Zoeken

dinsdag 12 februari 2019

Hollywood gaat binnenkort aan braafheid ten onder

Zag ik vorig kalenderjaar ruim 250 films in de bioscoop, dit jaar gooi ik het over een heel andere boeg. Weliswaar staat mijn gemiddelde in 2019 tot nu toe nog steeds op twee films per week, ik probeer wel een zekere selectie toe te passen. Zo sla ik alle films over die te gewelddadig zijn, te saai, te obscuur of te nadrukkelijk politiek correct. Al moest ik op sociale media wel meteen komen uitleggen wat ik nou precies bedoel met die laatste categorie. 


In de krant lees ik vaak dat 2018 zo'n sterk filmjaar was, terwijl ik juist het gevoel had dat er minder goede films uitkwamen dan een jaar eerder. Ook toen zag ik alles bij elkaar zo'n 116 titels in de bioscoop en daar zaten een heleboel uitschieters tussen. Mijn top tien van afgelopen jaar bestond uit prima films, maar er zat geen tweede Manifesto tussen, geen tweede Dunkirk, geen tweede King of the Belgians en geen tweede Brigsby Bear.

Als ik een top tien zou moeten maken van 2017 en 2018 bij elkáár, zou de balans duidelijk doorslaan ten gunste van dat eerste kalenderjaar. Het kan best dat er inmiddels een zekere gewenning is opgetreden en dat de nieuwigheid er een beetje vanaf is, maar zelf heb ik de indruk dat filmmakers steeds vaker kiezen voor de veilige weg. Als ik het afgelopen filmjaar zou moeten samenvatten, dan is het met een woord dat ik in mijn boek niet voor niets vier keer laat vallen: brááf.


Meteen aan het begin van 2018 zag ik de film Billy, het regiedebuut van Theo Maassen. Daar moest ik zo vreselijk hard om lachen dat ik mijn hele gezin mee naar de bioscoop heb getroond om hem nog een keer te zien. Die tweede keer beleefde ik er weer net zoveel plezier aan, al viel het me op dat het op de rijen achter ons verdacht stil was. De grappen in deze film gelden inmiddels dan ook eigenlijk als onacceptabel en zullen steeds zeldzamer worden.

Iets vergelijkbaars gebeurde toen ik halverwege het jaar naar de film Lolo ging, losjes gebaseerd op het leven van Sylvio Berlusconi. Pas toen viel me op hoe weinig schaamteloos seksisme je nog in films tegenkomt, al zitten in deze productie dan wel weer genoeg sexy jonge vrouwen in bikini voor een heel jaar. Een erg sterke film was het nou ook weer niet, maar hij dient - net als Billy - wel als goed voorbeeld van wat anno 2018 als 'politiek incorrect' wordt beschouwd.


Zo wil ik best naar een film kijken over vrouwen die een perfecte kraak voorbereiden, maar niet als ik het idee krijg dat er met fluwelen handschoentjes is gecast. In mijn boek noem ik Ocean's Eight als afschrikwekkend voorbeeld, omdat de roversbende bestaat uit een zwarte vrouw, een Aziatische vrouw, een latina, een blanke vrouw, een lesbienne en ga zo maar door. Diversiteit is natuurlijk prachtig, maar begint te wringen als het een soort formule wordt en alleen maar wordt toegepast om verwijten te vermijden en niemand tegen de borst te stuiten.

Naar Mary, Queen of Scots ben ik niet eens gegaan, omdat zelfs geharde feministen vinden dat de geschiedenis in dit geval wel erg veel geweld aan wordt gedaan om van haar een soort feministisch icoon te maken. Steeds meer historische films gaan niet zozeer over het verleden, maar juist over onze tijd met zijn obsessie voor inclusiviteit en diversiteit. Ook bij De Dirigent had ik de hele tijd het gevoel dat ik zat te kijken naar Aafke Romeijn die in een jurk uit de kringloopwinkel door een goedkoop decor banjerde en zich twee uur lang boos liep te maken over de achterlijke M/V-verhoudingen van honderd jaar geleden.

Politiek correcte films zijn films waarin moordzuchtige dino's ineens een beschermde diersoort blijken te zijn, waarin harde grappen worden geschuwd en waarin vrouwen zichzelf  alleen maar wegcijferen om aan het einde triomfantelijk de rekening te kunnen presenteren. Zelfs als Glenn Close straks op het podium wordt geroepen om een Oscar in ontvangst te nemen voor haar rol in The Wife, neem ik geen woord terug van wat ik eerder over die film schreef in mijn blog. Het enige wat ik hoop is dat ik aan het einde van 2019 alles weer kan terugnemen en inslikken van wat ik hierboven heb geschreven.

vrijdag 8 februari 2019

Hoe zit het nou eigenlijk precies met zure oude mannen en het klimaat?

Wie het gisteren waagde om een kritische kanttekening te plaatsen bij de klimaatspijbelaars, liep het risico te worden weggezet als 'zuur' of 'cynisch'. Veel verstandiger was het om te juichen hoe moedig en dapper al die scholieren wel niet zijn en hoe hoopgevend hun aanwezigheid. Ook viel de naam van David Graeber regelmatig, want wie begint over hypocrisie krijgt meteen het stempel moral envy opgedrukt. Maar ja, wat moet ik precies met klimaatactivisten die de volgende ochtend weer doodleuk drie kwartier onder de douche staan?


Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van mening dat bezorgdheid over opwarming van de aarde een linkse hobby is of een hoax. Toen ik in 1988 (!) een groot artikel schreef over wat toen nog het 'broeikaseffect' heette en daarvoor tal van deskundigen sprak, was het nog een abstract en theoretisch fenomeen, terwijl ik de indruk krijg dat we nu al te maken hebben met de eerste verwoestende effecten van de door de mens veroorzaakte opwarming.

In 2018 heb ik tot twee keer toe een film gezien waarin hardop werd gesteld dat we nog maar één generatie verwijderd zijn van een onleefbare aarde. Vandaar dat ik elke vorm van activisme toejuich en het hartgrondig eens ben met dat dappere Zweedse meisje en haar koppige halsstarrigheid. Tegelijk zal ik al die jongeren op het Malieveld nooit zomaar 'moedig' noemen, want dat is hetzelfde als een kindertekening naast een Van Gogh hangen. Moedig is een drenkeling uit het water redden, niet een dagje spijbelen.


Is dat al zuur? Of cynisch? Laat ik dan nog maar een stapje verder gaan, want gisteren was er veel te doen over de al dan niet vermeende hypocrisie van de klimaatspijbelaars en hun fans. Ik ga niet zitten zeuren dat diezelfde jongeren na afloop van hun actie in de rij stonden voor McDonald's, want dat is flauw en kinderachtig. Bovendien verkopen ze daar tegenwoordig vegetarische mcchickens die niet van echt te onderscheiden zijn. Tegelijk denk ik dat je de wereld niet gaat redden met een paar toespraken en spandoeken.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik vooral erg hard moet lachen, als ik in NRC lees dat sommige jongeren elke dag drie kwartier onder de douche staan, terwijl ze ondertussen naar Netflix kijken. Het wordt wat mij betreft ook een rare poppenkast als diezelfde jeugdige demonstranten straks weer op Schiphol staan met een koffertje in hun hand of net zo veel vlees blijven consumeren als ze tot nu toe hebben gedaan. Ik hoorde gisteren de hele tijd zeggen dat 'de politiek' iets moet doen aan dit probleem, maar je kunt ook zelf het goede voorbeeld geven.


De grap is dat ik in mijn boeken voortdurend benadruk dat het helemaal niet nodig is om honderd procent consequent te zijn als het gaat om zuinig leven. Zo hebben wij de afgelopen jaren op alles wat los en vast zat bespaard om extra te kunnen aflossen, terwijl ik tegelijk geabonneerd was (en ben) op drie kranten. Dat mag. Dat is prima. Dat geeft niks. Bij het aflossen van je hypotheek staat er namelijk niet zoveel op het spel en ben je alleen verantwoording schuldig aan jezelf.

Anders wordt het bij dit onderwerp. Om verdere opwarming tegen te gaan is een wereldwijde koersverschuiving en gedragsverandering noodzakelijk. De politiek speelt daarbij een belangrijke rol, maar de consument ook. Al meteen in het voorwoord van Hypotheekvrij! uit 2012 schrijf ik dat Schiphol de deuren wel kan sluiten als iedereen zou gaan leven zoals ons gezin al jaren doet. Dat was toen nog zomaar een grappig voorbeeld, nu is het een wapen en een machtsmiddel.

De grap is dat Gretha Thunberg - die aan de wieg stond van het klimaatspijbelen - zelf ook gruwt van inconsequent gedrag. Ze heeft Asperger en kan dus niet goed uit de voeten met mensen die hun dak vol leggen met zonnepanelen en vervolgens drie keer per jaar een zonvakantie boeken. Zelf ben ik een halve Duitser die ook niet van halve maatregelen houdt. Bij mij hoef je dus niet aan te komen met kletsverhalen over 'moral envy' om je eigen halfslachtige gedrag te rechtvaardigen, al mag je me tegelijk zo vaak zuur en cynisch noemen als je wil.

maandag 4 februari 2019

Besteed die studieschuld dan ook echt alleen aan je stúdie

Afgelopen week viel in de krant te lezen dat studenten niet alleen gebukt gaan onder prestatiedruk, maar ook psychische druk ervaren door het leenstelsel. Wie elke maand een maximaal bedrag leent, ziet zijn studieschuld langzaam maar zeker oplopen tot een indrukwekkend en intimiderend bedrag. In die zin heeft geld lenen voor het volgen van een opleiding precies het omgekeerde psychologische effect van aflossen, omdat je daarbij je schuld juist steeds verder ziet dalen en elke extra storting verlichting biedt. Toch vraagt dit nieuws om een paar kanttekeningen.


Om te beginnen kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat de huidige generatie studenten niet de éérste is uit de geschiedenis met een forse studieschuld na het behalen van het diploma. Het bedrag in het hierboven afgedrukte artikel komt mij zelf bijvoorbeeld heel erg bekend voor, want toen ik mijn doctoraaldiploma politicologie in ontvangst nam had ik een schuld opgebouwd van ruim 20.000 gulden.

Nu zijn er mensen die dan meteen aan het rekenen slaan en concluderen dat ik een schuld had van ongeveer 8500 euro. Dat is een begrijpelijke denkfout, ware het niet dat een krant in die tijd ongeveer 60 cent kostte, terwijl je voor diezelfde krant nu al snel 2 euro 60 betaalt. Die studieschuld van 20.000 gulden kun je dus straffeloos vertalen naar euro's. De basisbeurs werd in 1985 ingevoerd, maar toen was mijn generatie al vijf, zes jaar aan het studeren.


In dit verband is het natuurlijk ook aardig om nog eens te kijken hoe ik (en mijn leeftijdgenoten) met dit onderwerp omgingen. Om te beginnen dacht ik er niet echt over na, want ik realiseerde me amper dat een deel van mijn studiebeurs bestond uit een renteloos voorschot. Verder weet ik nog goed dat ik er voornamelijk grappen over maakte, omdat ik op deze manier tenminste zeker wist dat mijn vrouw niet met me wilde trouwen vanwege mijn geld.

Verschil is dat zij geen schuld had, maar juist een mooi bedrag bij elkaar had gespaard. Mijn schuld van 20.000 gulden kon je in die zin wegstrepen tegen de 25.000 gulden op haar bankrekening. Zo had ik het eerlijk gezegd nooit eerder bekeken, al weet ik heel goed dat we in 1987 alleen maar een huis konden kopen dankzij datzelfde spaarbedrag. Ze had nét een vast contract, maar banken leenden in die tijd geen cent meer uit dan de aankoopsom. Zonder eigen geld was het een kansloze exercitie geweest en had er in ons huis iemand anders gewoond.


Een schuld van 20.000 of 25.000 euro is best overkomelijk, maar je maakt wel een valse start wanneer je als twee afgestudeerden meteen aan het begin al een halve ton of meer in de min staat. Tegelijk is er een opvallend verschil tussen hoe ik destijds met die schuld omging en de stress die de jongste generatie ervaart. Is de druk nu echt veel hoger, of maken mensen zich tegenwoordig eerder druk en schieten ze eerder in de stress? Staat er nu misschien ook meer op het spel of deden we vroeger alles spelenderwijs?

Wat opvalt in alle berichten is dat jongeren zich snel gek laten maken, bijvoorbeeld door wat er na het het behalen van hun diploma allemaal wel niet op hun cv zou moeten staan. Ik studeerde af middenin een crisis met nauwelijks uitzicht op een baan, terwijl er nu juist sprake is van grote krapte op de arbeidsmarkt en een groeiend personeelstekort. In die zin is de werknemer aan zet en hoef je je niet extra uit te sloven met bestuursfuncties of weet ik wat allemaal om aan de slag te komen.

Maar de hamvraag blijft: met welk doel leen je dat geld? Moet je per se op kamers wonen? Heb je dat geld nodig om je studie te betalen of om een lifestyle te bekostigen met uitgaan, dure concertkaartjes, etentjes, verre vakanties, nieuwe kleren en de nieuwste smartphone? Veel studenten hebben naast de studie óók nog een of meerdere bijbanen, zodat ze vaak veel meer vrij te besteden hebben dan hun ouders en ook vaker en verder op vakantie gaan. In dat verband kun je je afvragen of die studieschuld de stress eigenlijk wel waard is.