Zoeken

vrijdag 15 maart 2019

Bestaat er ook zoiets als tevéél pensioen?

Als het om pensioenen gaat, hebben bijna alle berichten in de krant een onheilspellende ondertoon. Het huidige stelsel is verouderd en niet toekomstbestendig, jongeren subsidiëren ouderen terwijl ze zelf door moeten werken tot ver na hun zeventigste en gepensioneerden hangt opnieuw een korting boven het hoofd. Al dat gesomber verhult dat er een grote groep is - naar schatting gaat het om een kwart van alle mensen in loondienst - die te véél pensioen opbouwt en dus eigenlijk onnodig lang doorwerkt.


Nu kun je erover twisten of er zoiets bestaat als 'te veel' pensioen, want het is een luxeprobleem als er elke maand zo veel op je rekening staat dat je nergens rekening mee hoeft te houden. Er zijn 65-plussers voor wie het al een onoverkomelijk probleem is als de energierekening met een paar tientjes omhoog gaat, dus die vliegen meteen in de gordijnen als ze de kop boven dit blog lezen en zouden dolgraag wat meer te besteden hebben.

Tegelijk sprak ik vorige week een leeftijdgenoot (en dat bedoel ik letterlijk want we schelen maar een paar maanden) die zijn ABP-pensioen laat uitkeren vanaf zijn 60ste en eigenlijk ook van plan was op die leeftijd te stoppen met werken. Hij deed zijn werk de laatste jaren echter met zoveel tegenzin, dat hij besloot om het bijltje er al een paar jaar eerder bij neer te gooien. Van het woord 'plakbandpensioen' had hij nog nooit gehoord, maar die term lijkt precies te zijn bedacht voor zijn situatie.


Met een hypotheekvrij huis had hij niet veel meer dan 500 euro per maand nodig om van te leven, vertelde hij voordat hij begon aan een opsomming die me heel bekend voorkwam. Voor de deur stond een bijna vijftien jaar oud boodschappenautootje en vakantie interesseerde hem niet. In plaats daarvan luisterde hij de hele dag lekker naar muziek, precies zoals hij deed toen hij zeventien was. Om zijn vroegpensioen aan te vullen, verkocht hij via Marktplaats elpees die hij (drie)dubbel had en zo redde hij het prima.

Toen ik onlangs in het RTL Nieuws vertelde dat ik me uitstekend weet te vermaken met een bioscoopabonnement van 20 euro per maand, een oude fiets en een paar boterhammen met kaas voor tussen de middag, reageerden veel mensen in de trant van: 'Ja, zo kan ik het ook'. Blijkbaar wordt het gezien als een vorm van vals spelen, wanneer je jezelf veroordeelt tot een vroegpensioen op bijstandsniveau. Dat klinkt erger dan het is (want in werkelijkheid krijgen we helemaal geen toeslagen of uitkeringen en leven we van ongeveer 2500 netto per maand), maar in mijn boeken noem ik het de Grote Verdwijntruc.


Toen ik mijn baan kwijtraakte, was ik 52 zodat ik opgescheept zit met een pensioengat van een kleine 16 jaar. Daar staat tegenover dat mijn vrouw een parttime baan heeft in het onderwijs en voorlopig van plan is door te werken tot haar AOW-datum. Bij elkaar opgeteld komen we straks uit op een netto pensioen dat aanmerkelijk hóger ligt dan het bedrag waar we nu elke maand al van rondkomen. Natuurlijk is dat maar een schatting, maar je moet niet uitsluiten dat zelfs wij uiteindelijk nog te veel aanvullend pensioen hebben opgebouwd.

Vanaf volgende week ga ik opnieuw 'vals spelen', want dan belooft het eindelijk echt lenteweer te gaan worden. Als het KNMI het bij het juiste eind heeft, posteer ik me in een luie stoel in de achtertuin en ga ik heerlijk zitten lezen in een bibliotheekboek. Op zo'n dag geef ik bijna niets uit, maar ik hoef ook niet in de file te staan, te vergaderen of me te haasten. Misschien denk jij bij 'pensioen' wel aan verre reizen, dure campers en eindeloos veel citytrips, maar ik geniet vooral van het feit dat er niets meer van me gevraagd wordt en dat er ook helemaal niets meer moet.

vrijdag 8 maart 2019

Vrijwilligerswerk zou verplicht moeten worden gesteld

De kop boven dit stuk is natuurlijk met zichzelf in tegenspraak, want zodra iets verplicht wordt is van vrijwilligheid geen sprake meer. Op dezelfde manier voelt uit eigen wil extra aflossen op je hypotheek totaal anders aan dan wanneer je daar door de bank toe wordt aangezet of door de overheid toe wordt verleid. Toch zou het voor de meeste mensen goed zijn om een paar uur per week 'íets' te doen voor een minder bedeelde landgenoot, al was het maar omdat je dan even niet alleen maar met jezelf bezig bent.


Eerlijk gezegd heb ik lang geaarzeld om iets te schrijven over dit onderwerp, al was het maar omdat ik helemaal niet vind dat je als vroeggepensioneerde opeens vrijwilligerswerk zou moeten gaan doen. In een van de eerste hoofdstukken van mijn nieuwe boek schrijf ik zelfs dat ik er hélemaal geen zin in had om mijn tijd op die manier te vullen. Toen wist ik echter nog niet dat ik daar amper een halfjaar later heel anders over zou denken.

De tweede reden voor mijn terughoudendheid, is dat ik me daar helemaal niet op voor wil laten staan. Vrijwilligerswerk is iets wat je bij voorkeur onder de radar doet, zonder het van de daken te schreeuwen of jezelf op de borst te kloppen. Probleem is dan wel dat mensen een wat vertekend beeld van je krijgen, omdat ze denken dat je alleen maar bezig bent met het op orde brengen van je eigen financiën en het bijspijkeren van je filmkennis.

Toen ik een paar maanden geleden werd gebeld door het RTL Nieuws voor een item over eerder stoppen met werken, wás ik zelfs bezig met vrijwilligerswerk. Toen ze me een paar uur later vroegen hoe ik mijn dagen sleet, vertelde ik dan ook als eerste dat ik die ochtend een kleine 30 kilometer had gefietst op een tandem met een visueel gehandicapte man. De kijker kreeg die avond echter alleen maar te horen dat ik al meer dan 200 films in de bioscoop had gezien.

In mijn boek leg ik uit hoe het mogelijk is dat ik op 1 januari met grote stelligheid beweerde dat ik geen vrijwilligerswerk ging doen, terwijl ik amper zes maanden later voor het eerst aanbelde bij een blinde man in een flat in Ommoord met wie ik sindsdien elke week een paar uur ga fietsen. Al met al kost me dat niet meer dan een halve dag, met aan het einde van de rit als beloning een bioscoopbezoek (aangezien ik dan toch al in Rotterdam ben).


In hetzelfde flatgebouw woont ook een zwaar autistisch meisje dat elke week alleen maar een stuk kan gaan wandelen omdat een aardige, heel geduldige Surinaamse mevrouw zich als vrijwilliger heeft aangemeld.  Ik heb haar nooit gesproken, maar ik kom haar vaak in het voorbijgaan tegen in de hal bij de lift.Op dezelfde manier is er iemand die elke week met 'mijn' blinde man gaat wandelen en weer een ander die boodschappen voor hem doet.

Ik heb al eens geschreven dat je, als je fanatiek gaat aflossen, op moet passen dat je jezelf niet gaat beschouwen als het enige goede doel op aarde. Dit is een heel goede manier om dat besef in daden om te zetten, hoewel ik van mening blijf dat iedereen zelf moet beslissen of vrijwilligerswerk iets voor hem is. De grap is dat mijn bioscoopjaar indirect aan die ommezwaai heeft bijgedragen, wat nog eens onderstreept dat je soms maar één film hoeft te zien om jezelf een andere rol aan te meten in de maatschappij.

vrijdag 1 maart 2019

Krijgt de selfie-generatie het écht slechter dan hun ouders?

Over precies een jaar zijn we eindelijk hypotheekvrij. Met ingang van die datum kan ik de meest recente WOZ-waarde van onze woning in zijn geheel optellen bij mijn spaargeld en sta ik ineens in de statistieken als 'rijke' oudere. Uit de diverse reacties op de laatste cijfers van het CBS over de vermogens in Nederland zou je af moeten leiden dat ik - hoewel helemaal geen echte babyboomer - behoor tot de laatste generatie die nog heeft kunnen profiteren van de na-oorlogse welvaart. Is dat echt zo of is het veel te vroeg voor millennials om nu al te te gaan lopen mekkeren?


Hoewel het CBS de cijfers over de vermogens in Nederland neutraal presenteerde, had de bijbehorende berichtgeving in de media meteen een zorgelijke ondertoon. Daarbij werd - net als in voorgaande jaren - vastgesteld dat vermogens vooral te vinden zijn bij oudere generaties. Dat feit lijkt me nauwelijks nieuwswaardig en bovendien een joekel van een open deur, net zoals je onder 25-jarigen nog maar weinig kandidaten zult aantreffen voor een nieuwe heup.

Een 30-jarige met een studieschuld van 25.000 euro die morgen zijn handtekening zet onder zijn eerste annuïteitenhypotheek van twee ton, staat vanaf dat moment een kleine kwart miljoen in de min en heeft volgens de statistieken een negatief vermogen. Blijft hij echter in datzelfde huis wonen, dan zien de zaken er over dertig jaar ineens een stuk rooskleuriger uit en mag hij de volledige overwaarde van zijn afbetaalde huis bij zijn vermogen optellen.


In de media heette het dat de vermogens 'scheef' zijn verdeeld, met in het verlengde daarvan de vraag hoe 'erg' en hoe 'zorgelijk' dit is. Die vraagstelling sluit aan bij het breed gedragen sentiment dat de jongste generatie het - voor het eerst in de geschiedenis - niet automatisch beter gaat krijgen dan hun ouders. De vraag is of dat werkelijk zo is, hoe je dat precies meet en ook of het zo vreselijk erg zou zijn als dat inderdaad zo is.

Laten we voorop stellen dat het nog veel te vroeg is om te bepalen of dat zo is. Zelf ben ik van 1961 en maak ik deel uit van de zogeheten Verloren Generatie die medio jaren 80 midden in een zware economische crisis afstudeerde (met in mijn geval ook nog eens een studieschuld van meer dan 20.000 gulden op zak). Voor mijn generatie zag het er destijds dus allesbehalve rooskleurig uit, terwijl ik inmiddels min of meer met pensioen ben en alles op een haar na heb afgelost.


Hoe de millennials er over dertig jaar precies voorstaan, weten we dus pas echt over dertig jaar. Met dat in het achterhoofd is het kortzichtig om je alleen blind te staren op het eindresultaat (lees: een hypotheekvrij huis), zonder in ogenschouw te nemen in wat voor wereld die 'rijke' ouderen zijn opgegroeid en wat ze zichzelf allemaal hebben moeten ontzeggen. Dat je vroeger een huis kon kopen op één inkomen klopt, maar je mag daarbij nooit vergeten dat de meeste gezinnen ook rond moesten zien te komen van dat ene inkomen.

Een babyboomer uit 1946 die op zijn 32ste een huis kocht, deed dat vlak voordat de huizenmarkt met veel kabaal instortte en betaalde voor zijn hypotheek een torenhoge rente. Vervolgens zou het, inflatie meegerekend, nog tot halverwege de jaren 90 duren voordat de huizenprijzen weer op het oude niveau waren. Diezelfde babyboomer is nu natuurlijk allang weer boven Jan, maar heeft wel een hobbelige weg afgelegd en echt niet alleen maar mazzel gehad.

In werkelijkheid zijn de verschillen binnen één generatie veel groter en schrijnender. De millennial die in 2013 een huis kocht, betaalde daarvoor een stuk minder dan een generatiegenoot die nu pas voor het eerst op Funda kijkt. Op dezelfde manier is iemand die op zijn 57ste in een hypotheekvrij huis woont veel voordeliger uit dan een leeftijdgenoot die altijd is blijven huren. Zo maskeert dat generatiedenken de échte verschillen tussen kopers en huurders, tweeverdieners en kostwinners, hoog- en laagopgeleiden, zzp'ers en werknemers in loondienst, gezonde mensen en chronisch zieken en ga zo maar door.

dinsdag 12 februari 2019

Hollywood gaat binnenkort aan braafheid ten onder

Zag ik vorig kalenderjaar ruim 250 films in de bioscoop, dit jaar gooi ik het over een heel andere boeg. Weliswaar staat mijn gemiddelde in 2019 tot nu toe nog steeds op twee films per week, ik probeer wel een zekere selectie toe te passen. Zo sla ik alle films over die te gewelddadig zijn, te saai, te obscuur of te nadrukkelijk politiek correct. Al moest ik op sociale media wel meteen komen uitleggen wat ik nou precies bedoel met die laatste categorie. 


In de krant lees ik vaak dat 2018 zo'n sterk filmjaar was, terwijl ik juist het gevoel had dat er minder goede films uitkwamen dan een jaar eerder. Ook toen zag ik alles bij elkaar zo'n 116 titels in de bioscoop en daar zaten een heleboel uitschieters tussen. Mijn top tien van afgelopen jaar bestond uit prima films, maar er zat geen tweede Manifesto tussen, geen tweede Dunkirk, geen tweede King of the Belgians en geen tweede Brigsby Bear.

Als ik een top tien zou moeten maken van 2017 en 2018 bij elkáár, zou de balans duidelijk doorslaan ten gunste van dat eerste kalenderjaar. Het kan best dat er inmiddels een zekere gewenning is opgetreden en dat de nieuwigheid er een beetje vanaf is, maar zelf heb ik de indruk dat filmmakers steeds vaker kiezen voor de veilige weg. Als ik het afgelopen filmjaar zou moeten samenvatten, dan is het met een woord dat ik in mijn boek niet voor niets vier keer laat vallen: brááf.


Meteen aan het begin van 2018 zag ik de film Billy, het regiedebuut van Theo Maassen. Daar moest ik zo vreselijk hard om lachen dat ik mijn hele gezin mee naar de bioscoop heb getroond om hem nog een keer te zien. Die tweede keer beleefde ik er weer net zoveel plezier aan, al viel het me op dat het op de rijen achter ons verdacht stil was. De grappen in deze film gelden inmiddels dan ook eigenlijk als onacceptabel en zullen steeds zeldzamer worden.

Iets vergelijkbaars gebeurde toen ik halverwege het jaar naar de film Lolo ging, losjes gebaseerd op het leven van Sylvio Berlusconi. Pas toen viel me op hoe weinig schaamteloos seksisme je nog in films tegenkomt, al zitten in deze productie dan wel weer genoeg sexy jonge vrouwen in bikini voor een heel jaar. Een erg sterke film was het nou ook weer niet, maar hij dient - net als Billy - wel als goed voorbeeld van wat anno 2018 als 'politiek incorrect' wordt beschouwd.


Zo wil ik best naar een film kijken over vrouwen die een perfecte kraak voorbereiden, maar niet als ik het idee krijg dat er met fluwelen handschoentjes is gecast. In mijn boek noem ik Ocean's Eight als afschrikwekkend voorbeeld, omdat de roversbende bestaat uit een zwarte vrouw, een Aziatische vrouw, een latina, een blanke vrouw, een lesbienne en ga zo maar door. Diversiteit is natuurlijk prachtig, maar begint te wringen als het een soort formule wordt en alleen maar wordt toegepast om verwijten te vermijden en niemand tegen de borst te stuiten.

Naar Mary, Queen of Scots ben ik niet eens gegaan, omdat zelfs geharde feministen vinden dat de geschiedenis in dit geval wel erg veel geweld aan wordt gedaan om van haar een soort feministisch icoon te maken. Steeds meer historische films gaan niet zozeer over het verleden, maar juist over onze tijd met zijn obsessie voor inclusiviteit en diversiteit. Ook bij De Dirigent had ik de hele tijd het gevoel dat ik zat te kijken naar Aafke Romeijn die in een jurk uit de kringloopwinkel door een goedkoop decor banjerde en zich twee uur lang boos liep te maken over de achterlijke M/V-verhoudingen van honderd jaar geleden.

Politiek correcte films zijn films waarin moordzuchtige dino's ineens een beschermde diersoort blijken te zijn, waarin harde grappen worden geschuwd en waarin vrouwen zichzelf  alleen maar wegcijferen om aan het einde triomfantelijk de rekening te kunnen presenteren. Zelfs als Glenn Close straks op het podium wordt geroepen om een Oscar in ontvangst te nemen voor haar rol in The Wife, neem ik geen woord terug van wat ik eerder over die film schreef in mijn blog. Het enige wat ik hoop is dat ik aan het einde van 2019 alles weer kan terugnemen en inslikken van wat ik hierboven heb geschreven.

vrijdag 8 februari 2019

Hoe zit het nou eigenlijk precies met zure oude mannen en het klimaat?

Wie het gisteren waagde om een kritische kanttekening te plaatsen bij de klimaatspijbelaars, liep het risico te worden weggezet als 'zuur' of 'cynisch'. Veel verstandiger was het om te juichen hoe moedig en dapper al die scholieren wel niet zijn en hoe hoopgevend hun aanwezigheid. Ook viel de naam van David Graeber regelmatig, want wie begint over hypocrisie krijgt meteen het stempel moral envy opgedrukt. Maar ja, wat moet ik precies met klimaatactivisten die de volgende ochtend weer doodleuk drie kwartier onder de douche staan?


Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van mening dat bezorgdheid over opwarming van de aarde een linkse hobby is of een hoax. Toen ik in 1988 (!) een groot artikel schreef over wat toen nog het 'broeikaseffect' heette en daarvoor tal van deskundigen sprak, was het nog een abstract en theoretisch fenomeen, terwijl ik de indruk krijg dat we nu al te maken hebben met de eerste verwoestende effecten van de door de mens veroorzaakte opwarming.

In 2018 heb ik tot twee keer toe een film gezien waarin hardop werd gesteld dat we nog maar één generatie verwijderd zijn van een onleefbare aarde. Vandaar dat ik elke vorm van activisme toejuich en het hartgrondig eens ben met dat dappere Zweedse meisje en haar koppige halsstarrigheid. Tegelijk zal ik al die jongeren op het Malieveld nooit zomaar 'moedig' noemen, want dat is hetzelfde als een kindertekening naast een Van Gogh hangen. Moedig is een drenkeling uit het water redden, niet een dagje spijbelen.


Is dat al zuur? Of cynisch? Laat ik dan nog maar een stapje verder gaan, want gisteren was er veel te doen over de al dan niet vermeende hypocrisie van de klimaatspijbelaars en hun fans. Ik ga niet zitten zeuren dat diezelfde jongeren na afloop van hun actie in de rij stonden voor McDonald's, want dat is flauw en kinderachtig. Bovendien verkopen ze daar tegenwoordig vegetarische mcchickens die niet van echt te onderscheiden zijn. Tegelijk denk ik dat je de wereld niet gaat redden met een paar toespraken en spandoeken.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik vooral erg hard moet lachen, als ik in NRC lees dat sommige jongeren elke dag drie kwartier onder de douche staan, terwijl ze ondertussen naar Netflix kijken. Het wordt wat mij betreft ook een rare poppenkast als diezelfde jeugdige demonstranten straks weer op Schiphol staan met een koffertje in hun hand of net zo veel vlees blijven consumeren als ze tot nu toe hebben gedaan. Ik hoorde gisteren de hele tijd zeggen dat 'de politiek' iets moet doen aan dit probleem, maar je kunt ook zelf het goede voorbeeld geven.


De grap is dat ik in mijn boeken voortdurend benadruk dat het helemaal niet nodig is om honderd procent consequent te zijn als het gaat om zuinig leven. Zo hebben wij de afgelopen jaren op alles wat los en vast zat bespaard om extra te kunnen aflossen, terwijl ik tegelijk geabonneerd was (en ben) op drie kranten. Dat mag. Dat is prima. Dat geeft niks. Bij het aflossen van je hypotheek staat er namelijk niet zoveel op het spel en ben je alleen verantwoording schuldig aan jezelf.

Anders wordt het bij dit onderwerp. Om verdere opwarming tegen te gaan is een wereldwijde koersverschuiving en gedragsverandering noodzakelijk. De politiek speelt daarbij een belangrijke rol, maar de consument ook. Al meteen in het voorwoord van Hypotheekvrij! uit 2012 schrijf ik dat Schiphol de deuren wel kan sluiten als iedereen zou gaan leven zoals ons gezin al jaren doet. Dat was toen nog zomaar een grappig voorbeeld, nu is het een wapen en een machtsmiddel.

De grap is dat Gretha Thunberg - die aan de wieg stond van het klimaatspijbelen - zelf ook gruwt van inconsequent gedrag. Ze heeft Asperger en kan dus niet goed uit de voeten met mensen die hun dak vol leggen met zonnepanelen en vervolgens drie keer per jaar een zonvakantie boeken. Zelf ben ik een halve Duitser die ook niet van halve maatregelen houdt. Bij mij hoef je dus niet aan te komen met kletsverhalen over 'moral envy' om je eigen halfslachtige gedrag te rechtvaardigen, al mag je me tegelijk zo vaak zuur en cynisch noemen als je wil.

maandag 4 februari 2019

Besteed die studieschuld dan ook echt alleen aan je stúdie

Afgelopen week viel in de krant te lezen dat studenten niet alleen gebukt gaan onder prestatiedruk, maar ook psychische druk ervaren door het leenstelsel. Wie elke maand een maximaal bedrag leent, ziet zijn studieschuld langzaam maar zeker oplopen tot een indrukwekkend en intimiderend bedrag. In die zin heeft geld lenen voor het volgen van een opleiding precies het omgekeerde psychologische effect van aflossen, omdat je daarbij je schuld juist steeds verder ziet dalen en elke extra storting verlichting biedt. Toch vraagt dit nieuws om een paar kanttekeningen.


Om te beginnen kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat de huidige generatie studenten niet de éérste is uit de geschiedenis met een forse studieschuld na het behalen van het diploma. Het bedrag in het hierboven afgedrukte artikel komt mij zelf bijvoorbeeld heel erg bekend voor, want toen ik mijn doctoraaldiploma politicologie in ontvangst nam had ik een schuld opgebouwd van ruim 20.000 gulden.

Nu zijn er mensen die dan meteen aan het rekenen slaan en concluderen dat ik een schuld had van ongeveer 8500 euro. Dat is een begrijpelijke denkfout, ware het niet dat een krant in die tijd ongeveer 60 cent kostte, terwijl je voor diezelfde krant nu al snel 2 euro 60 betaalt. Die studieschuld van 20.000 gulden kun je dus straffeloos vertalen naar euro's. De basisbeurs werd in 1985 ingevoerd, maar toen was mijn generatie al vijf, zes jaar aan het studeren.


In dit verband is het natuurlijk ook aardig om nog eens te kijken hoe ik (en mijn leeftijdgenoten) met dit onderwerp omgingen. Om te beginnen dacht ik er niet echt over na, want ik realiseerde me amper dat een deel van mijn studiebeurs bestond uit een renteloos voorschot. Verder weet ik nog goed dat ik er voornamelijk grappen over maakte, omdat ik op deze manier tenminste zeker wist dat mijn vrouw niet met me wilde trouwen vanwege mijn geld.

Verschil is dat zij geen schuld had, maar juist een mooi bedrag bij elkaar had gespaard. Mijn schuld van 20.000 gulden kon je in die zin wegstrepen tegen de 25.000 gulden op haar bankrekening. Zo had ik het eerlijk gezegd nooit eerder bekeken, al weet ik heel goed dat we in 1987 alleen maar een huis konden kopen dankzij datzelfde spaarbedrag. Ze had nét een vast contract, maar banken leenden in die tijd geen cent meer uit dan de aankoopsom. Zonder eigen geld was het een kansloze exercitie geweest en had er in ons huis iemand anders gewoond.


Een schuld van 20.000 of 25.000 euro is best overkomelijk, maar je maakt wel een valse start wanneer je als twee afgestudeerden meteen aan het begin al een halve ton of meer in de min staat. Tegelijk is er een opvallend verschil tussen hoe ik destijds met die schuld omging en de stress die de jongste generatie ervaart. Is de druk nu echt veel hoger, of maken mensen zich tegenwoordig eerder druk en schieten ze eerder in de stress? Staat er nu misschien ook meer op het spel of deden we vroeger alles spelenderwijs?

Wat opvalt in alle berichten is dat jongeren zich snel gek laten maken, bijvoorbeeld door wat er na het het behalen van hun diploma allemaal wel niet op hun cv zou moeten staan. Ik studeerde af middenin een crisis met nauwelijks uitzicht op een baan, terwijl er nu juist sprake is van grote krapte op de arbeidsmarkt en een groeiend personeelstekort. In die zin is de werknemer aan zet en hoef je je niet extra uit te sloven met bestuursfuncties of weet ik wat allemaal om aan de slag te komen.

Maar de hamvraag blijft: met welk doel leen je dat geld? Moet je per se op kamers wonen? Heb je dat geld nodig om je studie te betalen of om een lifestyle te bekostigen met uitgaan, dure concertkaartjes, etentjes, verre vakanties, nieuwe kleren en de nieuwste smartphone? Veel studenten hebben naast de studie óók nog een of meerdere bijbanen, zodat ze vaak veel meer vrij te besteden hebben dan hun ouders en ook vaker en verder op vakantie gaan. In dat verband kun je je afvragen of die studieschuld de stress eigenlijk wel waard is.

maandag 28 januari 2019

Langer doorwerken moet je alleen doen als het écht niet anders kan

Met een nieuw boek in de winkel (het zevende in acht jaar tijd) kom ik voor een interessant dilemma te staan. Want wanneer stop ik zélf nou eigenlijk met schrijven? Hoe vaak kun je boeken uitbrengen met 'pensioen' of 'nietsdoen' in de titel voordat je besluit om je pen definitief aan de wilgen te hangen? Een ondubbelzinnig antwoord heb ik op dit moment niet, al is het nu wel even tijd geworden voor een schrijfpauze, waarin ik nog eens extra aandachtig naar Shocking Blue ga luisteren.


Nu hamer ik er al tijden op dat we dat begrip 'pensioen' niet al te star moeten opvatten. Wie stopt met werken veroordeelt zichzelf immers niet tot een vegetatief bestaan achter de geraniums, maar kan eindelijk lekker zélf beslissen hoe hij zijn tijd - of beter gezegd: de rest van zijn leven - het liefst wil besteden. In die zin was mijn bioscoopjaar een soort tussenjaar waarin ik de tijd heb genomen om te kijken wat me het best bevalt en wat de meeste voldoening geeft.

Grappig genoeg denken mensen je vaak op een fout - of een inconsequentie - te kunnen betrappen als je tussendoor ook nog betaald werk verricht. Zo stond er afgelopen vrijdag een heel leuk stuk over mijn laatste boek in het Algemeen Dagblad, waarin nog eens werd benadrukt dat ik niet helemaal vrij ben van werk omdat ik elke week een column schrijf voor de krant. Ik herhaal daarom nog maar eens dat een vroegpensioen niet synoniem is aan een Berufsverbot en dat werk pas echt leuk wordt als je het bijbehorende honorarium niet per se meer nodig heb.


In Het plakbandpensioen uit 2016 beschrijf ik hoe ik zelf een soort VUT in elkaar heb geknutseld, terwijl je in Leven van de lucht uit 2017 kunt lezen hoe het voelt als je op je 55ste verjaardag wakker wordt in het besef dat je vanaf dat moment nooit meer hoeft te werken voor je geld. Pas dan kun je écht een oprechte keuze maken tussen werk en vrije tijd, tussen nietsdoen en jezelf nuttig maken en tussen stoppen en stug doorgaan. Het grappige is ook dat je die keuze steeds weer opnieuw kunt maken, al is het maar bij het in gebruik nemen van een nieuwe papieren agenda.

Wat ik inmiddels wél weet, is dat stoppen met werken naar méér smaakt. Ik schrijf allang geen freelance artikelen meer voor tijdschriften en geef nog slechts bij hoge uitzondering een lezing. De memorecorder waarmee ik als journalist interviews opnam, ligt al jaren ongebruikt in de kast en komt daar gegarandeerd ook nooit meer uit tevoorschijn. Ik gééf nog wel eens interviews, maar alleen als ik degene ben die de antwoorden geeft.


Op de vraag wanneer er weer een nieuw boek van mij in de winkel ligt, moet ik op dit moment dus het antwoord schuldig blijven. Schrijvers kunnen niet zo makkelijk stoppen met schrijven, maar tussen 2008 en 2012 zat ook al eens een gat waarin niets van mijn hand verscheen (sterker nog: ik dacht zelfs oprecht dat ik met de thriller Het mysterie van Montalcino mijn allerlaatste boek had geschreven). Ik ben ik elk geval van plan om een schrijfpauze in te lassen tot september en heel bewust van het voorjaar en de zomer te gaan genieten.

Daar komt bij dat ons laatste stukje hypotheek afloopt op 1 maart 2020 en ik ook dáár heel bewust mee bezig wil zijn. Extra aflossen doen we niet meer, omdat het een spaarhypotheek betreft met bijna 7% rente, maar ik ga wel zitten aftellen naar de einddatum van het spannende, alles veranderende avontuur dat met Hypotheekvrij! begon. Het pas verschenen boek Een jaar in het donker kun je lezen als een uitroepteken achter de zes voorgaande titels, maar nu begint een jaar waarin ik definitief een punt zet achter dat hele verhaal.

De kans dat ik daarna nog veel ga schrijven over 'aflossen' is klein, simpelweg omdat je ook een beetje klaar bent met het onderwerp als de hypotheek kan worden doorgehaald. Als ik in de krant lees dat Youp van 't Hek een aantal optredens heeft moeten afzeggen vanwege 'oververmoeidheid', vraag ik me oprecht af waarom hij niet gewoon de eer aan zichzelf houdt en lekker stopt met die theatershows. Wat dat betreft kan ik me veel beter identificeren met jeugdidool Robbie van Leeuwen die elke vrijdag - terecht - wordt geëerd in DWDD en die zich al heel vroeg in zijn carrière heeft teruggetrokken uit de showbusiness omdat het financieel allemaal niet meer hoefde.