Zoeken

zaterdag 31 december 2016

Kom volgend jaar eens wat vaker uit je filterbubbel

Een paar dagen geleden opperde ik op Facebook dat het voor de meeste mensen heel leerzaam en verfrissend zou zijn om naast hun "eigen" krant eens een tijdje een heel andere krant te lezen waar ze het soms faliekant mee oneens zijn. Toevallig las ik vlak daarna een column van Asha ten Broeke waarin zij dat verschijnsel niet alleen een naam geeft, maar ook vertelt dat ze drie dagen achtereen De Telegraaf heeft gelezen in plaats van haar eigen veilige ochtendkrant. Grote vraag is natuurlijk wat er met je brein gebeurt wanneer je een dergelijk experiment drie jáár volhoudt of - zoals in mijn geval - al bijna dertig jaar. Dan bestaat er niet zoiets als een "filterbubbel" en ontdek je al snel dat de waarheid soms inderdaad in het midden ligt en dat niemand de wijsheid in pacht heeft.


In 1999 schreef ik in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat een essay over het onderwerp "virtuele mobiliteit in het jaar 2030". In eerste instantie had ik geen idee waar ze het over hadden en hoe ze bij mij  terecht waren gekomen, maar het bleek dat ze mij beschouwden als sciencefiction-auteur. Nu had ik inderdaad in 1997 een roman geschreven die zich in 2004 afspeelt (De plaag), dus waarschijnlijk dachten ze dat ik ook wel in staat zou zijn om dertig jaar vooruit te blikken in de tijd. In dat essay voorspel ik onder meer dat contant geld in 2030 niet meer bestaat (wat zomaar zou kunnen) en schrijf ik eveneens dat het internet tegen die tijd overal is: in huis, op het werk, in je auto en in je binnenzak (wat nu feitelijk al zo is).

In datzelfde essay staat ook deze passage: "Doordat burgers in de toekomst in staat zullen zijn om het aangeboden nieuws via (digitale) krant of journaal al van tevoren op persoonlijke voorkeur en belangstellingsveld te selecteren, ontwikkelen mensen tal van 'blinde vlekken'. Daardoor loopt de moderne maatschappij nog veel meer dan nu het risico uiteen te vallen in een verzameling individuen die geen enkele belangstelling tonen boor de behoeften en knelpunten van anderen." Feitelijk voorspel ik hier, vijftien jaar voor Blendle, dat we in de toekomst allemaal in een filterbubbel leven
waarin slechts ruimte is voor één waarheid.


Asha ten Broeke heeft dus helemaal gelijk, maar ze trekt in haar column de verkeerde conclusies. Zo snapt ze een stuk beter waar andersdenkenden hun ideeën vandaan halen, maar ze denkt nog steeds dat die groep mensen het bij het verkeerde eind heeft en alleen maar slecht geïnformeerd is. Zelf heb ik, nu ik al sinds 1988 geabonneerd ben op zowel De Volkskrant als De Telegraaf, heel andere ervaringen. Zo erger ik me net zo vaak aan columns en berichten uit de ene krant als aan die uit de andere. Ik vind het nog steeds uitermate stompzinnig en kortzichtig om de vlag uit te hangen als je overal 130 km/u mag rijden, maar ik begin de zaterdag graag met de column van Jaap van Duijn in het financiële gedeelte van De Telegraaf.

Het gaat de laatste tijd vaak vaak over feitenvrije meningen en niet vaak genoeg over meningen die gebaseerd zijn op zoveel mogelijk feiten, gezichtspunten en meningen. Wie zijn wereldbeeld baseert op wat er aan tafel bij DWDD gezegd wordt, heeft net zo'n vertekend beeld van de werkelijkheid als de persoon die niet verder komt dan de ingezonden boze brieven in De Telegraaf. Nog erger is het trouwens wanneer mensen helemaal geen krant meer lezen (tenzij ze dat vervangen door boeken en mediaplatforms op internet waarop doorwrochte stukken staan met een originele invalshoek). Als ik zelf niet verder had gekeken dan mijn neus lang was, zou ik in 2008 niet versneld zijn gaan aflossen en had ik in 2012 niet al een artikel geschreven over "tiny houses".


Ik geloof beslist niet dat 2017 een rampjaar wordt (al was het alleen maar omdat in februari ons oudste stukje hypotheek afloopt), maar ik denk wel dat het zorgelijk is als mensen zich begraven in hun eigen gelijk en hun mening baseren op gebrekkige kennis en gekleurde informatie. Omdat ik al bijna dertig jaar een linkse en rechtse krant lees, weet ik dat de waarheid heel vaak in het midden ligt en dat er geen enkele partij is die altijd gelijk heeft.

In het leven heb je veel meer aan gezond wantrouwen en gezond verstand dan aan het napraten van de meningen uit jouw eigen krant en jouw eigen zuil. Het is warm en veilig binnen in de filterbubbel, omdat je je kunt koesteren in je eigen waarheid en je eigen gelijk, maar het is van het grootste belang dat we naar een manier zoeken om verder te komen met z'n allen in plaats van alleen maar steeds verder te polariseren.

donderdag 29 december 2016

Komen we 2017 ook door zonder drank en pillen?

Eergisteren viel in een van de talloze in memoriams van George Michael te lezen dat de zanger ondanks zijn supersterrenstatus heel menselijk was gebleven. Niet alleen werd de 53-jarige beroemdheid betrapt op seks in het openbaar, hij had ook last van een identiteitscrisis en was een compulsief blower. Dat kun je als "menselijk" betitelen, maar ik zou er aan toe willen voegen dat het ook zóóó 2016 is. Jezelf kapot drinken, spuiten of slikken is niet rebels of tegendraads, maar net zo onverstandig als jezelf klem zetten met een hypotheek die je eigenlijk niet kunt betalen. En wat betekent het woord "sober" uit sober leven letterlijk in het Engels? Precies. Misschien moeten we 2017 voor de verandering dus maar eens door proberen te komen in nuchtere toestand. 


De precieze details weet ik niet meer, maar ik meen me te herinneren dat ook Prince (leeftijdgenoot van George Michael en van mij) het slachtoffer geworden is van overmatig pillengebruik. Ik snapte eerst nooit zo wat je met pijnstillers moet als je nergens pijn hebt, tot ik ergens las dat ze ook geestelijke pijn dempen. Als ster leidt je een krankzinnig leven waar je je als normale burger amper een voorstelling van kunt maken, dus dat verklaart waarom beroemdheden vaak hun toevlucht nemen tot roesmiddelen. Maak van dat "menselijk" hierboven liever dus maar "verklaarbaar" en "begrijpelijk". Dat geldt zeker voor iemand als George Michael, want iedereen zou schizofreen worden als hij tot meisjesidool wordt gebombardeerd terwijl hij eigenlijk op mannen valt.

Tegelijk zou ik wel eens cijfers willen zien waaruit blijkt hoeveel gewone Nederlanders weleens onder invloed zijn van drank, drugs of pillen. Ik weet niet of die getallen allemaal panklaar beschikbaar zijn (en ook niet of je die allemaal wel zo klakkeloos bij elkaar op kunt tellen), maar ik denk dat je ervan zou schrikken als je in een grafiek ziet hoeveel van die 17 miljoen landgenoten het einde van het nieuwe jaar alleen maar kunnen halen met hulp van alcohol, wiet, nicotine, slaapmiddelen, kalmeringstabletten, anti-depressiva en drugs. Onder die laatste categorie valt ook dat pilletje bij het uitgaan in het weekend, waarvan het verkleinwoord ten onrechte suggereert dat het iets onschuldigs is en alledaags.


In het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag zegt filosoof Awee Prins daar iets heel interessants over. Zo geven we in enquêtes braaf aan dat we gelukkig zijn en scoren we als land prima in dat soort statistieken, terwijl volgens hem "iedereen depressief is of aan de drank". Hij voegt daaraan toe dat "niemand zegt dat dat raar is", maar ik zou daarvan willen maken dat dat veel te weinig wordt benadrukt. Wie boeken leest als De depressie epidemie of Borderline times weet al dat het op dat vlak behoorlijk schuurt en mensen die iets van mij in de kast hebben staan weten dat ik niet alleen schrijf over aflossen maar ook af en toe constateer dat "we met z'n allen iets helemaal verkeerd doen".

Ik pretendeer niet de oplossing te hebben, maar vond het onlangs wel leuk om op Twitter de knuppel in het hoenderhok te gooien met de vaststelling dat niemand ter wereld ooit ook maar één cent zou hebben verdiend aan drugs als het aan mij lag. Toen ik begin jaren 80 in Amsterdam studeerde werd ik op basis van mijn leeftijd en uiterlijk voortdurend aangeklampt door dealers en meestal antwoordde ik dan snedig dat ik nooit iets sterkers gebruikte dan koffie. Inmiddels drink ik nog wel eens een glas wijn bij de avondmaaltijd, maar zelfs daarmee hoop ik volgend jaar definitief te stoppen. Nu ik volop probeer te genieten van het leven, wil ik op geen enkele manier meer onder narcose worden gebracht.


Voor wie denkt dat dit wel erg off-topic is (hoewel ik dat in principe natuurlijk zelf bepaal): bij zuinig leven om je hypotheek af te lossen, hoort zuinig omspringen met de aarde én zuinig zijn op je eigen lichaam. Als ik tegenwoordig een glas koud water drink, doe ik dat niet - of in elk geval niet meer - omdat er dan weer een paar dubbeltjes naar de bank kunnen, maar omdat ik inmiddels niet beter meer weet en het lekker vind. Na lezing van het Algemeen Dagblad weet ik ook dat ik lang niet de enige ben die daar zo over denkt. Zo geeft Ebru Umar desgevraagd te kennen dat ze na twee glazen wijn altijd stopt met drinken en nog nooit drugs heeft gebruikt.

Nu weet ik toevallig dat ze over hypotheken ongeveer hetzelfde denkt als ik, dus het één kan natuurlijk met het ander te maken hebben. Maar tot mijn verrassing gaven drie van de vier geïnterviewden een vergelijkbaar antwoord. Zo geeft Pia Dijkstra aan dat zij óók nog nooit drugs heeft gebruikt en tegenwoordig ook alcohol in de ban heeft gedaan omdat ze zich zo "fitter" voelt en het ook zonder drank "prima naar haar zin heeft". Ook hoogleraar Ben Feringa zul je op feestjes alleen met een glas Spa in zijn hand zien. Het is dus nog te vroeg om te voorspellen dat we komend jaar allemaal nuchter blijven, maar je kunt al wel vaststellen dat het helemaal niet gek meer is om dat hardop te zeggen.

dinsdag 27 december 2016

Is het in 2017 alweer gedaan met het minimalisme?

Volgens het jaarlijstje in De Telegraaf is "soberheid" in 2017 helemaal passé. Alle seinen staan op groen, de huizenmarkt zit weer in de lift en de werkloosheid daalt, dus we hoeven niet meer op alles te bezuinigen en alles op alles te zetten om de hypotheek af te lossen. Bij nadere inspectie blijkt het overzicht van alle nieuwe trends een stuk genuanceerder en misschien is dát wel de nieuwe trend: in plaats van ons fanatiek in te graven en volgens strenge leefregels te leven gaan we op zoek naar de gulden middenweg.  Want na al dat obsessief gezonde eten en de bijbehorende voedseltrends gaan we volgens de krant eindelijk weer eens gewoon ons gezond verstand gebruiken. Minimalisme mag dan "uit" zijn, bij "maximalisme" blijkt het uiteindelijk niet om grote huizen te gaan en grote auto's maar slechts om groots uitpakken met mode-accessoires en versierseltjes.


Laten we ook niet vergeten dat het bij dit soort lijstjes niet gaat om een kerstboodschap van onze vorst of een nieuwe wet die net door de Tweede Kamer is aangenomen. Dit soort lijstjes zijn vooral luchtig bedoeld: leuk om te lezen en nog leuker om samen te stellen. Als journalist heb ik dat de laatste paar jaar van mijn leven in loondienst óók gedaan in het laatste nummer van het jaar of het eerste van het nieuwe jaar. Er stond geen onzin in, maar het was soms ook een manier om aan te geven dat je Glasvegas een veel betere en interessantere band vond dan Snow Patrol (net zoals ik meer pijn in mijn buik heb van de dood van Rick Parfitt van Status Quo dan van Prince). Tegelijk is het een uitgelezen moment om je buikgevoel te laten spreken, want eindelijk kun je voorspellingen doen zonder die te hoeven ondersteunen met feiten en cijfers.

Het grappige is dat ik steeds vaker over mezelf praat als journalist in de voltooid verleden tijd, terwijl mijn jaarlijstjes laten zien dat ik de tijdgeest soms haarfijn aanvoelde. Mijn grootste probleem is (en was) echter mijn timing, want ik voorspelde eind 2009 (!) al het verdwijnen van de skinny jeans terwijl die nu pas aan het einde lijken te zijn gekomen van hun levenscyclus. In hetzelfde lijstje schuif ik Typhoon naar voren als nieuwe hiphop-ster, terwijl iedereen toen nog dacht dat ik het over een zware tropische storm had. Ook breek ik in dat lijstje uit 2009 een  lans voor de staycation en het ouderwetse vinyl.


Eind 2011 deed ik dat nog eens dunnetjes over door te voorspellen dat moestuinen helemaal hip zouden worden, net als tiny houses en hybride diesels. Van die laatste categorie hoor je niet veel meer, maar het is wel grappig dat ik toen als sprak over "aflossen" als nieuwe trend, terwijl ik nog niet eens van plan was om een boek te gaan schrijven over dat onderwerp. Ik ben dus een heel goede journalist, maar tegelijk ook een heel slechte omdat je - zelfs als je voor een blad schrijft dat Aktueel heet - ook te actueel kunt zijn voor je eigen bestwil. Waar ik wél gelijk in had was mijn vaststelling dat trends alles te maken hebben met goede voornemens en de wens om er een goed (nee: opperbest) jaar van te maken. Ik had het toen over 2012, maar het gaat zeker op voor 2017.

Uit het jaarlijstje in De Telegraaf spreekt niet de wens om op 1 januari meteen maar weer een woekerpolis af te sluiten of een onverantwoordelijk hoge hypotheek (hoewel dit helemaal geen slechte tijd is om iets te kopen), maar meer een verlangen om de crisis en het eeuwige geklaag achter ons te laten. Dat sluit naadloos aan op mijn boeken, want het is absoluut niet de bedoeling om met een aangetrokken broekriem je laatste adem uit te blazen. Niet voor niets schrijf ik ergens dat je, na jaren van aflossen en sparen, op tijd weer de teugels moet laten vieren en het leven moet vieren. Dat is een vraag die vanzelf rijst: wat ga je doen als alles is afgelost? Wat wordt dan de nieuwe trend en het nieuwe doel?


Toen ik onlangs thuis werd geïnterviewd door het programma Eenvandaag, liet ik vallen dat ik dit jaar nog maar één kledingstuk had gekocht. Dat vonden ze zo apart dat het een belangrijke plaats kreeg in het item, terwijl het voor mij een bijzaak is. Sterker nog: ik heb er pas nog drie bijgekocht omdat ik het wel erg karig vond worden en meteen ook een nieuwe spijkerbroek omdat ik sinds de kredietcrisis een maat terug ben gegaan (van 32/34 naar 31/34) en er nog maar twéé in de kast lagen die ik paste. Dat is niet in tegenspraak met wat ik in mijn boeken schrijf, maar sluit juist aan op wat de krant ook graag ziet: gebruik je gezond verstand, overdrijf niet, verander niet in een hysterische gelijkhebber en kies voor de gulden middenweg.

De Telegraaf mag soberheid dan in de ban doen (terecht overigens, want het is een rotwoord dat geen enkele warmte uitstraalt en weinig charme heeft), het lijstje lijkt een pleidooi voor wat wat zij omschrijven als Hollandse nuchterheid. Inmiddels zijn we daar zo ver van afgedwaald dat je het net zo goed de Nieuwe Nuchterheid zou kunnen noemen, terwijl het ooit onlosmakelijk met onze volksaard verbonden was en als typisch Nederlands gold. Wat in mijn laatste vijf boeken staat is ook alleen maar "nieuw", omdat we met z'n allen vergeten waren dat we schulden gewoon moesten terugbetalen, dat de bomen niet tot in de hemel groeien, dat eeuwige groei niet bestaat en dat als iets te mooi lijkt om waar te zijn het meestal ook niet waar is.

vrijdag 23 december 2016

Hoera: sparen wordt iets minder duur in 2017

In mijn wekelijkse column op de economiepagina van het RD schreef ik vorige week dat de historisch (om niet te zeggen: hysterisch) lage spaarrente ervoor gezorgd heeft dat rentenieren in de meest letterlijke zin eigenlijk niet meer bestaat. Wie in 2009 een miljoen euro bezat, ontving over dat bedrag 50.000 euro aan rente, terwijl dat nu nog slechts een schamele 3000 euro oplevert. Je kunt dus nog wel leven van je spaargeld (zoals ik nu vijf jaar lang aan het doen ben), maar niet meer zo makkelijk van de ópbrengst van datzelfde spaargeld. Bescheiden lichtpuntje: de verfoeide vermogensrendementsheffing gaat in 2017 iets omlaag en het drempelbedrag per volwassene iets omhoog.


Vandaag ga ik in mijn column in het RD nog verder in op de vraag hoe je dan nog wel rendement kunt halen en maak ik nog veel meer van dat soort bizarre rekensommetjes. Pas wanneer je dat doet, besef je in wat voor een vreemde tijd we nu leven en ook hoe onnatuurlijk (en misschien wel gevaarlijk) die kunstmatig lage rente is. Ik ben opgegroeid met het idee dat een hypotheekrente van 6 % "laag" genoemd kon worden, met als gevolg dat ik de hypotheekrente ooit voor 20 jaar heb vastgezet op 6,9 %. Nog veel lastiger - en riskanter - is het om je carrière als huizenbezitter te beginnen met het idee dat een hypotheekrente van 2 % normaal is.

Dat ik op 1 januari 2017 nog iets aan rente bijgeschreven krijg, heb ik alleen maar te danken aan het feit dat ik de afgelopen jaren heel hard gespaard heb om mezelf een plakbandpensioen uit te kunnen keren. Tegelijk is het natuurlijk absurd dat 10.000 euro in 2009 (toen de rente even de 5 % aantikte) meer opleverde dan een ton nu doet. Je kunt dus in theorie tien keer zoveel geld hebben als toen en toch minder rente krijgen van de bank. Zelf heb ik nooit spijt gehad van mijn spaargedrag want ik lééf nu van mijn spaargeld, maar ik snap wel waarom vaak gezegd wordt - en waarom het soms ook zo voelt - dat je van sparen armer wordt.


Hierboven heb ik het ook alleen nog maar over de bruto rente, want het wordt een heel ander verhaal wanneer je aangifte moet doen over je vermogen in box 3.Diezelfde miljonair die 3000 euro rente over zijn spaargeld krijgt (als hij het inderdaad allemaal op de bank zou laten staan) moet straks - schrik niet - 12.488 euro over zijn vermogen betalen en wordt dus inderdaad meer dan 9000 euro lichter. De meeste spaarders zullen onder het drempelbedrag van 21.330 euro per persoon zitten (dus 42.660 per stel), maar eenmaal daarboven tikt het snel aan. De belastingdienst rekent met 4 % rendement en houdt daar 30 % van in, zodat je 1,2 % moet betalen. Lange tijd stond de echte rente daar ver boven, maar nu krijg je van de bank maar de helft van de helft van dat percentage.

Omdat deze regeling terecht veel kritiek krijgt, wordt het belastingregime iets versoepeld met ingang van 2017. Zo wordt de vrijstelling verhoogd van 22.330 naar 25.000 per persoon en gaat het fictieve rendement (dat de afgelopen tijd inderdaad steeds fictiever is geworden) omlaag. Beter gezegd: deze staat niet langer vastgepind op 4 %, maar wordt gebaseerd op de gemiddelde rente van de afgelopen 5 jaar. Voor 2017 rekent de belastingdienst op deze manier met een fictief rendement van 2,9 % voor spaarbedragen tot een 125.000 euro, zodat de meeste spaarders er nog steeds op achteruitgaan maar er ten opzichte van de huidige situatie wel op vooruitgaan.


Wie véél vermogen bezit, gaat er juist wat op achteruit want dat fictieve percentage stijgt van 4 % naar 4,7 % (en zelfs tot 5,5 % voor alle bedragen boven het miljoen). In die zin kun je dit dus niet alleen beschouwen als een rechtvaardiger - of realistischer - regime maar ook als een nivellerende belastinghervorming, hoewel je dat effect niet meteen merkt omdat je fors meer dan 125.000 euro in bezit moet hebben om meer te gaan betalen dan je over 2016 doet. Wie precies wil weten hoeveel hij straks kwijt is aan vermogensrendementsheffing (en daarbij gaat het niet alleen om spaargeld, maar ook om aandelen, edelmetalen en onroerend goed dat niet als eerste woning dient), kan dat hier uitrekenen.

Belangrijk is echter om te beseffen dat je niet spaart voor de rente, maar voor het eindbedrag. Toen ik jaren geleden in een apart potje begon te sparen voor mijn plakbandpensioen, zat daar nul euro in, terwijl ik op 1 mei van dit jaar kon terugvallen op een buffer van 60.000 euro. Aan rente levert me dat een schamele 180 euro op, terwijl het tegelijk 60 maanden lang een netto inkomen van 1000 euro per maand opbrengt.

woensdag 21 december 2016

Nu kan iedereen lezen hoe het is afgelopen met Henk Elsink

Vandaag staat er een artikel in De Telegraaf dat zich laat lezen als een appendix bij Het plakbandpensioen. Daarin schrijf ik dat we allemaal een voorbeeld zouden moeten nemen aan Henk Elsink, de cabaretier die al op zijn 55ste vrijwillig het toneel verliet en daarna lekker thrillers is gaan schrijven in zijn huis op Mallorca. Toen ik dat bewuste hoofdstuk schreef wist ik niet dat hij al op zijn 73ste vergeetachtig begon te worden en inmiddels met de diagnose Alzheimer in een verpleeghuis zit. Dat ontdekte ik pas toen ik in maart naar Hilversum reed om hem een exemplaar van mijn boek te overhandigen. Zoveel nieuws bevat die "primeur" van het weekblad Privé dus ook weer niet.


Eigenlijk moet ik zeggen dat ik al wist dat Henk Elsink leed aan de ziekte van Alzheimer, toen ik zijn telefoonnummer draaide dat gewoon in het telefoonboek bleek te staan. Al tijdens het schrijven had ik me voorgenomen om hem weer eens op te zoeken en hem een exemplaar van mijn nieuwste boek te overhandigen. Ik sprak de cabaretier eerder voor het tijdschrift Aktueel in zijn vakantiehuis op Mallorca waar hij thrillers schreef onder het pseudoniem Elsinck en interviewde hem in 2003 nog een keer uitgebreid over zijn vakantieverblijf voor mijn boek Een tweede huis. Dat laatste gesprek vond gewoon plaats in Nederland, waar hij en zijn vrouw een pied-à-terre hadden.

Dat zou meteen de laatste keer zijn dat ik hem te spreken kreeg, want zijn vrouw Phiel vertelde me dat haar man in een verpleeghuis zat en zichzelf niet eens meer herkende als ze hem een liedje of een conference op YouTube lieten zien. Ik beloofde haar dat ik - als ze daar prijs op stelde - binnenkort een keer langs zou komen om een exemplaar van mijn boek te overhandigen. Dat vond ze leuk en dus reed ik na een radio-interview in Hilversum langs het huis waar ze nu alleen woonde. Daar vertelde ze me het hele verhaal, hoewel ze zich eerst nog even moest fatsoeneren omdat ik geheel onaangekondigd op de stoep stond.


Ik schreef een summier blog over dit bezoek, maar besteedde er verder weinig aandacht aan omdat ik niet aan haar keukentafel had gezeten als journalist maar als schrijver en als mens. Om die reden vond ik het ook niet gepast om mijn oud-collega's van Weekend op de hoogte te brengen van dit feit, met als gevolg dat concurrent Privé negen maanden later met het nieuws aan de haal ging. Dat laat meteen ook zien dat "nieuws" niet inhoudt dat het voor iedereen om nieuwe feiten gaat en meer te maken heeft met de vraag of journalisten nieuwsgierig en alert zijn of zitten te slapen.

Dat Elsink lijdt aan Alzheimer klopt, maar verder staan er wel kleine dingen in het artikel die niet helemaal stroken met de werkelijkheid. Om de primeur nog wat op te kloppen, schrijft de krant dat hij "publiciteit uit de weg ging" nadat hij naar Mallorca was verhuisd, terwijl hij het schrijven van thrilllers uiteindelijk juist zat werd omdat hij - net als in zijn tijd als cabaretier - steeds maar weer interviews moest geven. Ook valt te lezen dat Phiel Elsink "haar verhaal nooit eerder vertelde", wat strikt genomen ook niet helemaal klopt, net als haar bewering dat er nooit meer iemand langs is geweest die zich haar man nog wist te herinneren.


Toch ben ik blij dat het interview zo pontificaal in de krant is gepubliceerd, omdat het verhaal daarmee pas echt compleet is. Het is een wrange epiloog die - zonder dat ik dat één tel kon bevroeden - de strekking van het hoofdstuk uit mijn boek dat zijn naam draagt nog veel sterker maakt. Terugrekenend kun je vaststellen dat hij al op zijn 74ste dusdanig last begon te krijgen van de verschijnselen van deze vreselijke ziekte dat zijn omgeving het niet meer af kon doen als "normale" vergeetachtigheid. Zo kun je dus ook uitrekenen dat hij, als hij pas op zijn 65ste was gestopt met werken, slechts een paar jaren in goede gezondheid van zijn pensioen had kunnen genieten.

Niemand weet wat hem of haar in het leven nog allemaal te wachten staat en hoeveel tijd er nog resteert. Het levensverhaal van Elsink laat echter zien dat het soms verstandig kan zijn om het zekere voor het onzekere te nemen en al op je 55ste (of liefst nog veel eerder) het doek te laten vallen. Zo houd je als artiest de eer aan jezelf en voorkom je dat je zo lang op het podium blijft staan dat het zielig wordt (zoals ik zelf heb kunnen zien bij Seth Gaaikema, die ik in hetzelfde hoofdstuk óók noem). Het onvermijdelijke, en in dit geval meer dan ironische gevolg is echter wel dat het grote publiek je binnen de kortste keren vergéten is.

maandag 19 december 2016

Soms moet je linksaf slaan om te weten dat je eigenlijk rechtsaf wil

Bij het vertellen van mijn levensverhaal laat ik in oktober 2008 een heel nieuw hoofdstuk beginnen. Toen barstte niet alleen de kredietcrisis los, maar brak voor ons ook een nieuwe fase in ons leven aan en sloegen we als gekken aan het aflossen. Strikt genomen begonnen de panelen echter twee jaar eerder al te schuiven toen ik - heel verstandig - mijn gezinsauto inruilde voor een kleine, zuinige diesel en ik - heel impulsief - een vakantiehuis kocht in de Duitse streek Oberlausitz. Niet voor niets begint mijn boek Hypotheekvrij! met het hoe en wat rondom deze "miskoop". Wat mijn lezers echter niet weten, is hoe dat vakantiehuis er precies uitzag en van welk uitzicht ik op die plek hoopte te gaan genieten.


Of het nu een impulsaankoop was of het indirecte gevolg van een milde midlifecrisis, doet er niet eens meer toe. Feit is dat ik in 2006 een vakantiehuis kocht in Duitsland voor 29.000 euro en mijn handtekening zette onder een koopcontract voordat mijn echtgenote het huis goed en wel had gezien. Dat gebeurde pas later, toen ik het alweer van de hand had gedaan. Ze snapte heel goed waarom ik verliefd werd op die plek (aan de rand van een bos met uitzicht op een dal en 1000 vierkante meter grond), maar was blij dat ik niet verliefd was geworden op een andere vrouw en opgelucht dat ik het weer van de hand had gedaan. Het was een aflevering van het programma Ik Vertrek zonder de intentie te vertrekken, maar wel voortgekomen uit de wens om "anders" te gaan leven.

Pas later drong het tot me door dat ik niet op zoek was naar een tweede huis in het buitenland, maar naar het leven dat ik met dat huis en die plek associeerde: zelf hout hakken om de kachel aan te maken, genieten van het uitzicht met een kop koffie in de hand en uren doorbrengen aan een oude tafel onder de bomen met vrienden die natuurlijk allemaal zouden langskomen. Je kunt ook zeggen dat ik een ingewikkelde, omslachtige oplossing zocht voor een in wezen simpel probleem. Want hoe rationeel is het om eerst 8 uur en 845 kilometer in de auto te gaan zitten om vervolgens neer te ploffen in het gras (dat je dan natuurlijk eerst nog moet maaien), terwijl je datzelfde leven ook kunt realiseren op 15 meter afstand van je voordeur?


Het grappige - of ironische - is dat dat vakantiehuis op een vergelijkbare plek lag als mijn eerste huis: aan het einde van een doodlopend weggetje aan de rand van het bos met vrij uitzicht op de omgeving. Ik verkocht het een jaar later aan een Amsterdams stel dat thuis alleen een balkon had, maar zelf had ik dus al helemaal niks te klagen. In mijn boek Een tweede huis uit 2004 vergelijkt Martin Simek een tweede huis met een "minnares". Zo bekeken was ik vreemdgegaan met een vrouw die niet alleen als twee druppels water op mijn eigen vrouw leek, maar ook nog eens veel meer aandacht vroeg en stukken bewerkelijker was. Je verlangt naar een stukje spanning, maar krijgt alleen maar meer gedoe. Het Duitse huis was dus een impulsaankoop waar ik spijt van had tot ik eindelijk begon te snappen waar die impuls vandaan kwam.

In Hypotheekvrij! schrijf ik niet voor niets dat je soms linksaf moet slaan om te beseffen dat je eigenlijk rechtsaf had gewild. Zo verhoogde ik de hypotheek met nog eens 20.000 euro om dit vakantiehuis te kunnen bekostigen zonder ook maar één tel te beseffen dat we twee jaar later juist zouden gaan aflossen alsof ons leven ervan afhing. Je moet zelfs niet uitsluiten dat we alleen maar zo fanatiek zijn gaan aflossen omdát ik de hypotheek nog verder had verhoogd, net zoals de weegschaal soms eerst de magische grens van 100 kilo moet passeren voordat je voldoende gemotiveerd bent om fanatiek aan het lijnen te slaan.


Hoewel ik het huis uiteindelijk met verlies verkocht, ben ik er toch een stuk wijzer van geworden. Zo weet ik nu dat je niet automatisch twee keer zo gelukkig wordt als je twee huizen bezit (of drie keer zo gelukkig als het er drie zijn) en heb ik geleerd dat het niet gaat om méér bezittingen maar om het beter interpreteren van je wensen en verlangens. Je kunt ook zeggen dat ik uit die voortdenderende sneltrein ben gestapt, omdat ik de noodrem aanzag voor een lichtknopje, met een boete van de conducteur in mijn hand op het perron belandde en nu pas besef hoe verrekte snél die trein eigenlijk reed.

Het meest schokkende is echter dat mijn Duitse avontuur alweer een dikke tien jaar achter me ligt. Ik zie mezelf daar nog staan in gezelschap van die makelaar en als ik mijn ogen sluit kan ik nog zó door het hele huis heen lopen. Omgekeerd is mijn eigen vrouw nu nog maar tien jaar - of één onbezonnen avontuur - verwijderd van haar eigen AOW-datum, zodat het zaak is om elke dag ten volle te benutten en heel goed na te denken over de vraag hoe je je kostbare vrije tijd wil besteden (en, niet te vergeten, wáár). Een miskoop is tot daaraan toe - en kan makkelijk worden teruggedraaid of gecorrigeerd - maar het leven is zo kort en zo kostbaar dat je er eigenlijk geen tel van wil missen.

vrijdag 16 december 2016

Wat is de grootste valkuil bij versneld aflossen?

Tijdens lezingen vraag ik vaak aan mijn publiek of ze zich bewust zijn van de grootste valkuil bij het versneld aflossen van je hypotheek. Vaak komen mensen dan op de proppen met de bekende bezwaren: dat je geld in stenen zit, dat er ook nog geld over moet blijven voor onvoorziene uitgaven en "leuke dingen" en soms zelfs dat je na een paar jaar fanatiek sparen niet meer kunt stoppen met sparen zodat het een doel op zich wordt. Klopt allemaal, maar het grootste risico is dat je alleen nog maar gefixeerd bent op het einddoel en je al doende alleen nog druk maakt om je eigen hachje. Anders gezegd: zuinig leven is goed en misschien zelfs wel loffelijk, zolang je jezelf maar niet beschouwt als het enige goede doel op aarde.


Als je van mijn leven een karikatuur wil maken, dan zou je kunnen zeggen dat ik me over een paar jaar terugtrek in mijn dan echt helemaal hypotheekvrije huis terwijl ik leef van een basisinkomen (lees: mijn spaargeld opeet) en me op mooie dagen nog eens lekker uitrek in de hangmat die ik heb opgehangen tussen een paar knotwilgen in mijn allang afbetaalde achtertuin. Dat beeld klopt, met dat verschil dat ik wel degelijk oog heb voor het lot van andere mensen en de behoefte voel iets bij te dragen aan het verbeteren van hun situatie.

Zo leef ik nu inderdaad van een soort basisinkomen dat ik zelf bij elkaar heb gespaard, maar ik doe dat in de wetenschap dat ik óók heb bijgedragen aan het basisinkomen van Frans Kerver en aan dat van Anne van Dalen. Dat zij nu een jaar lang 1000 euro per maand ontvangt, is mede te danken aan de gulheid van mij en van al die andere Nederlanders die haar dat van harte gunnen. Ik heb ook al braaf meebetaald aan het dérde basisinkomen, hoewel die crowdfunding vooralsnog voor geen meter loopt door onbekendheid bij het grote publiek en uitgesproken slechte PR.


Je kunt zeggen dat ik nu de vruchten pluk van het feit dat ik in 2008 fanatiek ben gaan aflossen, terwijl ik tegelijk aan kruisbestuiving doe. Zo krijg ik begin volgend jaar het nieuwe album van Lenny Kuhr in de brievenbus, omdat ik eerder dit jaar 25 euro aan haar heb gedoneerd. Heel veel artiesten halen tegenwoordig op die manier geld op om niet alleen de studiokosten te betalen, maar ook het persen van cd's en vinyl te bekostigen. Als ik als muziekliefhebber geen geld meer uitgaf aan muziekdragers, zou er uiteindelijk geen muziek meer worden uitgebracht en leefden we met z'n allen in een karige, kale wereld.

Aan één mogelijkheid had ik echter nog niet gedacht, en dat is dat ik ooit nog eens zou gaan meebetalen aan het aflossen van de hypotheek van heel iemand anders. Zo kreeg ik een verzoek in mijn inbox dat je, als je het cynisch benadert, zou kunnen betitelen als een "bedelbrief". Loterijwinnaars worden doorgaans bestookt met dat soort zielige verhalen en als eigenaar van een bijna hypotheekvrij huis val je in zekere zin ook bijna in die categorie (zeker als je steeds leest dat mensen als eerste hun hypotheek zouden aflossen als ze ooit een grote prijs zouden winnen).


Haar volledige naam mocht ik niet noemen omdat ze al zoveel bagger over zich heen had gekregen, maar deze mevrouw was op het lumineuze idee gekomen dat ze de laatste 25.000 euro van haar hypotheek misschien zou kunnen aflossen als 25.000 mensen bereid waren 1 euro aan haar over te maken. Daar heb ik meteen maar 5 euro van gemaakt, zodat er nog slechts 4999 mensen hoeven te zijn die mijn voorbeeld volgen. Ik weet dat ze alleenstaand is, 55 jaar oud, werkt in de zorg en al een hele tijd bezig is haar hypotheekschuld letterlijk weg te wérken. Voor de deur staat een auto die nog ouder is dan de mijne en op haar salarisstrook staat een bedrag dat maar nét boven een bijstandsuitkering uitkomt. Ze is al vijftien jaar aan het sparen en aflossen en het is haar grote droom om in haar eigen huis een B&B te starten.

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het geld harder nodig hebben dan zij en natúúrlijk kun je op deze manier niet iedereen uit de brand helpen. Ik heb ook geen enkele garantie dat ze mijn 5 euro (en die van eventuele andere gulle gevers) daadwerkelijk besteedt aan het aflossen van haar hypotheek maar tegelijk neem ik willens en wetens dat risico. Ik kan die 5 euro gemakkelijk missen en vind het ook wel mooi om in deze door wantrouwen geregeerde wereld gewoon eens iemand op haar woord te geloven. Bovendien weet ik inmiddels dat je nog veel meer van je eigen hypotheekvrije leven geniet als je af en toe zomaar, zonder tegenprestatie, de helpende hand uitsteekt. Zo kun je tegelijk je geld in stenen stoppen en toch ook je steentje bijdragen.

Bijdragen kan door 1 euro (of meer) te storten op bankrekening NL41ABNA 0802464041 tnv José, ovv "schenking".

woensdag 14 december 2016

Wat vinden feministen eigenlijk van mannen die minder gaan werken?

In haar column in de Volkskrant van vandaag ramt powerfeministe en deeltijdhater Heleen Mees nog eens krachtig op de van haar bekende trommels. Het grappige is dat ze versleten stokpaardjes combineert met heel interessante en belangrijke vraagstukken, zonder die echt uit te diepen of er een verrassend gezichtspunt aan toe te voegen. Want waarom zouden we allemaal 40 uur per week moeten werken als je er als stel ook voor kunt kiezen om allebei (M/V) even weinig te werken en even veel in het huishouden te doen? En is in weinig werken nou écht zo slecht voor je lichamelijke en geestelijke welzijn of is het alleen maar rampzalig voor het systeem?


Nog voor ik vandaag één letter in de krant had gelezen, wist ik al dat wij in Nederland "zeuren dat we nog minder willen werken", terwijl dat nergens anders gebeurt. Aan die opmerking valt zoveel af te dingen en toe te voegen dat je er een heel boek over zou kunnen schrijven (wat ik dus ook al eens heb gedaan), maar het stuk roept interessante vragen op. Want hoe érg is het bijvoorbeeld om te zeuren (ik zou zelf zeggen: verlangen of fantaseren) over minder werkdruk als je weet dat 40% van alle werkenden teveel stress ervaart en je in dezelfde krant kunt lezen dat zelfs scholieren al gebukt gaan onder prestatiedruk? En hoe zou die hovenier van 28 uit mijn kennissenkring erover denken die na tien jaar spitten en sjouwen al last begint te krijgen van zijn rug, terwijl hij nog minstens veertig jaar moet wachten op zijn AOW?

Volgens Heleen Mees is werk "essentieel", omdat het structuur geeft en naast geld ook voldoening oplevert. Daar ben ik het helemaal mee eens, anders zou ik nu ook niet aan de keukentafel zitten om op mijn laptop een blog te schrijven. Er staat echter nergens dat je daarom ook maar meteen 40 uur per week zou moeten werken (of 50 of 60) en ook niet dat al die gunstige effecten pas optreden wanneer je het minstens 40 jaar achtereen volhoudt. Echt goede argumenten tegen deeltijd heeft Heleen Mees dan ook niet, behalve dat je zo natuurlijk nooit de top bereikt. Ik zou willen zeggen: nou én? Ik was heel gelukkig als redacteur en heel ongelukkig als chef redacteur, omdat ik ineens leiding moest gaan geven en moest vergaderen over cijfers.


Lees je haar artikel aandachtig, dan draait alles om het in stand houden van dit systeem en het huidige welvaarts- en consumptieniveau. Daarin is geen plaats voor mensen die het rustiger aandoen en bewust kiezen voor een bescheiden bestaan zonder SUV's en skivakanties. Ik denk zelfs dat Heleen Mees zich totaal geen voorstelling kan maken van een dergelijk leven en dat valt haar eigenlijk ook niet te verwijten. Ze mag dan een powerfeministe heten, het is ook een alleenstaande, kinderloze vrouw die zich af en toe best een beetje ontheemd zal voelen omdat ze haar vaderland heeft achtergelaten en onderweg zelfs een andere naam heeft aangenomen. Wat blijft er dan nog over behalve keihard werken en jezelf daarvoor belonen met dure schoenen?

Het grappige is dat mensen die zo hard werken als Heleen Mees heel graag willen dat andere mensen (vooral: vrouwen) dat ook doen, terwijl het mij worst zal zijn hoe mensen hun leven inrichten en hoeveel tijd ze besteden aan betaald werk. Ik heb zelf bewust gekozen voor een omgekeerde werkweek en een plakbandpensioen en heb mijn uitgavenpatroon daaraan aangepast, maar ik vind het prima als de rest van Nederland fulltime werkt. Kan Mees het soms niet uitstaan dat andere mensen lekker van het leven genieten als zij hard aan het werk is? Of is ze bang dat mensen die lanterfanten zand strooien in de machine en zo het systeem saboteren?


Sinds ik minder hard werk (lees: zo weinig mogelijk), doe ik automatisch veel meer in het huishouden. Mijn vrouw en ik brengen maandelijks allebei even veel geld in, besteden even veel tijd aan betaald werk en verdelen de taken in huis ook zo eerlijk mogelijk. Dat gaat heel ongemerkt en organisch, want ik ben vanzelf steeds meer gaan koken, strijken, stofzuigen en schoonmaken. Toen ik nog de hele week werkte (en twee werkweken per maand in de auto zat) kwam ik alleen in de supermarkt als mijn vrouw in het kraambed lag, nu kom ik er een paar keer per week. Het loopt zoals het loopt, maar is dit in wezen niet een oud feministisch ideaal?

Ik ken een jong stel dat door superzuinig te leven de helft van de hypotheek al heeft afgelost en nu in deeltijd werkt zodat ze geen behoefte hebben aan crèches en naschoolse opvang. Is dat niet een veel betere oplossing dan allebei fulltime werken en constant achter de feiten aanhollen met als netto resultaat één uurtje quality-time met je kind per dag? Welk doel is daarmee precies gediend, behalve dat je een forse belastingbijdrage levert aan het systeem? Dat laatste is overigens een valide argument, maar verpak het dan niet als vrouwenemancipatie maar zeg gewoon waar het op staat en noem het desnoods (morele) werkplicht.

Dat ik nu veel meer in het huishouden doe, vind ik volmaakt vanzelfsprekend, maar is tegelijk zo'n opvallende trendbreuk dat er dit jaar een sinterklaassurprise aan werd gewijd én ik er een heel hoofdstuk aan besteed in mijn volgende boek. Want ben ik nu een man die leeft van een basisinkomen in een bijna hypotheekvrij huis of ben ik gewoon een huisman? 

maandag 12 december 2016

Sinds ik met plakbandpensioen ben, ben ik bijna nooit meer boos

Statistisch gezien zou ik op basis van mijn CV en mijn leeftijd moeten horen tot de grote groep "boze witte mannen". Ik ben 55 jaar, heb een AOW-gat van meer dan 15 jaar en maak deel uit van een beroepsgroep waar het nog steeds volop crisis is. Opvallend genoeg maak ik me echter zelden nog ergens druk over sinds ik met plakbandpensioen ben, zodat je vast moet stellen dat ik eigenlijk al een boze vijftiger was toen ik 35 was, elke dag in de file stond en me volledig kon identificeren met de hoofdpersoon uit de film Falling Down.


Het is lang geleden dat ik die film voor het laatst heb gezien, maar ik kan me nog goed herinneren dat het personage van Michael Douglas er op een dag gewoon genoeg van had: van de verkeersdrukte, van het gezeur, van managers die alles volgens het boekje doen en geen millimeter durven af te wijken van protocollen. In die zin moeten de makers de tijdgeest haarfijn hebben aangevoeld, want Falling Down is actueler dan ooit, zeker nu steeds meer mensen buiten de boot dreigen te vallen of het gevoel hebben totaal niet serieus te worden genomen.

Destijds begon ik het ook al een beetje zat te worden om elke dag uren in de auto te zitten, me van deadline naar deadline te haasten en steeds vaker omfloerste kletskoek te moeten slikken van marketeers en woordvoerders. Later kwam daar nog onzekerheid over het voortbestaan van mijn baan bij en boosheid op banken die me een waardeloos aandelenspaarplan in de maag hadden gesplitst en een hypotheek met een woekerpolis die op de einddatum maar liefst 30% minder zou uitkeren dan toegezegd.


Uiterlijk begin ik dus steeds meer te lijken op Michael Douglas (die 49 was toen de film uitkwam), terwijl ik me juist steeds minder over dingen opwind en alles veel makkelijker van me af laat glijden dan vroeger. Voor een deel heeft dat met leeftijd te maken (want je maakt als man steeds minder testosteron aan naarmate je ouder wordt), maar ik denk dat ik me vooral minder druk maak omdat ik totaal geen last meer heb van verkeersdrukte en ook veel minder onder druk sta. Zo hoef je natuurlijk nooit meer bang te zijn je baan te verliezen als je geen vaste baan meer hebt of wakker te liggen van je hypotheek als je die bijna hebt afgelost.

Voor mij - en voor mijn omgeving - is dat een verademing, omdat ik van nature een driftkikker ben. Als ik (zoals in dat filmpje op Facebook) zou zien hoe een man een vrouw in een metrostation van de trap af schopt, zou ik hem zonder nadenken naar de keel vliegen. Op mijn leeftijd wordt dat een beetje koddig en waarschijnlijk ook nogal kansloos, maar dat is wel mijn eerste reflex. Anders gezegd: ik word eerder boos dan bang. Om die reden heb ik ook wel eens gezegd dat aflossen een daad van agressie is, want in  mijn geval is het geboren uit boosheid en was het in eerste instantie vooral bedoeld als symbolische middelvinger naar het systeem.


We zijn dan ook begonnen met aflossen in oktober 2008, toen het woord kredietcrisis nog maar net bestond en iederéén boos was of verontwaardigd. Inmiddels heb ik zo'n mate van verlichting bereikt dat niets er nog toe doet en ik ook steeds vaker helemaal niets doe. Vroeger ging ik bij mooi weer lekker in de tuin zitten lezen, nu ben ik in staat om zomaar op een stoel te zitten en ontspannen om me heen te kijken. Dat is fijn voor mij (en nogmaals: mijn familie), maar staat op gespannen voet met de stressmaatschappij waarin ik leef en waarin iedereen alleen maar steeds kwader en ongeduldiger lijkt te worden.

Toen ik vorige week naar de schouwburg ging in Gouda en een parkeerplek zocht, zag ik een slordig geparkeerde auto met zo weinig ruimte ernaast dat alleen een autootje als de mijne er nog paste (en ik alleen maar uit kon stappen omdat ik toevallig een paar kilo ben afgevallen). Bij terugkomst bleek die asociale chauffeur nog asocialer dan ik in eerste instantie dacht, want uit woede had hij een van mijn ruitenwisser afgebroken. Ik liet mijn avond echter niet zomaar verpesten want ik had net Theo Nijland "live"gezien en dat was sowieso een wonder omdat hij bijna dood was geweest na een gesprongen aorta. Dus legde ik de kapotte ruitenwisser op de achterbank en haalde mijn schouders erover op.


De volgende ochtend was ik extra blij dat ik me niet onnodig kwaad had gemaakt, want een nieuwe ruitenwisser bleek niet veel meer te kosten dan twee uurtjes parkeren in hartje Amsterdam. Bovendien heb ik mijn auto in onderhoud bij zo'n sympathiek bedrijf, dat ze hem niet alleen meteen monteerden, maar ook gratis en voor niks. Als ik aan het voorval terugdenk, is dat zelfs met enig mededogen want waarschijnlijk stond die boze bestuurder stijf van de stress (en stond hij misschien al in de file toen bij mij de wekker nog moest gaan). Samenvattend kun je dus stellen dat ik 12 euro 50 heb uitgegeven terwijl ik mezelf tegelijk een woede-uitbarsting heb bespaard.

vrijdag 9 december 2016

Hoe zit dat nou eigenlijk precies met "meningen" en "feiten"

In de media gaat het de laatste tijd steeds vaker over het onoverbrugbare verschil tussen meningen en feiten. Aan de ene kant heb je beleidsmakers die zich baseren op onderzoeken, studies en rapporten, aan de andere kant zijn er steeds meer mensen die zomaar wat roepen, alles wat op Facebook staat klakkeloos geloven of elkaar alleen maar napraten. Natuurlijk is het wat kortzichtig om - bij wijze van voorbeeld - de opwarming van de aarde af te doen als een verzinsel, maar vaak genoeg is het verschil tussen een "feit"en een "mening" helemaal niet zo vastomlijnd. Want waarom is het in onze slaapkamer 8 graden, terwijl de ideale temperatuur volgens onderzoeken tussen de 18 en 21 graden zou liggen?


Voor alle duidelijkheid: ik heb niet veel op met BN'ers die op televisie als deskundige worden opgevoerd en alleen maar hun mening mogen geven omdat ze bekend zijn en niet omdat ze nou zo kundig zijn of zoveel kennis bezitten. Ik vind ook dat je niet weet hoe de wereld in elkaar zit als je alleen op Facebook kijkt en nooit eens een boek leest. Het klinkt misschien elitair, maar ik heb net zo weinig op met de elitaire politicus in de ivoren toren die nog nooit door een achterstandswijk is gefietst, als met iemand die nooit meer een krant leest en toch op alles een antwoord denkt te hebben. Tegen mijn kinderen zeg ik ook altijd dat je "als mens nooit teveel kunt weten" (hoewel dat strikt genomen ook maar een mening is).

Want hoe zit dat nu precies met "feiten" en "meningen"? De vraagstelling suggereert eigenlijk al dat de eerste groep per definitie gelijk heeft en de tweede zomaar wat roept. Het zou fijn zijn, en ook heerlijk eenvoudig en overzichtelijk, als de wereld inderdaad zo zwart/wit in elkaar zat, maar natuurlijk is dat niet zo. Want hoe betrouwbaar zijn wetenschappelijke onderzoeken eigenlijk? Vullen mensen vragenlijsten altijd naar waarheid in? Kun je de werkelijkheid altijd nabootsen in een laboratorium? En is er misschien ook een verschil tussen de cijfers van harde wetenschappen en die uit de psychologie en de sociologie?


Zo ging ik gisteren op zoek naar een antwoord op de vraag wat nu eigenlijk precies de ideale slaapkamertemperatuur is. De avond ervoor was ik lekker diep weggekropen onder de dekens (zonder pyjama) om vervolgens in één ruk door te slapen tot de volgende ochtend en heerlijk opgefrist weer op te staan. Letterlijk zelfs, want het was in onze slaapkamer nét acht graden. Vervolgens stuitte ik op internet op een "onderzoek" waaruit zou blijken dat het voor een goede nachtrust belangrijk is als de temperatuur tussen de 18 en 21 graden schommelt. Je kunt dat dan als een vaststaand feit accepteren (en het thermostaat 's nachts flink omhoog draaien), maar je kunt je ook afvragen of dat onderzoek misschien is gesubsidieerd door een energiemaatschappij.

Mensen die mijn boeken kennen, weten dat het hier overdág niet eens 18 graden in huis is. Daar bestaat dan wel weer wetenschappelijk onderzoek over: dat je je lichaam langzaam kunt laten wennen aan een lagere kamertemperatuur, net zoals je ook kunt wennen aan een veel lager consumptieniveau. Aardige bijkomstigheid: binnen draag ik een overhemd met een fleecevest en als ik naar buiten ga doe ik alleen maar even een shawl om (zelfs als het vriest). Terwijl half Nederland loopt te snotteren en zegt "grieperig" te zijn, ben ik al een hele tijd niet verkouden meer geweest en vind ik het ook nog maar zelden koud.


Op precies dezelfde manier kijk ik naar het beleid van Draghi, die probeert de inflatie aan te wakkeren. Hij zegt dat te doen uit vrees voor deflatie, omdat consumenten in een dergelijke situatie hun aankopen gaan uitstellen in afwachting van nóg lagere prijzen". Zelf ben ik echter van mening (daar heb je dat woord weer) dat dat een fabeltje is. Wie leeft van zijn spaargeld of van een niet geïndexeerd pensioen is juist dolblij met lage inflatie. Het zijn dan ook vooral huishoudens, overheden en landen met hoge schulden die baat hebben bij inflatie, omdat geldontwaarding ervoor zorgt dat al die schulden automatisch minder waard worden. Gaat het hier dan om meningen tegenover feiten, of prik je als burger moeiteloos door een kletsverhaal heen?

Zo kreeg ik tijdens mijn studie politicologie ook steeds van mijn docenten te horen dat alle verschillen tussen mannen en vrouwen terug te voeren zijn op opvoeding (waarop ik prompt mijn broer belde, die toen biologie studeerde, om een lijstje te vragen met aangeboren verschillen). Ik vond dat toen namelijk maar een raar verhaal en dat vind ik, 35 (!) jaar later, nog steeds. Ik kook, ik strijk, ik doe de boodschappen, ik ruim de vaatwasser uit, hang de was op, vind dat vrouwen gelijke rechten hebben, gelijk beloond moeten worden en gelijke kansen moeten krijgen, maar ik denk ook dat die meneer gelijk heeft die een paar dagen geleden in de Volkskrant schreef dat we misschien ook eens zouden moeten erkennen dat er nou eenmaal bepaalde aangeboren verschillen zijn tussen mannen en vrouwen die je niet kunt wegredeneren. Misschien dat de discussie dus niet zou moeten gaan over meningen en feiten, maar meer over wegkijken en wensdenken.

woensdag 7 december 2016

Versneld aflossen maakt je niet immuun voor tegenslag

Wie (versneld) zijn huis aflost en uiteindelijk helemaal hypotheekvrij is, hoeft niet zo snel meer bang te zijn voor dwangbevelen, betalingsachterstanden en executieverkopen. Tegelijk is het geen garantie voor een geheel zorgeloos bestaan, zoals al die mensen met een eigen woning kunnen bevestigen die aankloppen bij de gemeente voor bijstand. Dat benadruk ik in mijn boeken dus ook: zelfs als je hypotheekvrij bent, ben je niet gevrijwaard van lastige hobbels, tegenslagen of onoverkomelijke problemen. Anders gezegd: zelfs als je braaf 30 rijdt op een voorrangsweg kan er altijd iemand zijn die even niet oplet.


Bovenstaande foto is afgelopen vrijdag gemaakt in het dorp waar wij wonen, vlak nadat een mevrouw in een Ford zonder uit te kijken van een afrit reed en de auto van mijn vrouw vol in de flank raakte. En dat nét anderhalve maand nadat ze haar Suzuki Swift uit 2001 had ingeruild voor een iets minder oud exemplaar. De mevrouw in kwestie erkende ruiterlijk dat het haar schuld was, maar toch leverde het voorval ergernis op, plus het nodige papierwerk en tijdrovend gedoe. Zo zie je maar dat een ongeluk niet alleen in een klein hoekje zit, maar ook om de hoek komt kijken bij mensen die Spartaans leven en braaf sparen ;-)

Daarom herhaal ik het nog maar eens: een hypotheekvrij huis is geen vrijwaringsbewijs. Als ik op Facebook lees dat fanatiek aflossende lezers van mijn boeken onverwacht getroffen worden door een levensbedreigende ziekte, sta ik met een mond vol tanden. Zelf heb ik ooit een hypotheek afgesloten op basis van een levensverzekering die tot uitkering komt in februari 2017 zonder dat ik ooit serieus rekening heb gehouden met de mogelijkheid dat ik tussentijds het leven zou laten. Als mens gok je op een goede afloop en tussendoor probeer je alles zo goed mogelijk te doen (of om de boel weer recht te breien als je iets doms hebt gedaan).


In die zin is die mevrouw in die C-Max symbolisch voor het duveltje dat elk moment uit het doosje tevoorschijn kan komen. Of de pechvogel die op je schouder landt en daar even een kwakje achterlaat voordat hij weer verder klapwiekt op zoek naar zijn volgende slachtoffer. Met een hypotheekvrij huis sluit je bepaalde risico's uit, maar het maakt je niet immuun voor andere kwalen. Zo ben ik bijvoorbeeld ook mijn baan kwijtgeraakt en heb ik een pensioengat opgelopen van 17 jaar. Bij alles geldt: je krabbelt op, maakt er het beste van of legt je erbij neer. Of je zwijgt, omdat woorden tekort schieten.

Tegelijk komen wij nu op een leeftijd waarop je wordt afgerekend voor fouten uit het verleden. De pechvogel uit de vorige alinea, zoekt vaak lukraak zijn slachtoffers uit maar heeft in zijn binnenzak ook een lijst met namen. Daar staan mensen op die elke dag een fles wijn leegdrinken. Die nooit sporten, twintig kilo te zwaar zijn en alleen fastfood eten. Die twee pakjes per dag roken. Die op één avond meer biertjes achterover slaan dan een ander mens in zijn hele leven. Die ooit een aflossingsvrije hypotheek hebben afgesloten en nooit iets hebben afgelost. Die met een gezinsinkomen van drie tot vier keer modaal al hun geld er doorheen hebben gejaagd.


Je hoort of leest weinig over dit onderwerp, maar zelf zie ik het steeds vaker om me heen: leeftijdgenoten die gezondheidsproblemen krijgen of in financiële problemen komen doordat ze jarenlang hun lichaam hebben verwaarloosd of zich niet in hun geldzaken hebben verdiept. Dat kan heel lang goed gaan, maar op een dag krijg je de rekening gepresenteerd. Als het om geldzaken gaat kun je dat heel letterlijk nemen, maar het oorzakelijke verband gaat ook op als het om je lichaam gaat (dat niet voor niets wel eens een "tempel" wordt genoemd). Wat ik bedoel is: je kunt straffeloos dertig jaar lang ongezond eten tot je 54 bent en daarvoor opeens wordt afgestraft.

Dat is meteen ook alles wat ik over dit onderwerp wil zeggen: dat ik nu merk - dus gewoon feitelijk constateer - dat wij op een leeftijd komen waarop gedrag uit het verleden je langzaam begint in te halen. Ik huiver bij het idee (zoals in Engeland nu gebeurt) om rokende of te dikke mensen langer op een wachtlijst te laten staan, maar dring er bij mijn lezers op aan om niet alleen braaf te sparen maar ook om zichzelf een beetje te sparen. En dan nog is het een kwestie van geluk hebben, van genen, van toeval, van het lot en van de omstandigheden, want er zullen altijd mensen blijven die longkanker krijgen zonder dat ze één sigaret hebben gerookt.

maandag 5 december 2016

Hoe bezwaarlijk is het als je geld "in stenen zit"?

In mijn boek Hypotheekvrij! som ik alle nadelen op van het (versneld) aflossen van je hypotheek, hoewel dat bij nader inzien zo blijkt mee te vallen dat je het beter kunt hebben over "nadelen". Over het maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek hoor je de laatste tijd immers niet veel mensen meer, terwijl je er ook geen rekenmachine bij hoeft te pakken om te weten dat aflossen bij een hypotheekrente van 5% meer oplevert dan sparen tegen 0,3%. Toch wordt nog wel eens gezegd dat het een probleem is wanneer al je geld "in stenen zit". Op papier bezit je 3,5 ton aan overwaarde, terwijl je daar nog geen kop koffie van kunt kopen. Dat is waar, maar hoe problematisch is dat precies?


Dat is geen onzinnige of theoretische vraag, want in theorie is het mogelijk dat je in een hypotheekvrij huis woont met een WOZ-waarde van een half miljoen, terwijl je bijna geen spaargeld hebt en rond moet zien te komen met alleen AOW. Dat is geen wenselijke situatie, die je om die reden ook moet zien te vermijden. Aflossen (als in: extra aflossen) doe je met spaargeld dat je over hebt, niet met het reservepotje dat bedoeld is voor een nieuwe verwarmingsketel en andere onvoorziene uitgaven. Zelf adviseer ik altijd om eerst een spaarpotje aan te leggen van 20.000 euro (of een hoger of lager bedrag waar je je prettig bij voelt) voordat je je eerste extra aflossing doet.

In het ideale geval ben je aan het sparen en aflossen tegelijk, zodat van elk tientje vijf euro in de hypotheek verdwijnt en die andere vijf naar het spaarvarken of beleggingspotje wordt doorgesluisd. Op die manier heb je aan het einde van de rit én een afgelost huis én een aardige buffer, zodat je in dubbel opzicht je keuzevrijheid vergroot. Je kunt echter ook denken aan een compleet ander scenario, waarbij je je hypotheekvrije huis van een half miljoen verkoopt en naar een huis verhuist dat slechts de helft kost (en je die andere helft lekker in je eigen zak steekt).

Naar dit "probleem" kun je echter ook op een heel andere manier kijken. Want laten we niet vergeten wat een hypotheek eigenlijk is: het is een lening die het mogelijk maakt om nu al een huis te kopen , terwijl je het geld dat daarvoor nodig is nog moet gaan verdienen. Het is logisch (en sinds 1 januari 2013 ook min of meer verplicht) om die lening in maximaal dertig jaar terug te betalen, zodat je schuldenvrij bent. In die zin verschilt het niet van een doorlopend krediet of een auto die met geleend geld is betaald, alleen liggen de rentepercentages lager. Niemand zegt ooit dat zijn geld in blik zit, als hij de laatste maandelijkse betaling voor zijn auto heeft gedaan.

Daarbij komt dat je eigenlijk niet naar de waarde van je huis zou moeten kijken, behalve als het gaat om de toegevoegde waarde. In de jaren negentig hebben we ons gek laten maken (en hebberig en overmoedig) met het begrip "overwaarde", terwijl we nu heel tobberig doen over huizen die ondanks het herstel op de woningmarkt nog steeds onder water staan. Mijn advies is altijd om niet naar de (theoretische) waarde van je huis te kijken, zolang je niet van plan bent te verhuizen en de maandelijkse betalingen geen probleem vormen. Het gaat niet om woningwaarde, maar om woongenot en woonplezier.


Het is dus waar dat je "geld in stenen zit" en het klopt ook dat je huis een bepaalde waarde vertegenwoordigt waar je niet zomaar bij kunt zonder de boel te verkopen of een opeethypotheek af te sluiten. Tegelijk moet je niet vergeten dat een afgelost huis een vast maandelijks rendement oplevert, simpelweg omdat je maandlasten wegvallen. Wie in een hypotheekvrij huis woont van 3 ton naast een buurman die 700 euro per maand aan huur kwijt is, maakt elke maand winst en hoeft elke maand 700 euro minder te verdienen. Je kunt ook zeggen dat je elk jaar 5% rendement maakt wanneer je een hypotheek aflost met een rente die je ooit voor twintig jaar had vastgelegd op 5%.

Ik heb een hypotheekvrij huis wel eens vergeleken met een onvoorwaardelijk basisinkomen van 700 euro per maand (waarbij je die 700 euro kunt vervangen door het bedrag dat jij nu kwijt bent aan woonlasten). Je kunt er ook anders kijken en elke maand weer genieten van het feit dat voortaan iemand anders jouw woonlasten voor zijn rekening neemt. Nog simpeler is het om helemaal niet meer aan geld te denken en gewoon lekker te gaan genieten. Ik heb een huis vol boeken en cd's zonder dat ik ooit de moeite neem om uit te rekenen hoeveel het er precies zijn of hoeveel ze me in totaal nou eigenlijk hebben gekost.

woensdag 30 november 2016

Iedereen wil stiekem met deeltijdpensioen, maar bijna niemand durft het

Afgelopen weekend werd ik er door verschillende lezers op geattendeerd dat er in NRC een artikel stond over "rentenieren voor beginners". Daarin werd uitgelegd hoe je, nu de VUT officieel is afgeschaft en alle prepensioenregelingen zijn gesneuveld, tóch eerder kunt stoppen met werken. Vandaag doet De Volkskrant dat nog eens dunnetjes over met een verhaal over "deeltijd niksen". Niet alleen beginnen mensen langzaam te beseffen wat het betekent om écht tot je 67ste door te moeten werken, het wordt ook steeds duidelijker dat er talloze ontsnappingsmogelijkheden zijn. 


Met mijn laatste boek lijkt het dus precies dezelfde kant op te gaan als met Hypotheekvrij! In 2008 moest ik aan iedereen uitleggen waarom wij aan het aflossen waren (en ook waarom we dat als een bezetene deden), nu kom ik vaak in discussies terecht over nut en noodzaak van betaald werk. Werk is leuk en bevredigend, het geeft energie en structuur aan het leven en soms wordt het zelfs gezien als een Bijbelse plicht. Dat bestrijd ik allemaal niet, maar tegelijk staat nergens geschreven dat je per se verplicht veertig uur per week moet werken of veertig jaar van je leven op een kantoor of en bouwplaats moet doorbrengen.

Om die reden is een deeltijdpensioen een uitstekend compromis: het voorkomt dat je in een zwart gat valt en je geen raad weet met je tijd en het is beter betaalbaarder dan van de ene dag op de andere je lease-auto inleveren en je baas voor de laatste keer een hand geven. Om die reden schrijf ik in De omgekeerde werkweek ook dat je in  het ideale geval vijf dagen per week werkt op je dertigste, vier dagen op je veertigste, drie op je vijftigste en twee op je zestigste. Met een deeltijdbaan houd je het veel langer vol en blijf je - als ik De Volkskrant van vandaag moet geloven - ook langer fysiek en geestelijk gezond.


Eerder stoppen is dus goed voor je (ik heb tegenwoordig geen spatje stress meer en nul kans op een burn-out), maar je moet het wel zelf organiseren en voor het grootste deel ook zelf betalen. Je kunt daarvoor spaargeld aanspreken, maar ook een deel van je pensioenaanspraken. Volgens NRC kun je met een ton op de bank drie jaar eerder stoppen met werken, volgens Het plakbandpensioen kun je jezelf daarmee 8 jaar lang een basisinkomen uitkeren van 1000 euro netto per maand. Zo moet iedereen dus zijn eigen rekensommetjes maken om te zien of het mogelijk is eerder te stoppen of langzaam af te bouwen.

Zo schrijft datzelfde NRC bijvoorbeeld dat je "honderden euro's per maand" kunt besparen door je hypotheek versneld aflossen, al kunnen ze het niet laten om daarbij als nadeel te vermelden dat je geld dan wel in stenen zit. In werkelijkheid is het rekensommetje nog veel mooier: wie nu 25% van zijn netto-inkomen kwijt is aan rente en aflossingen, kan meteen 25% aan fte inleveren (en vaak zelfs nog iets meer als je in een andere belastingschijf terechtkomt) zodra het huis helemaal is afgelost. Nog mooier wordt dat rekensommetje als je nu 35% van je inkomen kwijt bent aan je huis of meer. Vandaar ook mijn favoriete gezegde: eerst aflossen, dan afbouwen.


De Volkskrant combineert in de krant van vandaag meteen maar een paar van mijn boektitels (want laten we Het nieuwe nietsdoen vooral niet vergeten) en komt met vergelijkbare tips. Zo kun je vanaf je zestigste alvast een stukje aanvullend pensioen opnemen, zodat je minder dagen kunt gaan werken. Ook kun je ijverig gaan sparen en hopen dat de Tweede Kamer een beetje vaart maakt met die flexibele AOW-datum waar ik in mijn laatste boek ook voor pleit. De krant vergeet echter de belangrijkste tip (een hypotheekvrij huis) en noemt alleen even kort de mogelijkheid "minder uitgeven" zonder dat verder uit te diepen of uit te rekenen.

Toen ik Het plakbandpensioen schreef, wist ik al dat deze kentering eraan zat te komen. We hebben namelijk niet te maken met een verhoging van de pensioenleeftijd met twee jaar (of drie jaar als het straks echt 68 wordt), maar met zeven tot twaalf jaar. Nog niet zo heel lang geleden (namelijk in 2004) werkte slechts een kwart van de beroepsbevolking boven de 55. De rest zat thuis met een of andere regeling en wás dus al met pensioen. Langer doorwerken betekent in de praktijk dus véél langer doorwerken en voor heel veel mensen en beroepsgroepen gaat dat simpelweg niet werken.

dinsdag 29 november 2016

Als je constant loopt te rennen gaat je leven lekker snel voorbij

Binnenkort geef ik een lezing voor een gezelschap van medisch specialisten, notarissen, accountants, rechters, advocaten en uitgevers. Op verzoek zal ik het wankele evenwicht belichten dat loopt tussen het najagen van je ambities en - aan de andere kant - rustig nadenken en relaxed achterover leunen. Tijdens mijn verhaal zal ik zeker even verwijzen naar onderstaande artikelen die los van elkaar verschenen in verschillende kranten maar die allemaal in één richting wijzen. Wie constant loopt te rennen en voortdurend aan het multitasken is, loopt eigenlijk met zijn (of, vaker nog: haar) hoofd in de mist en mist van alles.


Bovenstaand citaat is afkomstig uit een interview met Chantal Janzen uit het Volkskrant Magazine van een paar weken terug. Ik las de woorden met een schok van herkenning, want in mijn eigen geheugen zitten ook van dat soort gaten. Soms lees ik een interview terug dat ik met iemand heb gedaan voor een tijdschrift, terwijl ik me daar helemaal niets meer van kan herinneren. Ik weet niet dat ik die persoon heb gesproken, weet niet meer waar het plaats heeft gevonden en ben net zo verrast over de vragen en antwoorden als een willekeurige lezer. Het is net alsof je recente foto's van jezelf ziet op een tropisch eiland, terwijl je zou zweren dat je al twintig jaar niet meer in een vliegtuig bent gestapt.

Natuurlijk kun je als mens niet alles onthouden en daarom is je brein voortdurend aan het schiften. Je éérste interview blijft je waarschijnlijk ook beter bij dan het duizendste, net zoals de eerste schrijver die je in het echt ontmoet meer indruk maakt dan de zoveelste bekende auteur die een paar dagen in het Ambassade hotel in Amsterdam logeert om daar de hele dag journalisten te woord te staan. Toch heeft mijn vergeetachtigheid volgens mij alles te maken met de hoge werkdruk, want in het begin van mijn loopbaan schreef ik twee artikelen per week terwijl dat aan het einde was opgelopen tot twee per dag. Het is zelfs wel eens gebeurd dat ik op één dag twee schrijvers achter elkaar heb gesproken en al moeite had om hun boeken uit elkaar te houden.


Het interview met Chantal Janzen kwam op de grote stapel terecht, zonder dat ik wist wat ik er verder mee zou doen en of het ooit van pas zou komen. Toch moest ik er meteen aan denken toen ik afgelopen zaterdag in het Algemeen Dagblad het verhaal las van een fulltime werkende vrouw die het roer radicaal had omgegooid en fulltime huisvrouw en moeder was geworden. In het interview maakt ze dezelfde, soms afschrikwekkende"rekensommetjes" als ik in mijn boeken doe. Zo stelt ze vast dat ze haar kinderen netto (dus na aftrek van werktijd en reistijd) maar twee uur per dag zag toen ze nog hard aan het werk was.

Het fulltime moederschap levert haar veel op: ze is minder gehaast (en daardoor minder moe en minder snel geïrriteerd) en heeft opeens veel meer oog voor haar omgeving. Wie de hele dag werkt, met oogkleppen op naar de volgende afspraak jakkert en de hele tijd naar het scherm van zijn smartphone staart, ontgaat van alles. Het is ronduit schokkend als ze constateert dat ze nu pas weer, voor het eerst in jaren, bewust opmerkt dat de bomen in de lente uitlopen. Je moet dus soms letterlijk stilstaan om bij de belangrijke dingen in het leven stil te staan. Wie in de hoogste versnelling door jakkert, lijkt nog het meest op de treinreiziger die het landschap waarneemt als een groene waas.


Dezelfde dag stond in de bijlage Vrouw van De Telegraaf dit citaat, dat zo naadloos aansluit op het voorgaande dat het alweer bijna voorspelbaar wordt. Als deelnemer aan het tv-programma Mijn tent is top probeerde deze 40-jarige vrouw samen met haar man uit alle macht een restaurant draaiende te houden. Het leidde niet alleen tot een faillissement, maar ook tot het besef dat ze zichzelf in die periode voorbij is gerend. Ze leefde volgens eigen zeggen "in een roes", was 24 uur per dag aan het werk of met haar werk bezig en kon niet genieten. In die periode is haar leven niet alleen voorbij gegaan, maar ook geheel aan haar voorbijgegaan.

Dat zal ik mijn gehoor over een week dus voorhouden: dat je kunt besluiten om hard te werken vanuit een soort roeping, om iets bij te dragen aan de maatschappij, om zin en structuur te geven aan het leven, om te woekeren met je talenten, om je gezin te onderhouden of omdat je het beschouwt als een morele plicht. Tegelijk zul je ervoor moeten waken dat je 'niet in volle vaart naar je eindbestemming reist (lees: racet) in een geblindeerde treincoupé en bij de laatste halte uitstapt op een leeg perron in een totaal onbekend landschap.

donderdag 24 november 2016

Wat gebeurt er met je leven als je eenmaal hypotheekvrij bent?

Toen wij in het najaar van 2008 begonnen met het versneld aflossen van onze (aflossingsvrije) hypotheek, stuitten we in elk gezelschap op vooroordelen en vragende gezichten. Hoewel de kredietcrisis al was uitgebroken, waren de huizenprijzen nog niet aan het dalen dus van onder water staan had nog niemand gehoord. Bovendien was de aflossingsvrije hypotheek nog razend populair, omdat hij zo lekker goedkoop was en niemand zich afvroeg wat er op de einddatum precies met die hypotheek gebeurde. Inmiddels is "hypotheekvrij" een ingeburgerd begrip en geldt versneld aflossen als een gouden tip. Zo'n snelle omslag is niet alleen interessant om mee te maken, maar roept als vanzelf de vraag op welke andere denkbeelden uit mijn boeken straks gemeengoed gaan worden.


Als iemand mij het hierboven afgebeelde artikel uit het Algemeen Dagblad in 2008 in mijn handen zou hebben gestopt, zou ik het waarschijnlijk vol ongeloof hebben gelezen. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar in die tijd werd er in de media met geen woord gerept over "aflossen". Ik volgde aandachtig alles wat werd gepubliceerd over huizenprijzen en hypotheken, maar daar zat welgeteld één knipsel tussen over dat onderwerp. Ik kende niemand die extra aan het aflossen was (hoewel ik inmiddels weet dat die mensen er wel degelijk waren) en kwam ook alleen maar op het idee om iets aan mijn hypotheekschuld te doen door de vooruitziende blik van Eric Mecking.

Inmiddels zijn we acht jaar verder en is het sentiment 180 graden gedraaid. Ik hoef op verjaardagen niet meer uit te leggen waarom we in 2008 fanatiek zijn gaan aflossen, hooguit hoe het mogelijk is dat we jaarlijks tussen de 15.000 en 20.000 euro bij elkaar wisten te sparen om onze hypotheekschuld omlaag te brengen. Dat leg ik altijd met veel plezier uit, al zie ik mensen vaak in elkaar krimpen als ik vertel dat ik in een tien jaar oude Alto rijd en we meestal maar één weekje op zomervakantie gaan naar Duitsland (in datzelfde boodschappenautootje).


De vraag waarom we zijn gaan aflossen, staat overigens geheel los van de vraag waarom we dat in zo'n krankzinnig tempo zijn gaan doen. Eigenlijk zijn dat dus twee geheel verschillende vragen, want wie op zijn 25ste een annuïteitenhypotheek afsluit, kan op zijn 55ste al helemaal van zijn schuld af zijn zonder tussendoor ook maar één extra storting te doen. In mijn geval had het er alles mee te maken dat ik zeker wist dat ik mijn pensioen niet zou halen in loondienst. Ik deed mijn eerste storting vlak voor een grote reorganisatie (die ik ternauwernood overleefde) en was dus niet zomaar aan het aflossen of mijn leven ervan afhing.

Inmiddels is het 2016, heb ik mijn aflossingsvrije hypotheek al lang en breed afgelost en lees ik in de krant dit soort bijna achteloze zinnetjes. Blijkbaar is het niet meer nodig om uit te leggen waarom mensen extra zouden moeten aflossen en óók niet waarom ze dat zo snel mogelijk zouden moeten doen. In deze wereld is niemand meer zeker van zijn baan of zijn pensioenuitkering en dat laatste geldt zeker als je ZZP'er bent. Wie zijn volledige hypotheek heeft afgelost, kan na zijn pensioendatum een heel eind komen met alleen AOW, zeker als je toch al gewend bent aan een iets bescheidener uitgavenpatroon. Dat is namelijk de grote truc: als je jarenlang leeft van de helft van het gezinsinkomen, heb je daarna - zeker zolang je gezond blijft - ook genoeg aan de helft.


Ook hoogleraar Henriëtte Prast beschouwt een hypotheekvrij huis als het beste, meest waardevaste pensioen dus daar heb ik verder niets meer aan toe te voegen. Wel rijst zo vanzelf de vraag welke denkbeelden uit mijn boeken nog meer gemeengoed gaan worden. Was dat "aflossen" een toevalstreffer of heb ik mensen ook op andere fronten wakker geschud? Dat weet je natuurlijk nooit, maar ik vermoed dat het de komende jaren nog héél vaak zal gaan over deeltijdpensioenen (al dan niet in de vorm van een omgekeerde werkweek) of over de mogelijkheid om op wat voor manier dan ook toch eerder te stoppen met werken dan de officiële AOW-leeftijd.

Volgens mij is het één onlosmakelijk verbonden met het ander. Wie gaat morrelen aan de einddatum van zijn hypotheek, gaat vanzelf ook kritisch kijken naar zijn pensioendatum. Dat is onvermijdelijk, net zoals je je gaat afvragen wat die andere helft van het gezinsinkomen eigenlijk toevoegt als je een paar jaar hebt geleefd van de helft. Wie het samen makkelijk redt met 2500 netto (of met 2000 netto of met nog veel minder), hoeft geen cent méér te verdienen dan dat bedrag om een goed leven te leiden. Bovendien kun je, zodra je klaar bent met aflossen, gewoon keihard doorgaan met sparen voor je eigen vroegpensioen.

maandag 21 november 2016

Herman Koch is dus feitelijk óók met plakbandpensioen

Afgelopen zaterdag stond er een interview met Herman Koch in het Volkskrant Magazine dat ik met veel plezier heb gelezen, ondanks het feit dat ik eerlijk moet bekennen nog nooit een boek van hem te hebben gelezen. Hoewel hij 8 jaar ouder is dan ik en minstens 20 keer zo rijk, blijkt hij er exact - maar dan ook echt tot op de komma nauwkeurig - dezelfde dagindeling op na te houden. Je hoeft dus helemaal niet in 43 talen vertaald te worden en in vijftig landen te zijn uitgegeven om te leven als een miljonair en je tijd zelf in te delen.


Mijn vrouw had afgelopen zomervakantie Het Diner meegenomen uit de bieb en was daar zo enthousiast over dat ik me heb voorgenomen ook eens iets van hem te lezen. Het was ook mijn vrouw die het interview als eerste las (ze begint op zaterdagochtend namelijk altijd in dat magazine) en meedeelde dat ik het beslist moest lezen. Om haar standpunt kracht bij te zetten had ze zelfs al een paar passages met potlood onderstreept. Één daarvan ging over zijn bewondering voor de Amerikaanse schrijver Stephen King, die ik volledig deel en die in zijn geval ook nog eens wederzijds is.

Zelf schoot ik pas overeind toen het interview bijna afgelopen was en de journalist informeerde hoe een gemiddelde werkdag van een "succesauteur" er uitziet. Het antwoord dat Herman Koch gaf heb ik van A tot Z onderstreept, omdat het voor honderd procent overeenkomt met mijn eigen dagindeling. Sterker, ik heb datzelfde rijtje al eens opgesomd in een radio-interview: 's ochtends een paar uur tikken achter de laptop (en dat kan net zo goed een column zijn als een blog of een stuk van een nieuw boek) en vervolgens boeken lezen, films kijken, fietsen, koken of naar de bios. Het enige verschil is dat hij gaat hardlopen in plaats van fietsen en vaker uit eten gaat.


Voor alle duidelijkheid: ik probeer mezelf daarmee niet op één lijn te zetten met Herman Koch, want hij is bekender, grappiger, succesvoller en rijker. Het opvallende is juist dat je helemaal niet rijk en succesvol hoeft te zijn om precies hetzelfde vrije leven te leiden. Er wordt niet expliciet naar gevraagd, maar in zijn geval moet het om "miljoenen" gaan, terwijl ik mezelf een basisinkomen uitkeer van 1000 euro per maand, waarmee we als gezin uitkomen op ongeveer 2500 euro netto in totaal. Dat is in ons geval ruim voldoende, maar het is tegelijk veel minder dan twee twintigers die net van school komen sámen verdienen met allebei een fulltime baan.

Rara, hoe kan dat? Ik denk dat mensen zich teveel blindstaren op de buitenkant, te vaak streven naar het perfecte plaatje en ook te vaak een ingewikkelde oplossing zoeken voor een simpel probleem of te snel denken dat iets "niet voor hen is weggelegd". Om een voorbeeld te noemen (uit een van mijn boeken): toen ik nog in loondienst was en elke dag in de file stond, vertelde een collega vaak jaloers over schrijver Ian Flemig die elke ochtend werkte aan een nieuw verhaal over James Bond en 's middags de zee indook om te snorkelen. Niet alleen leek ons dat ideaal, het leek vooral een onbereikbaar ideaal zolang je geen bestsellers schreef.


Daarom is het goed om te benadrukken dat er meer overeenkomsten zijn tussen Herman Koch en mij (en tussen Ian Fleming en mij) dan verschillen. Als het zomer is tik ik 's ochtends op mijn gemak een paar honderd woorden om vervolgens lekker een duik te nemen in de afgedamde rivier die door ons dorp stroomt. Weliswaar zwemmen hier geen tropische vissen en is het een stuk koeler, maar verder is het verschil slechts gradueel en misschien zelfs te verwaarlozen. Daarmee bedoel ik dat het verschil tussen mijn nieuwe en mijn oude leven oneindig veel groter is dan dat tussen de schrijver van James Bond en mij.

Datzelfde geldt voor het verschil tussen Herman Koch en mij. Hij rijdt in een Landrover die hem waarschijnlijk meer dan een ton heeft gekost, terwijl ik me verplaats in een tien jaar oude Suzuki Alto van 2900 euro. We komen allebei overal op tijd aan, zitten allebei droog, staan allebei net zo lang in de file, alleen ziet het plaatje er op het eerste gezicht veel minder gelikt uit. Het wordt zelfs nog grappiger als je bedenkt dat ik van de aanschafprijs van die Landrover al snel een jaar of tien kan leven zoals ik nu doe. Die man die je op een doordeweekse dag ziet fietsen op weg naar Cinerama op een minstens veertig jaar oude damesfiets kan dus best eens een miljonair zijn zonder een miljoen op de bank.