looptijd van mijn spaarhypotheek met vijf jaar ingekort door de maandpremie te verhogen en een extra eenmalige storting te doen. Je kunt zeggen dat ik daarmee vanaf maart 2020 vijf jaar hypotheekrenteaftrek misloop, maar net zo goed dat ik het eerstvolgende kabinet een mooi bedrag bespaar.

Helemaal precies heb ik het niet uitgerekend, maar uit de losse pols kan ik nu al berekenen dat ik de overheid, door mijn hypotheek tot de laatste cent versneld af te lossen, veel méér bespaar aan hypotheekrenteaftrek dan ik straks zou moeten gaan betalen aan eigenwoningforfait als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd. In mijn specifieke geval was de staat dus al een stuk goedkoper uit, zodat de noodzaak om mij nog eens extra te belasten volledig ontbreekt. In plaats daarvan zou het eerlijker geweest zijn als mijn definitieve aanslag vergezeld ging van een bos bloemen en een bedankbriefje met daarop het bedrag dat ik de overheid nu weer heb bespaard.


Toch is ook dát rekensommetje niet helemaal eerlijk, want in ons geval ging versneld aflossen vergezeld van een sobere levensstijl en een heel ander consumptiepatroon. Ik ben niet gaan aflossen met behulp van spaargeld dat ik al had, maar juist heel fanatiek gaan sparen om mijn hypotheek in rap tempo af te kunnen lossen. Op die manier is de overheid heel wat misgelopen aan BTW, aan accijns (op zowel drank als benzine) en - tot slot - aan inkomstenbelasting. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en gewend ben geraakt aan een heel ander uitgavenpatroon, kan ik met minder inkomsten toe en hoef ik veel minder te werken. Zo bekeken is het niet verrassend, en ook niet zo heel verderfelijk, als de overheid probeert om arbeid wat minder te belasten en vermogen juist iets meer.

Ondertussen vraag ik me serieus af op welke bijvoeglijke naamwoorden burgers en belangengroepen straks gaan teruggrijpen wanneer besloten wordt om de overwaarde van de eigen woning voortaan op dezelfde manier te gaan behandelen als spaargeld. Het afschaffen van de Wet Hillen is namelijk slechts peanuts als je het vergelijkt met het overhevelen van de eigen woning van Box 1 naar Box 3. Onder het huidige belastingregime zou je met een koophuis van 2 ton zo'n 200 euro per maand kwijt zijn aan vermogensrendementsheffing (zonder drempelbedrag), terwijl het bij de Wet Hillen gaat om een paar tientjes per maand. Je kunt dit plan dus een 'schande' noemen of zelfs bestempelen als 'diefstal', maar je moet tegelijk beseffen dat dit nog maar een voorzichtige eerste stap is en dat de echte klap nog moet komen.

maandag 9 oktober 2017

Zou Mark Rutte misschien mijn boek Helemaal Vrij hebben gelezen?

De afgelopen dagen werd ik via sociale media bestookt met de vraag wat ik nou precies vind van de uitgelekte kabinetsplannen die betrekking hebben op de woningmarkt. Want hoe zinnig is een pleidooi voor versneld aflossen eigenlijk nog als je in de krant kunt lezen dat je straks dúúrder uit bent met een afgelost huis? Om te beginnen zijn het voorlopig slechts plannen en moeten we eerst nog maar eens afwachten wat er allemaal van terechtkomt, nog los van de vraag of dit kabinet het jaar 2020 heelhuids weet te halen. Daarnaast is het belangrijk het hoofd koel te houden, want de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek treft alleen de groep mensen met een inkomen hóger dan 68.000 euro. Tot slot komen deze maatregelen ook weer niet helemaal uit de lucht vallen, want ik voorspel het al op pagina 59 van het boek Helemaal Vrij! uit 2013...


Het is natuurlijk een beetje gemeen van mezelf, maar dat feit zorgde afgelopen weekend voor een bescheiden binnenpretje. Ik was niet boos of verontwaardigd, zoals veel mensen op sociale media maar had juist een triomfantelijk gevoel. Zelf ga ik er niet per se op vooruit door de nieuwe plannen, maar het is altijd leuk om al in 2013 iets te hebben geschreven dat vier jaar later uitkomt. Ironisch genoeg is Helemaal Vrij! - dat eerder dit jaar verscheen in een frisse heruitgave - van mijn laatste zes boeken het minst goed verkocht, terwijl je daarin zelfs al zwart op wit kunt lezen dat de eigen woning onder Rutte 4 waarschijnlijk naar Box 3 verhuist.

Dat Helemaal Vrij! het minder goed heeft gedaan dan andere titels uit de serie, is logisch want er is altijd één boek dat minder verkoopt dan de rest. Je kunt dat achteraf proberen te verklaren, maar eigenlijk snapte ik het pas toen ik het eerder dit jaar nog een keer aandachtig doorlas met het oog op de aangekondigde heruitgave. Meestal is de toon van mijn boeken optimistisch en luchtig, maar in dit geval werd ik er bijna somber van mezelf. Er staan een hoop zinnige dingen in en op sommige hoofdstukken ben ik nog steeds uitgesproken trots, maar je kunt merken dat ik dit boek geschreven heb in de periode dat ik ontslagen werd en maandenlang in grote onzekerheid verkeerde.


Ik was dan in zekere zin wel helemaal vrij, maar ik was tegelijkertijd helemaal niet blij. Toen ik bovenstaande passage schreef (en dat moet in 2012 zijn geweest, want een boek is altijd eerder geschreven dan het jaar van verschijnen) had ik het weliswaar bij het rechte eind, maar dat kon ik toen nog niet vermoeden. Als ik heel eerlijk ben, had ik dit boek liever in de allesbrander willen gooien in plaats van het opnieuw uit te geven. Nu blijkt het echter zeer waardevolle informatie te bevatten die je zou kunnen omschrijven als voorkennis wanneer het om aandelenhandel ging in plaats van investeren in de eigen woning.

Toen ik afgelopen weekend werd gebeld door een heel aardige mevrouw van de NOS, antwoordde ik haar in alle eerlijkheid dat ik niet verrast was door de aangekondigde maatregelen en ook helemaal niet zo vreselijk boos of verontwaardigd. Mensen met een hypotheekvrij huis hoef je wat mij betreft niet te straffen voor hun spaarzaamheid, maar je hoeft ze ook niet volledig te ontzien. Het probleem is dat iedereen tegenwoordig al snel moord en brand schreeuwt, roept dat iets niet eerlijk is of onrechtvaardig en zichzelf bombardeert tot slachtoffer van een overheid die voor de zoveelste keer op rij de spelregels verandert tijdens de wedstrijd.


Dat laatste is natuurlijk deels waar (want vraag om je heen maar eens naar de precieze systematiek van de vermogensrendementsheffing anno 2017), al kun je sommige maatregelen van een kilometer afstand aan zien komen als je de moeite neemt je in de materie te verdiepen. Zelf betaal ik al járen vermogensrendementsheffing over een hypotheekvrij vakantiehuis, dus ik schrik straks helemaal niet zo vreselijk als ik word aangeslagen voor de overwaarde op mijn eerste woning. Wel voorzie ik heel veel gesteggel over de WOZ-waarde, want op het moment dat je koophuizen wil gaan belasten als vermogen telt elke euro mee. Dat speelt al bij het afschaffen van de Wet Hillen en wordt nog veel prangender als de eigen woning naar Box 3 zou verhuizen.

Wat me de afgelopen dagen nog het meest is opgevallen, is dat mensen in de stress schieten bij de krantenkop dat je straks duurder uit bent met een afgelost huis zonder zich af te vragen hoeveel duurder dan precies en in vergelijking met wie of wat. Strikt genomen klopt die kop namelijk al, wanneer dat straks een tientje per maand kost, terwijl het ook over een paar duizend euro per jaar kan gaan. Uit de losse pols: bij een eigenwoningforfait van 0,6% wordt er bij een huis van 2 ton 1200 euro opgeteld bij je belastbare inkomen. Daar betaal je dan ongeveer 40% belasting over en dat is zo'n 500 euro per jaar. Straks hoef ik dus alleen maar mijn krantenabonnement op te zeggen om ervoor te zorgen dat deze operatie in mijn specifieke geval inderdaad grosso modo budgetneutraal verloopt.

woensdag 4 oktober 2017

Elke maand maak ik 1000 euro op van de erfenis van mijn kinderen

Onlangs kreeg ik een interessante vraag voorgelegd van een lezer over onze huidige financiële strategie. Door elke maand 1000 euro op te nemen van ons spaargeld bij wijze van basisinkomen, teren we niet alleen in op onze reserves maar maken we elke maand strikt genomen ook duizend euro op van de erfenis van onze kinderen. In algemene termen heb ik wel eens iets geschreven over erfenissen in mij column in het RD, maar zo had ik het eerlijk gezegd nog niet eerder bekeken. Eén belangrijk - en misschien wel doorslaggevend - verschil met de vraagsteller is er alvast wel: hij beheert familiekapitaal dat hij zelf op zijn beurt ook weer heeft geërfd, terwijl wij ons hele vermogen zelf bij elkaar hebben gespaard.


Dat ik niet eerder in dit soort termen over dit onderwerp had nagedacht, komt deels natuurlijk ook doordat ik op mijn 56ste nog niet heel concreet bezig ben met mijn nalatenschap. Tom Petty was weliswaar slechts 9 jaar ouder dan mijn vrouw toen hij eerder deze week aan een hartaanval bezweek, maar stiekem richt je je als mens toch een beetje op de algemene statistieken en gemiddelden. Het is ook tegennatuurlijk om je al met je erfenis bezig te houden als je eigen ouders nog leven en je beide kinderen nog - of tijdelijk weer - in huis wonen. Mijn jongste zoon is zelfs nog maar nét van de middelbare school af.

Verder vind ik het ook een beetje lastig om nu al te bedenken hoeveel geld ik mijn kinderen nog méér zou willen meegeven, nadat ik al ruim een kwart eeuw bijna alles voor ze heb betaald. Voordat het zover is hoop ik samen met mijn vrouw juist nog een periode mee te maken waarin we even met niemand anders rekening hoeven houden en en ook alleen nog maar onze eigen rekeningen hoeven te betalen. Dat lijkt me niet heel erg egoïstisch maar eerder een natuurlijk proces en een normale behoefte. Door onze gezinsplanning (mijn vrouw was 41 toen de jongste geboren werd) zal die periode waarschijnlijk toch al niet zo heel lang zijn.


Verder denk ik dat je persoonlijke situatie heel erg bepalend is voor de keuzes die je maakt. Zo haal ik bijna achteloos mijn schouders op over alarmerende berichten van studenten die hun leven beginnen met 20.000 euro schuld, aangezien is zelf op mijn 26ste ook een studieschuld had opgebouwd van ruim 21.000 gulden. Mijn oudste zoon behaalde zijn HBO-diploma zonder één cent te hebben geleend, maar ik zou er niet wakker van liggen als dat anders was geweest en ik ben ook niet bereid om dat koste wat kost te voorkomen. Zo heb ik destijds ook tegen hem gezegd dat het prima was als hij op kamers ging wonen (hoewel dat qua afstand niet strikt noodzakelijk was), zolang hij die kamerhuur maar zelf voor zijn rekening nam.

Als ik de beheerder was van een familiekapitaal dat door mijn ouders of grootouders was vergaard, zou ik natuurlijk heel anders tegen bepaalde zaken aankijken. Het intact laten van dat bedrag, en het laten meegroeien met de inflatie, heeft dan waarschijnlijk de hoogste prioriteit. Het zou wat onkies zijn om al op jonge leeftijd van dat geld te gaan rentenieren en het zo helemaal op te souperen, zodat je kinderen achter het net vissen. Zelf heb ik nooit iets substantiëlers geërfd dan de kast van mijn opa (die ik in Leven van de lucht zelfs nog even noem) en de duizend euro van een ver familielid uit Canada die ik twee jaar geleden ontving. Wat ik precies met dat geldbedrag heb gedaan, valt ook te lezen in mijn nieuwe boek, al kun je het misschien wel raden.


Strikt genomen maken we dus inderdaad elke maand 1000 euro op van onze erfenis, maar dat lijkt me in ons geval geen probleem. Ik zou het juist onverdraaglijk vinden als mijn kinderen straks ongeduldig gaan zitten wachten tot ik mijn laatste adem uitblaas, zodat zij er met de buit vandoor kunnen. Dat hoeft niet altijd zo te gaan, maar het leidt bijna altijd tot onverkwikkelijke bijgedachten als er tonnen in het spel zijn. Daarnaast vind ik het vooral een uitdaging om op een gegeven moment te stoppen met sparen (en dan bedoel ik vooral: op tijd) en gedoseerd je geld te gaan uitgeven. Daarmee bedoel ik niet dat je het moet uitgeven aan dure reizen of luxe-artikelen, want je kunt van je spaargeld ook 'tijd kopen' door jezelf een salaris uit te keren. Voor elke euro die je van jezelf krijgt, hoef je in elk geval niet te werken.

Om mezelf vijf jaar lang een basisinkomen uit te kunnen keren van 1000 euro per maand, had ik een spaarpotje aangelegd van 60.000 euro. Op papier is dat spaargeld schoon op na vijf jaar en staat er op 1 mei 2021 precies nul euro op de rekening. Maar de charme van een onvoorwaardelijk basisinkomen is juist dat je er ongestraft en onbeperkt - en in veel gevallen misschien zelfs wel ongemerkt - geld bij kunt verdienen. In theorie is het mogelijk dat je elke maand 1000 euro opneemt van je spaargeld, terwijl je spelenderwijs 1000 euro omzet haalt. Zo zou het zomaar kunnen dat er op de einddatum nog steeds, of opnieuw, 60.000 euro in de pot zit, zodat het net lijkt of ik de afgelopen vijf jaar écht van de lucht heb geleefd.

dinsdag 26 september 2017

Klinkt er een fluitsignaal als de vrouwenemancipatie is voltooid?

Hoewel ik mezelf tegenwoordig vooral beschouw als journalist in de voltooid verleden tijd, heb ik nog wel een aardige tip voor alle krantenredacties. Zou het niet een aardig idee zijn om op zaterdag eens een compleet katern te wijden (misschien zelfs in alle kranten tegelijk) waarin de vraag wordt beantwoord op welk moment de vrouwenemancipatie als voltooid kan worden beschouwd? Hoe ziet de ideale maatschappij eruit waarin feministen tevreden het licht uit kunnen doen op de faculteit vrouwenstudies? Moeten we streven naar een soort geperfectioneerde versie van Zweden? Of wonen we hier eigenlijk al in een vrouwvriendelijk paradijs en hoeven we er voor de volledigheid alleen maar een paar openbare toiletten bij te plaatsen?  


Ik besef dat dit een heikel onderwerp is, zeker als je een witte man bent van 56 die het in zijn laatste boek nog heeft over de kunstenares Anne van Dalen in plaats van haar aan te duiden met het genderneutrale 'kunstenaar'. Toch ben ik oprecht benieuwd wat een dergelijk scala aan verhalen op zou leveren, want je leest wel vaak wat er allemaal nog misgaat in deze maatschappij als het om gelijkheid en gelijke kansen gaat, maar slechts zelden waar we nu eigenlijk naar op weg zijn. Want wat is nu eigenlijk precies het gedroomde eindstation van de emancipatie? Zijn we daar al in de buurt of is het nog oneindig ver weg? En, minstens zo interessant, is iedereen daar dan ook vanzelf gelukkig en gezond?

Als ik chef redacteur van een krant was zou ik de scribenten carte blanche geven, al hoop ik wel dat iemand op het idee zou komen om die ene Nederlandse mevrouw op te zoeken die naar Zweden is geëmigreerd en met lede ogen moet toezien hoe haar zoons doodongelukkig worden in die bijna Orwelliaanse geëmancipeerde heilstaat. Zelf ben ik precies 1,5 dag in dat land geweest, veel te kort om er iets zinnigs over te kunnen zeggen maar precies lang genoeg om mijn vrouw een sms te sturen met daarin de noodkreet dat ik in een 'feministische hel' terecht was gekomen. Dat sloeg niet alleen op mijn persoonlijke gevoel, maar ook op de verbeten en ontevreden gezichten van de meeste vrouwen die ik op straat tegenkwam.


De enige manier om in dat land nog een ouderwetse man te kunnen voelen, is door auditie te doen bij de band Amon Amarth of alle optredens af te lopen van deze vikingmetalband. Het is dan ook geen toeval dat er zelfs een compleet subgenre binnen de metal is genoemd naar de stad Göteborg met als bekendste exportproduct de band In Flames. Daarmee is deze subcultuur overigens geen conservatief bastion, want hardrock en metal zijn al meer dan vier decennia genderneutraal. Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij Rotterdam Rocks in Baroeg en dan is er niemand in de zaal die aanstoot neemt aan het feit dat de gitarist van Voodoo Circle zwarte nagellak draagt of dat zelfs maar opmerkt.

Op dezelfde manier is er waarschijnlijk ook niemand die straks geërgerd bij de balie komt informeren wanneer er weer eens een metalband komt met een mánnelijke zanger wanneer Battle Beast in november deze zaal aandoet (foto hierboven). Als je mij vandaag de onmogelijke vraag zou stellen wat het ultieme metalnummer is, zou ik naar alle waarschijnlijkheid antwoorden dat dat You Will Know My Name is van Arch Enemy, waarop Alissa White-Gluz indrukwekkender grunt dan elke andere man in het genre. Sekseverschillen spelen hier dus allang geen rol meer en iedereen mag ongegeneerd stoer doen.


Iets verwarrender wordt het al als je een foto onder ogen krijgt van de Amerikaanse band Greta van Fleet die ondanks de naam bestaat uit vier mannen, al zou je zweren dat het nichtje van Janis Joplin achter de rug staat. Daarmee is deze band een soort genderneutrale natte droom, hoewel je tegelijk kunt aanvoeren dat dit in 1969 de gewoonste zaak van de wereld was. In mijn schooltijd droegen zowel jongens als meisjes spijkerbroeken, t-shirts of overhemden en parka's, terwijl meisjes op de middelbare school er tegenwoordig juist uitzien alsof ze na schooltijd hebben afgesproken met Kim Kardashian en geen tijd meer hebben om zich thuis om te kleden.

Je moet het me ook maar vergeven als ik af en toe een vermoeide zucht slaak wanneer wordt aangevoerd dat er geen enkel aangeboren verschil is tussen mannen en vrouwen en dat je je pasgeboren dochtertje dus net zo goed Boris kunt noemen. Toen ik in 1980 - dus alweer bijna veertig (!) jaar geleden - politicologie studeerde in Amsterdam kreeg ik hetzelfde verhaal te horen en ook toen al leek me dat wat erg kort door de bocht. Nog dezelfde avond belde ik mijn broer (die biologie studeerde) zodat ik bij de eerstvolgende gelegenheid een heel lijstje kon voorlezen met biologische kenmerken die een rol spelen in een mensenleven. Ik werd nog net niet met pek en veren afgevoerd, maar echt ruimte voor discussie was er niet.

Die discussie ga ik hier dan ook niet aan, al wil ik wel een paar dingen kwijt. Zo zijn het in de regel vooral vrouwen die graag willen geloven dat alle verschillen tussen man en vrouw cultureel bepaald zijn. Dat vind ik zo opmerkelijk dat ik in dat verband al eens het woord 'zelfhaat' heb gebruikt. Ik zal niet betwisten dat je als man een voorsprong hebt in deze maatschappij, of dat mannelijk eigenschappen als ambitie, werkverslaving en ellebogenwerk extra worden beloond. Maar dat verklaart niet afdoende waarom veel vrouwen een wat gemankeerde relatie hebben met typische kenmerken van het vrouwenlichaam (heupen, dijen, buikje) en gruwen van eigenschappen die als typisch vrouwelijk worden gezien (zorgzaam, lief, zichzelf wegcijferend).

Persoonlijk denk ik dat met name vrouwen het risico lopen om erg ongelukkig te worden van het idee dat mannen en vrouwen als een onbeschreven blad ter wereld komen en vervolgens door de maatschappij worden geboetseerd tot ideaalplaatjes van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Mensen hebben nu al het gevoel dat ze zelf honderd procent verantwoordelijk zijn voor hun eigen geluk en het dus ook geheel aan zichzelf te wijten hebben als ze falen, vastlopen of minder succes hebben dan gehoopt. Als je als vrouw dan ook nog eens minder stoer, stressbestendig, gedreven of ambitieus blijkt te zijn dan handig of wenselijk, leidt dat tot nóg meer zelfverwijt wanneer je niet kunt terugvallen op de troostende gedachte dat dat misschien wel deels aangeboren is of een beetje biologisch bepaald.

zaterdag 23 september 2017

In je eentje de hypotheek aflossen is een eenzame bezigheid

Een paar dagen geleden had ik het plan opgevat om een blog te wijden aan een onderwerp dat op het eerste oog wat off-topic is: eenzaamheid. Ik ga de laatste tijd weliswaar regelmatig in mijn eentje naar de bioscoop, maar dat bevalt me prima en heeft bitter weinig te maken met de existentiële leegte en het isolement waarvoor aandacht wordt gevraagd in de Week tegen Eenzaamheid die afgelopen donderdag van start ging. Eerlijk gezegd wist ik ook niet zo goed waar mijn blog over zou gaan, laat staan waar het verhaal héén zou gaan, tot er afgelopen donderdag een man naast me kwam fietsen op de Erasmusbrug die me ongevraagd zijn levensverhaal vertelde.


Aanleiding om iets met dit onderwerp te doen, was een mail van een oud-collega die net weer een nieuw boek had voltooid. Hoewel de titel het niet meteen verraadt (het boek heet Liefde voor beginners) heeft auteur Renzo Verwer het regelmatig over dit onderwerp. Ik moet het boek nog lezen, maar het viel me nu al op dat de woorden 'eenzaam' en 'eenzaamheid' steeds weer op de pagina's opduiken. Je kunt eenzaam zijn binnen een relatie - misschien nog wel op een pijnlijker manier dan wanneer je echt alleen bent - maar je kunt je ook ook eenzaam voelen omdat je niets snapt van de liefde of er niet in slaagt een duurzame, exclusieve en emotioneel bevredigende relatie op te bouwen met iemand anders (en dat is meestal iemand van het andere geslacht).

Eenzaamheid is een beetje een taboe, want niemand geeft graag toe dat hij zich wel eens zo voelt en zal eerder vluchten in drank, drugs en vluchtige contacten dan ermee te koop te lopen. Het is niet zo moeilijk om je in deze seculiere, snelle maatschappij een tikje verloren te voelen, zeker niet als maatschappelijk succes uitblijft en de liefde zich nog niet heeft aangediend. Als kersverse student van 18 in een vreemde stad voelde ik me eenzaam, maar datzelfde gevoel trof me toen ik onlangs tot drie maal toe een bioscoopkaartje kocht met mijn Cinevillepas en de jonge vrouw achter de kassa ook die derde keer geen blijk van herkenning gaf. Wie ouder wordt, heeft het gevoel dat hij langzaam opschuift naar de marges van de maatschappij tot hij op het laatst zo goed als onzichtbaar wordt.

.
Eenzaam is ook: de enige in je omgeving zijn die versneld aan het aflossen is, zodat je overal voor gek versleten wordt en je zoveel kritische vragen krijgt dat je naar een verjaardag beter een advocaat kunt meenemen dan een cadeau. Dat is verre van dramatisch natuurlijk, maar het is soms leuker als je een bepaald gevoel met iemand kunt délen in plaats van dat je jezelf alleen maar aan het verdedigen bent. Tegelijk kan ik me geen voorstelling maken van de eenzaamheid die mijn vrouw soms moet voelen nu haar beide ouders zijn overleden en ze ook geen broers of zussen heeft om herinneringen mee op te halen. Aan de mogelijkheid dat zij ooit uit mijn leven verdwijnt wil ik zelfs helemáál niet denken, want we zijn al veel langer samen dan we ooit alleen zijn geweest.

Als ik aan eenzaamheid denk, dan zie ik weer die vrouw voor me in de Duitse stad Triberg waar de hoogste waterval van dat land zich bevindt. Na afloop wandelden we terug naar de trein (als toerist mag je met je Gästekarte gratis gebruik maken van het openbaar vervoer) en toen zag ik in een huis langs de weg een oude vrouw voor het raam zitten. Toen ik mijn hand opstak, zwaaide mijn vrouw ook en gebeurde er in die donkere huiskamer een klein wonder. Niet alleen veerde ze op, haar gezicht lichtte ook even helemaal op. Later heb ik dat aan mijn kinderen verteld om te laten zien hoe je met een gebaar van niks iets kan betekenen in het leven van een ander. Soms is het voor mensen alleen al genoeg om te weten dat ze gezien worden.


En toen reed ik afgelopen donderdag traditiegetrouw naar Rotterdam met het plan om drie films te gaan zien. Ik was de gemeente nog niet uit of er kwam een man naast me fietsen op een e-bike die spontaan een praatje begon. Zo had hij zijn hele leven in het Botlekgebied gewerkt waar hij continudiensten draaide en vaak 's avonds of 's nachts moest werken. Hij reed altijd op zijn fiets naar zijn werk vanuit Heerjansdam tot hij een zware longontsteking kreeg waar hij nooit meer helemaal van was hersteld. En dus reed hij nu op zijn 62ste op zijn gemak op een e-bike naar de Lidl in Rotterdam IJsselmonde waar de appels in de aanbieding waren. Het ritje was te kort om erachter te komen of hij in de ziektewet zat, werkloos was geworden of met een regeling was vertrokken, maar ik wist ook niet dat dit slechts een proloog was voor de ontmoeting op de terugweg toen er opnieuw iemand naast me kwam fietsen die zijn verhaal kwijt wilde.

Nu is het belangrijk om te weten dat dat normaal gesproken nooit gebeurt. Soms is het druk op het fietspad, soms juist opvallend stil, maar het contact blijft doorgaans beperkt tot een kort hoofdknik of een vriendelijk gebaar wanneer je iemand voor laat gaan. Volgens mijn vrouw had het er zeker mee te maken dat ik eindelijk weer eens een lánge broek aan had (en dus ook niet langer de enige was met een Speedo op een strand vol bermuda's). Misschien zie ik er op de fiets ook wel uit als een peddelende pastoor of misschien menen ze in mij niet alleen een leeftijdgenoot te herkennen maar ook een lotgenoot. Iemand van 56 die overdag op de fiets zit, is niet aan het werk en hééft misschien dus ook wel geen werk meer.


Aanleiding voor het gesprek was het plastic tasje van de platenzaak dat ik onder mijn arm geklemd hield (met daarin een tweedehands plaat van Robin Trower en eentje van de Japanse hardrockgitarist Kyoji Yamamoto). Voordat we bovenop de Erasmusbrug waren, wist ik dat hij zelf te weinig inkomen had om nog vaak geluidsdragers te kunnen kopen en ook dat hij een dag eerder naar het concert van Ennio Morricone was geweest in Ahoy'. Zelf zou hij zich nooit een toegangskaartje van 80 euro kunnen veroorloven, maar een goede vriend had er eentje over zodat hij gratis mee kon. Net als die man uit Heerjansdam was hij 62 en zat hij thuis zonder betaalde baan. Hij had dertig jaar gewerkt bij Nationale Nederlanden tot bij hem een autistische stoornis werd ontdekt en hij in de ziektewet belandde.

Door die diagnose vielen heel veel puzzelstukjes op hun plaats en begreep hij opeens waarom hij alles altijd tot in detail wilde weten, waarom hij alles zo letterlijk nam, waarom hij niet tegen kantoorpolitiek kon en tegen oneerlijkheid en ook waarom hij soms ineens kon ontploffen van woede. Hij kreeg een afkoopsom mee van 1,5 ton waar zijn vrouw 50.000 euro van afsnoepte toen ze hem na een lang huwelijk verliet. Nu leefde hij van een uitkering die hij aanvulde met zijn afkoopsom tot hij over een paar jaar zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Hij had cursussen gevolgd om met zijn autisme om te gaan en dat hielp een beetje, maar hij had ook zelfmoordneigingen gehad en was zeven weken opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting.

Op zijn iPhone had hij een foto van een spreuk die hij onderweg op een muur had zien staan en die benadrukte dat je het verleden los moet laten. Ook dat hoort bij zijn aandoening: dat het in je hoofd maar blijft malen en dat je steeds maar weer diezelfde film afspeelt en diezelfde gevoelens doormaakt. Zo was hij voortdurend verwikkeld in een eenzaam gevecht tussen hoe hij in elkaar steekt en hoe je je moet gedragen om in deze maatschappij te kunnen functioneren. Als laatste vroeg ik hem of hij die diagnose eerder in zijn leven had willen horen. Daar moest hij even over nadenken voor hij 'nee' schudde. Nu had hij tenminste een baan gehad, een goed pensioen opgebouwd en was hij lang getrouwd geweest. Zo kun je dus eenzaam zijn en jezelf misschien troosten met het idee dat je dat niet altijd bent geweest.

Natuurlijk waren het volstrekt toevallige ontmoetingen die verder niets te betekenen hebben, maar frappant is wel dat ze plaatsvonden op de dag dat de Week tegen Eenzaamheid van start ging. Was het mijn bestemming om die dag om niet alleen ademloos naar twee viersterrenfilms te kijken, maar ook om een luisterend oor te bieden? Lijk ik op sommige dagen toch meer op een vertrouwenwekkende dominee dan ik zelf denk? Of is het alleen maar logisch dat mannen boven de vijftig die om wat voor reden dan ook buiten het arbeidsproces zijn komen te staan, elkaars gezelschap onbewust opzoeken in de wetenschap dat we misschien niet allemaal even eenzaam zijn maar dat onze levensverhalen altijd wel een beetje op die van elkaar lijken?

maandag 18 september 2017

Wat vindt mijn vrouw eigenlijk van dat hele basisinkomen?

Sinds het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! krijg ik regelmatig de vraag wat mijn vrouw nou eigenlijk van dit alles vindt. Dat is een terechte vraag, want hoewel ze in al mijn boeken een belangrijke rol speelt en inhoudelijk heel veel heeft bijgedragen, krijgen mensen alleen maar mijn kant van het verhaal te horen. Dus kun je je niet alleen afvragen hoe ze die jaren heeft ervaren waarin we extra zuinig leefden om korte metten te maken met de aflossingsvrije hypotheek, maar ook hoe ze aankijkt tegen mijn pleidooi voor een omgekeerde werkweek (of tegen het feit dat haar weekindeling model heeft gestaan voor dat concept). Ook in Leven van de lucht ontkom ik niet aan de vraag welk effect een basisinkomen heeft op de taakverdeling tussen man en vrouw.


Wat de uitkomst daarvan is, laat ik hier in het midden want dit blog dient niet om de inhoud van mijn boeken samen te vatten of na te vertellen. Maar als ik bij een lezing een vraag in die richting krijg (en dat gebeurt standaard), dan geef ik daarop altijd min of meer hetzelfde antwoord. In het kort komt het erop neer dat als mijn vrouw graag nog een keer op wintersport zou willen, ze wat mij betreft zélf die 2400 euro bij elkaar mag verdienen die we daar de laatste keer aan kwijt waren. Dat klinkt misschien onaardig, totdat je het omdraait. Want zou het niet een beetje merkwaardig zijn als ik graag een nieuwe racefiets wil en vervolgens aan mijn vrouw vraag of ze voor dat doel nog eens dertig dagen extra kan gaan invallen op haar school?

In Leven van de lucht besteed ik twee hoofdstukken aan de vraag wat een onvoorwaardelijk basisinkomen van 1000 euro netto per maand voor effect heeft op de M/V-verhoudingen en de taakverdeling in huis. Neem je als huishouden genoegen met een gezamenlijk gezinsinkomen van 2000 euro of besluit je om toch nog iets bij te verdienen zodat je meer te besteden hebt en minder op de kleintjes hoeft te letten? Met een basisinkomen is elke vrouw in één klap economisch zelfstandig, maar je kunt ook niet helemaal uitsluiten dat het in sommige gevallen gebruikt zou gaan worden als een soort aanrechtsubsidie voor thuisblijfmoeders. Dat effect is vooraf niet goed te voorspellen, maar over een één ding kunnen we het denk ik wel eens zijn en dat is dat mannen en vrouwen anno 2017 allebei dezelfde verantwoordelijkheid dragen als het gaat om de hoogte van het gezinsinkomen.


Gek genoeg blijkt dat echter lang niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Zo heb ik een nichtje dat een biomedische opleiding heeft gevolgd, nu aan het promoveren is aan de universiteit en daarna waarschijnlijk kans maakt op een goedbetaalde baan. In hun situatie ligt het voor de hand dat zij later kostwinner wordt, terwijl haar lager opgeleide vriend parttime werkt en de zorg van de kinderen op zich neemt. Dat scenario leek me in hun geval jaren geleden al het meest waarschijnlijk, maar daarin blijk ik tamelijk alleen te staan. Niet alleen staat het traditionele kostwinnersmodel nog als een huis, ik vermoed ook dat de meeste vrouwen met een parttime baan helemaal niet zouden willen ruilen met hun fulltime werkende partner.

Vanuit feministisch oogpunt is dat merkwaardig, want waarom zou je anno 2017 niet de rollen omdraaien? We worden geacht ons leven in te richten op basis van het uitgangspunt dat vrouwen niet alleen gelijk zijn aan mannen, maar ook dat alle verschillen in gedrag en gevoelsleven louter het gevolg zijn van conditionering, opvoeding en seksistische reclamefolders. Niets weerhoudt een moderne jonge vrouw er dus van om een carrière na te jagen omdat ze dat graag wil, meer verdient dan haar partner, beter opgeleid is of wat dan ook. In de praktijk blijkt de felbegeerde keuzevrijheid van vrouwen zich echter te beperken tot de keuze om een paar dagen per week te werken, terwijl de man nog steeds niet veel te kiezen heeft en geacht wordt kostwinner te zijn.


Het Nederlandse anderhalfverdienersmodel is berucht en zorgt bij doorgewinterde feministes voor de nodige irritaties, omdat ze vinden dat een webwinkel nou eenmaal geen carrière is. Zelf denk ik dat vrouwen met een parttime baan over het geheel genomen beter af zijn dan mannen die op hun 22ste afstuderen en vervolgens vijftig jaar lang fulltime moeten werken tot ze eindelijk AOW krijgen. Als bewijs voor die stelling hoef ik maar even terug te blikken naar afgelopen donderdag, toen mijn vrouw inviel op haar eigen school voor een afwezige collega en al om zeven uur 's ochtends naar haar werk vertrok. Zelf stapte ik pas uren later op de fiets richting Rotterdam om in mijn favoriete bioscoop drie films achter elkaar te bekijken: The Beguiled, Mother! en de documentaire Safari.

Je kunt dus opstaan zonder de wekker te zetten, op je gemak twee kranten lezen, drie bioscoopfilms zien, anderhalf uur op de fiets zitten en toch nog eerder thuis zijn dan je eigen vrouw die de hele dag gewerkt heeft. Hoewel ik op de terugweg in een soort moesson terechtkwam en totaal verregend de sleutel in het slot stak, had ik voor geen goud met haar willen ruilen. Wellicht spreekt dat voor zich, maar het laat ook zien dat je bij verhalen over de rol van betaald werk in een mensenleven en de taakverdeling tussen man en vrouw niet moet blijven steken in clichés over salarisverschillen en glazen plafonds. Voor mij voelt die wekelijkse bioscoopdag niet alleen aan als het ultieme spijbelen, maar ook als de volmaakte antithese van een dag op kantoor. Dat kun je op talloze manieren verwoorden, maar deze alinea uit Leven van de lucht vertelt in feite het hele verhaal:

woensdag 13 september 2017

Waarom kocht niet iedereen een huis in 1987?

Gisteren plaatste Ebru Umar een bericht op Twitter waarin ze vermeldt hoeveel het Rotterdamse huis dat ze net heeft gekocht in 1987 kostte. Geen idee wat ze er zelf voor heeft betaald, maar gemeten naar huidige maatstaven is de prijs van toen natuurlijk een lachertje. Diezelfde 17.000 euro (omgerekend een kleine 40.000 gulden) ben je nu al kwijt aan bijkomende kosten. Met terugwerkende kracht kun je dus vaststellen dat koophuizen dertig jaar geleden niet alleen belachelijk goedkoop waren, maar ook een zeer lucratieve investering zijn gebleken. Grote vraag is dus waarom kopers destijds niet over elkaar heen buitelden om een huis in hun bezit te krijgen.


Grappig genoeg kochten wij ons eerste huis in datzelfde jaar, om precies te zijn in februari 1987. Dat weet ik zo goed, omdat ons oudste stukje hypotheek dit jaar na precies dertig jaar afliep en onze maandlasten met nog eens 150 euro bruto per maand daalden zonder dat we daar verder iets voor hoefden te doen. In mijn nieuwste boek probeer ik me tevergeefs het moment voor de geest te halen waarop ik als 25-jarige mijn handtekening zette onder dat koopcontract. Ik was bijna afgestudeerd als planoloog, maar ik wist niks van hypotheken en had er al helemaal geen benul van dat de huizenmarkt zich op een dieptepunt bevond.

Het was toen ook heel ongebruikelijk om al op die leeftijd een huis te kopen. Al onze vrienden en kennissen woonden in een huurhuis en dat was altijd een etagewoning of een appartement. Zelf huurden we op de benedenverdieping van een slecht onderhouden hoekhuis in een niet al te beste buurt in Rotterdam-West. Verhuisplannen hadden we niet en aan een koopwoning dachten we geen seconde. Niet alleen kenden we elkaar nog maar anderhalf jaar, ik had nog niet eens een baan. Mijn vrouw (die toen nog mijn vriendin was) werkte in het basisonderwijs, maar had nog geen vast contract. Banen waren schaars en wie in die crisisjaren afstudeerde liet zich vaak uit arren moede omscholen tot IT 'er.


En toen kwam ineens bovenstaand huisje te koop in de geboorteplaats van mijn vrouw. Het duurde maanden voor ik de knoop durfde door te hakken, niet alleen vanwege de hierboven genoemde factoren maar ook omdat ik tegen het aankoopbedrag aanhikte. Om zeker te weten dat we niet teveel betaalden, lieten we het huis zelfs nog op eigen kosten taxeren door een onpartijdige makelaar. Ook was het in die tijd helemaal niet zo eenvoudig om de financiering rond te krijgen. Hypotheken werden toen nog verstrekt op basis van één inkomen en alle bijkomende kosten dienden uit eigen zak te worden betaald.

De koop kon in ons geval alleen maar doorgaan doordat mijn vrouw voldoende spaargeld had en mijn schoonmoeder ons vijf procent van het aankoopbedrag schonk. Mijn vrouw had inmiddels een vast contract, maar alleen aan premiebetalingen en bruto rente waren we al een derde van haar netto salaris kwijt. De hypotheekrente mag nu dan historisch laag staan (en van dat 'historisch' mag je wat mij betreft ook 'absurd' maken), in die tijd betaalde je voor een rentevaste periode van 20 jaar ongeveer 7%. Dat gold toen trouwens als laag, want rond 1980 werden zelfs hypotheken afgesloten tegen 12% rente of hoger.


Mensen moeten zich ook niet blindstaren op de tuinfoto's die ik af en toe op Twitter plaats, want toen wij het huis kochten stond het op een perceel van 80 vierkante meter. Bijna alle eigen grond die we in bezit hadden, lag dus ónder het huis. Het zou nog een jaar of twintig duren voordat we er een stuk tuin bij konden kopen, zodat we nu beschikken over meer dan 500 vierkante meter grasland. Pas toen ik uitrekende dat ik voor dat stuk grond net zoveel had betaald als destijds voor het hele huis, besefte ik dat we in 1987 de beste aankoop hebben gedaan van ons leven (al kun je natuurlijk precies hetzelfde zeggen over dat veel te dure stuk grond).

Iedereen van mijn leeftijd had dus in een hypotheekvrij huis kunnen wonen dat hij voor een prikje had gekocht. Dat slechts een enkeling dat heeft gedaan komt doordat een huis kopen toen minder vanzelfsprekend was, de hypotheekrente hoger lag, de leennormen veel strenger waren en huizen helemaal niet te boek stonden als goedkoop. Daar komt nog bij dat veel mensen de schrik in de benen hadden door de instorting van de woningmarkt in 1979 die prijsdalingen tot gevolg had van 30% of meer. Het zou nog tot 1995 duren voordat de meeste huizenbezitters die weer klap te boven waren, niet toevallig het moment waarop de huizengekte pas echt begon.