Zoeken

dinsdag 21 november 2017

Lijdt de hele westerse wereld aan hypochondrie?

Als schrijver bevind ik me sinds afgelopen weekend in een onmogelijke spagaat. In mijn laatste boek schrijf ik dat ik best kan leven met die bontgekleurde Pieten uit Het Sinterklaasjournaal van vorig jaar die eruitzagen alsof ze tegen een nat schilderij van Karel Appel hadden geleund. Tegelijk kreeg ik nooit eerder zó verschrikkelijk veel likes en retweets op Twitter als toen ik een nostalgische foto postte van de aankomst van de goedheiligman in mijn eigen woonplaats (waar de Zwarte Pieten nog gewoon pikzwart zijn, compleet met krulhaar en oorringen). Zo bevind ik me opeens middenin een discussie die steeds heviger wordt en die tegelijk genadeloos laat zien dat de echte problemen blijkbaar allemaal op zijn.


Laat ik voor alle duidelijkheid eerst maar even zeggen waar ik precies sta, niet zozeer in deze discussie maar vooral in het leven. Sinds ik geen last meer heb van stress en in principe niet meer hoef te werken, reageer ik overal zo laconiek op dat ik in Leven van de lucht schrijf dat ik 'me net zo snel boos maak als een Boeddhabeeld van Intratuin op de vensterbank'. Dat heeft natuurlijk deels met mijn leeftijd te maken, maar ook met het simpele feit dat je je nergens meer druk om hoeft te maken als je je hypotheek bijna hebt afgelost en niet bang meer hoeft te zijn om je baan kwijt te raken. Tegelijk besef ik maar al te goed dat het een voorrecht is om in dit veilige en welvarende land te wonen (al zullen sommige mensen dan natuurlijk meteen beginnen te roepen dat ik alleen maar van de zegeningen van dit land profiteer omdat ik een witte man ben).

Wat dat betreft sluit ik me aan bij columnist Jeffrey Wijnberg die natuurlijk voor de verkeerde krant schrijft, maar die tegelijk elke week feilloos alle mechanismes binnen menselijke relatie weet te ontrafelen en te fileren. Gisteren schreef hij dat in deze tijden van voorspoed eigenlijk niemand echt reden heeft tot klagen, wat een weinig populair standpunt is want we dreigen langzaam een overgevoelig en hypercorrect land te worden waarin elk pseudoprobleem tot enorme proporties wordt opgeblazen. Bij hypochondrie is een verdacht plekje op de huid meteen een dodelijk melanoom en duidt elk kuchje op het allerergste. Datzelfde geldt voor heel veel 'misstanden' die in deze maatschappij aan de kaak worden gesteld, want een hand op de knie heet dan al snel seksuele intimidatie en het schrappen van een wet die niemand kent een aflosboete.


Nu hoef je als bevolking natuurlijk niet zomaar alles te pikken, want de Groningers hebben groot gelijk met hun protesten tegen de ongebreidelde gaswinning. Er is echter sprake van een trend waar ik me pas goed van bewust werd toen ik onlangs een opiniestuk las over de inflatie van het begrip 'holocaust'. Je kunt volgens mij best een vegetariër zijn en fel tegenstander zijn van varkensflats en andere misstanden in de vleesverwerkende industrie zonder daarbij te pas en te onpas het woord 'genocide' te gebruiken. Op dezelfde manier kun je vragen stellen bij het blokkeren van de snelweg richting Dokkum, zonder in een opiniestuk tot driemaal toe te spreken over een 'levensgevaarlijke situatie'.

Op Facebook kwam ik een artikel tegen uit Vrij Nederland van een jonge vrouw die in een van de bussen zat op weg naar de intocht in Dokkum. Toen ik het las, vroeg ik me eerst af of dit soms een persiflage was van De Speld of een gevalletje nepnieuws, want niet alleen is het tegenwoordig lastig om feit van fictie te scheiden ook de grens tussen ernst en parodie is vaak flinterdun. Zo kan ik niet goed meer naar Freek Vonk kijken zonder aan Lucky TV te denken, zelfs niet als hij serieus zijn best doet om de jeugd te enthousiasmeren voor de natuur. Tegelijk zou dit specifieke stuk wel eens heel  bruikbaar kunnen zijn voor toekomstige wetenschappers om de toenemende hysterie in de westerse samenleving mee te verklaren.


Natuurlijk zullen er wel weer genoeg mensen boos worden door de strekking van dit blog of zich gekwetst voelen, maar dat is nu juist het probleem. Ik kan niet uit de voeten met mensen die al bang zijn dat ze gaan huilen bij het horen van boze leuzen en ik kan dat soort zinnen ook niet lezen zonder aan de uit de hand gelopen #MeToo-discussie te denken. Zo las ik dat Sylvester Stallone beschuldigd wordt van seksueel misbruik van een 16-jarige, maar ik las in datzelfde stuk ook dat het slachtoffer zich gedwongen 'voelde' om seks met hem te hebben en geen aangifte durfde te doen omdat ze zich vernederd 'voelde'. Als weldenkende mens vind ik dat misbruik en dwang uit den boze zijn, maar ik kan het niet helpen dat mijn oog daarop valt. Want het is dus net zo goed mogelijk dat ze zich in eerste instantie vereerd 'voelde' door de aandacht van de filmster en zich misschien zelfs opgewonden 'voelde', terwijl ze zich na afloop vies 'voelde' of teleurgesteld en misbruikt.

Welke conclusies je aan dit alles (en dus niet alleen aan de zin hierboven) moet verbinden, weet ik op dit moment nog niet, zeker niet als je dat nog iets breder wil trekken naar de hele westerse wereld. Wel is het duidelijk dat persoonlijke gevoelens steeds belangrijker worden in het maatschappelijk debat met overgevoeligheid als onvermijdelijk gevolg. Bij onderwerpen als feminisme en racisme zie je ook - en dat vind ik vooral interessant als politicoloog - dat de echt serieuze problemen eigenlijk op beginnen te raken. Dat geldt overigens ook voor de Wet Hillen die deze week in de Tweede Kamer wordt besproken. Je kunt je daar vreselijk over opwinden en boos beginnen te roepen over een 'aflosboete', maar je kunt het ook relativeren en proberen er de redelijkheid van in te zien. Helaas zijn dat besmette woorden geworden in een wereld waarin alles per definitie een ramp is en elke misstand bij voorbaat wordt ervaren als een grote vorm van persoonlijk onrecht.

woensdag 15 november 2017

Krijgen werkloze 55-plussers als eerste een basisinkomen?

Gisteren bood Antoinette Hertsenberg aan de Tweede Kamer een petitie aan waarin gepleit wordt voor de invoering van een soort basisinkomen voor werkloze 55-plussers. Dat voorstel sluit naadloos aan op wat ik over dat onderwerp schrijf in mijn boek Leven van de lucht en in mijn column in de editie van Radar+ die nu in de winkel ligt. Tegelijk hoef je helemaal niet zoveel overhoop te halen om het leven van oudere werklozen eenvoudiger en draaglijker te maken. Zo zou je ook kunnen besluiten om deze groep voortaan vrij te stellen van sollicitatieplicht en allerhande zinloze cursussen. Geen gek idee, want een werkzoekende van 60 heeft bijna evenveel kans op een baan als een blinde die graag cameraman zou willen worden.


In deze hele discussie neem ik een beetje een merkwaardige positie in, omdat die petitie in zekere zin helemaal op mij van toepassing is maar tegelijk ook helemaal niet. Je kunt mij kwalificeren als een werkloze 55-plusser omdat ik na 25 jaar in loondienst te zijn geweest geen vaste baan meer heb en mijn dagen vul met het schrijven van columns en het uitruimen van de vaatwasser. Ik voldoe ook aan het clichébeeld van de oudere werkloze die zich na een hele reeks vergeefse sollicitaties 'dan maar' inschrijft als ZZP'er en een poging waagt als eenpitter. Als schrijver heb ik een KvK-nummer en tel ik mee ik als ondernemer, hoewel ik in mijn boek al aangeef dat ik helemaal niet zo ondernemend ben en ook niets gemeen heb met mijn buurman die als zelfstandig ondernemer aanbouwen plaatst en huizen bouwt.

Oppervlakkig gezien kun je mij dus beschouwen als een over de rand gevallen vijftigplusser die nergens meer aan de bak komt en er dus maar het beste van probeert te maken. In werkelijkheid ben ik een schrijver die vijfentwintig jaar lang genoegen heeft moeten nemen met een surrogaatbaan en nu eindelijk kan doen wat hij het liefst wil. Vermoedelijk wordt de periode tussen mijn 55ste en mijn 60ste de enige waarin ik min of meer kan rondkomen als fulltime schrijver, of in elk geval niets anders meer hoef te doen naast het schrijven van boeken en columns. In zekere zin heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt, ware het niet dat ik denk dat je je als schrijver gebóren wordt en je meestal alleen maar uit financiële noodzaak een andere bron van inkomsten nodig hebt.


Met mijn 56 jaar ben ik dus een werkloze 55-plusser, met dat verschil dat ik niet meer op zoek ben naar een betaalde baan. Door te anticiperen op deze fase, heb ik genoeg spaargeld opzij gezet om mezelf minstens vijf jaar lang een soort basisinkomen uit te keren en misschien zelfs wel voor onbepaalde tijd. Tijdens het schrijven van Leven van de lucht maakte ik op elke eerste dag van de maand precies 1000 euro van mijn spaarrekening over naar de lopende rekening om te ervaren wat het met je doet als je een jaar lang gratis geld krijgt. Dat systeem heb ik inmiddels losgelaten, want nu neem ik alleen nog spaargeld op als de huishoudrekening bijna leeg is. Tegelijk vul ik de spaarpot tussendoor weer aan met extra inkomsten uit lezingen en columns.

Er zijn nog steeds mensen die vinden dat dit geen 'echt' basisinkomen is. Dat klopt, maar dit was de enige manier om een dergelijk stelsel na te bootsen en er zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. Ik kan nu in elk geval uit eigen ervaring vertellen wat het met je doet als je op de eerste dag van de maand een envelop op de mat vindt met daarin tien kakelverse briefjes van 100 euro. Ik weet nu ook hoe het is om wakker te worden met het besef dat je strikt genomen nooit meer hoeft te werken voor je geld (en dat zonder miljoenen op de bank te hebben). Het helpt als je je hypotheek helemaal hebt afgelost - een mijlpaal die wij hopen te bereiken op 1 maart 2020 dus al over iets meer dan twee jaar - en het helpt natuurlijk ook als je een werkende partner hebt.


Aan het begin van dit experiment (dus ook in het eerste hoofdstuk van Leven van de lucht), werkte mijn vrouw anderhalve dag per week en verdiende daarmee iets meer dan 1000 euro netto. Je kunt dus zeggen dat ons huishouden vanaf dat moment kon draaien op een Fte van 0,3, aangevuld met wat bescheiden freelance inkomsten. Inmiddels is mijn vrouw één dag meer gaan werken per week, waardoor we niet alleen makkelijker rond kunnen komen, maar ook elke maand weer iets kunnen sparen. Het interessante is dus dat er dankzij dat 'basisinkomen' van alles is gaan schuiven en je ook elk jaar opnieuw de balans op kunt maken en andere keuzes kunt maken. Het heeft in elk geval geleid tot een andere verdeling van huishoudelijke taken en een interessant rolpatroon waarbij sommige traditionele rollen zijn omgedraaid.

Ik ben reuze benieuwd wat de Tweede Kamer gaat doen met de petitie, al was het maar omdat ik iedereen niet alleen de vernedering wil besparen van al die zinloze sollicitaties maar ook zou willen laten profiteren van alle positieve effecten die ik aan den lijve heb ondervonden. Tegenstanders zeggen vaak dat je mensen afschrijft wanneer je ze na hun ontslag ook nog eens ontslaat van hun sollicitatieplicht. In werkelijkheid is het eerder zo dat je hun levensloop herschrijft en mensen de kans biedt om met een blanco lei te beginnen, hun creativiteit de vrije loop te laten en hun leven een heel andere draai te geven. Dan moet je als overheid vervolgens maar op de koop toe nemen dat je diezelfde mensen overdag misschien wat vaker aan zult treffen in de bioscoop dan met een katoenen tasje op een banenmarkt.

woensdag 8 november 2017

Na het aflossen van de hypotheek kun je beginnen met nietsdoen

De afgelopen dagen kreeg ik van verschillende kanten de vraag of het wel helemaal goed met me ging, aangezien ik al bijna twee weken geen nieuwe blog meer had geplaatst. Normaal gesproken schrijf ik elke week wel iets, tenzij ik bij wijze van uitzondering even op vakantie ben, maar nu was het akelig stil. Het antwoord op die vraag luidt dat het niet alleen prima met me gaat, maar misschien zelfs wel té goed. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en mijn spaargeld ook nog eens veel langzamer slinkt dan voorzien, kan ik mijn tijd geheel naar eigen goeddunken indelen. Het gevolg is dat ik nog steeds een bomvolle agenda heb, maar dan eentje zonder afspraken of deadlines.


Afgelopen week was er in mijn agenda zelfs bijna te weinig plek voor al die bioscoopkaartjes en entreebewijzen. Nadat ik op maandag al één film had gezien, bezocht ik op donderdag twee bioscoopfilms en op vrijdag zelfs twee films en één concert. Zo bevind ik me in een soort permanent luilekkerland waarin niks meer van me wordt gevraagd en ik elke doordeweekse dag in principe kan omtoveren tot een soort kinderfeestje voor volwassenen. Er zijn genoeg mensen die na hun werkzame leven al hun vrije tijd besteden aan vrijwilligerswerk, maar ik heb besloten om eerst eens van mijn vrijheid te gaan genieten.

Dan blijkt weer eens dat een heel vroeg vroegpensioen tal van extra voordelen heeft. Zo is mijn jongste kind al bijna officieel volwassen, terwijl het eerste kleinkind zich nog lang niet heeft aangediend. In die zin leef ik sinds 1 mei 2016 niet alleen van de lucht, maar bevind ik me ook een beetje in het luchtledige. Elke dag weer besef ik dat dit een zeldzame, misschien zelfs uitzonderlijke windstille periode is, zonder gezondheidsproblemen, mantelzorg of vaste oppasdagen. Dat kan zomaar opeens veranderen, dus koester ik elke vrije minuut en sla ik op maandagmorgen om 11 uur schaamteloos en zonder enig schuldgevoel een boek van 1000 pagina's open.


Een dag eerder was ik al begonnen in De Onderwereld van Kevin Canty, een boek over een mijnwerkersgemeenschap in Montana. Ik had het op de bonnefooi meegenomen uit de bibliotheek, maar het boeide me zo dat ik het in één ruk (en op één dag) heb uitgelezen. Zo krijgt mijn nieuwe leven langzaam vorm, al draait het niet langer om afspraken en deadlines, maar om boeken die me zijn aangeraden en films die ik absoluut wil zien voordat ze weer uit de bioscoop zijn verdwenen. Van een omgekeerde werkweek ben ik zo vanzelf in een soort omgekeerde wereld terechtgekomen, waarin het mijn grootste ambitie is geworden om in 2017 tenminste 100 films te hebben gezien op de plek waar ze het meest tot hun recht komen.

Natuurlijk doe ik niet helemaal niks meer, want op maandagmorgen begin ik na het lezen van de krant allereerst aan mijn nieuwe column voor het RD. Strikt genomen heb ik elke week dus nog steeds een deadline, maar dat levert net zo weinig stress op als het uitruimen van de vaatwasser of het strijken van mijn overhemden. Oplettende lezers zullen ook gezien hebben dat er uit het hierboven afgebeelde boek gele Post-Its steken, dus die staan er straks niet van te kijken als ik er iets over zeg of eruit citeer in boek nummer 16. Op 1 januari begin ik pas echt serieus aan een opvolger van Leven van de lucht, maar ik ben al wat voorbereidend onderzoek aan het doen en heb al minstens 15.000 woorden geschreven.


Elke dinsdagmorgen kijk ik op internet welke films die donderdag in roulatie gaan en vervolgens maak ik alvast een voorlopig schema. Een vast patroon is er niet, maar vorige week beviel me zeer goed. Toen zag ik op donderdag twee films achter elkaar (met tussendoor precies genoeg tijd voor een bezoek aan De Plaatboef en een glas muntthee). Een dag later ging ik samen met mijn oudste zoon en mijn vrouw naar Loving Vincent. Daarna aten we een patatje bij Bram's Gourmet Frites waarna zij samen naar huis fietsten en ik snel nog even Liefde is aardappelen meepikte. Zo verandert elke doordeweekse dag langzamerhand in het absolute contrapunt van een dag op kantoor.

Het onvermijdelijke gevolg is dat je jezelf langzaam maar zeker in slaap sust, een bedrieglijke staat van bewustzijn die op termijn wel eens fataal zou kunnen uitpakken voor mijn toekomst als schrijver. Een columnist heeft een scherpe pen nodig die hij, als het onderwerp daarom vraagt, in azijn doopt. Maar in plaats van boze stukken te tikken zit ik blij te bladeren in de gratis Filmkrant en breng ik gerust een hele dinsdag (als in: gisteren) door in de achtertuin om een paar honderd bladzijden te lezen in een boek waarin alles in zekere zin ook om film draait. Daarmee ben ik niet langer de schrijver van de bestseller Het nieuwe nietsdoen, maar ben ik dat gewoon de hele tijd lekker aan het doen.

woensdag 25 oktober 2017

Kun je als man ongestraft een bijdrage leveren aan de #metoo-discussie?

Afgaande op de boze reacties die veganist Boele Ytsma oogstte toen hij vorige week zijn licht liet schijnen over dit onderwerp op zijn Facebookpagina, is het nu eigenlijk nog veel te vroeg voor genuanceerde reacties of een breder perspectief. Verhalen van mannen zijn op dit moment alleen welkom als het een schuldbekentenis betreft of als ze - zoals Jelle Brandt Corstius - zelf óók slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik. Na het zien van de series Billions en National Treasure ben ik er echter van overtuigd dat het zonde zou zijn als de discussie blijft steken in beschuldigende vingers en boze tweets. Bovendien had het maar een haar gescheeld of ik had afgelopen zaterdag met mijn foto in de krant gestaan als "slachtoffer".


Vorige week stelde ik op Twitter hardop de vraag of het ook telt wanneer je als student van 19 een lift krijgt van een man die naast zich allemaal opengeslagen pornoboekjes heeft liggen en na een paar inleidende vragen zijn zweterige hand op je dijbeen legt. Twee dagen later kreeg ik in mijn inbox de vraag of ik in de krant misschien mijn verhaal wilde doen. Natuurlijk is het positief om te laten zien dat ook mannen het slachtoffer kunnen worden van seksuele intimidatie of aanranding (want zo zou het zeker genoemd worden als het in dit voorval ging om een studente van 19), maar zelf vond ik dit verhaal niet belangrijk of ernstig genoeg. Bovendien heb ik mezelf nooit een slachtoffer gevoeld of genoemd, zelfs niet toen ik me een waardeloze woekerpolis liet aansmeren of een aandelenspaarplan dat me minder opleverde dan de inleg.

Eerlijk gezegd was ik dit hele voorval zelfs al vergeten, tot het me door de #metoo-hashtag ineens weer te binnen schoot. Ik weet nog dat ik heel boos mijn verhaal vertelde aan de vriendelijke eigenaar van een Renault 4 die me een lift aanbood in Leiden nadat ik uit de auto van bovengenoemde bestuurder was gestapt (of misschien moet ik zeggen: ontsnapt), maar een echt trauma heb ik er niet aan overgehouden. Een paar maanden later had ik zelfs een kortstondig binnenpretje toen ik nietsvermoedend op dezelfde liftplek bij dezelfde man in de auto stapte. Deze keer legde hij zijn hand niet op mijn been, maar probeerde hij alleen maar mijn knie aan te raken bij elke keer dat hij schakelde (en dat is niet eens zo vaak als je op de snelweg rijdt).


Let wel: ik zeg dit niet om de getuigenissen van al die vrouwen te bagatelliseren, maar alleen om aan te geven dat er een disbalans is tussen mannen en vrouwen als het om dit onderwerp gaat. Zo herinner ik me hoe ik als student planologie in een hotel in Wenen samen met een medestudent met open mond stond te kijken naar de Oostenrijkse overbuurvrouwe die een dakkapel aan het schoonmaken was en zich daarbij zeer bewust was van het feit dat we daarbij alles konden zien wat zich onder haar rokje bevond. Als ze ons vervolgens naar binnen had gewenkt, zouden we allebei spontaan flauw zijn gevallen wegens acuut zuurstoftekort. Andersom (dus met twee vrouwelijke studenten en een schoonmakende man), zou het waarschijnlijk banaal zijn geweest, bedreigend of sneu, terwijl wij ons alleen maar afvroegen of dit écht gebeurde.

Opgesloten in die auto ben ik geen seconde bang geweest, omdat ik wist dat hij me nooit zou kunnen overmeesteren. Ik was jong en sterk, hij een vijftiger die zijn aandacht bij het stuur moest houden. In het uiterste geval kon ik hem een stomp verkopen of een ruk aan het stuur geven, maar het bleek voldoende om zijn hand weg te slaan en te zeggen dat hij van me af moest blijven. Het gaat bij al die #metoo-verhalen heel vaak om misbruik van macht, maar nog vaker om verschil in kracht. Mannen staan daar in het dagelijks leven misschien niet altijd bij stil, maar ik ben me heel erg bewust geworden van de kwetsbaarheid van vrouwen toen ik de thriller Dubbel Bedrog schreef. Sindsdien denk ik heel vaak als ik op een verlaten plek aan het fietsen ben: zou ik dit ook durven als ik een vrouw was?


Het is erg genoeg dat dat zo is, maar het is ook erg belangrijk om te kijken hoe we verder moeten als het stof straks is neergedwarreld. Wat dat betreft ben ik het helemaal eens met Wilma de Rek die bij DWDD stelde dat elk onderwerp dat in het verlengde ligt van deze discussie openlijk moet kunnen worden besproken. Het is begrijpelijk dat veel vrouwen des duivels zijn, maar je moet het probleem ook proberen te duiden en de achterliggende dynamiek durven benoemen en doorgronden. Macht erotiseert en datzelfde geldt voor roem en geld. Niemand zou zich bijvoorbeeld beledigd hoeven voelen als ik schrijf dat ik in een van de importeur geleende Hummer ineens heel spannend oogcontact had met een vrouw die mij niet eens zou zien staan als ik in mijn Suzuki Alto stapte of me achter mijn rug zelfs zou uitlachen vanwege mijn autokeuze.

De serie Billions dwingt de kijker om zich af te vragen hoe het moet voelen als je als miljardair een willekeurige ruimte betreedt. De steenrijke hoofdpersoon (die we allemaal nog kennen van Homeland) vergelijkt zichzelf met een vrouw die van zichzelf wéét dat ze onweerstaanbaar is en alle mannen om haar vinger kan winden. Probeer je maar eens voor te stellen hoe bedwelmend het moet zijn als je zo onmetelijk veel geld hebt. Neem je er dan genoegen mee om maar met één vrouw naar bed te gaan? Accepteer je dan ooit een 'nee', in welke situatie dan ook? Daarmee neem ik het overigens niet op voor mannen als Weinstein, want over hem schreef ik eerder al op Twitter al dat hij om te beginnen eerst maar eens een paar honderdduizend strafregels moet gaan schrijven op de school van Harry Potter (al was dat waarschijnlijk iets te subtiel en had ik beter gewoon Zweinstein kunnen schrijven).

De VPRO zou er ondertussen verstandig aan doen om de serie National Treasure te herhalen, want die hebben ze achteraf bekeken eigenlijk net iets te vroeg uitgezonden. In die serie (niet te verwarren met de gelijknamige Dan Brown-rip off met Nicholas Cage in de hoofdrol) wordt een gevierde Britse televisiekomiek van begin 60 beschuldigd van seksueel misbruik. Dat onderwerp is op dit moment niet alleen heel actueel, maar de vier afleveringen laten ook zien dat het een glibberig onderwerp is en een glijdende schaal. Zo accepteert (of, beter gezegd, tolereert) zijn vrouw bepaalde gedragingen van haar man, tot er feiten onthuld worden die bij haar een grens overschrijden. Het knappe van de serie is dat hij langzaam maar zeker van zijn voetstuk valt als echtgenoot, als vader, als gevierde collega en als landelijke beroemdheid. Ook als kijker kom je steeds meer in gewetensnood, omdat je in eerste instantie met hem meeleeft en denkt dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. In april had ik de serie op de een of andere manier straal over het hoofd gezien en dat is achteraf gezien maar goed ook, want nu keek ik er ineens met héél andere ogen naar.

woensdag 11 oktober 2017

Toch nog even een paar opmerkingen over die aflosboete

Het gekrakeel rondom het afschaffen van de Wet Hillen doet een beetje denken aan de ophef die ontstond toen het vorige kabinet aankondigde een inkomensafhankelijke zorgpremie in te willen voeren. Dat leidde tot zoveel maatschappelijk protest dat het voorstel schielijk werd ingetrokken (hoewel we natuurlijk allemaal bijna ongemerkt een inkomensafhankelijke bijdrage leveren bovenop onze maandelijkse zorgpremie). Datzelfde zou ook kunnen gebeuren met deze maatregel, zeker nu tegenstanders massaal roepen dat het gaat om een "aflosboete". Dat is een slimme frame die alleen al door de woordkeuze weerstand oproept. Het zou dus best kunnen dat het kabinet Rutte 3 deze heisa benut om de aandacht af te leiden van andere vervelende maatregelen zoals de aangekondigde BTW-verhoging .


Ik weet niet of Hans Wiegel de eerste was die met het woord 'aflosboete' op de proppen kwam of dat het een bedenksel is van de partij 50Plus, maar het zou wel eens een briljante zet kunnen zijn. Als dat woord eenmaal gaat rondzingen, schrikt het kabinet misschien terug of wordt Rutte 3 alsnog teruggefloten door de Tweede of Eerste Kamer. Geen enkele politicus wil natuurlijk een aflosboete op zijn naam hebben staan, zeker niet nu we net met z'n allen een tikje anders tegen dit soort schulden aan zijn gaan kijken (ook al niet omdat de collectieve hypotheekschuld met meer dan 665 miljard euro nog steeds schrikbarend hoog is). Nu ontstaat bij mensen toch een beetje het onrechtvaardige idee dat goed gedrag wordt afgestraft, alsof je alsnog een boete krijgt wanneer je netjes stapvoets rijdt op een woonerf.

Psychologisch gezien was dit geen slimme zet van Rutte 3. Voordat de eerste rekensommetjes verschenen over de gevolgen van het afschaffen van de Wet Hillen, regende het al boze reacties. Zelfs als de lastenverzwaring meevalt, kan door deze maatregel het idee postvatten dat aflossen geen zin heeft of zelfs averechts uitpakt. Weliswaar moet iedere starter vanaf 1 januari 2013 verplicht in dertig jaar alles aflossen, er zijn nog steeds een heleboel huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek die zélf die keuze moeten maken. Met deze maatregel demotiveer je die groep en zet je ze misschien zelfs op het verkeerde been, al was het alleen maar omdat mensen zich niet echt in het onderwerp verdiepen en zich van de bijbehorende discussie straks alleen nog maar een paar losse kreten herinneren.


Het is voornamelijk de bijbehorende redenering die rammelt. Je kunt als regering namelijk niet zomaar stellen dat de Wet Hillen geld kost, of veel minder overheidsinkomsten genereert, zonder tegelijk ook even uit te rekenen hoeveel de fiscus bespaart doordat steeds meer mensen extra geld storten in hun hypotheek of zelf versneld hun hele woningschuld aflossen. Zo heb ik zelf bijvoorbeeld de looptijd van mijn spaarhypotheek met vijf jaar ingekort door de maandpremie te verhogen en een extra eenmalige storting te doen. Je kunt zeggen dat ik daarmee vanaf maart 2020 vijf jaar hypotheekrenteaftrek misloop, maar net zo goed dat ik het eerstvolgende kabinet een mooi bedrag bespaar.

Helemaal precies heb ik het niet uitgerekend, maar uit de losse pols kan ik nu al berekenen dat ik de overheid, door mijn hypotheek tot de laatste cent versneld af te lossen, veel méér bespaar aan hypotheekrenteaftrek dan ik straks zou moeten gaan betalen aan eigenwoningforfait als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd. In mijn specifieke geval was de staat dus al een stuk goedkoper uit, zodat de noodzaak om mij nog eens extra te belasten volledig ontbreekt. In plaats daarvan zou het eerlijker geweest zijn als mijn definitieve aanslag vergezeld ging van een bos bloemen en een bedankbriefje met daarop het bedrag dat ik de overheid nu weer heb bespaard.


Toch is ook dát rekensommetje niet helemaal eerlijk, want in ons geval ging versneld aflossen vergezeld van een sobere levensstijl en een heel ander consumptiepatroon. Ik ben niet gaan aflossen met behulp van spaargeld dat ik al had, maar juist heel fanatiek gaan sparen om mijn hypotheek in rap tempo af te kunnen lossen. Op die manier is de overheid heel wat misgelopen aan BTW, aan accijns (op zowel drank als benzine) en - tot slot - aan inkomstenbelasting. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en gewend ben geraakt aan een heel ander uitgavenpatroon, kan ik met minder inkomsten toe en hoef ik veel minder te werken. Zo bekeken is het niet verrassend, en ook niet zo heel verderfelijk, als de overheid probeert om arbeid wat minder te belasten en vermogen juist iets meer.

Ondertussen vraag ik me serieus af op welke bijvoeglijke naamwoorden burgers en belangengroepen straks gaan teruggrijpen wanneer besloten wordt om de overwaarde van de eigen woning voortaan op dezelfde manier te gaan behandelen als spaargeld. Het afschaffen van de Wet Hillen is namelijk slechts peanuts als je het vergelijkt met het overhevelen van de eigen woning van Box 1 naar Box 3. Onder het huidige belastingregime zou je met een koophuis van 2 ton zo'n 200 euro per maand kwijt zijn aan vermogensrendementsheffing (zonder drempelbedrag), terwijl het bij de Wet Hillen gaat om een paar tientjes per maand. Je kunt dit plan dus een 'schande' noemen of zelfs bestempelen als 'diefstal', maar je moet tegelijk beseffen dat dit nog maar een voorzichtige eerste stap is en dat de echte klap nog moet komen.

maandag 9 oktober 2017

Zou Mark Rutte misschien mijn boek Helemaal Vrij hebben gelezen?

De afgelopen dagen werd ik via sociale media bestookt met de vraag wat ik nou precies vind van de uitgelekte kabinetsplannen die betrekking hebben op de woningmarkt. Want hoe zinnig is een pleidooi voor versneld aflossen eigenlijk nog als je in de krant kunt lezen dat je straks dúúrder uit bent met een afgelost huis? Om te beginnen zijn het voorlopig slechts plannen en moeten we eerst nog maar eens afwachten wat er allemaal van terechtkomt, nog los van de vraag of dit kabinet het jaar 2020 heelhuids weet te halen. Daarnaast is het belangrijk het hoofd koel te houden, want de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek treft alleen de groep mensen met een inkomen hóger dan 68.000 euro. Tot slot komen deze maatregelen ook weer niet helemaal uit de lucht vallen, want ik voorspel het al op pagina 59 van het boek Helemaal Vrij! uit 2013...


Het is natuurlijk een beetje gemeen van mezelf, maar dat feit zorgde afgelopen weekend voor een bescheiden binnenpretje. Ik was niet boos of verontwaardigd, zoals veel mensen op sociale media maar had juist een triomfantelijk gevoel. Zelf ga ik er niet per se op vooruit door de nieuwe plannen, maar het is altijd leuk om al in 2013 iets te hebben geschreven dat vier jaar later uitkomt. Ironisch genoeg is Helemaal Vrij! - dat eerder dit jaar verscheen in een frisse heruitgave - van mijn laatste zes boeken het minst goed verkocht, terwijl je daarin zelfs al zwart op wit kunt lezen dat de eigen woning onder Rutte 4 waarschijnlijk naar Box 3 verhuist.

Dat Helemaal Vrij! het minder goed heeft gedaan dan andere titels uit de serie, is logisch want er is altijd één boek dat minder verkoopt dan de rest. Je kunt dat achteraf proberen te verklaren, maar eigenlijk snapte ik het pas toen ik het eerder dit jaar nog een keer aandachtig doorlas met het oog op de aangekondigde heruitgave. Meestal is de toon van mijn boeken optimistisch en luchtig, maar in dit geval werd ik er bijna somber van mezelf. Er staan een hoop zinnige dingen in en op sommige hoofdstukken ben ik nog steeds uitgesproken trots, maar je kunt merken dat ik dit boek geschreven heb in de periode dat ik ontslagen werd en maandenlang in grote onzekerheid verkeerde.


Ik was dan in zekere zin wel helemaal vrij, maar ik was tegelijkertijd helemaal niet blij. Toen ik bovenstaande passage schreef (en dat moet in 2012 zijn geweest, want een boek is altijd eerder geschreven dan het jaar van verschijnen) had ik het weliswaar bij het rechte eind, maar dat kon ik toen nog niet vermoeden. Als ik heel eerlijk ben, had ik dit boek liever in de allesbrander willen gooien in plaats van het opnieuw uit te geven. Nu blijkt het echter zeer waardevolle informatie te bevatten die je zou kunnen omschrijven als voorkennis wanneer het om aandelenhandel ging in plaats van investeren in de eigen woning.

Toen ik afgelopen weekend werd gebeld door een heel aardige mevrouw van de NOS, antwoordde ik haar in alle eerlijkheid dat ik niet verrast was door de aangekondigde maatregelen en ook helemaal niet zo vreselijk boos of verontwaardigd. Mensen met een hypotheekvrij huis hoef je wat mij betreft niet te straffen voor hun spaarzaamheid, maar je hoeft ze ook niet volledig te ontzien. Het probleem is dat iedereen tegenwoordig al snel moord en brand schreeuwt, roept dat iets niet eerlijk is of onrechtvaardig en zichzelf bombardeert tot slachtoffer van een overheid die voor de zoveelste keer op rij de spelregels verandert tijdens de wedstrijd.


Dat laatste is natuurlijk deels waar (want vraag om je heen maar eens naar de precieze systematiek van de vermogensrendementsheffing anno 2017), al kun je sommige maatregelen van een kilometer afstand aan zien komen als je de moeite neemt je in de materie te verdiepen. Zelf betaal ik al járen vermogensrendementsheffing over een hypotheekvrij vakantiehuis, dus ik schrik straks helemaal niet zo vreselijk als ik word aangeslagen voor de overwaarde op mijn eerste woning. Wel voorzie ik heel veel gesteggel over de WOZ-waarde, want op het moment dat je koophuizen wil gaan belasten als vermogen telt elke euro mee. Dat speelt al bij het afschaffen van de Wet Hillen en wordt nog veel prangender als de eigen woning naar Box 3 zou verhuizen.

Wat me de afgelopen dagen nog het meest is opgevallen, is dat mensen in de stress schieten bij de krantenkop dat je straks duurder uit bent met een afgelost huis zonder zich af te vragen hoeveel duurder dan precies en in vergelijking met wie of wat. Strikt genomen klopt die kop namelijk al, wanneer dat straks een tientje per maand kost, terwijl het ook over een paar duizend euro per jaar kan gaan. Uit de losse pols: bij een eigenwoningforfait van 0,6% wordt er bij een huis van 2 ton 1200 euro opgeteld bij je belastbare inkomen. Daar betaal je dan ongeveer 40% belasting over en dat is zo'n 500 euro per jaar. Straks hoef ik dus alleen maar mijn krantenabonnement op te zeggen om ervoor te zorgen dat deze operatie in mijn specifieke geval inderdaad grosso modo budgetneutraal verloopt.

woensdag 4 oktober 2017

Elke maand maak ik 1000 euro op van de erfenis van mijn kinderen

Onlangs kreeg ik een interessante vraag voorgelegd van een lezer over onze huidige financiële strategie. Door elke maand 1000 euro op te nemen van ons spaargeld bij wijze van basisinkomen, teren we niet alleen in op onze reserves maar maken we elke maand strikt genomen ook duizend euro op van de erfenis van onze kinderen. In algemene termen heb ik wel eens iets geschreven over erfenissen in mij column in het RD, maar zo had ik het eerlijk gezegd nog niet eerder bekeken. Eén belangrijk - en misschien wel doorslaggevend - verschil met de vraagsteller is er alvast wel: hij beheert familiekapitaal dat hij zelf op zijn beurt ook weer heeft geërfd, terwijl wij ons hele vermogen zelf bij elkaar hebben gespaard.


Dat ik niet eerder in dit soort termen over dit onderwerp had nagedacht, komt deels natuurlijk ook doordat ik op mijn 56ste nog niet heel concreet bezig ben met mijn nalatenschap. Tom Petty was weliswaar slechts 9 jaar ouder dan mijn vrouw toen hij eerder deze week aan een hartaanval bezweek, maar stiekem richt je je als mens toch een beetje op de algemene statistieken en gemiddelden. Het is ook tegennatuurlijk om je al met je erfenis bezig te houden als je eigen ouders nog leven en je beide kinderen nog - of tijdelijk weer - in huis wonen. Mijn jongste zoon is zelfs nog maar nét van de middelbare school af.

Verder vind ik het ook een beetje lastig om nu al te bedenken hoeveel geld ik mijn kinderen nog méér zou willen meegeven, nadat ik al ruim een kwart eeuw bijna alles voor ze heb betaald. Voordat het zover is hoop ik samen met mijn vrouw juist nog een periode mee te maken waarin we even met niemand anders rekening hoeven houden en en ook alleen nog maar onze eigen rekeningen hoeven te betalen. Dat lijkt me niet heel erg egoïstisch maar eerder een natuurlijk proces en een normale behoefte. Door onze gezinsplanning (mijn vrouw was 41 toen de jongste geboren werd) zal die periode waarschijnlijk toch al niet zo heel lang zijn.


Verder denk ik dat je persoonlijke situatie heel erg bepalend is voor de keuzes die je maakt. Zo haal ik bijna achteloos mijn schouders op over alarmerende berichten van studenten die hun leven beginnen met 20.000 euro schuld, aangezien is zelf op mijn 26ste ook een studieschuld had opgebouwd van ruim 21.000 gulden. Mijn oudste zoon behaalde zijn HBO-diploma zonder één cent te hebben geleend, maar ik zou er niet wakker van liggen als dat anders was geweest en ik ben ook niet bereid om dat koste wat kost te voorkomen. Zo heb ik destijds ook tegen hem gezegd dat het prima was als hij op kamers ging wonen (hoewel dat qua afstand niet strikt noodzakelijk was), zolang hij die kamerhuur maar zelf voor zijn rekening nam.

Als ik de beheerder was van een familiekapitaal dat door mijn ouders of grootouders was vergaard, zou ik natuurlijk heel anders tegen bepaalde zaken aankijken. Het intact laten van dat bedrag, en het laten meegroeien met de inflatie, heeft dan waarschijnlijk de hoogste prioriteit. Het zou wat onkies zijn om al op jonge leeftijd van dat geld te gaan rentenieren en het zo helemaal op te souperen, zodat je kinderen achter het net vissen. Zelf heb ik nooit iets substantiëlers geërfd dan de kast van mijn opa (die ik in Leven van de lucht zelfs nog even noem) en de duizend euro van een ver familielid uit Canada die ik twee jaar geleden ontving. Wat ik precies met dat geldbedrag heb gedaan, valt ook te lezen in mijn nieuwe boek, al kun je het misschien wel raden.


Strikt genomen maken we dus inderdaad elke maand 1000 euro op van onze erfenis, maar dat lijkt me in ons geval geen probleem. Ik zou het juist onverdraaglijk vinden als mijn kinderen straks ongeduldig gaan zitten wachten tot ik mijn laatste adem uitblaas, zodat zij er met de buit vandoor kunnen. Dat hoeft niet altijd zo te gaan, maar het leidt bijna altijd tot onverkwikkelijke bijgedachten als er tonnen in het spel zijn. Daarnaast vind ik het vooral een uitdaging om op een gegeven moment te stoppen met sparen (en dan bedoel ik vooral: op tijd) en gedoseerd je geld te gaan uitgeven. Daarmee bedoel ik niet dat je het moet uitgeven aan dure reizen of luxe-artikelen, want je kunt van je spaargeld ook 'tijd kopen' door jezelf een salaris uit te keren. Voor elke euro die je van jezelf krijgt, hoef je in elk geval niet te werken.

Om mezelf vijf jaar lang een basisinkomen uit te kunnen keren van 1000 euro per maand, had ik een spaarpotje aangelegd van 60.000 euro. Op papier is dat spaargeld schoon op na vijf jaar en staat er op 1 mei 2021 precies nul euro op de rekening. Maar de charme van een onvoorwaardelijk basisinkomen is juist dat je er ongestraft en onbeperkt - en in veel gevallen misschien zelfs wel ongemerkt - geld bij kunt verdienen. In theorie is het mogelijk dat je elke maand 1000 euro opneemt van je spaargeld, terwijl je spelenderwijs 1000 euro omzet haalt. Zo zou het zomaar kunnen dat er op de einddatum nog steeds, of opnieuw, 60.000 euro in de pot zit, zodat het net lijkt of ik de afgelopen vijf jaar écht van de lucht heb geleefd.