Zoeken

woensdag 6 december 2017

Is die hoge hypotheekschuld misschien ook een beetje je eigen schuld?

Afgelopen week kwam mijn jongste zoon op een dag thuis van zijn grafische opleiding met de opdracht om de loonkloof in Nederland te vergelijken met de situatie in een van de ons omringende landen. Best een pittige klus, temeer omdat hij aan de les meteen ook een vertekend beeld had overgehouden. Zo moest ik hem bijvoorbeeld vertellen dat de salarisverschillen tussen M/V die in de statistieken steeds weer opduiken, natuurlijk niet betekenen dat een startende lerares in het onderwijs minder verdient dan een leraar met precies dezelfde opleiding en ervaring. Niks ten nadele van zijn opleiding verder, want hij monteerde na drie weken al een filmpje dat zó op televisie zou kunnen. Toch denk ik dat onderwijs meer gericht zou moeten zijn op het opleiden van kritische studenten dan op het klakkeloos en kritiekloos oplepelen van clichés. Daar heb  je later immers ook wat aan tijdens je eerste gesprek met een hypotheekadviseur.

Gisteren las ik een interessant opiniestuk van trendwatcher Adjiedj Bakas over de slachtoffercultuur die ten grondslag ligt aan zowel de zwartepietendiscussie als de #metoo-hype. Je hoeft het niet met hem eens te zijn, zolang je maar de moeite neemt om het hele stuk uit te lezen en even te laten bezinken. Bakas slaat met zijn analyses en voorspellingen wel eens de plank mis, maar het is niet zomaar zo dat ik in mijn boeken op verschillende plaatsen naar hem verwijs. Zijn verhaal sluit ook naadloos aan op het interview met 'opiniemaker' Marianne Zwagerman in De Volkskrant van vandaag.

Wat de twee met elkaar gemeen hebben, is dat ze afstand nemen van de heersende gedachte dat er in Nederland groepen zijn die structureel achtergesteld worden. Ze hebben óók met elkaar gemeen dat ze allebei succesvol zijn, niet snel bij de pakken neerzitten en van aanpakken houden. Het stempel 'rechts' ligt dan al snel op de loer, maar mensen die mijn boeken kennen weten dat ik me daar niet snel door laat afschrikken. Sinds Hypotheekvrij! probeer ik juist te laten zien dat je als burger vooral zélf moet blijven nadenken en ook dat je je bij alles moet afvragen of het klopt en of je het misschien ook van een heel andere kant kunt bekijken.


Zo kwam ik al snel tot de conclusie dat het vooral de banken zélf zijn die maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Als huizenbezitter krijg je weliswaar een deel van de betaalde rente terug, maar de geldverstrekker ontvangt gedurende de gehele looptijd (en bij een aflossingsvrije hypotheek loopt die soms door tot je dood) het volle pond. Sindsdien ga ik door het leven met in mijn hand een soort 'bullshit-detector' die zin van onzin probeert te scheiden en die vaak veel bruikbaarder blijkt dan het zo populaire fact checken. Met die benadering open ik mensen soms de ogen, maar schop ik ook wel eens tegen schenen. Anders gezegd: je kunt niet iets zinnigs schrijven over de huizenmarkt zonder heilige huisjes omver te schoppen.

Dat maakt dat ik lastig in te delen ben voor vriend en vijand. Zo pleit ik in mijn boeken voor een oud feministisch ideaal waarbij mannen en vrouwen allebei even veel werken (lees: weinig) en daarnaast even veel tijd besteden aan huishouden en opvoeding. Na het schrijven van dit blog ga ik dan ook eerst mijn overhemden strijken en daarna boodschappen doen voor het avondeten. Tegelijk slaak ik een héél diepe zucht als ik in De Volkskrant lees dat zelfs gedragseconoom Henriëtte Prast tegenwoordig van mening is dat vrouwelijk en mannelijk gedrag niet is aangeboren maar aangeléérd. Dat is een populair standpunt, maar al tijdens mijn studietijd (circa 1980) leek me dat grote onzin. De waarheid ligt eerder ergens in het midden, zoals onlangs in de wetenschapsbijlage van diezelfde krant te lezen viel.


Veel interessanter is de vraag waarom dit soort kwesties zo hardnekkig zijn dat ze over honderd jaar waarschijnlijk nog steeds op de agenda staan. Bakas wijt dat deels aan de behoefte aan aandacht en subsidie: waar een 'probleem' is, staat immers altijd wel ergens een geldpotje klaar. Zelf denk ik dat het vooral heel menselijk en verleidelijk is om de oorzaken van foute beslissingen en eigen falen buiten jezelf te zoeken. Wanneer je ervan overtuigd bent het slachtoffer te zijn van structureel racisme of een onderdrukkend patriarchaat, zie je niet alleen in alles een bevestiging van je eigen gelijk maar kun je het ook aan het systeem of de maatschappij wijten als je achterop raakt, uitvalt of worstelt met tegenstrijdige gevoelens. Heel typerend is bovenstaand bericht van een jonge vrouw die de tabaksindustrie de schuld geeft van haar rookverslaving en daarom aangifte heeft gedaan van 'zware mishandeling'.

Zij begon op haar veertiende met roken tijdens een schoolfeest en kwam er vervolgens pas 'jaren later' achter dat je daar longkanker van kan krijgen. Je kunt ook zeggen dat ze bezweken is onder groepsdruk en wel heel erg met andere zaken bezig moet zijn geweest om niet te weten dat roken ongezond is. Als kattebelletje aan mezelf had ik boven het bewuste artikel met pen geschreven: 'slachtoffer of slappeling?' Een beetje kort door de bocht misschien, maar dat maakt wel meteen duidelijk dat ik vind dat je als mens in de eerste plaats zelf verantwoordelijk bent voor je eigen handelen. Dat geldt dus net zo goed wanneer je ooit uit overmoed een veel te hoge hypotheek hebt afgesloten om je pas jaren later eens goed te gaan verdiepen in de kleine lettertjes.

dinsdag 28 november 2017

Wie had een halfjaar geleden ooit van de Wet Hillen gehoord?

Natuurlijk kan de Eerste Kamer nog dwars gaan liggen, maar de kans is groot dat de in 2005 aangenomen Wet Hillen sneuvelt. Dat is jammer voor mensen met een hypotheekvrij huis - of mensen die hard op weg zijn naar een hypotheekvrij leven - vandaar dat deze maatregel in de wandelgangen al een 'aflosboete' is gaan heten. Het voornemen om deze wet te schrappen heeft de naamsbekendheid alvast wel vergroot, want ik ben erg benieuwd wat de uitkomst zou zijn geweest als je twaalf maanden geleden de straat op was gegaan met de vraag of mensen wel eens van de Wet Hillen hadden gehoord. Zelfs in mijn boek Hypotheekvrij! wordt er niet één keer naar verwezen.


Natuurlijk kun je dat zien als een gemis, want hoe kun je nu een boek schrijven over het (versneld) aflossen van je hypotheek, zonder even stil te staan bij het feit dat de bijtelling van het eigenwoningforfait komt te vervallen bij het wegstrepen van de schuld? Dat is geen onbelangrijk detail, maar in het totaalplaatje is het gerommel in de marge. Anders gezegd: ik ben in 2008 niet versneld gaan aflossen vanwege de Wet Hillen die drie jaar eerder van kracht werd, maar om heel andere redenen. Dat laat meteen ook zien dat ik precies dezelfde keuze had gemaakt als die wet niet bestond of als ik toen al had geweten dat hij alweer zou worden afgeschaft voordat ik zelf écht helemaal hypotheekvrij was.

In 2008 (en ook toen het het boek verscheen in het voorjaar van 2012) ging de discussie over heel andere zaken. Je kunt het je nu nog amper nog voorstellen, maar zelfs het feit dat je uit eigen beweging aan het aflossen was op je aflossingsvrije hypotheek zorgde op verjaardagen al voor verhitte debatten. Van alle kanten kreeg ik te horen dat je 'maximaal moest profiteren van de hypotheekrenteaftrek'. Verder verkeerden veel mensen in de veronderstelling dat je vermogensbelasting moest gaan betalen bij een hypotheekvrij huis en dat je altijd een boete kreeg als je eerder afloste. Ik zou zelfs heel snel blut zijn geweest als ik een ijsje had moeten kopen voor iedereen die serieus dacht dat je met een aflossingsvrije hypotheek tussendoor nooit iets af hoefde te lossen om na dertig jaar toch van je schuld verlost te zijn.


Sinds 2012 zijn van mijn hand zes boeken verschenen, maar de Wet Hillen wordt in al die boeken slechts één keer genoemd. Je kunt dus vijf boeken van mij hebben gelezen, zonder dat je die term bent tegengekomen en compleet verrast zijn door de plannen van dit kabinet. Weliswaar voorspel ik al in 2013 dat deze wet ooit zal sneuvelen, maar ironisch genoeg staat die passage in het boek waarvan ik tot op heden de minste exemplaren heb verkocht. Alleen de echte die-hards die Helemaal Vrij! in de kast hebben staan, hebben bovenstaande alinea gelezen - al kan het net zo goed dat ze er destijds straal overheen hebben gelezen of het allang weer vergeten zijn. Zelf herinnerde ik me het ook pas weer toen iemand het op Twitter aanhaalde.

Op verjaardagen is 'aflossen' opnieuw onderwerp van gesprek, al moet ik me opeens verdedigen tegen heel andere argumenten. Zo denken mensen nu vaak dat aflossen ineens geen zin meer heeft, tot ik ze voorreken dat ik momenteel nog 480 euro bruto per maand aan hypotheekrente en premies betaal, terwijl ik straks - en dan ook pas als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd - ongeveer hetzelfde bedrag kwijt ben per jáár. Een beetje kort door de bocht genomen profiteer ik straks dus elf maanden per jaar van mijn hypotheekvrije huis, terwijl ik alleen in december last heb van de overijver van dit nieuwe kabinet. Straks moet ik inderdaad méér belasting gaan betalen, maar het is maandelijks nog altijd minder dan ik nu kwijt ben aan mijn internetabonnement.


Dat neemt niet weg dat de argumentatie van dit kabinet om de regeling af te schaffen aan alle kanten rammelt. De Wet Hillen is in 2005 ingevoerd om het aflossen van de hypotheek extra te belonen en te stimuleren. Als er toen daadwerkelijk iemand in Nederland is begonnen met extra aflossen vanwege dit bijkomende voordeel, is hij daar nu waarschijnlijk net mee klaar. Dan is het natuurlijk zuur - om niet te zeggen: lullig - als er een streep door die regeling gaat. Wie versneld aflost bespáárt de overheid al een heleboel geld doordat er steeds minder recht is op hypotheekrenteaftrek. Die aflosboete komt daar straks nog eens bovenop als extra voordeeltje voor vadertje staat.

Iedereen die boos is over die 'aflosboete' moet zich ook maar eens afvragen waaróm hij nou precies zo boos is. Omdat hij straks (iets) duurder uit is met zijn hypotheekvrije huis? Of omdat hij zo dom is geweest om te stemmen op een van de partijen waaruit dit kabinet bestaat? Ik kan niet alleen zeggen dat ik iedereen met een eigen huis al in 2013 heb gewezen op de mogelijkheid dat de Wet Hillen wordt geschrapt (net zoals ik durf te wedden dat het eigen huis naar Box 3 verhuist voordat ik recht heb op AOW), ik kan ook met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik eerder dit jaar heb gestemd op een oppositiepartij in de Tweede Kamer en dus ook in die zin op geen enkele manier verantwoordelijk ben voor deze maatregel.

dinsdag 21 november 2017

Lijdt de hele westerse wereld aan hypochondrie?

Als schrijver bevind ik me sinds afgelopen weekend in een onmogelijke spagaat. In mijn laatste boek schrijf ik dat ik best kan leven met die bontgekleurde Pieten uit Het Sinterklaasjournaal van vorig jaar die eruitzagen alsof ze tegen een nat schilderij van Karel Appel hadden geleund. Tegelijk kreeg ik nooit eerder zó verschrikkelijk veel likes en retweets op Twitter als toen ik een nostalgische foto postte van de aankomst van de goedheiligman in mijn eigen woonplaats (waar de Zwarte Pieten nog gewoon pikzwart zijn, compleet met krulhaar en oorringen). Zo bevind ik me opeens middenin een discussie die steeds heviger wordt en die tegelijk genadeloos laat zien dat de echte problemen blijkbaar allemaal op zijn.


Laat ik voor alle duidelijkheid eerst maar even zeggen waar ik precies sta, niet zozeer in deze discussie maar vooral in het leven. Sinds ik geen last meer heb van stress en in principe niet meer hoef te werken, reageer ik overal zo laconiek op dat ik in Leven van de lucht schrijf dat ik 'me net zo snel boos maak als een Boeddhabeeld van Intratuin op de vensterbank'. Dat heeft natuurlijk deels met mijn leeftijd te maken, maar ook met het simpele feit dat je je nergens meer druk om hoeft te maken als je je hypotheek bijna hebt afgelost en niet bang meer hoeft te zijn om je baan kwijt te raken. Tegelijk besef ik maar al te goed dat het een voorrecht is om in dit veilige en welvarende land te wonen (al zullen sommige mensen dan natuurlijk meteen beginnen te roepen dat ik alleen maar van de zegeningen van dit land profiteer omdat ik een witte man ben).

Wat dat betreft sluit ik me aan bij columnist Jeffrey Wijnberg die natuurlijk voor de verkeerde krant schrijft, maar die tegelijk elke week feilloos alle mechanismes binnen menselijke relatie weet te ontrafelen en te fileren. Gisteren schreef hij dat in deze tijden van voorspoed eigenlijk niemand echt reden heeft tot klagen, wat een weinig populair standpunt is want we dreigen langzaam een overgevoelig en hypercorrect land te worden waarin elk pseudoprobleem tot enorme proporties wordt opgeblazen. Bij hypochondrie is een verdacht plekje op de huid meteen een dodelijk melanoom en duidt elk kuchje op het allerergste. Datzelfde geldt voor heel veel 'misstanden' die in deze maatschappij aan de kaak worden gesteld, want een hand op de knie heet dan al snel seksuele intimidatie en het schrappen van een wet die niemand kent een aflosboete.


Nu hoef je als bevolking natuurlijk niet zomaar alles te pikken, want de Groningers hebben groot gelijk met hun protesten tegen de ongebreidelde gaswinning. Er is echter sprake van een trend waar ik me pas goed van bewust werd toen ik onlangs een opiniestuk las over de inflatie van het begrip 'holocaust'. Je kunt volgens mij best een vegetariër zijn en fel tegenstander zijn van varkensflats en andere misstanden in de vleesverwerkende industrie zonder daarbij te pas en te onpas het woord 'genocide' te gebruiken. Op dezelfde manier kun je vragen stellen bij het blokkeren van de snelweg richting Dokkum, zonder in een opiniestuk tot driemaal toe te spreken over een 'levensgevaarlijke situatie'.

Op Facebook kwam ik een artikel tegen uit Vrij Nederland van een jonge vrouw die in een van de bussen zat op weg naar de intocht in Dokkum. Toen ik het las, vroeg ik me eerst af of dit soms een persiflage was van De Speld of een gevalletje nepnieuws, want niet alleen is het tegenwoordig lastig om feit van fictie te scheiden ook de grens tussen ernst en parodie is vaak flinterdun. Zo kan ik niet goed meer naar Freek Vonk kijken zonder aan Lucky TV te denken, zelfs niet als hij serieus zijn best doet om de jeugd te enthousiasmeren voor de natuur. Tegelijk zou dit specifieke stuk wel eens heel  bruikbaar kunnen zijn voor toekomstige wetenschappers om de toenemende hysterie in de westerse samenleving mee te verklaren.


Natuurlijk zullen er wel weer genoeg mensen boos worden door de strekking van dit blog of zich gekwetst voelen, maar dat is nu juist het probleem. Ik kan niet uit de voeten met mensen die al bang zijn dat ze gaan huilen bij het horen van boze leuzen en ik kan dat soort zinnen ook niet lezen zonder aan de uit de hand gelopen #MeToo-discussie te denken. Zo las ik dat Sylvester Stallone beschuldigd wordt van seksueel misbruik van een 16-jarige, maar ik las in datzelfde stuk ook dat het slachtoffer zich gedwongen 'voelde' om seks met hem te hebben en geen aangifte durfde te doen omdat ze zich vernederd 'voelde'. Als weldenkende mens vind ik dat misbruik en dwang uit den boze zijn, maar ik kan het niet helpen dat mijn oog daarop valt. Want het is dus net zo goed mogelijk dat ze zich in eerste instantie vereerd 'voelde' door de aandacht van de filmster en zich misschien zelfs opgewonden 'voelde', terwijl ze zich na afloop vies 'voelde' of teleurgesteld en misbruikt.

Welke conclusies je aan dit alles (en dus niet alleen aan de zin hierboven) moet verbinden, weet ik op dit moment nog niet, zeker niet als je dat nog iets breder wil trekken naar de hele westerse wereld. Wel is het duidelijk dat persoonlijke gevoelens steeds belangrijker worden in het maatschappelijk debat met overgevoeligheid als onvermijdelijk gevolg. Bij onderwerpen als feminisme en racisme zie je ook - en dat vind ik vooral interessant als politicoloog - dat de echt serieuze problemen eigenlijk op beginnen te raken. Dat geldt overigens ook voor de Wet Hillen die deze week in de Tweede Kamer wordt besproken. Je kunt je daar vreselijk over opwinden en boos beginnen te roepen over een 'aflosboete', maar je kunt het ook relativeren en proberen er de redelijkheid van in te zien. Helaas zijn dat besmette woorden geworden in een wereld waarin alles per definitie een ramp is en elke misstand bij voorbaat wordt ervaren als een grote vorm van persoonlijk onrecht.

woensdag 15 november 2017

Krijgen werkloze 55-plussers als eerste een basisinkomen?

Gisteren bood Antoinette Hertsenberg aan de Tweede Kamer een petitie aan waarin gepleit wordt voor de invoering van een soort basisinkomen voor werkloze 55-plussers. Dat voorstel sluit naadloos aan op wat ik over dat onderwerp schrijf in mijn boek Leven van de lucht en in mijn column in de editie van Radar+ die nu in de winkel ligt. Tegelijk hoef je helemaal niet zoveel overhoop te halen om het leven van oudere werklozen eenvoudiger en draaglijker te maken. Zo zou je ook kunnen besluiten om deze groep voortaan vrij te stellen van sollicitatieplicht en allerhande zinloze cursussen. Geen gek idee, want een werkzoekende van 60 heeft bijna evenveel kans op een baan als een blinde die graag cameraman zou willen worden.


In deze hele discussie neem ik een beetje een merkwaardige positie in, omdat die petitie in zekere zin helemaal op mij van toepassing is maar tegelijk ook helemaal niet. Je kunt mij kwalificeren als een werkloze 55-plusser omdat ik na 25 jaar in loondienst te zijn geweest geen vaste baan meer heb en mijn dagen vul met het schrijven van columns en het uitruimen van de vaatwasser. Ik voldoe ook aan het clichébeeld van de oudere werkloze die zich na een hele reeks vergeefse sollicitaties 'dan maar' inschrijft als ZZP'er en een poging waagt als eenpitter. Als schrijver heb ik een KvK-nummer en tel ik mee ik als ondernemer, hoewel ik in mijn boek al aangeef dat ik helemaal niet zo ondernemend ben en ook niets gemeen heb met mijn buurman die als zelfstandig ondernemer aanbouwen plaatst en huizen bouwt.

Oppervlakkig gezien kun je mij dus beschouwen als een over de rand gevallen vijftigplusser die nergens meer aan de bak komt en er dus maar het beste van probeert te maken. In werkelijkheid ben ik een schrijver die vijfentwintig jaar lang genoegen heeft moeten nemen met een surrogaatbaan en nu eindelijk kan doen wat hij het liefst wil. Vermoedelijk wordt de periode tussen mijn 55ste en mijn 60ste de enige waarin ik min of meer kan rondkomen als fulltime schrijver, of in elk geval niets anders meer hoef te doen naast het schrijven van boeken en columns. In zekere zin heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt, ware het niet dat ik denk dat je je als schrijver gebóren wordt en je meestal alleen maar uit financiële noodzaak een andere bron van inkomsten nodig hebt.


Met mijn 56 jaar ben ik dus een werkloze 55-plusser, met dat verschil dat ik niet meer op zoek ben naar een betaalde baan. Door te anticiperen op deze fase, heb ik genoeg spaargeld opzij gezet om mezelf minstens vijf jaar lang een soort basisinkomen uit te keren en misschien zelfs wel voor onbepaalde tijd. Tijdens het schrijven van Leven van de lucht maakte ik op elke eerste dag van de maand precies 1000 euro van mijn spaarrekening over naar de lopende rekening om te ervaren wat het met je doet als je een jaar lang gratis geld krijgt. Dat systeem heb ik inmiddels losgelaten, want nu neem ik alleen nog spaargeld op als de huishoudrekening bijna leeg is. Tegelijk vul ik de spaarpot tussendoor weer aan met extra inkomsten uit lezingen en columns.

Er zijn nog steeds mensen die vinden dat dit geen 'echt' basisinkomen is. Dat klopt, maar dit was de enige manier om een dergelijk stelsel na te bootsen en er zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. Ik kan nu in elk geval uit eigen ervaring vertellen wat het met je doet als je op de eerste dag van de maand een envelop op de mat vindt met daarin tien kakelverse briefjes van 100 euro. Ik weet nu ook hoe het is om wakker te worden met het besef dat je strikt genomen nooit meer hoeft te werken voor je geld (en dat zonder miljoenen op de bank te hebben). Het helpt als je je hypotheek helemaal hebt afgelost - een mijlpaal die wij hopen te bereiken op 1 maart 2020 dus al over iets meer dan twee jaar - en het helpt natuurlijk ook als je een werkende partner hebt.


Aan het begin van dit experiment (dus ook in het eerste hoofdstuk van Leven van de lucht), werkte mijn vrouw anderhalve dag per week en verdiende daarmee iets meer dan 1000 euro netto. Je kunt dus zeggen dat ons huishouden vanaf dat moment kon draaien op een Fte van 0,3, aangevuld met wat bescheiden freelance inkomsten. Inmiddels is mijn vrouw één dag meer gaan werken per week, waardoor we niet alleen makkelijker rond kunnen komen, maar ook elke maand weer iets kunnen sparen. Het interessante is dus dat er dankzij dat 'basisinkomen' van alles is gaan schuiven en je ook elk jaar opnieuw de balans op kunt maken en andere keuzes kunt maken. Het heeft in elk geval geleid tot een andere verdeling van huishoudelijke taken en een interessant rolpatroon waarbij sommige traditionele rollen zijn omgedraaid.

Ik ben reuze benieuwd wat de Tweede Kamer gaat doen met de petitie, al was het maar omdat ik iedereen niet alleen de vernedering wil besparen van al die zinloze sollicitaties maar ook zou willen laten profiteren van alle positieve effecten die ik aan den lijve heb ondervonden. Tegenstanders zeggen vaak dat je mensen afschrijft wanneer je ze na hun ontslag ook nog eens ontslaat van hun sollicitatieplicht. In werkelijkheid is het eerder zo dat je hun levensloop herschrijft en mensen de kans biedt om met een blanco lei te beginnen, hun creativiteit de vrije loop te laten en hun leven een heel andere draai te geven. Dan moet je als overheid vervolgens maar op de koop toe nemen dat je diezelfde mensen overdag misschien wat vaker aan zult treffen in de bioscoop dan met een katoenen tasje op een banenmarkt.

woensdag 8 november 2017

Na het aflossen van de hypotheek kun je beginnen met nietsdoen

De afgelopen dagen kreeg ik van verschillende kanten de vraag of het wel helemaal goed met me ging, aangezien ik al bijna twee weken geen nieuwe blog meer had geplaatst. Normaal gesproken schrijf ik elke week wel iets, tenzij ik bij wijze van uitzondering even op vakantie ben, maar nu was het akelig stil. Het antwoord op die vraag luidt dat het niet alleen prima met me gaat, maar misschien zelfs wel té goed. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en mijn spaargeld ook nog eens veel langzamer slinkt dan voorzien, kan ik mijn tijd geheel naar eigen goeddunken indelen. Het gevolg is dat ik nog steeds een bomvolle agenda heb, maar dan eentje zonder afspraken of deadlines.


Afgelopen week was er in mijn agenda zelfs bijna te weinig plek voor al die bioscoopkaartjes en entreebewijzen. Nadat ik op maandag al één film had gezien, bezocht ik op donderdag twee bioscoopfilms en op vrijdag zelfs twee films en één concert. Zo bevind ik me in een soort permanent luilekkerland waarin niks meer van me wordt gevraagd en ik elke doordeweekse dag in principe kan omtoveren tot een soort kinderfeestje voor volwassenen. Er zijn genoeg mensen die na hun werkzame leven al hun vrije tijd besteden aan vrijwilligerswerk, maar ik heb besloten om eerst eens van mijn vrijheid te gaan genieten.

Dan blijkt weer eens dat een heel vroeg vroegpensioen tal van extra voordelen heeft. Zo is mijn jongste kind al bijna officieel volwassen, terwijl het eerste kleinkind zich nog lang niet heeft aangediend. In die zin leef ik sinds 1 mei 2016 niet alleen van de lucht, maar bevind ik me ook een beetje in het luchtledige. Elke dag weer besef ik dat dit een zeldzame, misschien zelfs uitzonderlijke windstille periode is, zonder gezondheidsproblemen, mantelzorg of vaste oppasdagen. Dat kan zomaar opeens veranderen, dus koester ik elke vrije minuut en sla ik op maandagmorgen om 11 uur schaamteloos en zonder enig schuldgevoel een boek van 1000 pagina's open.


Een dag eerder was ik al begonnen in De Onderwereld van Kevin Canty, een boek over een mijnwerkersgemeenschap in Montana. Ik had het op de bonnefooi meegenomen uit de bibliotheek, maar het boeide me zo dat ik het in één ruk (en op één dag) heb uitgelezen. Zo krijgt mijn nieuwe leven langzaam vorm, al draait het niet langer om afspraken en deadlines, maar om boeken die me zijn aangeraden en films die ik absoluut wil zien voordat ze weer uit de bioscoop zijn verdwenen. Van een omgekeerde werkweek ben ik zo vanzelf in een soort omgekeerde wereld terechtgekomen, waarin het mijn grootste ambitie is geworden om in 2017 tenminste 100 films te hebben gezien op de plek waar ze het meest tot hun recht komen.

Natuurlijk doe ik niet helemaal niks meer, want op maandagmorgen begin ik na het lezen van de krant allereerst aan mijn nieuwe column voor het RD. Strikt genomen heb ik elke week dus nog steeds een deadline, maar dat levert net zo weinig stress op als het uitruimen van de vaatwasser of het strijken van mijn overhemden. Oplettende lezers zullen ook gezien hebben dat er uit het hierboven afgebeelde boek gele Post-Its steken, dus die staan er straks niet van te kijken als ik er iets over zeg of eruit citeer in boek nummer 16. Op 1 januari begin ik pas echt serieus aan een opvolger van Leven van de lucht, maar ik ben al wat voorbereidend onderzoek aan het doen en heb al minstens 15.000 woorden geschreven.


Elke dinsdagmorgen kijk ik op internet welke films die donderdag in roulatie gaan en vervolgens maak ik alvast een voorlopig schema. Een vast patroon is er niet, maar vorige week beviel me zeer goed. Toen zag ik op donderdag twee films achter elkaar (met tussendoor precies genoeg tijd voor een bezoek aan De Plaatboef en een glas muntthee). Een dag later ging ik samen met mijn oudste zoon en mijn vrouw naar Loving Vincent. Daarna aten we een patatje bij Bram's Gourmet Frites waarna zij samen naar huis fietsten en ik snel nog even Liefde is aardappelen meepikte. Zo verandert elke doordeweekse dag langzamerhand in het absolute contrapunt van een dag op kantoor.

Het onvermijdelijke gevolg is dat je jezelf langzaam maar zeker in slaap sust, een bedrieglijke staat van bewustzijn die op termijn wel eens fataal zou kunnen uitpakken voor mijn toekomst als schrijver. Een columnist heeft een scherpe pen nodig die hij, als het onderwerp daarom vraagt, in azijn doopt. Maar in plaats van boze stukken te tikken zit ik blij te bladeren in de gratis Filmkrant en breng ik gerust een hele dinsdag (als in: gisteren) door in de achtertuin om een paar honderd bladzijden te lezen in een boek waarin alles in zekere zin ook om film draait. Daarmee ben ik niet langer de schrijver van de bestseller Het nieuwe nietsdoen, maar ben ik dat gewoon de hele tijd lekker aan het doen.

woensdag 25 oktober 2017

Kun je als man ongestraft een bijdrage leveren aan de #metoo-discussie?

Afgaande op de boze reacties die veganist Boele Ytsma oogstte toen hij vorige week zijn licht liet schijnen over dit onderwerp op zijn Facebookpagina, is het nu eigenlijk nog veel te vroeg voor genuanceerde reacties of een breder perspectief. Verhalen van mannen zijn op dit moment alleen welkom als het een schuldbekentenis betreft of als ze - zoals Jelle Brandt Corstius - zelf óók slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik. Na het zien van de series Billions en National Treasure ben ik er echter van overtuigd dat het zonde zou zijn als de discussie blijft steken in beschuldigende vingers en boze tweets. Bovendien had het maar een haar gescheeld of ik had afgelopen zaterdag met mijn foto in de krant gestaan als "slachtoffer".


Vorige week stelde ik op Twitter hardop de vraag of het ook telt wanneer je als student van 19 een lift krijgt van een man die naast zich allemaal opengeslagen pornoboekjes heeft liggen en na een paar inleidende vragen zijn zweterige hand op je dijbeen legt. Twee dagen later kreeg ik in mijn inbox de vraag of ik in de krant misschien mijn verhaal wilde doen. Natuurlijk is het positief om te laten zien dat ook mannen het slachtoffer kunnen worden van seksuele intimidatie of aanranding (want zo zou het zeker genoemd worden als het in dit voorval ging om een studente van 19), maar zelf vond ik dit verhaal niet belangrijk of ernstig genoeg. Bovendien heb ik mezelf nooit een slachtoffer gevoeld of genoemd, zelfs niet toen ik me een waardeloze woekerpolis liet aansmeren of een aandelenspaarplan dat me minder opleverde dan de inleg.

Eerlijk gezegd was ik dit hele voorval zelfs al vergeten, tot het me door de #metoo-hashtag ineens weer te binnen schoot. Ik weet nog dat ik heel boos mijn verhaal vertelde aan de vriendelijke eigenaar van een Renault 4 die me een lift aanbood in Leiden nadat ik uit de auto van bovengenoemde bestuurder was gestapt (of misschien moet ik zeggen: ontsnapt), maar een echt trauma heb ik er niet aan overgehouden. Een paar maanden later had ik zelfs een kortstondig binnenpretje toen ik nietsvermoedend op dezelfde liftplek bij dezelfde man in de auto stapte. Deze keer legde hij zijn hand niet op mijn been, maar probeerde hij alleen maar mijn knie aan te raken bij elke keer dat hij schakelde (en dat is niet eens zo vaak als je op de snelweg rijdt).


Let wel: ik zeg dit niet om de getuigenissen van al die vrouwen te bagatelliseren, maar alleen om aan te geven dat er een disbalans is tussen mannen en vrouwen als het om dit onderwerp gaat. Zo herinner ik me hoe ik als student planologie in een hotel in Wenen samen met een medestudent met open mond stond te kijken naar de Oostenrijkse overbuurvrouwe die een dakkapel aan het schoonmaken was en zich daarbij zeer bewust was van het feit dat we daarbij alles konden zien wat zich onder haar rokje bevond. Als ze ons vervolgens naar binnen had gewenkt, zouden we allebei spontaan flauw zijn gevallen wegens acuut zuurstoftekort. Andersom (dus met twee vrouwelijke studenten en een schoonmakende man), zou het waarschijnlijk banaal zijn geweest, bedreigend of sneu, terwijl wij ons alleen maar afvroegen of dit écht gebeurde.

Opgesloten in die auto ben ik geen seconde bang geweest, omdat ik wist dat hij me nooit zou kunnen overmeesteren. Ik was jong en sterk, hij een vijftiger die zijn aandacht bij het stuur moest houden. In het uiterste geval kon ik hem een stomp verkopen of een ruk aan het stuur geven, maar het bleek voldoende om zijn hand weg te slaan en te zeggen dat hij van me af moest blijven. Het gaat bij al die #metoo-verhalen heel vaak om misbruik van macht, maar nog vaker om verschil in kracht. Mannen staan daar in het dagelijks leven misschien niet altijd bij stil, maar ik ben me heel erg bewust geworden van de kwetsbaarheid van vrouwen toen ik de thriller Dubbel Bedrog schreef. Sindsdien denk ik heel vaak als ik op een verlaten plek aan het fietsen ben: zou ik dit ook durven als ik een vrouw was?


Het is erg genoeg dat dat zo is, maar het is ook erg belangrijk om te kijken hoe we verder moeten als het stof straks is neergedwarreld. Wat dat betreft ben ik het helemaal eens met Wilma de Rek die bij DWDD stelde dat elk onderwerp dat in het verlengde ligt van deze discussie openlijk moet kunnen worden besproken. Het is begrijpelijk dat veel vrouwen des duivels zijn, maar je moet het probleem ook proberen te duiden en de achterliggende dynamiek durven benoemen en doorgronden. Macht erotiseert en datzelfde geldt voor roem en geld. Niemand zou zich bijvoorbeeld beledigd hoeven voelen als ik schrijf dat ik in een van de importeur geleende Hummer ineens heel spannend oogcontact had met een vrouw die mij niet eens zou zien staan als ik in mijn Suzuki Alto stapte of me achter mijn rug zelfs zou uitlachen vanwege mijn autokeuze.

De serie Billions dwingt de kijker om zich af te vragen hoe het moet voelen als je als miljardair een willekeurige ruimte betreedt. De steenrijke hoofdpersoon (die we allemaal nog kennen van Homeland) vergelijkt zichzelf met een vrouw die van zichzelf wéét dat ze onweerstaanbaar is en alle mannen om haar vinger kan winden. Probeer je maar eens voor te stellen hoe bedwelmend het moet zijn als je zo onmetelijk veel geld hebt. Neem je er dan genoegen mee om maar met één vrouw naar bed te gaan? Accepteer je dan ooit een 'nee', in welke situatie dan ook? Daarmee neem ik het overigens niet op voor mannen als Weinstein, want over hem schreef ik eerder al op Twitter al dat hij om te beginnen eerst maar eens een paar honderdduizend strafregels moet gaan schrijven op de school van Harry Potter (al was dat waarschijnlijk iets te subtiel en had ik beter gewoon Zweinstein kunnen schrijven).

De VPRO zou er ondertussen verstandig aan doen om de serie National Treasure te herhalen, want die hebben ze achteraf bekeken eigenlijk net iets te vroeg uitgezonden. In die serie (niet te verwarren met de gelijknamige Dan Brown-rip off met Nicholas Cage in de hoofdrol) wordt een gevierde Britse televisiekomiek van begin 60 beschuldigd van seksueel misbruik. Dat onderwerp is op dit moment niet alleen heel actueel, maar de vier afleveringen laten ook zien dat het een glibberig onderwerp is en een glijdende schaal. Zo accepteert (of, beter gezegd, tolereert) zijn vrouw bepaalde gedragingen van haar man, tot er feiten onthuld worden die bij haar een grens overschrijden. Het knappe van de serie is dat hij langzaam maar zeker van zijn voetstuk valt als echtgenoot, als vader, als gevierde collega en als landelijke beroemdheid. Ook als kijker kom je steeds meer in gewetensnood, omdat je in eerste instantie met hem meeleeft en denkt dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. In april had ik de serie op de een of andere manier straal over het hoofd gezien en dat is achteraf gezien maar goed ook, want nu keek ik er ineens met héél andere ogen naar.

woensdag 11 oktober 2017

Toch nog even een paar opmerkingen over die aflosboete

Het gekrakeel rondom het afschaffen van de Wet Hillen doet een beetje denken aan de ophef die ontstond toen het vorige kabinet aankondigde een inkomensafhankelijke zorgpremie in te willen voeren. Dat leidde tot zoveel maatschappelijk protest dat het voorstel schielijk werd ingetrokken (hoewel we natuurlijk allemaal bijna ongemerkt een inkomensafhankelijke bijdrage leveren bovenop onze maandelijkse zorgpremie). Datzelfde zou ook kunnen gebeuren met deze maatregel, zeker nu tegenstanders massaal roepen dat het gaat om een "aflosboete". Dat is een slimme frame die alleen al door de woordkeuze weerstand oproept. Het zou dus best kunnen dat het kabinet Rutte 3 deze heisa benut om de aandacht af te leiden van andere vervelende maatregelen zoals de aangekondigde BTW-verhoging .


Ik weet niet of Hans Wiegel de eerste was die met het woord 'aflosboete' op de proppen kwam of dat het een bedenksel is van de partij 50Plus, maar het zou wel eens een briljante zet kunnen zijn. Als dat woord eenmaal gaat rondzingen, schrikt het kabinet misschien terug of wordt Rutte 3 alsnog teruggefloten door de Tweede of Eerste Kamer. Geen enkele politicus wil natuurlijk een aflosboete op zijn naam hebben staan, zeker niet nu we net met z'n allen een tikje anders tegen dit soort schulden aan zijn gaan kijken (ook al niet omdat de collectieve hypotheekschuld met meer dan 665 miljard euro nog steeds schrikbarend hoog is). Nu ontstaat bij mensen toch een beetje het onrechtvaardige idee dat goed gedrag wordt afgestraft, alsof je alsnog een boete krijgt wanneer je netjes stapvoets rijdt op een woonerf.

Psychologisch gezien was dit geen slimme zet van Rutte 3. Voordat de eerste rekensommetjes verschenen over de gevolgen van het afschaffen van de Wet Hillen, regende het al boze reacties. Zelfs als de lastenverzwaring meevalt, kan door deze maatregel het idee postvatten dat aflossen geen zin heeft of zelfs averechts uitpakt. Weliswaar moet iedere starter vanaf 1 januari 2013 verplicht in dertig jaar alles aflossen, er zijn nog steeds een heleboel huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek die zélf die keuze moeten maken. Met deze maatregel demotiveer je die groep en zet je ze misschien zelfs op het verkeerde been, al was het alleen maar omdat mensen zich niet echt in het onderwerp verdiepen en zich van de bijbehorende discussie straks alleen nog maar een paar losse kreten herinneren.


Het is voornamelijk de bijbehorende redenering die rammelt. Je kunt als regering namelijk niet zomaar stellen dat de Wet Hillen geld kost, of veel minder overheidsinkomsten genereert, zonder tegelijk ook even uit te rekenen hoeveel de fiscus bespaart doordat steeds meer mensen extra geld storten in hun hypotheek of zelf versneld hun hele woningschuld aflossen. Zo heb ik zelf bijvoorbeeld de looptijd van mijn spaarhypotheek met vijf jaar ingekort door de maandpremie te verhogen en een extra eenmalige storting te doen. Je kunt zeggen dat ik daarmee vanaf maart 2020 vijf jaar hypotheekrenteaftrek misloop, maar net zo goed dat ik het eerstvolgende kabinet een mooi bedrag bespaar.

Helemaal precies heb ik het niet uitgerekend, maar uit de losse pols kan ik nu al berekenen dat ik de overheid, door mijn hypotheek tot de laatste cent versneld af te lossen, veel méér bespaar aan hypotheekrenteaftrek dan ik straks zou moeten gaan betalen aan eigenwoningforfait als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd. In mijn specifieke geval was de staat dus al een stuk goedkoper uit, zodat de noodzaak om mij nog eens extra te belasten volledig ontbreekt. In plaats daarvan zou het eerlijker geweest zijn als mijn definitieve aanslag vergezeld ging van een bos bloemen en een bedankbriefje met daarop het bedrag dat ik de overheid nu weer heb bespaard.


Toch is ook dát rekensommetje niet helemaal eerlijk, want in ons geval ging versneld aflossen vergezeld van een sobere levensstijl en een heel ander consumptiepatroon. Ik ben niet gaan aflossen met behulp van spaargeld dat ik al had, maar juist heel fanatiek gaan sparen om mijn hypotheek in rap tempo af te kunnen lossen. Op die manier is de overheid heel wat misgelopen aan BTW, aan accijns (op zowel drank als benzine) en - tot slot - aan inkomstenbelasting. Nu ik bijna hypotheekvrij ben en gewend ben geraakt aan een heel ander uitgavenpatroon, kan ik met minder inkomsten toe en hoef ik veel minder te werken. Zo bekeken is het niet verrassend, en ook niet zo heel verderfelijk, als de overheid probeert om arbeid wat minder te belasten en vermogen juist iets meer.

Ondertussen vraag ik me serieus af op welke bijvoeglijke naamwoorden burgers en belangengroepen straks gaan teruggrijpen wanneer besloten wordt om de overwaarde van de eigen woning voortaan op dezelfde manier te gaan behandelen als spaargeld. Het afschaffen van de Wet Hillen is namelijk slechts peanuts als je het vergelijkt met het overhevelen van de eigen woning van Box 1 naar Box 3. Onder het huidige belastingregime zou je met een koophuis van 2 ton zo'n 200 euro per maand kwijt zijn aan vermogensrendementsheffing (zonder drempelbedrag), terwijl het bij de Wet Hillen gaat om een paar tientjes per maand. Je kunt dit plan dus een 'schande' noemen of zelfs bestempelen als 'diefstal', maar je moet tegelijk beseffen dat dit nog maar een voorzichtige eerste stap is en dat de echte klap nog moet komen.

maandag 9 oktober 2017

Zou Mark Rutte misschien mijn boek Helemaal Vrij hebben gelezen?

De afgelopen dagen werd ik via sociale media bestookt met de vraag wat ik nou precies vind van de uitgelekte kabinetsplannen die betrekking hebben op de woningmarkt. Want hoe zinnig is een pleidooi voor versneld aflossen eigenlijk nog als je in de krant kunt lezen dat je straks dúúrder uit bent met een afgelost huis? Om te beginnen zijn het voorlopig slechts plannen en moeten we eerst nog maar eens afwachten wat er allemaal van terechtkomt, nog los van de vraag of dit kabinet het jaar 2020 heelhuids weet te halen. Daarnaast is het belangrijk het hoofd koel te houden, want de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek treft alleen de groep mensen met een inkomen hóger dan 68.000 euro. Tot slot komen deze maatregelen ook weer niet helemaal uit de lucht vallen, want ik voorspel het al op pagina 59 van het boek Helemaal Vrij! uit 2013...


Het is natuurlijk een beetje gemeen van mezelf, maar dat feit zorgde afgelopen weekend voor een bescheiden binnenpretje. Ik was niet boos of verontwaardigd, zoals veel mensen op sociale media maar had juist een triomfantelijk gevoel. Zelf ga ik er niet per se op vooruit door de nieuwe plannen, maar het is altijd leuk om al in 2013 iets te hebben geschreven dat vier jaar later uitkomt. Ironisch genoeg is Helemaal Vrij! - dat eerder dit jaar verscheen in een frisse heruitgave - van mijn laatste zes boeken het minst goed verkocht, terwijl je daarin zelfs al zwart op wit kunt lezen dat de eigen woning onder Rutte 4 waarschijnlijk naar Box 3 verhuist.

Dat Helemaal Vrij! het minder goed heeft gedaan dan andere titels uit de serie, is logisch want er is altijd één boek dat minder verkoopt dan de rest. Je kunt dat achteraf proberen te verklaren, maar eigenlijk snapte ik het pas toen ik het eerder dit jaar nog een keer aandachtig doorlas met het oog op de aangekondigde heruitgave. Meestal is de toon van mijn boeken optimistisch en luchtig, maar in dit geval werd ik er bijna somber van mezelf. Er staan een hoop zinnige dingen in en op sommige hoofdstukken ben ik nog steeds uitgesproken trots, maar je kunt merken dat ik dit boek geschreven heb in de periode dat ik ontslagen werd en maandenlang in grote onzekerheid verkeerde.


Ik was dan in zekere zin wel helemaal vrij, maar ik was tegelijkertijd helemaal niet blij. Toen ik bovenstaande passage schreef (en dat moet in 2012 zijn geweest, want een boek is altijd eerder geschreven dan het jaar van verschijnen) had ik het weliswaar bij het rechte eind, maar dat kon ik toen nog niet vermoeden. Als ik heel eerlijk ben, had ik dit boek liever in de allesbrander willen gooien in plaats van het opnieuw uit te geven. Nu blijkt het echter zeer waardevolle informatie te bevatten die je zou kunnen omschrijven als voorkennis wanneer het om aandelenhandel ging in plaats van investeren in de eigen woning.

Toen ik afgelopen weekend werd gebeld door een heel aardige mevrouw van de NOS, antwoordde ik haar in alle eerlijkheid dat ik niet verrast was door de aangekondigde maatregelen en ook helemaal niet zo vreselijk boos of verontwaardigd. Mensen met een hypotheekvrij huis hoef je wat mij betreft niet te straffen voor hun spaarzaamheid, maar je hoeft ze ook niet volledig te ontzien. Het probleem is dat iedereen tegenwoordig al snel moord en brand schreeuwt, roept dat iets niet eerlijk is of onrechtvaardig en zichzelf bombardeert tot slachtoffer van een overheid die voor de zoveelste keer op rij de spelregels verandert tijdens de wedstrijd.


Dat laatste is natuurlijk deels waar (want vraag om je heen maar eens naar de precieze systematiek van de vermogensrendementsheffing anno 2017), al kun je sommige maatregelen van een kilometer afstand aan zien komen als je de moeite neemt je in de materie te verdiepen. Zelf betaal ik al járen vermogensrendementsheffing over een hypotheekvrij vakantiehuis, dus ik schrik straks helemaal niet zo vreselijk als ik word aangeslagen voor de overwaarde op mijn eerste woning. Wel voorzie ik heel veel gesteggel over de WOZ-waarde, want op het moment dat je koophuizen wil gaan belasten als vermogen telt elke euro mee. Dat speelt al bij het afschaffen van de Wet Hillen en wordt nog veel prangender als de eigen woning naar Box 3 zou verhuizen.

Wat me de afgelopen dagen nog het meest is opgevallen, is dat mensen in de stress schieten bij de krantenkop dat je straks duurder uit bent met een afgelost huis zonder zich af te vragen hoeveel duurder dan precies en in vergelijking met wie of wat. Strikt genomen klopt die kop namelijk al, wanneer dat straks een tientje per maand kost, terwijl het ook over een paar duizend euro per jaar kan gaan. Uit de losse pols: bij een eigenwoningforfait van 0,6% wordt er bij een huis van 2 ton 1200 euro opgeteld bij je belastbare inkomen. Daar betaal je dan ongeveer 40% belasting over en dat is zo'n 500 euro per jaar. Straks hoef ik dus alleen maar mijn krantenabonnement op te zeggen om ervoor te zorgen dat deze operatie in mijn specifieke geval inderdaad grosso modo budgetneutraal verloopt.

woensdag 4 oktober 2017

Elke maand maak ik 1000 euro op van de erfenis van mijn kinderen

Onlangs kreeg ik een interessante vraag voorgelegd van een lezer over onze huidige financiële strategie. Door elke maand 1000 euro op te nemen van ons spaargeld bij wijze van basisinkomen, teren we niet alleen in op onze reserves maar maken we elke maand strikt genomen ook duizend euro op van de erfenis van onze kinderen. In algemene termen heb ik wel eens iets geschreven over erfenissen in mij column in het RD, maar zo had ik het eerlijk gezegd nog niet eerder bekeken. Eén belangrijk - en misschien wel doorslaggevend - verschil met de vraagsteller is er alvast wel: hij beheert familiekapitaal dat hij zelf op zijn beurt ook weer heeft geërfd, terwijl wij ons hele vermogen zelf bij elkaar hebben gespaard.


Dat ik niet eerder in dit soort termen over dit onderwerp had nagedacht, komt deels natuurlijk ook doordat ik op mijn 56ste nog niet heel concreet bezig ben met mijn nalatenschap. Tom Petty was weliswaar slechts 9 jaar ouder dan mijn vrouw toen hij eerder deze week aan een hartaanval bezweek, maar stiekem richt je je als mens toch een beetje op de algemene statistieken en gemiddelden. Het is ook tegennatuurlijk om je al met je erfenis bezig te houden als je eigen ouders nog leven en je beide kinderen nog - of tijdelijk weer - in huis wonen. Mijn jongste zoon is zelfs nog maar nét van de middelbare school af.

Verder vind ik het ook een beetje lastig om nu al te bedenken hoeveel geld ik mijn kinderen nog méér zou willen meegeven, nadat ik al ruim een kwart eeuw bijna alles voor ze heb betaald. Voordat het zover is hoop ik samen met mijn vrouw juist nog een periode mee te maken waarin we even met niemand anders rekening hoeven houden en en ook alleen nog maar onze eigen rekeningen hoeven te betalen. Dat lijkt me niet heel erg egoïstisch maar eerder een natuurlijk proces en een normale behoefte. Door onze gezinsplanning (mijn vrouw was 41 toen de jongste geboren werd) zal die periode waarschijnlijk toch al niet zo heel lang zijn.


Verder denk ik dat je persoonlijke situatie heel erg bepalend is voor de keuzes die je maakt. Zo haal ik bijna achteloos mijn schouders op over alarmerende berichten van studenten die hun leven beginnen met 20.000 euro schuld, aangezien is zelf op mijn 26ste ook een studieschuld had opgebouwd van ruim 21.000 gulden. Mijn oudste zoon behaalde zijn HBO-diploma zonder één cent te hebben geleend, maar ik zou er niet wakker van liggen als dat anders was geweest en ik ben ook niet bereid om dat koste wat kost te voorkomen. Zo heb ik destijds ook tegen hem gezegd dat het prima was als hij op kamers ging wonen (hoewel dat qua afstand niet strikt noodzakelijk was), zolang hij die kamerhuur maar zelf voor zijn rekening nam.

Als ik de beheerder was van een familiekapitaal dat door mijn ouders of grootouders was vergaard, zou ik natuurlijk heel anders tegen bepaalde zaken aankijken. Het intact laten van dat bedrag, en het laten meegroeien met de inflatie, heeft dan waarschijnlijk de hoogste prioriteit. Het zou wat onkies zijn om al op jonge leeftijd van dat geld te gaan rentenieren en het zo helemaal op te souperen, zodat je kinderen achter het net vissen. Zelf heb ik nooit iets substantiëlers geërfd dan de kast van mijn opa (die ik in Leven van de lucht zelfs nog even noem) en de duizend euro van een ver familielid uit Canada die ik twee jaar geleden ontving. Wat ik precies met dat geldbedrag heb gedaan, valt ook te lezen in mijn nieuwe boek, al kun je het misschien wel raden.


Strikt genomen maken we dus inderdaad elke maand 1000 euro op van onze erfenis, maar dat lijkt me in ons geval geen probleem. Ik zou het juist onverdraaglijk vinden als mijn kinderen straks ongeduldig gaan zitten wachten tot ik mijn laatste adem uitblaas, zodat zij er met de buit vandoor kunnen. Dat hoeft niet altijd zo te gaan, maar het leidt bijna altijd tot onverkwikkelijke bijgedachten als er tonnen in het spel zijn. Daarnaast vind ik het vooral een uitdaging om op een gegeven moment te stoppen met sparen (en dan bedoel ik vooral: op tijd) en gedoseerd je geld te gaan uitgeven. Daarmee bedoel ik niet dat je het moet uitgeven aan dure reizen of luxe-artikelen, want je kunt van je spaargeld ook 'tijd kopen' door jezelf een salaris uit te keren. Voor elke euro die je van jezelf krijgt, hoef je in elk geval niet te werken.

Om mezelf vijf jaar lang een basisinkomen uit te kunnen keren van 1000 euro per maand, had ik een spaarpotje aangelegd van 60.000 euro. Op papier is dat spaargeld schoon op na vijf jaar en staat er op 1 mei 2021 precies nul euro op de rekening. Maar de charme van een onvoorwaardelijk basisinkomen is juist dat je er ongestraft en onbeperkt - en in veel gevallen misschien zelfs wel ongemerkt - geld bij kunt verdienen. In theorie is het mogelijk dat je elke maand 1000 euro opneemt van je spaargeld, terwijl je spelenderwijs 1000 euro omzet haalt. Zo zou het zomaar kunnen dat er op de einddatum nog steeds, of opnieuw, 60.000 euro in de pot zit, zodat het net lijkt of ik de afgelopen vijf jaar écht van de lucht heb geleefd.

dinsdag 26 september 2017

Klinkt er een fluitsignaal als de vrouwenemancipatie is voltooid?

Hoewel ik mezelf tegenwoordig vooral beschouw als journalist in de voltooid verleden tijd, heb ik nog wel een aardige tip voor alle krantenredacties. Zou het niet een aardig idee zijn om op zaterdag eens een compleet katern te wijden (misschien zelfs in alle kranten tegelijk) waarin de vraag wordt beantwoord op welk moment de vrouwenemancipatie als voltooid kan worden beschouwd? Hoe ziet de ideale maatschappij eruit waarin feministen tevreden het licht uit kunnen doen op de faculteit vrouwenstudies? Moeten we streven naar een soort geperfectioneerde versie van Zweden? Of wonen we hier eigenlijk al in een vrouwvriendelijk paradijs en hoeven we er voor de volledigheid alleen maar een paar openbare toiletten bij te plaatsen?  


Ik besef dat dit een heikel onderwerp is, zeker als je een witte man bent van 56 die het in zijn laatste boek nog heeft over de kunstenares Anne van Dalen in plaats van haar aan te duiden met het genderneutrale 'kunstenaar'. Toch ben ik oprecht benieuwd wat een dergelijk scala aan verhalen op zou leveren, want je leest wel vaak wat er allemaal nog misgaat in deze maatschappij als het om gelijkheid en gelijke kansen gaat, maar slechts zelden waar we nu eigenlijk naar op weg zijn. Want wat is nu eigenlijk precies het gedroomde eindstation van de emancipatie? Zijn we daar al in de buurt of is het nog oneindig ver weg? En, minstens zo interessant, is iedereen daar dan ook vanzelf gelukkig en gezond?

Als ik chef redacteur van een krant was zou ik de scribenten carte blanche geven, al hoop ik wel dat iemand op het idee zou komen om die ene Nederlandse mevrouw op te zoeken die naar Zweden is geëmigreerd en met lede ogen moet toezien hoe haar zoons doodongelukkig worden in die bijna Orwelliaanse geëmancipeerde heilstaat. Zelf ben ik precies 1,5 dag in dat land geweest, veel te kort om er iets zinnigs over te kunnen zeggen maar precies lang genoeg om mijn vrouw een sms te sturen met daarin de noodkreet dat ik in een 'feministische hel' terecht was gekomen. Dat sloeg niet alleen op mijn persoonlijke gevoel, maar ook op de verbeten en ontevreden gezichten van de meeste vrouwen die ik op straat tegenkwam.


De enige manier om in dat land nog een ouderwetse man te kunnen voelen, is door auditie te doen bij de band Amon Amarth of alle optredens af te lopen van deze vikingmetalband. Het is dan ook geen toeval dat er zelfs een compleet subgenre binnen de metal is genoemd naar de stad Göteborg met als bekendste exportproduct de band In Flames. Daarmee is deze subcultuur overigens geen conservatief bastion, want hardrock en metal zijn al meer dan vier decennia genderneutraal. Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij Rotterdam Rocks in Baroeg en dan is er niemand in de zaal die aanstoot neemt aan het feit dat de gitarist van Voodoo Circle zwarte nagellak draagt of dat zelfs maar opmerkt.

Op dezelfde manier is er waarschijnlijk ook niemand die straks geërgerd bij de balie komt informeren wanneer er weer eens een metalband komt met een mánnelijke zanger wanneer Battle Beast in november deze zaal aandoet (foto hierboven). Als je mij vandaag de onmogelijke vraag zou stellen wat het ultieme metalnummer is, zou ik naar alle waarschijnlijkheid antwoorden dat dat You Will Know My Name is van Arch Enemy, waarop Alissa White-Gluz indrukwekkender grunt dan elke andere man in het genre. Sekseverschillen spelen hier dus allang geen rol meer en iedereen mag ongegeneerd stoer doen.


Iets verwarrender wordt het al als je een foto onder ogen krijgt van de Amerikaanse band Greta van Fleet die ondanks de naam bestaat uit vier mannen, al zou je zweren dat het nichtje van Janis Joplin achter de rug staat. Daarmee is deze band een soort genderneutrale natte droom, hoewel je tegelijk kunt aanvoeren dat dit in 1969 de gewoonste zaak van de wereld was. In mijn schooltijd droegen zowel jongens als meisjes spijkerbroeken, t-shirts of overhemden en parka's, terwijl meisjes op de middelbare school er tegenwoordig juist uitzien alsof ze na schooltijd hebben afgesproken met Kim Kardashian en geen tijd meer hebben om zich thuis om te kleden.

Je moet het me ook maar vergeven als ik af en toe een vermoeide zucht slaak wanneer wordt aangevoerd dat er geen enkel aangeboren verschil is tussen mannen en vrouwen en dat je je pasgeboren dochtertje dus net zo goed Boris kunt noemen. Toen ik in 1980 - dus alweer bijna veertig (!) jaar geleden - politicologie studeerde in Amsterdam kreeg ik hetzelfde verhaal te horen en ook toen al leek me dat wat erg kort door de bocht. Nog dezelfde avond belde ik mijn broer (die biologie studeerde) zodat ik bij de eerstvolgende gelegenheid een heel lijstje kon voorlezen met biologische kenmerken die een rol spelen in een mensenleven. Ik werd nog net niet met pek en veren afgevoerd, maar echt ruimte voor discussie was er niet.

Die discussie ga ik hier dan ook niet aan, al wil ik wel een paar dingen kwijt. Zo zijn het in de regel vooral vrouwen die graag willen geloven dat alle verschillen tussen man en vrouw cultureel bepaald zijn. Dat vind ik zo opmerkelijk dat ik in dat verband al eens het woord 'zelfhaat' heb gebruikt. Ik zal niet betwisten dat je als man een voorsprong hebt in deze maatschappij, of dat mannelijk eigenschappen als ambitie, werkverslaving en ellebogenwerk extra worden beloond. Maar dat verklaart niet afdoende waarom veel vrouwen een wat gemankeerde relatie hebben met typische kenmerken van het vrouwenlichaam (heupen, dijen, buikje) en gruwen van eigenschappen die als typisch vrouwelijk worden gezien (zorgzaam, lief, zichzelf wegcijferend).

Persoonlijk denk ik dat met name vrouwen het risico lopen om erg ongelukkig te worden van het idee dat mannen en vrouwen als een onbeschreven blad ter wereld komen en vervolgens door de maatschappij worden geboetseerd tot ideaalplaatjes van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Mensen hebben nu al het gevoel dat ze zelf honderd procent verantwoordelijk zijn voor hun eigen geluk en het dus ook geheel aan zichzelf te wijten hebben als ze falen, vastlopen of minder succes hebben dan gehoopt. Als je als vrouw dan ook nog eens minder stoer, stressbestendig, gedreven of ambitieus blijkt te zijn dan handig of wenselijk, leidt dat tot nóg meer zelfverwijt wanneer je niet kunt terugvallen op de troostende gedachte dat dat misschien wel deels aangeboren is of een beetje biologisch bepaald.

zaterdag 23 september 2017

In je eentje de hypotheek aflossen is een eenzame bezigheid

Een paar dagen geleden had ik het plan opgevat om een blog te wijden aan een onderwerp dat op het eerste oog wat off-topic is: eenzaamheid. Ik ga de laatste tijd weliswaar regelmatig in mijn eentje naar de bioscoop, maar dat bevalt me prima en heeft bitter weinig te maken met de existentiële leegte en het isolement waarvoor aandacht wordt gevraagd in de Week tegen Eenzaamheid die afgelopen donderdag van start ging. Eerlijk gezegd wist ik ook niet zo goed waar mijn blog over zou gaan, laat staan waar het verhaal héén zou gaan, tot er afgelopen donderdag een man naast me kwam fietsen op de Erasmusbrug die me ongevraagd zijn levensverhaal vertelde.


Aanleiding om iets met dit onderwerp te doen, was een mail van een oud-collega die net weer een nieuw boek had voltooid. Hoewel de titel het niet meteen verraadt (het boek heet Liefde voor beginners) heeft auteur Renzo Verwer het regelmatig over dit onderwerp. Ik moet het boek nog lezen, maar het viel me nu al op dat de woorden 'eenzaam' en 'eenzaamheid' steeds weer op de pagina's opduiken. Je kunt eenzaam zijn binnen een relatie - misschien nog wel op een pijnlijker manier dan wanneer je echt alleen bent - maar je kunt je ook ook eenzaam voelen omdat je niets snapt van de liefde of er niet in slaagt een duurzame, exclusieve en emotioneel bevredigende relatie op te bouwen met iemand anders (en dat is meestal iemand van het andere geslacht).

Eenzaamheid is een beetje een taboe, want niemand geeft graag toe dat hij zich wel eens zo voelt en zal eerder vluchten in drank, drugs en vluchtige contacten dan ermee te koop te lopen. Het is niet zo moeilijk om je in deze seculiere, snelle maatschappij een tikje verloren te voelen, zeker niet als maatschappelijk succes uitblijft en de liefde zich nog niet heeft aangediend. Als kersverse student van 18 in een vreemde stad voelde ik me eenzaam, maar datzelfde gevoel trof me toen ik onlangs tot drie maal toe een bioscoopkaartje kocht met mijn Cinevillepas en de jonge vrouw achter de kassa ook die derde keer geen blijk van herkenning gaf. Wie ouder wordt, heeft het gevoel dat hij langzaam opschuift naar de marges van de maatschappij tot hij op het laatst zo goed als onzichtbaar wordt.

.
Eenzaam is ook: de enige in je omgeving zijn die versneld aan het aflossen is, zodat je overal voor gek versleten wordt en je zoveel kritische vragen krijgt dat je naar een verjaardag beter een advocaat kunt meenemen dan een cadeau. Dat is verre van dramatisch natuurlijk, maar het is soms leuker als je een bepaald gevoel met iemand kunt délen in plaats van dat je jezelf alleen maar aan het verdedigen bent. Tegelijk kan ik me geen voorstelling maken van de eenzaamheid die mijn vrouw soms moet voelen nu haar beide ouders zijn overleden en ze ook geen broers of zussen heeft om herinneringen mee op te halen. Aan de mogelijkheid dat zij ooit uit mijn leven verdwijnt wil ik zelfs helemáál niet denken, want we zijn al veel langer samen dan we ooit alleen zijn geweest.

Als ik aan eenzaamheid denk, dan zie ik weer die vrouw voor me in de Duitse stad Triberg waar de hoogste waterval van dat land zich bevindt. Na afloop wandelden we terug naar de trein (als toerist mag je met je Gästekarte gratis gebruik maken van het openbaar vervoer) en toen zag ik in een huis langs de weg een oude vrouw voor het raam zitten. Toen ik mijn hand opstak, zwaaide mijn vrouw ook en gebeurde er in die donkere huiskamer een klein wonder. Niet alleen veerde ze op, haar gezicht lichtte ook even helemaal op. Later heb ik dat aan mijn kinderen verteld om te laten zien hoe je met een gebaar van niks iets kan betekenen in het leven van een ander. Soms is het voor mensen alleen al genoeg om te weten dat ze gezien worden.


En toen reed ik afgelopen donderdag traditiegetrouw naar Rotterdam met het plan om drie films te gaan zien. Ik was de gemeente nog niet uit of er kwam een man naast me fietsen op een e-bike die spontaan een praatje begon. Zo had hij zijn hele leven in het Botlekgebied gewerkt waar hij continudiensten draaide en vaak 's avonds of 's nachts moest werken. Hij reed altijd op zijn fiets naar zijn werk vanuit Heerjansdam tot hij een zware longontsteking kreeg waar hij nooit meer helemaal van was hersteld. En dus reed hij nu op zijn 62ste op zijn gemak op een e-bike naar de Lidl in Rotterdam IJsselmonde waar de appels in de aanbieding waren. Het ritje was te kort om erachter te komen of hij in de ziektewet zat, werkloos was geworden of met een regeling was vertrokken, maar ik wist ook niet dat dit slechts een proloog was voor de ontmoeting op de terugweg toen er opnieuw iemand naast me kwam fietsen die zijn verhaal kwijt wilde.

Nu is het belangrijk om te weten dat dat normaal gesproken nooit gebeurt. Soms is het druk op het fietspad, soms juist opvallend stil, maar het contact blijft doorgaans beperkt tot een kort hoofdknik of een vriendelijk gebaar wanneer je iemand voor laat gaan. Volgens mijn vrouw had het er zeker mee te maken dat ik eindelijk weer eens een lánge broek aan had (en dus ook niet langer de enige was met een Speedo op een strand vol bermuda's). Misschien zie ik er op de fiets ook wel uit als een peddelende pastoor of misschien menen ze in mij niet alleen een leeftijdgenoot te herkennen maar ook een lotgenoot. Iemand van 56 die overdag op de fiets zit, is niet aan het werk en hééft misschien dus ook wel geen werk meer.


Aanleiding voor het gesprek was het plastic tasje van de platenzaak dat ik onder mijn arm geklemd hield (met daarin een tweedehands plaat van Robin Trower en eentje van de Japanse hardrockgitarist Kyoji Yamamoto). Voordat we bovenop de Erasmusbrug waren, wist ik dat hij zelf te weinig inkomen had om nog vaak geluidsdragers te kunnen kopen en ook dat hij een dag eerder naar het concert van Ennio Morricone was geweest in Ahoy'. Zelf zou hij zich nooit een toegangskaartje van 80 euro kunnen veroorloven, maar een goede vriend had er eentje over zodat hij gratis mee kon. Net als die man uit Heerjansdam was hij 62 en zat hij thuis zonder betaalde baan. Hij had dertig jaar gewerkt bij Nationale Nederlanden tot bij hem een autistische stoornis werd ontdekt en hij in de ziektewet belandde.

Door die diagnose vielen heel veel puzzelstukjes op hun plaats en begreep hij opeens waarom hij alles altijd tot in detail wilde weten, waarom hij alles zo letterlijk nam, waarom hij niet tegen kantoorpolitiek kon en tegen oneerlijkheid en ook waarom hij soms ineens kon ontploffen van woede. Hij kreeg een afkoopsom mee van 1,5 ton waar zijn vrouw 50.000 euro van afsnoepte toen ze hem na een lang huwelijk verliet. Nu leefde hij van een uitkering die hij aanvulde met zijn afkoopsom tot hij over een paar jaar zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Hij had cursussen gevolgd om met zijn autisme om te gaan en dat hielp een beetje, maar hij had ook zelfmoordneigingen gehad en was zeven weken opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting.

Op zijn iPhone had hij een foto van een spreuk die hij onderweg op een muur had zien staan en die benadrukte dat je het verleden los moet laten. Ook dat hoort bij zijn aandoening: dat het in je hoofd maar blijft malen en dat je steeds maar weer diezelfde film afspeelt en diezelfde gevoelens doormaakt. Zo was hij voortdurend verwikkeld in een eenzaam gevecht tussen hoe hij in elkaar steekt en hoe je je moet gedragen om in deze maatschappij te kunnen functioneren. Als laatste vroeg ik hem of hij die diagnose eerder in zijn leven had willen horen. Daar moest hij even over nadenken voor hij 'nee' schudde. Nu had hij tenminste een baan gehad, een goed pensioen opgebouwd en was hij lang getrouwd geweest. Zo kun je dus eenzaam zijn en jezelf misschien troosten met het idee dat je dat niet altijd bent geweest.

Natuurlijk waren het volstrekt toevallige ontmoetingen die verder niets te betekenen hebben, maar frappant is wel dat ze plaatsvonden op de dag dat de Week tegen Eenzaamheid van start ging. Was het mijn bestemming om die dag om niet alleen ademloos naar twee viersterrenfilms te kijken, maar ook om een luisterend oor te bieden? Lijk ik op sommige dagen toch meer op een vertrouwenwekkende dominee dan ik zelf denk? Of is het alleen maar logisch dat mannen boven de vijftig die om wat voor reden dan ook buiten het arbeidsproces zijn komen te staan, elkaars gezelschap onbewust opzoeken in de wetenschap dat we misschien niet allemaal even eenzaam zijn maar dat onze levensverhalen altijd wel een beetje op die van elkaar lijken?

maandag 18 september 2017

Wat vindt mijn vrouw eigenlijk van dat hele basisinkomen?

Sinds het verschijnen van mijn boek Hypotheekvrij! krijg ik regelmatig de vraag wat mijn vrouw nou eigenlijk van dit alles vindt. Dat is een terechte vraag, want hoewel ze in al mijn boeken een belangrijke rol speelt en inhoudelijk heel veel heeft bijgedragen, krijgen mensen alleen maar mijn kant van het verhaal te horen. Dus kun je je niet alleen afvragen hoe ze die jaren heeft ervaren waarin we extra zuinig leefden om korte metten te maken met de aflossingsvrije hypotheek, maar ook hoe ze aankijkt tegen mijn pleidooi voor een omgekeerde werkweek (of tegen het feit dat haar weekindeling model heeft gestaan voor dat concept). Ook in Leven van de lucht ontkom ik niet aan de vraag welk effect een basisinkomen heeft op de taakverdeling tussen man en vrouw.


Wat de uitkomst daarvan is, laat ik hier in het midden want dit blog dient niet om de inhoud van mijn boeken samen te vatten of na te vertellen. Maar als ik bij een lezing een vraag in die richting krijg (en dat gebeurt standaard), dan geef ik daarop altijd min of meer hetzelfde antwoord. In het kort komt het erop neer dat als mijn vrouw graag nog een keer op wintersport zou willen, ze wat mij betreft zélf die 2400 euro bij elkaar mag verdienen die we daar de laatste keer aan kwijt waren. Dat klinkt misschien onaardig, totdat je het omdraait. Want zou het niet een beetje merkwaardig zijn als ik graag een nieuwe racefiets wil en vervolgens aan mijn vrouw vraag of ze voor dat doel nog eens dertig dagen extra kan gaan invallen op haar school?

In Leven van de lucht besteed ik twee hoofdstukken aan de vraag wat een onvoorwaardelijk basisinkomen van 1000 euro netto per maand voor effect heeft op de M/V-verhoudingen en de taakverdeling in huis. Neem je als huishouden genoegen met een gezamenlijk gezinsinkomen van 2000 euro of besluit je om toch nog iets bij te verdienen zodat je meer te besteden hebt en minder op de kleintjes hoeft te letten? Met een basisinkomen is elke vrouw in één klap economisch zelfstandig, maar je kunt ook niet helemaal uitsluiten dat het in sommige gevallen gebruikt zou gaan worden als een soort aanrechtsubsidie voor thuisblijfmoeders. Dat effect is vooraf niet goed te voorspellen, maar over een één ding kunnen we het denk ik wel eens zijn en dat is dat mannen en vrouwen anno 2017 allebei dezelfde verantwoordelijkheid dragen als het gaat om de hoogte van het gezinsinkomen.


Gek genoeg blijkt dat echter lang niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Zo heb ik een nichtje dat een biomedische opleiding heeft gevolgd, nu aan het promoveren is aan de universiteit en daarna waarschijnlijk kans maakt op een goedbetaalde baan. In hun situatie ligt het voor de hand dat zij later kostwinner wordt, terwijl haar lager opgeleide vriend parttime werkt en de zorg van de kinderen op zich neemt. Dat scenario leek me in hun geval jaren geleden al het meest waarschijnlijk, maar daarin blijk ik tamelijk alleen te staan. Niet alleen staat het traditionele kostwinnersmodel nog als een huis, ik vermoed ook dat de meeste vrouwen met een parttime baan helemaal niet zouden willen ruilen met hun fulltime werkende partner.

Vanuit feministisch oogpunt is dat merkwaardig, want waarom zou je anno 2017 niet de rollen omdraaien? We worden geacht ons leven in te richten op basis van het uitgangspunt dat vrouwen niet alleen gelijk zijn aan mannen, maar ook dat alle verschillen in gedrag en gevoelsleven louter het gevolg zijn van conditionering, opvoeding en seksistische reclamefolders. Niets weerhoudt een moderne jonge vrouw er dus van om een carrière na te jagen omdat ze dat graag wil, meer verdient dan haar partner, beter opgeleid is of wat dan ook. In de praktijk blijkt de felbegeerde keuzevrijheid van vrouwen zich echter te beperken tot de keuze om een paar dagen per week te werken, terwijl de man nog steeds niet veel te kiezen heeft en geacht wordt kostwinner te zijn.


Het Nederlandse anderhalfverdienersmodel is berucht en zorgt bij doorgewinterde feministes voor de nodige irritaties, omdat ze vinden dat een webwinkel nou eenmaal geen carrière is. Zelf denk ik dat vrouwen met een parttime baan over het geheel genomen beter af zijn dan mannen die op hun 22ste afstuderen en vervolgens vijftig jaar lang fulltime moeten werken tot ze eindelijk AOW krijgen. Als bewijs voor die stelling hoef ik maar even terug te blikken naar afgelopen donderdag, toen mijn vrouw inviel op haar eigen school voor een afwezige collega en al om zeven uur 's ochtends naar haar werk vertrok. Zelf stapte ik pas uren later op de fiets richting Rotterdam om in mijn favoriete bioscoop drie films achter elkaar te bekijken: The Beguiled, Mother! en de documentaire Safari.

Je kunt dus opstaan zonder de wekker te zetten, op je gemak twee kranten lezen, drie bioscoopfilms zien, anderhalf uur op de fiets zitten en toch nog eerder thuis zijn dan je eigen vrouw die de hele dag gewerkt heeft. Hoewel ik op de terugweg in een soort moesson terechtkwam en totaal verregend de sleutel in het slot stak, had ik voor geen goud met haar willen ruilen. Wellicht spreekt dat voor zich, maar het laat ook zien dat je bij verhalen over de rol van betaald werk in een mensenleven en de taakverdeling tussen man en vrouw niet moet blijven steken in clichés over salarisverschillen en glazen plafonds. Voor mij voelt die wekelijkse bioscoopdag niet alleen aan als het ultieme spijbelen, maar ook als de volmaakte antithese van een dag op kantoor. Dat kun je op talloze manieren verwoorden, maar deze alinea uit Leven van de lucht vertelt in feite het hele verhaal:

woensdag 13 september 2017

Waarom kocht niet iedereen een huis in 1987?

Gisteren plaatste Ebru Umar een bericht op Twitter waarin ze vermeldt hoeveel het Rotterdamse huis dat ze net heeft gekocht in 1987 kostte. Geen idee wat ze er zelf voor heeft betaald, maar gemeten naar huidige maatstaven is de prijs van toen natuurlijk een lachertje. Diezelfde 17.000 euro (omgerekend een kleine 40.000 gulden) ben je nu al kwijt aan bijkomende kosten. Met terugwerkende kracht kun je dus vaststellen dat koophuizen dertig jaar geleden niet alleen belachelijk goedkoop waren, maar ook een zeer lucratieve investering zijn gebleken. Grote vraag is dus waarom kopers destijds niet over elkaar heen buitelden om een huis in hun bezit te krijgen.


Grappig genoeg kochten wij ons eerste huis in datzelfde jaar, om precies te zijn in februari 1987. Dat weet ik zo goed, omdat ons oudste stukje hypotheek dit jaar na precies dertig jaar afliep en onze maandlasten met nog eens 150 euro bruto per maand daalden zonder dat we daar verder iets voor hoefden te doen. In mijn nieuwste boek probeer ik me tevergeefs het moment voor de geest te halen waarop ik als 25-jarige mijn handtekening zette onder dat koopcontract. Ik was bijna afgestudeerd als planoloog, maar ik wist niks van hypotheken en had er al helemaal geen benul van dat de huizenmarkt zich op een dieptepunt bevond.

Het was toen ook heel ongebruikelijk om al op die leeftijd een huis te kopen. Al onze vrienden en kennissen woonden in een huurhuis en dat was altijd een etagewoning of een appartement. Zelf huurden we op de benedenverdieping van een slecht onderhouden hoekhuis in een niet al te beste buurt in Rotterdam-West. Verhuisplannen hadden we niet en aan een koopwoning dachten we geen seconde. Niet alleen kenden we elkaar nog maar anderhalf jaar, ik had nog niet eens een baan. Mijn vrouw (die toen nog mijn vriendin was) werkte in het basisonderwijs, maar had nog geen vast contract. Banen waren schaars en wie in die crisisjaren afstudeerde liet zich vaak uit arren moede omscholen tot IT 'er.


En toen kwam ineens bovenstaand huisje te koop in de geboorteplaats van mijn vrouw. Het duurde maanden voor ik de knoop durfde door te hakken, niet alleen vanwege de hierboven genoemde factoren maar ook omdat ik tegen het aankoopbedrag aanhikte. Om zeker te weten dat we niet teveel betaalden, lieten we het huis zelfs nog op eigen kosten taxeren door een onpartijdige makelaar. Ook was het in die tijd helemaal niet zo eenvoudig om de financiering rond te krijgen. Hypotheken werden toen nog verstrekt op basis van één inkomen en alle bijkomende kosten dienden uit eigen zak te worden betaald.

De koop kon in ons geval alleen maar doorgaan doordat mijn vrouw voldoende spaargeld had en mijn schoonmoeder ons vijf procent van het aankoopbedrag schonk. Mijn vrouw had inmiddels een vast contract, maar alleen aan premiebetalingen en bruto rente waren we al een derde van haar netto salaris kwijt. De hypotheekrente mag nu dan historisch laag staan (en van dat 'historisch' mag je wat mij betreft ook 'absurd' maken), in die tijd betaalde je voor een rentevaste periode van 20 jaar ongeveer 7%. Dat gold toen trouwens als laag, want rond 1980 werden zelfs hypotheken afgesloten tegen 12% rente of hoger.


Mensen moeten zich ook niet blindstaren op de tuinfoto's die ik af en toe op Twitter plaats, want toen wij het huis kochten stond het op een perceel van 80 vierkante meter. Bijna alle eigen grond die we in bezit hadden, lag dus ónder het huis. Het zou nog een jaar of twintig duren voordat we er een stuk tuin bij konden kopen, zodat we nu beschikken over meer dan 500 vierkante meter grasland. Pas toen ik uitrekende dat ik voor dat stuk grond net zoveel had betaald als destijds voor het hele huis, besefte ik dat we in 1987 de beste aankoop hebben gedaan van ons leven (al kun je natuurlijk precies hetzelfde zeggen over dat veel te dure stuk grond).

Iedereen van mijn leeftijd had dus in een hypotheekvrij huis kunnen wonen dat hij voor een prikje had gekocht. Dat slechts een enkeling dat heeft gedaan komt doordat een huis kopen toen minder vanzelfsprekend was, de hypotheekrente hoger lag, de leennormen veel strenger waren en huizen helemaal niet te boek stonden als goedkoop. Daar komt nog bij dat veel mensen de schrik in de benen hadden door de instorting van de woningmarkt in 1979 die prijsdalingen tot gevolg had van 30% of meer. Het zou nog tot 1995 duren voordat de meeste huizenbezitters die weer klap te boven waren, niet toevallig het moment waarop de huizengekte pas echt begon.

maandag 11 september 2017

Hoeveel geld hebben ándere columnisten eigenlijk op de bank staan?

Hij verschijnt vandaag pas officieel, maar trouwe lezers die hem hadden voorbesteld zullen Leven van de lucht al in huis hebben (en hebben hem misschien zelfs alweer uit!). De eerste journalist die me afgelopen donderdag thuis kwam interviewen, stelde vast dat dit misschien wel mijn meest persoonlijke boek tot nu toe is. Zelf beschouw ik het gewoon als het zesde seizoen van onze eigen realitysoap richting een hypotheekvrij leven, maar hij heeft wel een punt. Voor het eerst geef ik namelijk een inkijkje in onze financiën door een jaar lang nauwgezet bij te houden hoeveel geld er elke maand binnenkomt en hoeveel daarvan wordt uitgegeven en gespaard.


Dat was vanaf dag één (en dan heb ik het over 1 mei 2016) namelijk de insteek. Met mijn experiment wilde ik ervaren wat een basisinkomen met je doet en wat je vervolgens allemaal gaat doen. Anders gezegd: zou een dergelijk systeem kunnen werken en ga je dan nog wel werken? Het antwoord daarop kun je niet los zien van de vraag of je als gezin met twee thuiswonende kinderen in principe genoeg zou hebben aan twee bij elkaar opgetelde basisinkomens. Ik ken iemand die als kostwinner ongeveer 2000 euro netto verdient, terwijl hij dat bedrag bij een dergelijk systeem elke maand gratis zou krijgen van de overheid.

Om te zien wat het psychologische effect is van een basisinkomen, keer ik mezelf vijf jaar lang elke maand 1000 euro per maand uit van mijn eigen spaargeld. Omdat mijn vrouw met haar parttime baan net iets meer dan duizend euro verdient, konden we precies zien hoe ver je komt met een gezinsinkomen van ruim 2000 euro. Heb je daar genoeg aan, en neem je daar genoegen mee, of ga je - al dan niet spelenderwijs - toch nog iets bijverdienen? Om dat vast te kunnen stellen ontkwam ik er niet aan om na afloop van elke maand een rekensommetje te maken en privé-informatie prijs te geven die de meeste mensen liever voor zich houden.


Vooraf weet je al dat mensen daar van alles van gaan vinden, al was het maar omdat ik niet precies vermeld waaráán we ons geld hebben uitgegeven. Dat is een interessante reflex: als je in je boeken openheid van zaken geeft, zijn er altijd mensen die mopperen dat je nog steeds niet alles hebt verteld. Omgekeerd moet ik bij vrijwel al onze vrienden en familieleden ráden naar de hoogte van hun gezinsinkomen, de tussenstand van hun hypotheek en de hoeveelheid geld die ze op de bank hebben staan. Meestal kun je wel een aardige inschatting maken, maar het zijn geen zaken die op een verjaardag ooit ter sprake komen.

Na zes boeken ben ik zelf de schaamte wel voorbij, maar het blijft een taboe om op dit vlak zomaar openheid van zaken te geven. Bovenstaand rekenvoorbeeld laat in elk geval zien dat we vorig jaar in de maand augustus niet genoeg hadden aan 2000 euro netto (al was het maar omdat we op vakantie waren) én ik niet helemaal heb stilgezeten maar 625 euro omzet heb gemaakt. Voor de rest mag ieder het zijne ervan vinden, want er zijn genoeg huishoudens die het elke maand met (veel) minder moeten zien te rooien terwijl er ook zat tweeverdieners zullen zijn waarvan één partner in zijn of haar eentje al meer verdient. Het enige objectieve wat ik erover kan zeggen is dat 2000 euro netto  ongeveer de armoedegrens is voor een gezin met twee kinderen én dat een gemiddeld huishouden maandelijks 2800 netto te besteden heeft.


Natuurlijk verwacht ik niet dat straks iedereen uit mijn omgeving spontaan gaat opbiechten hoeveel hij inmiddels heeft gespaard en hoeveel salaris hij maandelijks gestort krijgt. In mijn geval is het onlosmakelijk verbonden met het segment waarin ik schrijf en met het onderwerp van dit laatste boek. Wie Hypotheekvrij! in de kast heeft staan, heeft er recht op om te weten dat we nu nog maar 44.000 euro aan spaarhypotheek hebben en ook dat we vanaf maart 2020 helemaal van onze woningschuld af zijn. Diezelfde lezer zal er wellicht ook begrip voor hebben dat we nu niet meer fanatiek aan het bezuinigen zijn, maar alleen nog proberen om binnen budget te blijven en daarbij een redelijk ruime marge hanteren.

Die transparantie maakt meteen duidelijk waarom ik schrijf wat ik schrijf. Om die reden zou elke columnist eigenlijk één keer per jaar een staatje moeten afdrukken met daarin de woonsituatie (huur/koop), hoogte en einddatum van de hypotheek, opgebouwd pensioen, maandinkomen, geboortejaar en hoeveelheid spaargeld. Zo schreef een in 1955 geboren columnist van een kwaliteitskrant onlangs dat het bezit van een tweede huis een "exorbitante uitwas" is. Op dat interessante onderwerp zal ik later nog eens wat dieper ingaan, maar nu vroeg ik me alleen maar af hoe het mogelijk is dat een jonge babyboomer als hij (a) nog werkt en (b) zelf geen tweede huis heeft. Want je kunt best een fervente anti-kapitalist zijn, maar het kan net zo goed dat je alleen maar gefrustreerd bent omdat je tijdens je leven de verkeerde keuzes hebt gemaakt.