Zoeken

woensdag 11 oktober 2017

Toch nog even een paar opmerkingen over die aflosboete

Het gekrakeel rondom het afschaffen van de Wet Hillen doet een beetje denken aan de ophef die ontstond toen het vorige kabinet aankondigde een inkomensafhankelijke zorgpremie in te willen voeren. Dat leidde tot zoveel maatschappelijk protest dat het voorstel schielijk werd ingetrokken (hoewel we natuurlijk allemaal bijna ongemerkt een inkomensafhankelijke bijdrage leveren bovenop onze maandelijkse zorgpremie). Datzelfde zou ook kunnen gebeuren met deze maatregel, zeker nu tegenstanders massaal roepen dat het gaat om een "aflosboete". Dat is een slimme frame die alleen al door de woordkeuze weerstand oproept. Het zou dus best kunnen dat het kabinet Rutte 3 deze heisa benut om de aandacht af te leiden van andere vervelende maatregelen zoals de aangekondigde BTW-verhoging .


Ik weet niet of Hans Wiegel de eerste was die met het woord 'aflosboete' op de proppen kwam of dat het een bedenksel is van de partij 50Plus, maar het zou wel eens een briljante zet kunnen zijn. Als dat woord eenmaal gaat rondzingen, schrikt het kabinet misschien terug of wordt Rutte 3 alsnog teruggefloten door de Tweede of Eerste Kamer. Geen enkele politicus wil natuurlijk een aflosboete op zijn naam hebben staan, zeker niet nu we net met z'n allen een tikje anders tegen dit soort schulden aan zijn gaan kijken (ook al niet omdat de collectieve hypotheekschuld met meer dan 665 miljard euro nog steeds schrikbarend hoog is). Nu ontstaat bij mensen toch een beetje het onrechtvaardige idee dat goed gedrag wordt afgestraft, alsof je alsnog een boete krijgt wanneer je netjes 30 rijdt op een woonerf.

Psychologisch gezien was dit geen slimme zet van Rutte 3. Voordat de eerste rekensommetjes verschenen over de gevolgen van het afschaffen van de Wet Hillen, regende het al boze reacties. Zelfs als de lastenverzwaring meevalt, kan door deze maatregel het idee postvatten dat aflossen geen zin heeft of zelfs averechts uitpakt. Weliswaar moet iedere starter vanaf 1 januari 2013 verplicht in dertig jaar alles aflossen, er zijn nog steeds een heleboel huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek die zélf die keuze moeten maken. Met deze maatregel demotiveer je die groep en zet je ze misschien zelfs op het verkeerde been, al was het alleen maar omdat mensen zich niet echt in het onderwerp verdiepen en zich van de bijbehorende discussie straks alleen nog maar een paar losse kreten herinneren.


Het is voornamelijk de bijbehorende redenering die rammelt. Je kunt als regering namelijk niet zomaar stellen dat de Wet Hillen geld kost, of veel minder overheidsinkomsten genereert, zonder tegelijk ook even uit te rekenen hoeveel de fiscus bespaart doordat steeds meer mensen extra geld storten in hun hypotheek of zelf versneld hun hele woningschuld aflossen. Zo heb ik zelf bijvoorbeeld de looptijd van mijn spaarhypotheek met vijf jaar ingekort door de maandpremie te verhogen en een extra eenmalige storting te doen. Je kunt zeggen dat ik daarmee vanaf maart 2020 vijf jaar hypotheekrenteaftrek misloop, maar net zo goed dat ik het eerstvolgende kabinet een mooi bedrag bespaar.

Helemaal precies heb ik het niet uitgerekend, maar uit de losse pols kan ik nu al berekenen dat ik de overheid, door mijn hypotheek tot de laatste cent versneld af te lossen, veel méér bespaar aan hypotheekrenteaftrek dan ik straks zou moeten gaan betalen aan eigenwoningforfait als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd. In mijn specifieke geval was de staat dus al een stuk goedkoper uit, zodat de noodzaak om mij nog eens extra te belasten volledig ontbreekt. In plaats daarvan zou het eerlijker geweest zijn als mijn definitieve aanslag vergezeld ging van een bos bloemen en een bedankbriefje met daarop het bedrag dat ik de overheid nu weer heb bespaard.


Toch is ook dát rekensommetje niet helemaal eerlijk, want in ons geval ging versneld aflossen vergezeld van een sobere levensstijl en een heel ander consumptiepatroon. Ik ben niet gaan aflossen met behulp van spaargeld dat ik al had, maar juist heel fanatiek gaan sparen om mijn hypotheek in rap tempo af te kunnen lossen. Op die manier is de overheid heel wat misgelopen aan BTW, aan accijns (op zowel drank als benzine) en - tot slot - aan inkomstenbelasting. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en gewend ben geraakt aan een heel ander uitgavenpatroon, kan ik met minder inkomsten toe en hoef ik veel minder te werken. Zo bekeken is het niet verrassend, en ook niet zo heel verderfelijk, als de overheid probeert om arbeid wat minder te belasten en vermogen juist iets meer.

Ondertussen vraag ik me serieus af op welke bijvoeglijke naamwoorden burgers en belangengroepen straks gaan teruggrijpen wanneer besloten wordt om de overwaarde van de eigen woning voortaan op dezelfde manier te gaan behandelen als spaargeld. Het afschaffen van de Wet Hillen is namelijk slechts peanuts als je het vergelijkt met het overhevelen van de eigen woning van Box 1 naar Box 3. Onder het huidige belastingregime zou je met een koophuis van 2 ton zo'n 200 euro per maand kwijt zijn aan vermogensrendementsheffing (zonder drempelbedrag), terwijl het bij de Wet Hillen gaat om een paar tientjes per maand. Je kunt dit plan dus een 'schande' noemen of zelfs bestempelen als 'diefstal', maar je moet tegelijk beseffen dat dit nog maar een voorzichtige eerste stap is en dat de echte klap nog moet komen.

maandag 9 oktober 2017

Zou Mark Rutte misschien mijn boek Helemaal Vrij hebben gelezen?

De afgelopen dagen werd ik via sociale media bestookt met de vraag wat ik nou precies vind van de uitgelekte kabinetsplannen die betrekking hebben op de woningmarkt. Want hoe zinnig is een pleidooi voor versneld aflossen eigenlijk nog als je in de krant kunt lezen dat je straks dúúrder uit bent met een afgelost huis? Om te beginnen zijn het voorlopig slechts plannen en moeten we eerst nog maar eens afwachten wat er allemaal van terechtkomt, nog los van de vraag of dit kabinet het jaar 2020 heelhuids weet te halen. Daarnaast is het belangrijk het hoofd koel te houden, want de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek treft alleen de groep mensen met een inkomen hóger dan 68.000 euro. Tot slot komen deze maatregelen ook weer niet helemaal uit de lucht vallen, want ik voorspel het al op pagina 59 van het boek Helemaal Vrij! uit 2013...


Het is natuurlijk een beetje gemeen van mezelf, maar dat feit zorgde afgelopen weekend voor een bescheiden binnenpretje. Ik was niet boos of verontwaardigd, zoals veel mensen op sociale media maar had juist een triomfantelijk gevoel. Zelf ga ik er niet per se op vooruit door de nieuwe plannen, maar het is altijd leuk om al in 2013 iets te hebben geschreven dat vier jaar later uitkomt. Ironisch genoeg is Helemaal Vrij! - dat eerder dit jaar verscheen in een frisse heruitgave - van mijn laatste zes boeken het minst goed verkocht, terwijl je daarin zelfs al zwart op wit kunt lezen dat de eigen woning onder Rutte 4 waarschijnlijk naar Box 3 verhuist.

Dat Helemaal Vrij! het minder goed heeft gedaan dan andere titels uit de serie, is logisch want er is altijd één boek dat minder verkoopt dan de rest. Je kunt dat achteraf proberen te verklaren, maar eigenlijk snapte ik het pas toen ik het eerder dit jaar nog een keer aandachtig doorlas met het oog op de aangekondigde heruitgave. Meestal is de toon van mijn boeken optimistisch en luchtig, maar in dit geval werd ik er bijna somber van mezelf. Er staan een hoop zinnige dingen in en op sommige hoofdstukken ben ik nog steeds uitgesproken trots, maar je kunt merken dat ik dit boek geschreven heb in de periode dat ik ontslagen werd en maandenlang in grote onzekerheid verkeerde.


Ik was dan in zekere zin wel helemaal vrij, maar ik was tegelijkertijd helemaal niet blij. Toen ik bovenstaande passage schreef (en dat moet in 2012 zijn geweest, want een boek is altijd eerder geschreven dan het jaar van verschijnen) had ik het weliswaar bij het rechte eind, maar dat kon ik toen nog niet vermoeden. Als ik heel eerlijk ben, had ik dit boek liever in de allesbrander willen gooien in plaats van het opnieuw uit te geven. Nu blijkt het echter zeer waardevolle informatie te bevatten die je zou kunnen omschrijven als voorkennis wanneer het om aandelenhandel ging in plaats van investeren in de eigen woning.

Toen ik afgelopen weekend werd gebeld door een heel aardige mevrouw van de NOS, antwoordde ik haar in alle eerlijkheid dat ik niet verrast was door de aangekondigde maatregelen en ook helemaal niet zo vreselijk boos of verontwaardigd. Mensen met een hypotheekvrij huis hoef je wat mij betreft niet te straffen voor hun spaarzaamheid, maar je hoeft ze ook niet volledig te ontzien. Het probleem is dat iedereen tegenwoordig al snel moord en brand schreeuwt, roept dat iets niet eerlijk is of onrechtvaardig en zichzelf bombardeert tot slachtoffer van een overheid die voor de zoveelste keer op rij de spelregels verandert tijdens de wedstrijd.


Dat laatste is natuurlijk deels waar (want vraag om je heen maar eens naar de precieze systematiek van de vermogensrendementsheffing anno 2017), al kun je sommige maatregelen van een kilometer afstand aan zien komen als je de moeite neemt je in de materie te verdiepen. Zelf betaal ik al járen vermogensrendementsheffing over een hypotheekvrij vakantiehuis, dus ik schrik straks helemaal niet zo vreselijk als ik word aangeslagen voor de overwaarde op mijn eerste woning. Wel voorzie ik heel veel gesteggel over de WOZ-waarde, want op het moment dat je koophuizen wil gaan belasten als vermogen telt elke euro mee. Dat speelt al bij het afschaffen van de Wet Hillen en wordt nog veel prangender als de eigen woning naar Box 3 zou verhuizen.

Wat me de afgelopen dagen nog het meest is opgevallen, is dat mensen in de stress schieten bij de krantenkop dat je straks duurder uit bent met een afgelost huis zonder zich af te vragen hoeveel duurder dan precies en in vergelijking met wie of wat. Strikt genomen klopt die kop namelijk al, wanneer dat straks een tientje per maand kost, terwijl het ook over een paar duizend euro per jaar kan gaan. Uit de losse pols: bij een eigenwoningforfait van 0,6% wordt er bij een huis van 2 ton 1200 euro opgeteld bij je belastbare inkomen. Daar betaal je dan ongeveer 40% belasting over en dat is zo'n 500 euro per jaar. Straks hoef ik dus alleen maar mijn krantenabonnement op te zeggen om ervoor te zorgen dat deze operatie in mijn specifieke geval inderdaad grosso modo budgetneutraal verloopt.

woensdag 4 oktober 2017

Elke maand maak ik 1000 euro op van de erfenis van mijn kinderen

Onlangs kreeg ik een interessante vraag voorgelegd van een lezer over onze huidige financiële strategie. Door elke maand 1000 euro op te nemen van ons spaargeld bij wijze van basisinkomen, teren we niet alleen in op onze reserves maar maken we elke maand strikt genomen ook duizend euro op van de erfenis van onze kinderen. In algemene termen heb ik wel eens iets geschreven over erfenissen in mij column in het RD, maar zo had ik het eerlijk gezegd nog niet eerder bekeken. Eén belangrijk - en misschien wel doorslaggevend - verschil met de vraagsteller is er alvast wel: hij beheert familiekapitaal dat hij zelf op zijn beurt ook weer heeft geërfd, terwijl wij ons hele vermogen zelf bij elkaar hebben gespaard.


Dat ik niet eerder in dit soort termen over dit onderwerp had nagedacht, komt deels natuurlijk ook doordat ik op mijn 56ste nog niet heel concreet bezig ben met mijn nalatenschap. Tom Petty was weliswaar slechts 9 jaar ouder dan mijn vrouw toen hij eerder deze week aan een hartaanval bezweek, maar stiekem richt je je als mens toch een beetje op de algemene statistieken en gemiddelden. Het is ook tegennatuurlijk om je al met je erfenis bezig te houden als je eigen ouders nog leven en je beide kinderen nog - of tijdelijk weer - in huis wonen. Mijn jongste zoon is zelfs nog maar nét van de middelbare school af.

Verder vind ik het ook een beetje lastig om nu al te bedenken hoeveel geld ik mijn kinderen nog méér zou willen meegeven, nadat ik al ruim een kwart eeuw bijna alles voor ze heb betaald. Voordat het zover is hoop ik samen met mijn vrouw juist nog een periode mee te maken waarin we even met niemand anders rekening hoeven houden en en ook alleen nog maar onze eigen rekeningen hoeven te betalen. Dat lijkt me niet heel erg egoïstisch maar eerder een natuurlijk proces en een normale behoefte. Door onze gezinsplanning (mijn vrouw was 41 toen de jongste geboren werd) zal die periode waarschijnlijk toch al niet zo heel lang zijn.


Verder denk ik dat je persoonlijke situatie heel erg bepalend is voor de keuzes die je maakt. Zo haal ik bijna achteloos mijn schouders op over alarmerende berichten van studenten die hun leven beginnen met 20.000 euro schuld, aangezien is zelf op mijn 26ste ook een studieschuld had opgebouwd van ruim 21.000 gulden. Mijn oudste zoon behaalde zijn HBO-diploma zonder één cent te hebben geleend, maar ik zou er niet wakker van liggen als dat anders was geweest en ik ben ook niet bereid om dat koste wat kost te voorkomen. Zo heb ik destijds ook tegen hem gezegd dat het prima was als hij op kamers ging wonen (hoewel dat qua afstand niet strikt noodzakelijk was), zolang hij die kamerhuur maar zelf voor zijn rekening nam.

Als ik de beheerder was van een familiekapitaal dat door mijn ouders of grootouders was vergaard, zou ik natuurlijk heel anders tegen bepaalde zaken aankijken. Het intact laten van dat bedrag, en het laten meegroeien met de inflatie, heeft dan waarschijnlijk de hoogste prioriteit. Het zou wat onkies zijn om al op jonge leeftijd van dat geld te gaan rentenieren en het zo helemaal op te souperen, zodat je kinderen achter het net vissen. Zelf heb ik nooit iets substantiëlers geërfd dan de kast van mijn opa (die ik in Leven van de lucht zelfs nog even noem) en de duizend euro van een ver familielid uit Canada die ik twee jaar geleden ontving. Wat ik precies met dat geldbedrag heb gedaan, valt ook te lezen in mijn nieuwe boek, al kun je het misschien wel raden.


Strikt genomen maken we dus inderdaad elke maand 1000 euro op van onze erfenis, maar dat lijkt me in ons geval geen probleem. Ik zou het juist onverdraaglijk vinden als mijn kinderen straks ongeduldig gaan zitten wachten tot ik mijn laatste adem uitblaas, zodat zij er met de buit vandoor kunnen. Dat hoeft niet altijd zo te gaan, maar het leidt bijna altijd tot onverkwikkelijke bijgedachten als er tonnen in het spel zijn. Daarnaast vind ik het vooral een uitdaging om op een gegeven moment te stoppen met sparen (en dan bedoel ik vooral: op tijd) en gedoseerd je geld te gaan uitgeven. Daarmee bedoel ik niet dat je het moet uitgeven aan dure reizen of luxe-artikelen, want je kunt van je spaargeld ook 'tijd kopen' door jezelf een salaris uit te keren. Voor elke euro die je van jezelf krijgt, hoef je in elk geval niet te werken.

Om mezelf vijf jaar lang een basisinkomen uit te kunnen keren van 1000 euro per maand, had ik een spaarpotje aangelegd van 60.000 euro. Op papier is dat spaargeld schoon op na vijf jaar en staat er op 1 mei 2021 precies nul euro op de rekening. Maar de charme van een onvoorwaardelijk basisinkomen is juist dat je er ongestraft en onbeperkt - en in veel gevallen misschien zelfs wel ongemerkt - geld bij kunt verdienen. In theorie is het mogelijk dat je elke maand 1000 euro opneemt van je spaargeld, terwijl je spelenderwijs 1000 euro omzet haalt. Zo zou het zomaar kunnen dat er op de einddatum nog steeds, of opnieuw, 60.000 euro in de pot zit, zodat het net lijkt of ik de afgelopen vijf jaar écht van de lucht heb geleefd.

dinsdag 26 september 2017

Klinkt er een fluitsignaal als de vrouwenemancipatie is voltooid?

Hoewel ik mezelf tegenwoordig vooral beschouw als journalist in de voltooid verleden tijd, heb ik nog wel een aardige tip voor alle krantenredacties. Zou het niet een aardig idee zijn om op zaterdag eens een compleet katern te wijden (misschien zelfs in alle kranten tegelijk) waarin de vraag wordt beantwoord op welk moment de vrouwenemancipatie als voltooid kan worden beschouwd? Hoe ziet de ideale maatschappij eruit waarin feministen tevreden het licht uit kunnen doen op de faculteit vrouwenstudies? Moeten we streven naar een soort geperfectioneerde versie van Zweden? Of wonen we hier eigenlijk al in een vrouwvriendelijk paradijs en hoeven we er voor de volledigheid alleen maar een paar openbare toiletten bij te plaatsen?  


Ik besef dat dit een heikel onderwerp is, zeker als je een witte man bent van 56 die het in zijn laatste boek nog heeft over de kunstenares Anne van Dalen in plaats van haar aan te duiden met het genderneutrale 'kunstenaar'. Toch ben ik oprecht benieuwd wat een dergelijk scala aan verhalen op zou leveren, want je leest wel vaak wat er allemaal nog misgaat in deze maatschappij als het om gelijkheid en gelijke kansen gaat, maar slechts zelden waar we nu eigenlijk naar op weg zijn. Want wat is nu eigenlijk precies het gedroomde eindstation van de emancipatie? Zijn we daar al in de buurt of is het nog oneindig ver weg? En, minstens zo interessant, is iedereen daar dan ook vanzelf gelukkig en gezond?

Als ik chef redacteur van een krant was zou ik de scribenten carte blanche geven, al hoop ik wel dat iemand op het idee zou komen om die ene Nederlandse mevrouw op te zoeken die naar Zweden is geëmigreerd en met lede ogen moet toezien hoe haar zoons doodongelukkig worden in die bijna Orwelliaanse geëmancipeerde heilstaat. Zelf ben ik precies 1,5 dag in dat land geweest, veel te kort om er iets zinnigs over te kunnen zeggen maar precies lang genoeg om mijn vrouw een sms te sturen met daarin de noodkreet dat ik in een 'feministische hel' terecht was gekomen. Dat sloeg niet alleen op mijn persoonlijke gevoel, maar ook op de verbeten en ontevreden gezichten van de meeste vrouwen die ik op straat tegenkwam.


De enige manier om in dat land nog een ouderwetse man te kunnen voelen, is door auditie te doen bij de band Amon Amarth of alle optredens af te lopen van deze vikingmetalband. Het is dan ook geen toeval dat er zelfs een compleet subgenre binnen de metal is genoemd naar de stad Göteborg met als bekendste exportproduct de band In Flames. Daarmee is deze subcultuur overigens geen conservatief bastion, want hardrock en metal zijn al meer dan vier decennia genderneutraal. Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij Rotterdam Rocks in Baroeg en dan is er niemand in de zaal die aanstoot neemt aan het feit dat de gitarist van Voodoo Circle zwarte nagellak draagt of dat zelfs maar opmerkt.

Op dezelfde manier is er waarschijnlijk ook niemand die straks geërgerd bij de balie komt informeren wanneer er weer eens een metalband komt met een mánnelijke zanger wanneer Battle Beast in november deze zaal aandoet (foto hierboven). Als je mij vandaag de onmogelijke vraag zou stellen wat het ultieme metalnummer is, zou ik naar alle waarschijnlijkheid antwoorden dat dat You Will Know My Name is van Arch Enemy, waarop Alissa White-Gluz indrukwekkender grunt dan elke andere man in het genre. Sekseverschillen spelen hier dus allang geen rol meer en iedereen mag ongegeneerd stoer doen.


Iets verwarrender wordt het al als je een foto onder ogen krijgt van de Amerikaanse band Greta van Fleet die ondanks de naam bestaat uit vier mannen, al zou je zweren dat het nichtje van Janis Joplin achter de rug staat. Daarmee is deze band een soort genderneutrale natte droom, hoewel je tegelijk kunt aanvoeren dat dit in 1969 de gewoonste zaak van de wereld was. In mijn schooltijd droegen zowel jongens als meisjes spijkerbroeken, t-shirts of overhemden en parka's, terwijl meisjes op de middelbare school er tegenwoordig juist uitzien alsof ze na schooltijd hebben afgesproken met Kim Kardashian en geen tijd meer hebben om zich thuis om te kleden.

Je moet het me ook maar vergeven als ik af en toe een vermoeide zucht slaak wanneer wordt aangevoerd dat er geen enkel aangeboren verschil is tussen mannen en vrouwen en dat je je pasgeboren dochtertje dus net zo goed Boris kunt noemen. Toen ik in 1980 - dus alweer bijna veertig (!) jaar geleden - politicologie studeerde in Amsterdam kreeg ik hetzelfde verhaal te horen en ook toen al leek me dat wat erg kort door de bocht. Nog dezelfde avond belde ik mijn broer (die biologie studeerde) zodat ik bij de eerstvolgende gelegenheid een heel lijstje kon voorlezen met biologische kenmerken die een rol spelen in een mensenleven. Ik werd nog net niet met pek en veren afgevoerd, maar echt ruimte voor discussie was er niet.

Die discussie ga ik hier dan ook niet aan, al wil ik wel een paar dingen kwijt. Zo zijn het in de regel vooral vrouwen die graag willen geloven dat alle verschillen tussen man en vrouw cultureel bepaald zijn. Dat vind ik zo opmerkelijk dat ik in dat verband al eens het woord 'zelfhaat' heb gebruikt. Ik zal niet betwisten dat je als man een voorsprong hebt in deze maatschappij, of dat mannelijk eigenschappen als ambitie, werkverslaving en ellebogenwerk extra worden beloond. Maar dat verklaart niet afdoende waarom veel vrouwen een wat gemankeerde relatie hebben met typische kenmerken van het vrouwenlichaam (heupen, dijen, buikje) en gruwen van eigenschappen die als typisch vrouwelijk worden gezien (zorgzaam, lief, zichzelf wegcijferend).

Persoonlijk denk ik dat met name vrouwen het risico lopen om erg ongelukkig te worden van het idee dat mannen en vrouwen als een onbeschreven blad ter wereld komen en vervolgens door de maatschappij worden geboetseerd tot ideaalplaatjes van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Mensen hebben nu al het gevoel dat ze zelf honderd procent verantwoordelijk zijn voor hun eigen geluk en het dus ook geheel aan zichzelf te wijten hebben als ze falen, vastlopen of minder succes hebben dan gehoopt. Als je als vrouw dan ook nog eens minder stoer, stressbestendig, gedreven of ambitieus blijkt te zijn dan handig of wenselijk, leidt dat tot nóg meer zelfverwijt wanneer je niet kunt terugvallen op de troostende gedachte dat dat misschien wel deels aangeboren is of een beetje biologisch bepaald.

zaterdag 23 september 2017

In je eentje de hypotheek aflossen is een eenzame bezigheid

Een paar dagen geleden had ik het plan opgevat om een blog te wijden aan een onderwerp dat op het eerste oog wat off-topic is: eenzaamheid. Ik ga de laatste tijd weliswaar regelmatig in mijn eentje naar de bioscoop, maar dat bevalt me prima en heeft bitter weinig te maken met de existentiële leegte en het isolement waarvoor aandacht wordt gevraagd in de Week tegen Eenzaamheid die afgelopen donderdag van start ging. Eerlijk gezegd wist ik ook niet zo goed waar mijn blog over zou gaan, laat staan waar het verhaal héén zou gaan, tot er afgelopen donderdag een man naast me kwam fietsen op de Erasmusbrug die me ongevraagd zijn levensverhaal vertelde.


Aanleiding om iets met dit onderwerp te doen, was een mail van een oud-collega die net weer een nieuw boek had voltooid. Hoewel de titel het niet meteen verraadt (het boek heet Liefde voor beginners) heeft auteur Renzo Verwer het regelmatig over dit onderwerp. Ik moet het boek nog lezen, maar het viel me nu al op dat de woorden 'eenzaam' en 'eenzaamheid' steeds weer op de pagina's opduiken. Je kunt eenzaam zijn binnen een relatie - misschien nog wel op een pijnlijker manier dan wanneer je echt alleen bent - maar je kunt je ook ook eenzaam voelen omdat je niets snapt van de liefde of er niet in slaagt een duurzame, exclusieve en emotioneel bevredigende relatie op te bouwen met iemand anders (en dat is meestal iemand van het andere geslacht).

Eenzaamheid is een beetje een taboe, want niemand geeft graag toe dat hij zich wel eens zo voelt en zal eerder vluchten in drank, drugs en vluchtige contacten dan ermee te koop te lopen. Het is niet zo moeilijk om je in deze seculiere, snelle maatschappij een tikje verloren te voelen, zeker niet als maatschappelijk succes uitblijft en de liefde zich nog niet heeft aangediend. Als kersverse student van 18 in een vreemde stad voelde ik me eenzaam, maar datzelfde gevoel trof me toen ik onlangs tot drie maal toe een bioscoopkaartje kocht met mijn Cinevillepas en de jonge vrouw achter de kassa ook die derde keer geen blijk van herkenning gaf. Wie ouder wordt, heeft het gevoel dat hij langzaam opschuift naar de marges van de maatschappij tot hij op het laatst zo goed als onzichtbaar wordt.

.
Eenzaam is ook: de enige in je omgeving zijn die versneld aan het aflossen is, zodat je overal voor gek versleten wordt en je zoveel kritische vragen krijgt dat je naar een verjaardag beter een advocaat kunt meenemen dan een cadeau. Dat is verre van dramatisch natuurlijk, maar het is soms leuker als je een bepaald gevoel met iemand kunt délen in plaats van dat je jezelf alleen maar aan het verdedigen bent. Tegelijk kan ik me geen voorstelling maken van de eenzaamheid die mijn vrouw soms moet voelen nu haar beide ouders zijn overleden en ze ook geen broers of zussen heeft om herinneringen mee op te halen. Aan de mogelijkheid dat zij ooit uit mijn leven verdwijnt wil ik zelfs helemáál niet denken, want we zijn al veel langer samen dan we ooit alleen zijn geweest.

Als ik aan eenzaamheid denk, dan zie ik weer die vrouw voor me in de Duitse stad Triberg waar de hoogste waterval van dat land zich bevindt. Na afloop wandelden we terug naar de trein (als toerist mag je met je Gästekarte gratis gebruik maken van het openbaar vervoer) en toen zag ik in een huis langs de weg een oude vrouw voor het raam zitten. Toen ik mijn hand opstak, zwaaide mijn vrouw ook en gebeurde er in die donkere huiskamer een klein wonder. Niet alleen veerde ze op, haar gezicht lichtte ook even helemaal op. Later heb ik dat aan mijn kinderen verteld om te laten zien hoe je met een gebaar van niks iets kan betekenen in het leven van een ander. Soms is het voor mensen alleen al genoeg om te weten dat ze gezien worden.


En toen reed ik afgelopen donderdag traditiegetrouw naar Rotterdam met het plan om drie films te gaan zien. Ik was de gemeente nog niet uit of er kwam een man naast me fietsen op een e-bike die spontaan een praatje begon. Zo had hij zijn hele leven in het Botlekgebied gewerkt waar hij continudiensten draaide en vaak 's avonds of 's nachts moest werken. Hij reed altijd op zijn fiets naar zijn werk vanuit Heerjansdam tot hij een zware longontsteking kreeg waar hij nooit meer helemaal van was hersteld. En dus reed hij nu op zijn 62ste op zijn gemak op een e-bike naar de Lidl in Rotterdam IJsselmonde waar de appels in de aanbieding waren. Het ritje was te kort om erachter te komen of hij in de ziektewet zat, werkloos was geworden of met een regeling was vertrokken, maar ik wist ook niet dat dit slechts een proloog was voor de ontmoeting op de terugweg toen er opnieuw iemand naast me kwam fietsen die zijn verhaal kwijt wilde.

Nu is het belangrijk om te weten dat dat normaal gesproken nooit gebeurt. Soms is het druk op het fietspad, soms juist opvallend stil, maar het contact blijft doorgaans beperkt tot een kort hoofdknik of een vriendelijk gebaar wanneer je iemand voor laat gaan. Volgens mijn vrouw had het er zeker mee te maken dat ik eindelijk weer eens een lánge broek aan had (en dus ook niet langer de enige was met een Speedo op een strand vol bermuda's). Misschien zie ik er op de fiets ook wel uit als een peddelende pastoor of misschien menen ze in mij niet alleen een leeftijdgenoot te herkennen maar ook een lotgenoot. Iemand van 56 die overdag op de fiets zit, is niet aan het werk en hééft misschien dus ook wel geen werk meer.


Aanleiding voor het gesprek was het plastic tasje van de platenzaak dat ik onder mijn arm geklemd hield (met daarin een tweedehands plaat van Robin Trower en eentje van de Japanse hardrockgitarist Kyoji Yamamoto). Voordat we bovenop de Erasmusbrug waren, wist ik dat hij zelf te weinig inkomen had om nog vaak geluidsdragers te kunnen kopen en ook dat hij een dag eerder naar het concert van Ennio Morricone was geweest in Ahoy'. Zelf zou hij zich nooit een toegangskaartje van 80 euro kunnen veroorloven, maar een goede vriend had er eentje over zodat hij gratis mee kon. Net als die man uit Heerjansdam was hij 62 en zat hij thuis zonder betaalde baan. Hij had dertig jaar gewerkt bij Nationale Nederlanden tot bij hem een autistische stoornis werd ontdekt en hij in de ziektewet belandde.

Door die diagnose vielen heel veel puzzelstukjes op hun plaats en begreep hij opeens waarom hij alles altijd tot in detail wilde weten, waarom hij alles zo letterlijk nam, waarom hij niet tegen kantoorpolitiek kon en tegen oneerlijkheid en ook waarom hij soms ineens kon ontploffen van woede. Hij kreeg een afkoopsom mee van 1,5 ton waar zijn vrouw 50.000 euro van afsnoepte toen ze hem na een lang huwelijk verliet. Nu leefde hij van een uitkering die hij aanvulde met zijn afkoopsom tot hij over een paar jaar zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Hij had cursussen gevolgd om met zijn autisme om te gaan en dat hielp een beetje, maar hij had ook zelfmoordneigingen gehad en was zeven weken opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting.

Op zijn iPhone had hij een foto van een spreuk die hij onderweg op een muur had zien staan en die benadrukte dat je het verleden los moet laten. Ook dat hoort bij zijn aandoening: dat het in je hoofd maar blijft malen en dat je steeds maar weer diezelfde film afspeelt en diezelfde gevoelens doormaakt. Zo was hij voortdurend verwikkeld in een eenzaam gevecht tussen hoe hij in elkaar steekt en hoe je je moet gedragen om in deze maatschappij te kunnen functioneren. Als laatste vroeg ik hem of hij die diagnose eerder in zijn leven had willen horen. Daar moest hij even over nadenken voor hij 'nee' schudde. Nu had hij tenminste een baan gehad, een goed pensioen opgebouwd en was hij lang getrouwd geweest. Zo kun je dus eenzaam zijn en jezelf misschien troosten met het idee dat je dat niet altijd bent geweest.

Natuurlijk waren het volstrekt toevallige ontmoetingen die verder niets te betekenen hebben, maar frappant is wel dat ze plaatsvonden op de dag dat de Week tegen Eenzaamheid van start ging. Was het mijn bestemming om die dag om niet alleen ademloos naar twee viersterrenfilms te kijken, maar ook om een luisterend oor te bieden? Lijk ik op sommige dagen toch meer op een vertrouwenwekkende dominee dan ik zelf denk? Of is het alleen maar logisch dat mannen boven de vijftig die om wat voor reden dan ook buiten het arbeidsproces zijn komen te staan, elkaars gezelschap onbewust opzoeken in de wetenschap dat we misschien niet allemaal even eenzaam zijn maar dat onze levensverhalen altijd wel een beetje op die van elkaar lijken?

maandag 18 september 2017

Wat vindt mijn vrouw eigenlijk van dat hele basisinkomen?

Sinds het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! krijg ik regelmatig de vraag wat mijn vrouw nou eigenlijk van dit alles vindt. Dat is een terechte vraag, want hoewel ze in al mijn boeken een belangrijke rol speelt en inhoudelijk heel veel heeft bijgedragen, krijgen mensen alleen maar mijn kant van het verhaal te horen. Dus kun je je niet alleen afvragen hoe ze die jaren heeft ervaren waarin we extra zuinig leefden om korte metten te maken met de aflossingsvrije hypotheek, maar ook hoe ze aankijkt tegen mijn pleidooi voor een omgekeerde werkweek (of tegen het feit dat haar weekindeling model heeft gestaan voor dat concept). Ook in Leven van de lucht ontkom ik niet aan de vraag welk effect een basisinkomen heeft op de taakverdeling tussen man en vrouw.


Wat de uitkomst daarvan is, laat ik hier in het midden want dit blog dient niet om de inhoud van mijn boeken samen te vatten of na te vertellen. Maar als ik bij een lezing een vraag in die richting krijg (en dat gebeurt standaard), dan geef ik daarop altijd min of meer hetzelfde antwoord. In het kort komt het erop neer dat als mijn vrouw graag nog een keer op wintersport zou willen, ze wat mij betreft zélf die 2400 euro bij elkaar mag verdienen die we daar de laatste keer aan kwijt waren. Dat klinkt misschien onaardig, totdat je het omdraait. Want zou het niet een beetje merkwaardig zijn als ik graag een nieuwe racefiets wil en vervolgens aan mijn vrouw vraag of ze voor dat doel nog eens dertig dagen extra kan gaan invallen op haar school?

In Leven van de lucht besteed ik twee hoofdstukken aan de vraag wat een onvoorwaardelijk basisinkomen van 1000 euro netto per maand voor effect heeft op de M/V-verhoudingen en de taakverdeling in huis. Neem je als huishouden genoegen met een gezamenlijk gezinsinkomen van 2000 euro of besluit je om toch nog iets bij te verdienen zodat je meer te besteden hebt en minder op de kleintjes hoeft te letten? Met een basisinkomen is elke vrouw in één klap economisch zelfstandig, maar je kunt ook niet helemaal uitsluiten dat het in sommige gevallen gebruikt zou gaan worden als een soort aanrechtsubsidie voor thuisblijfmoeders. Dat effect is vooraf niet goed te voorspellen, maar over een één ding kunnen we het denk ik wel eens zijn en dat is dat mannen en vrouwen anno 2017 allebei dezelfde verantwoordelijkheid dragen als het gaat om de hoogte van het gezinsinkomen.


Gek genoeg blijkt dat echter lang niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Zo heb ik een nichtje dat een biomedische opleiding heeft gevolgd, nu aan het promoveren is aan de universiteit en daarna waarschijnlijk kans maakt op een goedbetaalde baan. In hun situatie ligt het voor de hand dat zij later kostwinner wordt, terwijl haar lager opgeleide vriend parttime werkt en de zorg van de kinderen op zich neemt. Dat scenario leek me in hun geval jaren geleden al het meest waarschijnlijk, maar daarin blijk ik tamelijk alleen te staan. Niet alleen staat het traditionele kostwinnersmodel nog als een huis, ik vermoed ook dat de meeste vrouwen met een parttime baan helemaal niet zouden willen ruilen met hun fulltime werkende partner.

Vanuit feministisch oogpunt is dat merkwaardig, want waarom zou je anno 2017 niet de rollen omdraaien? We worden geacht ons leven in te richten op basis van het uitgangspunt dat vrouwen niet alleen gelijk zijn aan mannen, maar ook dat alle verschillen in gedrag en gevoelsleven louter het gevolg zijn van conditionering, opvoeding en seksistische reclamefolders. Niets weerhoudt een moderne jonge vrouw er dus van om een carrière na te jagen omdat ze dat graag wil, meer verdient dan haar partner, beter opgeleid is of wat dan ook. In de praktijk blijkt de felbegeerde keuzevrijheid van vrouwen zich echter te beperken tot de keuze om een paar dagen per week te werken, terwijl de man nog steeds niet veel te kiezen heeft en geacht wordt kostwinner te zijn.


Het Nederlandse anderhalfverdienersmodel is berucht en zorgt bij doorgewinterde feministes voor de nodige irritaties, omdat ze vinden dat een webwinkel nou eenmaal geen carrière is. Zelf denk ik dat vrouwen met een parttime baan over het geheel genomen beter af zijn dan mannen die op hun 22ste afstuderen en vervolgens vijftig jaar lang fulltime moeten werken tot ze eindelijk AOW krijgen. Als bewijs voor die stelling hoef ik maar even terug te blikken naar afgelopen donderdag, toen mijn vrouw inviel op haar eigen school voor een afwezige collega en al om zeven uur 's ochtends naar haar werk vertrok. Zelf stapte ik pas uren later op de fiets richting Rotterdam om in mijn favoriete bioscoop drie films achter elkaar te bekijken: The Beguiled, Mother! en de documentaire Safari.

Je kunt dus opstaan zonder de wekker te zetten, op je gemak twee kranten lezen, drie bioscoopfilms zien, anderhalf uur op de fiets zitten en toch nog eerder thuis zijn dan je eigen vrouw die de hele dag gewerkt heeft. Hoewel ik op de terugweg in een soort moesson terechtkwam en totaal verregend de sleutel in het slot stak, had ik voor geen goud met haar willen ruilen. Wellicht spreekt dat voor zich, maar het laat ook zien dat je bij verhalen over de rol van betaald werk in een mensenleven en de taakverdeling tussen man en vrouw niet moet blijven steken in clichés over salarisverschillen en glazen plafonds. Voor mij voelt die wekelijkse bioscoopdag niet alleen aan als het ultieme spijbelen, maar ook als de volmaakte antithese van een dag op kantoor. Dat kun je op talloze manieren verwoorden, maar deze alinea uit Leven van de lucht vertelt in feite het hele verhaal:

woensdag 13 september 2017

Waarom kocht niet iedereen een huis in 1987?

Gisteren plaatste Ebru Umar een bericht op Twitter waarin ze vermeldt hoeveel het Rotterdamse huis dat ze net heeft gekocht in 1987 kostte. Geen idee wat ze er zelf voor heeft betaald, maar gemeten naar huidige maatstaven is de prijs van toen natuurlijk een lachertje. Diezelfde 17.000 euro (omgerekend een kleine 40.000 gulden) ben je nu al kwijt aan bijkomende kosten. Met terugwerkende kracht kun je dus vaststellen dat koophuizen dertig jaar geleden niet alleen belachelijk goedkoop waren, maar ook een zeer lucratieve investering zijn gebleken. Grote vraag is dus waarom kopers destijds niet over elkaar heen buitelden om een huis in hun bezit te krijgen.


Grappig genoeg kochten wij ons eerste huis in datzelfde jaar, om precies te zijn in februari 1987. Dat weet ik zo goed, omdat ons oudste stukje hypotheek dit jaar na precies dertig jaar afliep en onze maandlasten met nog eens 150 euro bruto per maand daalden zonder dat we daar verder iets voor hoefden te doen. In mijn nieuwste boek probeer ik me tevergeefs het moment voor de geest te halen waarop ik als 25-jarige mijn handtekening zette onder dat koopcontract. Ik was bijna afgestudeerd als planoloog, maar ik wist niks van hypotheken en had er al helemaal geen benul van dat de huizenmarkt zich op een dieptepunt bevond.

Het was toen ook heel ongebruikelijk om al op die leeftijd een huis te kopen. Al onze vrienden en kennissen woonden in een huurhuis en dat was altijd een etagewoning of een appartement. Zelf huurden we op de benedenverdieping van een slecht onderhouden hoekhuis in een niet al te beste buurt in Rotterdam-West. Verhuisplannen hadden we niet en aan een koopwoning dachten we geen seconde. Niet alleen kenden we elkaar nog maar anderhalf jaar, ik had nog niet eens een baan. Mijn vrouw (die toen nog mijn vriendin was) werkte in het basisonderwijs, maar had nog geen vast contract. Banen waren schaars en wie in die crisisjaren afstudeerde liet zich vaak uit arren moede omscholen tot IT 'er.


En toen kwam ineens bovenstaand huisje te koop in de geboorteplaats van mijn vrouw. Het duurde maanden voor ik de knoop durfde door te hakken, niet alleen vanwege de hierboven genoemde factoren maar ook omdat ik tegen het aankoopbedrag aanhikte. Om zeker te weten dat we niet teveel betaalden, lieten we het huis zelfs nog op eigen kosten taxeren door een onpartijdige makelaar. Ook was het in die tijd helemaal niet zo eenvoudig om de financiering rond te krijgen. Hypotheken werden toen nog verstrekt op basis van één inkomen en alle bijkomende kosten dienden uit eigen zak te worden betaald.

De koop kon in ons geval alleen maar doorgaan doordat mijn vrouw voldoende spaargeld had en mijn schoonmoeder ons vijf procent van het aankoopbedrag schonk. Mijn vrouw had inmiddels een vast contract, maar alleen aan premiebetalingen en bruto rente waren we al een derde van haar netto salaris kwijt. De hypotheekrente mag nu dan historisch laag staan (en van dat 'historisch' mag je wat mij betreft ook 'absurd' maken), in die tijd betaalde je voor een rentevaste periode van 20 jaar ongeveer 7%. Dat gold toen trouwens als laag, want rond 1980 werden zelfs hypotheken afgesloten tegen 12% rente of hoger.


Mensen moeten zich ook niet blindstaren op de tuinfoto's die ik af en toe op Twitter plaats, want toen wij het huis kochten stond het op een perceel van 80 vierkante meter. Bijna alle eigen grond die we in bezit hadden, lag dus ónder het huis. Het zou nog een jaar of twintig duren voordat we er een stuk tuin bij konden kopen, zodat we nu beschikken over meer dan 500 vierkante meter grasland. Pas toen ik uitrekende dat ik voor dat stuk grond net zoveel had betaald als destijds voor het hele huis, besefte ik dat we in 1987 de beste aankoop hebben gedaan van ons leven (al kun je natuurlijk precies hetzelfde zeggen over dat veel te dure stuk grond).

Iedereen van mijn leeftijd had dus in een hypotheekvrij huis kunnen wonen dat hij voor een prikje had gekocht. Dat slechts een enkeling dat heeft gedaan komt doordat een huis kopen toen minder vanzelfsprekend was, de hypotheekrente hoger lag, de leennormen veel strenger waren en huizen helemaal niet te boek stonden als goedkoop. Daar komt nog bij dat veel mensen de schrik in de benen hadden door de instorting van de woningmarkt in 1979 die prijsdalingen tot gevolg had van 30% of meer. Het zou nog tot 1995 duren voordat de meeste huizenbezitters die weer klap te boven waren, niet toevallig het moment waarop de huizengekte pas echt begon.

maandag 11 september 2017

Hoeveel geld hebben ándere columnisten eigenlijk op de bank staan?

Hij verschijnt vandaag pas officieel, maar trouwe lezers die hem hadden voorbesteld zullen Leven van de lucht al in huis hebben (en hebben hem misschien zelfs alweer uit!). De eerste journalist die me afgelopen donderdag thuis kwam interviewen, stelde vast dat dit misschien wel mijn meest persoonlijke boek tot nu toe is. Zelf beschouw ik het gewoon als het zesde seizoen van onze eigen realitysoap richting een hypotheekvrij leven, maar hij heeft wel een punt. Voor het eerst geef ik namelijk een inkijkje in onze financiën door een jaar lang nauwgezet bij te houden hoeveel geld er elke maand binnenkomt en hoeveel daarvan wordt uitgegeven en gespaard.


Dat was vanaf dag één (en dan heb ik het over 1 mei 2016) namelijk de insteek. Met mijn experiment wilde ik ervaren wat een basisinkomen met je doet en wat je vervolgens allemaal gaat doen. Anders gezegd: zou een dergelijk systeem kunnen werken en ga je dan nog wel werken? Het antwoord daarop kun je niet los zien van de vraag of je als gezin met twee thuiswonende kinderen in principe genoeg zou hebben aan twee bij elkaar opgetelde basisinkomens. Ik ken iemand die als kostwinner ongeveer 2000 euro netto verdient, terwijl hij dat bedrag bij een dergelijk systeem elke maand gratis zou krijgen van de overheid.

Om te zien wat het psychologische effect is van een basisinkomen, keer ik mezelf vijf jaar lang elke maand 1000 euro per maand uit van mijn eigen spaargeld. Omdat mijn vrouw met haar parttime baan net iets meer dan duizend euro verdient, konden we precies zien hoe ver je komt met een gezinsinkomen van ruim 2000 euro. Heb je daar genoeg aan, en neem je daar genoegen mee, of ga je - al dan niet spelenderwijs - toch nog iets bijverdienen? Om dat vast te kunnen stellen ontkwam ik er niet aan om na afloop van elke maand een rekensommetje te maken en privé-informatie prijs te geven die de meeste mensen liever voor zich houden.


Vooraf weet je al dat mensen daar van alles van gaan vinden, al was het maar omdat ik niet precies vermeld waaráán we ons geld hebben uitgegeven. Dat is een interessante reflex: als je in je boeken openheid van zaken geeft, zijn er altijd mensen die mopperen dat je nog steeds niet alles hebt verteld. Omgekeerd moet ik bij vrijwel al onze vrienden en familieleden ráden naar de hoogte van hun gezinsinkomen, de tussenstand van hun hypotheek en de hoeveelheid geld die ze op de bank hebben staan. Meestal kun je wel een aardige inschatting maken, maar het zijn geen zaken die op een verjaardag ooit ter sprake komen.

Na zes boeken ben ik zelf de schaamte wel voorbij, maar het blijft een taboe om op dit vlak zomaar openheid van zaken te geven. Bovenstaand rekenvoorbeeld laat in elk geval zien dat we vorig jaar in de maand augustus niet genoeg hadden aan 2000 euro netto (al was het maar omdat we op vakantie waren) én ik niet helemaal heb stilgezeten maar 625 euro omzet heb gemaakt. Voor de rest mag ieder het zijne ervan vinden, want er zijn genoeg huishoudens die het elke maand met (veel) minder moeten zien te rooien terwijl er ook zat tweeverdieners zullen zijn waarvan één partner in zijn of haar eentje al meer verdient. Het enige objectieve wat ik erover kan zeggen is dat 2000 euro netto  ongeveer de armoedegrens is voor een gezin met twee kinderen én dat een gemiddeld huishouden maandelijks 2800 netto te besteden heeft.


Natuurlijk verwacht ik niet dat straks iedereen uit mijn omgeving spontaan gaat opbiechten hoeveel hij inmiddels heeft gespaard en hoeveel salaris hij maandelijks gestort krijgt. In mijn geval is het onlosmakelijk verbonden met het segment waarin ik schrijf en met het onderwerp van dit laatste boek. Wie Hypotheekvrij! in de kast heeft staan, heeft er recht op om te weten dat we nu nog maar 44.000 euro aan spaarhypotheek hebben en ook dat we vanaf maart 2020 helemaal van onze woningschuld af zijn. Diezelfde lezer zal er wellicht ook begrip voor hebben dat we nu niet meer fanatiek aan het bezuinigen zijn, maar alleen nog proberen om binnen budget te blijven en daarbij een redelijk ruime marge hanteren.

Die transparantie maakt meteen duidelijk waarom ik schrijf wat ik schrijf. Om die reden zou elke columnist eigenlijk één keer per jaar een staatje moeten afdrukken met daarin de woonsituatie (huur/koop), hoogte en einddatum van de hypotheek, opgebouwd pensioen, maandinkomen, geboortejaar en hoeveelheid spaargeld. Zo schreef een in 1955 geboren columnist van een kwaliteitskrant onlangs dat het bezit van een tweede huis een "exorbitante uitwas" is. Op dat interessante onderwerp zal ik later nog eens wat dieper ingaan, maar nu vroeg ik me alleen maar af hoe het mogelijk is dat een jonge babyboomer als hij (a) nog werkt en (b) zelf geen tweede huis heeft. Want je kunt best een fervente anti-kapitalist zijn, maar het kan net zo goed dat je alleen maar gefrustreerd bent omdat je tijdens je leven de verkeerde keuzes hebt gemaakt.

maandag 4 september 2017

Wie anders wil gaan leven, moet buiten de lijntjes leren kleuren

Vorige week donderdagavond was ik te gast in het museum Kranenburgh in Bergen in het kader van expositie over Het Zalig Nietsdoen. Het verbaasde me niet dat ik daarvoor was uitgenodigd, want wie "nietsdoen" intikt in een willekeurige zoekmachine of #nietsdoen op Twitter komt al snel bij mijn niet eens meer zo nieuwe boek Het nieuwe nietsdoen uit. Het was een geslaagde avond, al zei ik al meteen in het begin iets onhandigs over het onderwerp "economische zelfstandigheid" dat niet bij iedereen in goede aarde viel. Tegelijk bracht ik mijn verhaal blijkbaar zo luchtig dat ik na afloop serieus werd gevraagd om een bijdrage te leveren aan een moppenkanaal op internet :-)


De avond was opgezet op een DWDD-achtige manier, waarbij drie sprekers werden geïnterviewd, afgewisseld met live-muziek. Ik had dus geen praatje ingestudeerd, hoewel ik ter voorbereiding Het nieuwe nietsdoen uit 2014 nog een keer helemaal had gelezen. Verrassend genoeg is het nog altijd mijn best verkochte boek, wat meteen ook het hoe en waarom van de expositie in dit museum verklaart. De moderne mens heeft het druk en staat onder toenemende druk. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en in de wereld van morgen lopen mensen niet alleen het risico hun baan te verliezen maar zien ze zelfs de complete sector waarin ze werkzaam zijn zomaar verdwijnen.

Het gesprek begon met een citaat uit een boek van Julia Chavanu dat ik een dag eerder op Twitter had gepost. Daarin schrijft ze dat "druk" tegenwoordig synoniem is aan "goed". Letterlijk staat er: "Wie het druk heeft, is winstgevend en wie winstgevend is, verdient aanzien." Eigenlijk staat er: "Wie het drukt heeft", maar dat komt alleen maar doordat redacteuren ook steeds harder moeten werken en de winstcijfers van uitgeverijen onder druk staan. Bezuinigingen leiden in de praktijk bijna altijd tot kwaliteitsverlies, met welke mooie of omfloerste volzinnen ze ook worden begeleid. Dat doet overigens niks af aan de literaire kwaliteit van dit boek (Ik moet je iets vertellen) waar ik toevallig tegenaan liep en dat ik iedereen kan aanbevelen.


Voor mij was dit citaat aanleiding om iets op te merken en over het onderwerp "economische zelfstandigheid" (niet te verwarren met "financiële onafhankelijkheid"). Emancipatie lijkt soms wel synoniem aan arbeidsparticipatie, terwijl ik zelf juist zoveel mogelijk hamer op keuzevrijheid (voor zowel M als V). Vandaar dat ik altijd wijs op de dubbele bodem van de boodschap. Als de overheid vrouwen aanspoort om toch vooral economisch zelfstandig te zijn, doet ze dat namelijk deels uit eigenbelang. Werkende vrouwen betalen meer belasting, geven makkelijker geld uit, betalen meer accijns als ze met de auto naar hun werk gaan en hebben geen bijstandsuitkering nodig als hun relatie stuk loopt.

Daarmee zeg ik volgens mij niets vreemds en bij mijn weten ook niets vrouwonvriendelijks, maar toch werd ik na afloop aangesproken door een vrouw die mij verweet dat ik het slechts had gehad over de economische zelfstandigheid van vrouwen en niet die van mannen. Dat lijkt me logisch, want dat is helemaal geen issue. Mannen worden van oudsher gezien als kostwinners en zullen dat vaak ook als hun belangrijkste taak hebben opgevat. De overheid hoeft dus geen campagne te starten om mannen de arbeidsmarkt op te krijgen en er zullen maar weinig mannen zijn die hun werk in verband brengen met zoiets abstracts als economische zelfstandigheid. Eerder zal het gaan over status, salaris, passie, zingeving, macht en het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Werk is het verkopen van je vrije tijd, maar net zo goed het verhuren van je vakkennis.


Mensen die mijn boeken hebben gelezen (en zich niet beperken tot mijn blogs of mijn tweets) weten dat ik pleit voor een situatie waarin mannen en vrouwen precies even veel (lees: even  weinig) werken en allebei even veel tijd besteden aan het huishouden. Ik lees net zo graag een boek van een man als van een vrouw en mijn favoriete films van 2017 zijn voorlopig 20-th Century Women en Certain Women. Tegelijk denk ik dat vrouwen soms iets obsessiefs hebben als het gaat om economische zelfstandigheid of er - zoals uit bovenstaand citaat uit het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag blijkt - zelfs een heilige betekenis aan hechten. Even later zegt diezelfde vrouw zelfs dat "werk" en "ambitie" zaken zijn waar ze veel makkelijker invloed op kan uitoefenen dan op zoiets ongrijpbaars als de liefde.

In discussie zie je dat mensen zich vaak begraven in hun eigen gelijk, zich verstoppen in hun bubbel of zich verschansen binnen de scherp afgetekende grenzen van hun overtuigingen. Mijn ervaring is juist dat je veel meer leert en ook eerder vooruit komt, als je interessante vragen durft te stellen, buiten de lijntjes durft te kleuren en de tijd neemt om nieuwe informatie te laten bezinken. Zo schrijf ik in mijn nieuwe boek hoe mijn vrouw besloot om één dag meer te gaan werken. Vraag is of ze nu "geëmancipeerder" is dan toen ze nog maar anderhalve dag per week werkte. Of ben ik juist degene die het meest is veranderd doordat ik nu vaker kook, meer in het huishouden doe en bijna elke dag in de supermarkt kom?

Nog interessanter is de vraag wie het nu beter of zwaarder heeft: mijn vrouw die om zeven uur de deur uitgaat en pas om zes uur weer thuis is (en dan weliswaar meteen aan kan schuiven aan tafel) of de huisman die eerst eens rustig de krant gaat zitten lezen en vervolgens in zijn ochtendjas een blog tikt met een kop koffie erbij? Voor mij is het antwoord duidelijk, al weet ik nog steeds niet precies waarom die alleraardigste, bijna aristocratische Britse dame me na afloop van de avond haar visitekaartje in de hand drukte. Denkt ze echt dat ik met mijn uitgestreken gezicht bij uitstek geschikt ben om een moppentappende vlogger te worden of wilde ze alleen maar reclame maken voor haar YouTube-kanaal? Ik heb net een paar van haar bijdragen bekeken en me daarbij zo kostelijk geamuseerd dat ik voorlopig niets aan de huidige rolverdeling zou willen veranderen.








woensdag 30 augustus 2017

Moet je vakantie beschouwen als een belangrijke basisbehoefte?

Een van de belangrijkste vragen die je bij een basisinkomen moet zien te beantwoorden, is wat je nu precies moet beschouwen als basisbehoeften. Je kunt de precieze hoogte van een dergelijke uitkering namelijk alleen bepalen wanneer je eerst hebt vastgesteld welke kosten je daarmee probeert af te dekken. In mijn nieuwe boek (dat nu bij de drukker ligt en volgende week verschijnt), besteed ik twee hoofdstukken aan dit onderwerp. Want wat voeg je nog meer toe aan het lijstje met voeding, onderdak en kleding? Heb je recht op een auto? Heeft de krant gelijk met de kop op de voorpagina dat we echt niet meer zonder 5G kunnen? En hoe zit dat met vakanties? Volgens de Volkskrant van afgelopen zaterdag is dat niet minder dan 'een eerste levensbehoefte'.


Let wel, ik ga in dit blog geen lijstje aanleggen met harde voorwaarden en ik ga ook niet verklappen tot welke conclusies ik in mijn boek kom. Wel kun je op deze plek alvast vaststellen dat het nog niet zo simpel is om consensus te bereiken over de vraag wat je anno nu zou moeten verstaan onder 'basisbehoeften'. Ik heb deze maand tot op heden dertien films in de bioscoop gezien en dat had ik voor geen goud willen missen (als het vandaag niet zo hard had geregend waren het er zelfs vijftien geweest). Tegelijk zul je mij nooit horen zeggen dat ik niet zonder kan, want in 2015 ben ik nul keer naar de bioscoop geweest en dat heb ik ook overleefd. Sterker: dat ontdekte ik pas toen ik een stapel oude agenda's doorbladerde.

Het simpelste zou dus zijn om bij de berekening van een basisinkomen uit te gaan van échte basisbehoeften. Daarbij baseer je je op een gemiddelde huur en kijk je wat je volgens het NIBUD kwijt bent aan dagelijkse boodschappen, zorgpremie en energiekosten. Vervolgens stem je daar het bedrag op af, zodat niemand nog in echte armoede hoeft te leven maar tegelijk wel geprikkeld wordt om nog iets bij te verdienen (en dus ook belasting te betalen). Kleding is natuurlijk ook een basisbehoefte, maar je kunt een hele uitzending van De Monitor vullen met de vraag of je elk jaar een nieuwe winterjas nodig hebt of er minstens vijf jaar mee kunt doen.


Is vakantie een eerste levensbehoefte? Met andere woorden: moet er bovenop dat basisinkomen ook nog een soort vakantiegeld worden uitgekeerd,? Het is niet aan mij om dat te bepalen en het doet er zelfs helemaal niet toe wat ik daar precies van vind. Het aardige van een basisinkomen is juist dat iedereen vervolgens zelf kan en mag bepalen wat hij belangrijk vindt, waar hij waarde aan hecht, wat hij absoluut niet kan missen en waar hij extra voor wil werken. De één zal zich prima weten te redden zonder auto en zich daarbij helemaal happy voelen, terwijl de buurman er twee nodig heeft en ook nog een caravan heeft om te trekken.

Wat wel opmerkelijk is, is dat het artikel in de Volkskrant geschreven is door reisredacteur Noël van Bemmel (die volgens zijn Twitter-account zelfs chef reizen is van die krant). Vanuit die positie zal hij wellicht een tikje bevooroordeeld zijn, net zoals ik het als schrijver en lezer een gruwel vind om te bezuinigen op bibliotheken. Voor mij is lézen absoluut een eerste levensbehoefte, want ik heb elke dag last van leeshonger. Dat is echter iets puur persoonlijks, want op vakantie (sic) lees ik in twee weken tijd méér boeken dan veel mensen in twee jaar (of zelfs in hun hele leven). Mijn lijstje ziet er dus heel anders uit dan dat van mijn buurman of zelfs van mijn eigen vrouw.


Grappig genoeg heb ik vanmorgen op Twitter nog eens uitgerekend dat ik, als ik vijf jaar van een basisinkomen leef, in totaal kan genieten van 1825 vrije dagen. Dat is, uit de losse pols berekend, net zoveel als het aantal vakantiedagen waar een werknemer recht op heeft na 45 jaar. In plaats van vijf weken vakantie per jaar, heb ik elk jaar meer dan vijftig weken vakantie. Dat levert zoveel vrije tijd en vrijheid op dat ik het me kan veroorloven om elk jaar vijf werkweken door te brengen in de bioscoop. Tegelijk hoef ik ook niet meer op vakantie om de batterij op te laden, tot rust te komen of eindelijk eens wat boeken te kunnen lezen. Misschien heb ik nog steeds behoefte aan vakantie, maar het aantal redenen (en daarmee het rijtje voordelen) wordt in elk geval minder.

Met één passage in het artikel had ik echter wel wat moeite, want de chef reizen bestempelt bepaalde reizen als 'duurzaam', terwijl het om exotische bestemmingen gaat waar je zonder vliegtuig niet kunt komen. Duurzame vliegreizen bestaan niet. Echt duurzaam is een fietsvakantie met een tentje en als vertrekpunt je eigen voordeur. Duurzaam is thuisblijven en je vermaken in je eigen omgeving zonder ook maar één keer in de auto te stappen. Dat laat zien dat het woord 'basisbehoefte' net zo rekbaar is als het begrip 'duurzaam' en ook dat er onder dat mom nog een hoop onzin zal worden verkocht en een heleboel zal moeten worden gedebatteerd voordat een dergelijk stelsel er ooit komt.

maandag 21 augustus 2017

Over de achtergestelde positie van vrouwen in actiefilms

Voordat de film Atomic Blonde in roulatie ging, kreeg hoofdrolspeelster Charlize Theron ruimschoots de kans om te mopperen op het feit dat er maar zo weinig vrouwen te zien zijn in actiefilms. Geen enkele journalist sprak haar tegen, hoewel ik dit jaar al zó verschrikkelijk veel films heb gezien met krachtige vrouwen in de hoofdrol dat ik best durf te stellen dat vrouwen interessantere personages zijn. Om die reden is het tromgeroffel van Theron net zo gedateerd en achterhaald als het gedoe met Russische geheime agenten in deze film en dient haar betoog vooral om te verhullen dat alle hoogtepunten feitelijk al te zien waren in de trailer. Wil je daarentegen een écht feministische film zien, dan kun je veel beter naar het Braziliaanse drama Aquarius gaan kijken.


Als man mag je tegenwoordig niks meer zeggen over dit onderwerp (en kún je ook maar beter je mond houden om niet de halve wereldbevolking tegen je in het harnas te jagen), net zoals je je als witte vijftiger ook niet meer schijnt te mogen bemoeien met kwestie die betrekking hebben op racisme en slavernij. Van dat soort regeltjes trek ik me echter niks aan, want ik beschrijf slechts wat ik zie en wat me daarbij opvalt. Zo vond ik het gehamer op vrouwenemancipatie in relatie tot Atomic Blonde persoonlijk een beetje vermoeiend, nadat ik net al hele debatten had zitten lezen over de vraag of Wonder Woman wel of niet een feministische film is.

Wat dat betreft zit ik meer op één lijn met die ene regisseur waarvan ik even de naam kwijt ben, die opmerkte dat er maar twee soorten films zijn: goede en slechte. Bovendien heb ik dit jaar al méér actiefilms gezien met vrouwen in de hoofdrol dan omgekeerd, zodat ik me begin af te vragen of het niet allang een achterhaalde discussie is. Zelfs Dr. Who schijnt binnenkort door een vrouw gespeeld te gaan worden, dus je kunt dit nauwelijks nog een probleem noemen of zelfs maar een actueel onderwerp.


Waarom wordt er dan toch steeds maar op gehamerd? Voor een deel is het natuurlijk een egotrip: door te hameren op het feministische aspect van deze film, maakt Charlize Theron haar rol in de meest letterlijke zin veel belangrijker dan hij is. Bovendien dient hij deels om te verhullen dat het niet meer is dan een vermakelijke popcornfilm die na het zien van de trailer alleen maar kan tegenvallen (of er in elk geval nog maar weinig aan toevoegt). Los daarvan onderstreept Atomic Blonde onbedoeld dat er nooit een einde zal komen aan de vrouwenemancipatie zoals zij die nastreeft, omdat het tamelijk onwaarschijnlijk is dat een frêle poppetje als Theron in haar eentje in staat is om getrainde Russische krachtpatsers van 125 kilo te vloeren.

Bij Ghost in the Shell was dat geen probleem, omdat je wist dat je naar een vrouwelijke róbot zat te kijken, maar nu betrapte ik me er toch een beetje op dat ik eerst naar de dunne beentjes keek van deze actrice en vervolgens naar de dodelijke trappen die ze daarmee zogenaamd uitdeelde. Vanwege het overduidelijke verschil in fysieke kracht blijft dat toch een beetje wringen, net zoals je in Hollywood niet veel kans maakt met een script waarin je een vrouwelijke wielrenner de reguliere Tour de France laat winnen. Al schijn ik me daarmee op glad ijs te begeven, want als je tegen een vrouw zegt dat ze om 3 uur 's nachts niet moederziel alleen over straat moet gaan lopen heet dat niet langer oprecht bezorgd maar 'misogynist'.


Tenminste, dat begreep ik uit de film The Big Sick, hoewel die opmerking ook ironisch bedoeld kan zijn. Hij wordt alom geprezen en hier en daar zelfs de beste romantische komedie van 2017 genoemd, maar mij kostte het grote moeite om in het verhaal te komen. Dat heeft een paar redenen: als je 56 bent, kun je je nog maar moeilijk identificeren met twintigers die aan het daten zijn, want zelfs voor Friends was ik destijds al minstens tien jaar te oud. Bij deze film had ik dus meer met de (schoon)ouders van dit kersverse stel dan met de tortelduifjes zelf..

Verder vond ik hem veel minder grappig en scherp dan hij had kunnen zijn en veel minder arthouse dan aangekondigd. Los daarvan is acteur Kumal Nanjiani véél te oud - want 39 - om iemand te spelen die op een studentenkamer woont en nog moet worden uitgehuwelijkt. Ik weet best dat hij in deze film zichzelf speelt, maar ik blijf het lastig vinden om te kijken naar iemand van bijna 40 die iemand speelt van 25. Bovendien wordt volstrekt niet duidelijk, laat staan aannemelijk, waarom hij nou precies de voorkeur geeft aan Zoe Kazan boven al die beeldschone Pakistaanse meisjes waaraan zijn ouders hem proberen te koppelen.

The Big Sick gaat over interraciale kwesties, familie-eer en cultuurverschillen, maar het is óók een beetje een feministische film en een tijdsbeeld. Ik weet niet of alle jonge mannen in New York zo zijn als Kumal Nanjiani, maar ik vond hem zó'n ontzettende softie dat ik halverwege de film wel wilde uitschreeuwen of hij niet even met krokodillen kon gaan worstelen of zo. Het kan met zijn Pakistaanse achtergrond te maken hebben of met het hierboven al aangestipte generatieverschil, maar het kost me persoonlijk veel meer moeite om twee uur lang naar zo'n sul van een man te kijken dan naar een schietende en schoppende vrouw.


Wie een echt feministische film wil zien (lees: wie een echt goede film wil zien), kan beter naar het Braziliaanse, 2,5 uur durende Aquarius gaan kijken. Als Charlize Theron zich in Atomic Blonde uitkleedt voor de spiegel, worden haar borsten discreet buiten beeld gehouden. Dat laat zien dat het ontblote bovenlijf van een vrouw altijd een andere impact zal blijven houden dan dat van een man, hoeveel decennia van feminisme er vanaf nu ook nog zullen volgen. Iets heel anders gebeurt er - spoiler alert! - als de 66-jarige actrice Sonia Braga haar jurk uittrekt en daarbij zonder waarschuwing vooraf haar geamputeerde rechterborst aan de kijker laat zien.

Dat maakt van Aquarius een authentieke kijkervaring, ook al omdat Braga een vrouw speelt van haar eigen leeftijd. Vaak zie je dat personages van 90 worden uitgebeeld door kwieke zeventigers, maar zij smokkelt er nog geen maand bij. Ze heeft een eigen mening en een eigen wil, draagt haar zwartgeverfde haar op haar leeftijd nog gewoon lang en schaamt zich er niet voor als haar hartstocht zoveel jaar na de dood van haar man weer oplaait. We zien haar tongzoenen met een man van haar eigen leeftijd en we voelen de schaamte, de teleurstelling en de vernedering als hij haar even later afwijst vanwege haar borstprothese.

Hiermee vergeleken is het feministische tromgeroffel van Charlize Theron niet alleen overbodig, maar ook een beetje goedkoop en gratuit. Hier wordt, zonder heisa en zonder ophef, een vrouw van vlees en bloed op leeftijd getoond die niet met zich laat sollen, die voor zichzelf opkomt en balanceert op het slappe koord tussen technologische vooruitgang en fysieke achteruitgang. Wonder Woman was geen feministisch statement, maar gewoon een best wel vermakelijke superheldenfilm met een vrouw in de hoofdrol. Aquarius snijdt oneindig veel meer facetten aan van het vrouwzijn, maar gaat uiteindelijk gewoon over waardig ouder worden en een goed mens zijn.

maandag 14 augustus 2017

Hoe lang kun je als mens ongestraft roofbouw blijven plegen?

Het interessantste verhaal dat ik afgelopen weekend in de krant las, was een interview met Bas Hoogland in De Telegraaf. Ik weet dat er mensen zijn die met die krant nog niet eens hun billen zouden willen afvegen, maar ik kan wel verklappen dat ik net zo vaak iets interessants uitknip uit de Telegraaf als uit de Volkskrant. Voor een brede blik en een afgewogen oordeel moet je niet alleen buiten je eigen bubbel durven treden maar ook alles lezen wat op je pad komt. Het verhaal van Hoogland laat zien dat je als mens niet ongestraft roofbouw kunt plegen op je eigen lichaam, maar ook dat je op tijd het roer kunt omgooien. Grappig genoeg is hij net zo oud als ik, weegt hij precies net zoveel en heeft hij een vrouw met dezelfde voornaam als die van mij. 


Het interview zal vast en zeker ook wel online te vinden zijn, maar ik ben nog een ouderwetse krantenlezer. Dat is geen principekwestie en heeft meer te maken met het feit dat ik voor mijn 'werk' al vaak genoeg op een scherm zit te turen en daarom liever fysieke boeken lees en een papieren krant in mijn handen houd. Het is niet alleen een andere ervaring, maar ook een andere lichamelijke houding. Bovendien schaam ik me met terugwerkende kracht een beetje voor het blinde enthousiasme waarmee ik destijds de compact disc heb omarmd als ik nu langspeelplaten beluister en me elke keer weer verbaas over het kraakheldere, warme geluid. Het was absoluut een technologische innovatie, maar het werd deels met valse argumenten verkocht.

Hoe dan ook, ik las het interview met Hoogland (die ik natuurlijk al kende en al tijden volg op Twitter) op het moment dat we thuis net een serieus gesprek hadden gehad over een onderwerp dat al onze generatiegenoten aangaat. Tussen je vijftigste en je zestigste loop je het gevaar dat je de gevolgen ondervindt van alle ongezonde (financiële) beslissingen die je eerder in je leven hebt genomen. Je kunt straffeloos dertig jaar lang een pakje per dag roken tot je van de dokter ineens een onherroepelijke diagnose krijgt. Op dezelfde manier kun je er ook voor kiezen om niks te sparen en niets af te lossen tot je je baan kwijt raakt of beseft dat het nog wel érg lang duurt voordat je officieel met pensioen mag.


Let wel, het gaat me daarbij niet om de schuldvraag, want gezondheid is grotendeels een kwestie van genen en geluk. Wat je echter wel duidelijk ziet, is dat je op deze leeftijd wordt afgerekend op verkeerde beslissingen die je in het verleden hebt gemaakt en de rekening krijgt gepresenteerd voor oude gewoonten en ongezond gedrag. In Hypotheekvrij! schreef ik al dat aflossen van alles te maken heeft met afvallen, maar het verband gaat nog veel verder. Het is niet voor niets dat gesproken wordt over een 'gezonde financiële huishouding'. Omgekeerd heb ik ook nadrukkelijk geschreven dat een hypotheekvrij huis geen garantie biedt voor een onbezorgd leven, want het betekent alleen maar dat je goedkoop woont en niet snel je huis meer kunt worden uitgezet.

Voor Bas Hoogland kwam de ommekeer toen hij een paar jaar geleden getroffen werd door een hartaanval, gedotterd moest worden en de diagnose diabetes kreeg. Hij besloot zijn drukke baan op te zeggen, viel bijna vijfentwintig kilo af en runt nu op zijn 56ste een B&B op een idyllische plek in Zuid-Limburg. Wat mij betreft valt dat ruimschoots binnen de definitie van een "plakbandpensioen", waarmee maar weer eens is aangetoond dat je dat begrip zo ruim kunt nemen als je zelf wil. Hoogland gooide op tijd het roer om, maar nog beter is het natuurlijk om de bakens te verzetten op het moment dat je nog helemaal gezond bent. Zelf had ik op het laatst bijna een burn-out en daar herstel je nooit meer volledig van.


Stress ken ik niet meer want mijn agenda is heerlijk leeg, al geef ik zelf de voorkeur aan de grap dat ik mijn leven tegenwoordig laat regeren door de bioscoopagenda. Op dinsdag zit ik meestal al te puzzelen naar welke film ik vrijdag zal gaan en steeds vaker besluit ik om er meteen maar drie achter elkaar te gaan zien. Groter kan het contrast met een gewone werkdag niet zijn, want ik ken niemand die liever van 9 tot 5 op kantoor zit dan van kwart over 10 tot kwart over 4 in de bioscoop. Bovenstaand schema zorgde overigens nog wel voor enige haast, want ik moest met 25 km/u door Rotterdam sjezen om op tijd te zijn voor de tweede film en zat letterlijk één minuut voor aanvangstijd hijgend in de zaal.

Pas vanmorgen besefte ik dat je de vergelijking die ik hierboven maak nog veel breder kunt trekken en dat is geen prettige gedachte. Net zolang je als mens decennia lang elke dag een fles wijn kunt leegdrinken tot je opeens de rekening krijgt gepresenteerd, zo bestaat ook de kans dat we als mensheid alle waarschuwingssignalen blijven negeren die de natuur ons geeft tot we op een dag geconfronteerd worden met de gevolgen van een op hol geslagen broeikaseffect. Zelf denk ik dat het zo zal gaan: dat we stiekem wel weten dat wat we met z'n allen doen niet goed en gezond is, maar pas werkelijk tot inkeer komen als het veel te laat is en we middenin een rampenfilm zitten zonder superhelden en zonder happy end.

maandag 7 augustus 2017

Vakantie is in zekere zin een overdosis nietsdoen

Schreef ik in mijn vorige blog dat ik voor het eerst in jaren weer eens vijf dagen had gekampeerd, ruim een week later was het tijd voor onze échte zomervakantie. Zoals bekend hoeft die in mijn geval maar aan twee criteria te voldoen: niet te duur en niet te ver weg. Het weer is een beetje een risicofactor als je zo redeneert, maar deze keer hadden we geluk. Na een wat wisselvallige eerste week in het Zwarte Woud was het zeven dagen lang zulk lekker weer dat ik elke dag kon beginnen met een goed boek op een ligstoel in de schaduw van een fruitboom. Dat was op zich natuurlijk heerlijk, maar op een gegeven moment snakte ik ernaar om eindelijk weer eens iets nuttigs te gaan doen. Zo blijf ik ambivalente gevoelens koesteren richting het onderwerp "vakantie" en kan ik alleen maar vaststellen dat mijn leven in Nederland veel meer in balans is.


Natuurlijk is het lastig uit te leggen aan mensen die op zaterdagavond thuiskomen en op maandag weer op kantoor verwacht worden, maar stiekem ben ik altijd blij dat ik weer thuis ben. Dat heeft niets te maken met heimwee of een soort vakantiefobie, maar alles met het feit dat vakantie in veel opzichten teveel van het goede biedt. Zo heb ik de afgelopen veertien dagen zoveel achter het stuur gezeten, dat ik me heb voorgenomen om de komende twee weken geen meter meer auto te rijden en alles met de fiets te doen.

Gek genoeg moet ik tot vervelens toe aan mensen uitleggen waarom ik er niet meer over peins om ooit nog 1400 kilometer naar Toscane te rijden, zelfs niet als ik de heenreis in drie behapbare stukken zou hakken. Ik vond ons appartement in het Zwarte Woud al ver genoeg en weet bij voorbaat dat ik niet twee keer zoveel ga genieten van mijn vakantie als ik twee keer zo ver rijd. Bovendien schrik ik een beetje terug van de bijna Afrikaanse temperaturen in dat deel van Europa, want ik gedij beter bij 23 graden dan bij de 41 graden die onlangs in Rome werden gemeten.


Natuurlijk is het ook mooi in Umbrië, in Kroatië of in de Auvergne, maar ik was oprecht verrast door de schoonheid van het landschap in het Zwarte Woud. Bij beide appartementen hadden we een prachtig uitzicht vanaf onze ligstoel en op het tweede adres was het zelfs zo rustig dat je 's nachts door het open raam geen enkel geluid hoorde.We bezochten een paar musea (waaronder het Phonomusem in St. Georgen dat geheel gewijd is aan de historie van de platenspeler), gingen geregeld naar het zwembad, hebben lange wandeltochten gemaakt en door schilderachtige stadjes geslenterd.

Tussendoor had ik tijd genoeg om zoveel boeken te lezen dat ik zelfs voortijdig door mijn voorraad heen was en een greep moest doen in het stapeltje Engelse boeken dat mijn oudste zoon voor de gelegenheid had meegenomen. Zo las ik The Sense of an Ending van Julian Barnes (terwijl ik nog steeds de gelijknamige film niet heb gezien) en begon ik op de laatste dag in Paper Towns van John Green, hoewel ik dat niet heb uitgelezen en inmiddels heb omgeruild voor het huiveringwekkende Room van Emma Donoghue.


Voor een leesmonster als ik is het natuurlijk heerlijk om gemiddeld één boek te lezen per anderhalve dag, maar toch ligt verzadiging op de loer. Na veertien dagen moest ik vaststellen dat vakantie vooral een overdosis is: van nietsdoen, van kilometers achter het stuur, van boeken lezen, van pizza's in een restaurant en van lekker broodjes bij de koffie. Dat klinkt natuurlijk niet echt als een straf (en dat is het ook niet), maar ik voelde me na afloop toch een beetje een badmeester die tijdens zijn all-in vakantie de hele dag naast het zwembad heeft gelegen. Anders gezegd: mijn leven is de laatste jaren zó in balans, dat de balans in de vakantie juist een beetje zoek is.

Na twee weken wilde ik dus maar wat graag weer eens iets nuttigs doen (al is het maar de dakrand verven of de hordeur repareren), terwijl ik ook wel weer eens naar de bioscoop wilde of lekker een eind wilde fietsen. Toen ik nog in loondienst was, snakte ik naar rust en was ik maar wat graag bereid om daarvoor vijftien uur achter elkaar achter het stuur te kruipen. Tegenwoordig pak ik op de laatste dag van de vakantie fluitend mijn koffer in om thuis weer de draad om te pakken en troost ik me met de gedachte dat de eerstvolgende buitenlandse reis nog minsten negen maanden op zich laat wachten.

zaterdag 15 juli 2017

Staycation? Ik ben dit jaar al in Zuid-Limburg geweest én in Zuid-Afrika

Mijn boektitels zetten sommige mensen op het verkeerde been. Zo gaan bijna alle journalisten die me thuis komen interviewen er voetstoots vanuit dat ik allang hypotheekvrij ben, terwijl we in werkelijkheid nog een piepkleine woningschuld hebben van 44.000 euro die in maart 2020 afloopt. Je hoeft ook maar één keer een zomervakantie over te slaan en op Twitter twee keer de hashtag #staycation te gebruiken of mensen verkeren in de veronderstelling dat je er in de zomermaanden nóóit meer op uittrekt. Dat laatste is in elke geval niet waar, want we zijn nog maar net terug van een vijfdaagse kampeervakantie in Zuid-Limburg.


Ook tijdens deze kampeertrip moest ik het weer uitleggen. Want hoe kan ik nou eigenlijk zeggen dat ik met plakbandpensioen ben, terwijl ik één column per week schrijf en één boek per jaar (en het nu zelfs zo druk heb met het redigeren van mijn nieuwste pennevrucht dat ik amper tijd heb voor een bezoek aan de bioscoop)? Veel mensen hanteren nog steeds een verkeerde of verouderde definitie van het woord "pensioen", zeker als het gaat om het soort vroegpensioen waar ik voor gekozen heb. Grootste verschil met vroeger (lees: voor 1 mei 2016) is dat ik niets meer voor het geld doe en dus alleen nog kies voor dingen die ik leuk of zinvol vind. Je hoeft als vroeggepensioneerde niet op je handen te gaan zitten, maar je moet ook niks meer.

Belangrijkste regel is en blijft dat er geen regels zijn. Zo hadden we al jaren niet meer gekampeerd (behalve in onze eigen achtertuin) tot we werden uitgenodigd voor een familieweekend op een camping in Zuid-Limburg. Dus haalden we het lichtgewicht,katoenen trekkerstentje tevoorschijn dat we voor het laatst in de vorige eeuw hadden gebruikt en de iets grotere Vendex-tent die ook minstens vijftig jaar oud moet zijn. Het zorgde voor veel hilariteit op de camping, maar het laat zien dat je het begrip duurzaam net zo kunt oprekken als je zelf wil. Bovendien beschouw ik dit persoonlijk nog steeds als écht kamperen, al hoef je met een camper natuurlijk nooit een natte tent in te pakken.


Dat moesten wij afgelopen woensdag wél, zodat we ze ze thuis allebei nog een keer hebben opgezet om ze goed te laten drogen. De kans bestaat dat ze straks namelijk weer voor tien jaar in de kast verdwijnen (hoewel het ons zo goed beviel dat het naar meer smaakte dus je weet maar nooit). Er slaapt niemand in, maar toch hoef je maar een paar tenten her en der in de tuin neer te zetten om een permanent vakantiegevoel te hebben. Dat laat zien hoe simpel je je geest op het verkeerde been kunt zetten en hoe flexibel je brein is (en dat verklaart ook hoe het mogelijk is dat ik elk jaar een boek produceer zonder dat ik het gevoel heb ook maar één seconde te werken).

Als enige familielid had ik mijn smartphone (lees: een afgedankte iPhone 4 van mijn oudste zoon) thuisgelaten zodat ik tussen de bedrijven door bijna een heel boek heb uitgelezen. Voor vertrek had ik Koorts van Deon Meyer al verslonden en voor deze trip had ik Proteus uit de bieb gehaald. Dat is een al wat ouder boek van hem dat eerder is verschenen onder een andere titel bij een andere uitgever, maar dat na zijn doorbraak opnieuw is uitgebracht. Dankzij dat boek was ik die vijf dagen niet alleen in Zuid-Limburg, maar zat ik in zekere zin ook op een snelle motorfiets in Zuid-Afrika terwijl er met helikopters en commando's op me werd gejaagd. Zo duurden die vijf dagen gevoelsmatig niet alleen twee keer zo lang, maar ben ik ook in dubbel opzicht even helemaal weg geweest.


Natuurlijk was deze vakantie niet alleen maar leuk en grappig, want mijn luchtbed moest elke avond opnieuw worden opgepompt en de heenreis duurde door alle files zo lang dat ik aankondigde na thuiskomst mijn auto in de brand te steken en nooit meer één kilometer gemotoriseerd af te leggen. Dat trauma (3,5 uur reistijd ipv 2 uur) was echter snel vergeten, maar qua bioscoopbezoek had ik door dat verblijf op de camping wel een achterstand opgelopen. Dus besloot ik gisteren de schade in te halen door meteen maar drie films achter elkaar te bekijken. Zo bracht ik bijna een hele werkdag (de eerste begon om 10.15 uur en de laatste was precies om 5 uur afgelopen) door in de bioscoop en had ik onder lunchtijd precies genoeg tijd over voor een bakje boerenpatat van Bram's Gourmet Frites.

Het was nog een heel gepuzzel om die films op elkaar te laten aansluiten, met als gevolg dat ik twee keer de Erasmusbrug over moest, maar het was tegelijk een heel leerzaam experiment. Het waren drie heel leuke films, maar eenmaal thuis had ik toch het knagende gevoel dat ik een dag had gemist. Heel mooi weer was het niet, maar ik had wel de hele tijd binnen gezeten. Vraag is dus of ik dit nog een keer ga doen (hoewel het ook best een aardig experiment zou zijn om er vijf of zes achter elkaar te zien), maar de vraag is vooral of je dat frustrerende gevoel niet hebt, of zou moeten hebben, na élke werkdag.


Feit is dat ik deze druilerige en winderige vrijdag in het centrum van Rotterdam heb doorgebracht, terwijl ik met mijn hoofd in zonniger streken vertoefde. Niet geheel toevallig had ik namelijk drie Franse films bij elkaar gezocht die overigens niet veel meer met elkaar gemeen hadden dan de taal. Louise en Hiver was een verstilde, prentenboek-achtige animatiefilm (soort kruising tussen Die Wand en The Snowman), terwijl Rock 'n Roll een veel grappigere comedy was dan ik op basis van de recensies had verwacht en Retour en Bourgogne inderdaad een voortkabbelende film waarin je je heerlijk kunt vergapen aan die prachtige wijnstreek.

Pas later bedacht ik - of besefte ik - dat deze lukraak bij elkaar gekozen films behalve het land van herkomst nóg een rode draad hadden. Op hun eigen manier gingen ze allemaal over ouder worden, over vergankelijkheid, over familierelaties, over herinneringen die we koesteren en over de keuzes die we allemaal maken in een mensenleven. Aan dat thema zou je een compleet blog kunnen wijden, maar nu was het meer een onverwachte bonus aan het einde van een welbestede vrije vrijdag die onderstreept dat je elke dag maar op één manier kunt doorbrengen maar dat er altijd ruimte is voor verdieping en verrassingen en voor subtekst en symboliek.